Begrafenisliedjes

Genesis 47:29

Doe weldadigheid en trouw aan mij; begraaf mij toch niet in Egypte.

 

Een aantal jaren geleden was ik privé bij de begrafenis van iemand die zelf altijd kerkelijk is geweest. Zijn kinderen hadden echter afscheid van de kerk genomen en leefden in de wereld. Na zijn dood hadden de kinderen en kleinkinderen de begrafenis geregeld. En dat gebeurde op een manier zoals hij zelf nooit zou hebben gewild. Er werden begrafenisliedjes gedraaid, zoals ‘Droomland’ van Paul de Leeuw; er werd een grappige toespraak gehouden, waarbij hij werd aangesproken alsof hij nog leefde. De naam van God werd niet één keer genoemd. Het was een wereldse begrafenis, in de meest werkelijke zin van het woord. Het zou beter zijn geweest als de man zijn begrafenis zelf had geregeld. De HEERE zegt in Jesaja 38: Geef bevel aan uw huis, want gij zult sterven, en niet leven. Daar hoort ook heel praktisch de begrafenisplechtigheid bij. Iemand als Jakob had dat begrepen.  

Jakob heeft zijn zoon Jozef weer in zijn armen mogen sluiten. Samen met zijn volk krijgt hij een plaats in het land Gosen, afgescheiden van de Egyptenaren. En daar geeft Jozef hen te eten. In een sprookje zou er een punt gezet worden, met de opmerking: en zij leefden nog lang en gelukkig. Maar Gods Woord is geen sprookje, maar beschrijft eerlijk en pijnlijk de werkelijkheid van ons menselijke bestaan. En daarom lezen we in de Jozefsgeschiedenis ook van de dood en het graf.

Zeventien jaar heeft Jakob nog in Gosen gewoond en heeft hij van het gezelschap van Jozef en zijn gezin mogen genieten. Maar daar komt een einde aan. Jakob voelt dat hij niet lang meer zal leven. En daarom roept hij Jozef bij zich. Jakob gaat zijn begrafenis regelen. En dan moet Jozef zijn vader een eed zweren. We lezen dat hij zijn hand onder de heup van Jakob moet leggen. Het betekent dat de eed werd gezworen bij het nageslacht. Het was toentertijd één van de zwaarste en gewichtigste manieren om een eed af te leggen. En dan moet Jozef zweren dat hij Jakob niet in Egypte zal begraven, maar in het graf van Abraham en Izak, in de spelonk van Machpéla, in Kanaän.

Hoewel Jakob jaren in Egypte heeft gewoond, is hij nooit Egyptisch geworden. Zijn hart lag in het Beloofde Land. En daarmee bedoel ik niet alleen Kanaän, maar ik bedoel vooral het Hemelse Vaderland. Jakob heeft als vreemdeling in de wereld geleefd, en daarom wilde hij niet bij de wereld begraven worden. Hij wilde een begrafenis net als die andere pelgrims: zijn grootvader Abraham en zijn vader Izak. En daarom liet hij Jozef die eed zweren. Niet omdat hij Jozef niet vertrouwde, maar zo gaf hij bevel aan zijn huis, zoals dat hoort.

Dat zouden mensen vandaag de dag ook moeten doen. Zeker oude mensen, die naar onze berekening dichtbij de dood gekomen zijn. Bij een begrafenisonderneming is een begrafeniscodicil te verkrijgen waarop je kunt invullen hoe je de begrafenis geregeld wilt hebben. Waar je begraven wilt worden, wie de rouwdienst moet leiden, waar dat moet gebeuren, welke psalmen er gezongen moeten worden, of er toespraken moeten worden gehouden, dat er geen bloemen gewenst zijn enzovoort.

Zo wordt er voorkomen dat de nabestaanden daarover moeten nadenken in dagen dat ze al genoeg te verwerken krijgen. Maar zo wordt vooral voorkomen dat er dingen gedaan en gezegd worden die tegen de eigen principes ingaan. Bovendien wordt zo een discussie voorkomen tussen de nabestaanden en de dominee of de kerkenraad. En helaas komt dat steeds meer voor.

Er zijn maar weinig oude mensen van wie de kinderen en kleinkinderen nog in dezelfde kerkelijke gemeente zitten. Niet alleen omdat ze verhuisd zijn, maar soms omdat ze de kerk van vader en moeder bewust hebben verlaten. Sommigen hebben helemaal afscheid genomen van de kerk, anderen zijn naar een gemeente overgegaan van een heel andere kleur. En het komt niet weinig voor dat de kinderen een antipathie hebben tegen de gemeente waarin ze zijn opgegroeid.

Bij de begrafenis van vader of moeder komt dat eruit en worden er allerlei verzoeken gedaan. ‘Jeroen wil op zijn trompet voor opa spelen’. ‘Denise wil nog wat tegen oma zeggen’. ‘Graag willen we een opwekkingslied zingen’. ‘We willen allemaal een roos op de kist leggen’ enzovoorts. En men is boos als de kerkenraad niet akkoord gaat.

Laten de ouderen een voorbeeld nemen aan Jakob. Geef bevel aan uw huis, want gij zult sterven, en niet leven. En zeker als zij genade mogen kennen, dan moet het een heilige begrafenis zijn. Daar horen geen oppervlakkige liedjes, gedichten en muziekstukken in thuis.

M.A. Kempeneers

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.