Toledoth

Genesis 50:26

 

En Jozef stierf, honderd en tien jaar oud zijnde; en zij balsemden hem en men legde hem in een kist in Egypte.

 

Het Griekse woord ‘Genesis’ betekent: ‘wording’.  Het Bijbelboek Genesis beschrijft de wording, het ontstaan van hemel en aarde, van plant, dier en mens. In het Hebreeuws wordt het eerste Bijbelboek ook wel aangeduid met het woord ‘Toledoth’. Dat betekent zoiets als ‘Boek van de geboorte’. Toledoth beschrijft de geboorte van de mens. Maar… hoe eindigt dit boek met die prachtige naam? Met een doodskist. Aangrijpend, vind je niet? Genesis 1:1 ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde…’  En Genesis 50:26 ‘…en men legde hem in een kist in Egypte’.

 

Jozef is gestorven. Volgens Egyptische gewoonte hebben ze zijn lichaam gebalsemd. En daarna is hij in een kist gelegd en bijgezet in een graf. En daar bleef zijn lichaam totdat het volk bevrijd uit Egypte werd bevrijd en naar het land ging dat de Heere aan Abraham had beloofd. In Exodus 13 lezen we dat Mozes bevel heeft gegeven om de kist met de beenderen van Jozef mee te nemen. En al die veertig jaren in de woestijn is die kist meegegaan. Totdat het volk onder leiding van Jozua het beloofde land mocht binnengaan. En dan lezen we in Jozua 24:32 ‘Zij begroeven ook de beenderen van Jozef, die de kinderen Israëls uit Egypte opgebracht hadden, te Sichem’. Jozef werd begraven op de plaats waar de Heere aan Abraham was verschenen nadat hij uit Ur der Chaldeeën was weggegaan. Daar had God de belofte uitgesproken: ‘Uw zaad zal Ik dit land geven’ (Genesis 12:7).

 

Het is goed als wij een bijzondere zorg besteden aan het lichaam en het graf van degenen die ons lief zijn. En dat geldt wel heel bijzonder als hij of zij net als Jozef mocht heengaan in de hoop van het eeuwige leven. Want dan is ook dat lichaam gekocht en dat graf geheiligd. De Heere waakt met een bijzondere zorg over het stof van de Zijnen. Want ook dat is Zijn eigendom. Zo belijden we het toch met zondag 1 van de Catechismus? ‘Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en in het sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen ben’.

 

Die werkelijkheid wordt zo mooi verwoord door de bekende 19e eeuwse Duitse predikant ds. H.F. Kohlbrugge in een preek over Johannes 19:17, over de naam Golgotha, Hoofdschedelplaats. Deze preek wordt ook wel ‘de schedelpreek’ genoemd. Hij zegt daarin:

 

Daarom, wanneer ik sterf – ik sterf echter niet meer – en als iemand mijn schedel vindt, dan moge die schedel hem nog prediken:

ik heb geen ogen, en toch zie ik Hem;

ik heb geen lippen; en toch kus ik Hem;

ik heb geen tong, en toch loof ik Hem;

ik lig hier buiten op het kerkhof, en toch ben ik binnen in het paradijs!

Alle lijden is vergeten! Dat heeft Zijn grote liefde voor ons gedaan, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha.

 

Jozef werd begraven in Kanaän. Niet vanwege nationalistische gevoelens. Ten diepste ook niet omdat Egypte zijn vaderland niet was. Maar een kind van God wordt begraven in het geloof dat er uit dat graf eenmaal een verheerlijkt lichaam zal verrijzen.

Want de Meerdere van Jozef, de Heere Jezus Christus, heeft beloofd: ‘Ik leef en gij zult leven’. Dat is de boodschap die verborgen lag in de beenderen van Jozef. En daar bij Sichem, in het beloofde land, waar Abrahams zaad woont, daar wacht het stof van Jozef op die grote dag waarop Christus met het geroep van de archangel zal komen en die in Hem gestorven zijn, zullen opstaan om met ziel en lichaam eeuwig te leven (1 Thessalonicenzen 4:16-18). Wat een troost!

 

Genesis mag dan misschien eindigen met een kist. Maar de Bijbel eindigt daar niet, o nee! Niet de dood heeft het laatste woord, maar de Levende: ‘Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen’ (Openbaring 22:20-21). Zijn woord is Toledoth. Een woord van (weder)geboorte. En daarom kan Petrus in zijn eerste brief van al Gods kinderen schrijven dat zij wedergeboren zijn tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden (1 Petrus 1:3).

 

Jonge mensen, aan het einde van deze serie over Jozef wil ik je nog eens hartelijk en bewogen oproepen om deze Zaligmaker te zoeken. Want wie Hem vindt, die vindt het leven. Veel meer dan Jozef is Hij de Zafnath-Paäneah, de Behouder van het volk. Daartoe is Hij gekomen. Niet om mensen te verderven, maar om ze te behouden. Geloof dat, met heel je hart!

 

 

Ds. M.A. Kempeneers
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.