In verband met de maatregelen rond het Coronavirus wordt de ontmoetingsdag van 18 april afgelast. De nieuwe datum is 12 september op Urk

'intussen is er alle reden om ons eigen hart en leven naast deze woorden van de bisschop van Carthago te leggen. In korte tijd heeft het coronavirus een opmars gemaakt en is er wereldwijd al sprake van een pandemie. De vraag is: Is er onder die omstandigheden een wezenlijk onderscheid tussen ons en de mensen om ons heen? is er onderscheid in ons hart?'
Ds. A.J.T. Ruis

 

  • Meditatie Jakobus 4:8 (ds. P. Roos)
  • Voor de jongeren: Jona en de Pinda (ds. M.A. Kempeneers)
  • Ambtelijke praktijk: erken in de dodencel (ds. M.C. Tanis)
  • Leren van de Vroege Kerk: Cyprianus - 3  (ds. A.J.T. Ruis)
  • Kerkelijk actueel: Vereniging en scheiding (ds. P. Roos)
  • Vragenrubriek: Een puzzel (ds K. Hoefnagel)
  • Sprekend verleden - Willem Teellinck (12): nabetrachting (ds. A.       van Heteren
  • Prediking en praktijk: Kenmerkenprediking -1 (ds. J.M.J. Kieviet)

 

 

 

 

 

 

Onlangs verschenen

     

Ds. M.A. Kempeneers 
978-94-9243-361-9
€16,90


Koop hier

  

 

Ds. J.M.J. Kieviet 
978-90-3312-996-4  
€15,90

 
 Koop hier                                       

      

 Ds. A.A.Egas e.a.
 978-94-6335-072-3
 €18,50

 
Koop hier

 

   Ds. F. Bakker 
   978-908718-222-9 
   €13,95

 
    Koop hier

Van het bestuur

“… totdat de gramschap overga.”
“Ga henen, mijn volk! Ga in uw binnenste kamers en sluit uw deuren na u toe. Verberg u als een klein ogenblik, totdat de gramschap overga.” [Jesaja 26: 20].

Bedreigend virus
Wat we tot voor kort niet voor mogelijk hielden, is sinds enkele weken werkelijkheid. Een alles en allen bedreigend virus waart rond door onze wereld, en inmiddels ook door ons eigen land. Met grote persoonlijke en maatschappelijke gevolgen. De kranten schrijven over vrijwel niets anders. De nieuwsmedia houden ons van uur tot uur de stand van zaken bij. De ziekenhuizen liggen vol. De intensive-careafdelingen puilen uit. Artsen en verpleegkundigen doen werkelijk alles om de ziekte te beteugelen en de ernstig zieken te helpen. Helaas is er tot heden tegen dit heftige virus nog geen medicijn gevonden. Met als gevolg dat elke dag vele tientallen mensen, veelal ouderen, aan de gevolgen ervan sterven. En dat alleen al in ons eigen land. Veel bedrijven zijn gesloten. De scholen zijn onbevolkt. En ook de kerkgebouwen op zondag zijn vrijwel leeg. Heeft het ons iets te zeggen? Het heeft ons veel te zeggen!

Woord van God
In het Woord van God komen we op diverse plaatsen het kwaad van uitbrekende ernstige ziekten tegen. Het meest bekend is wel wat ons beschreven is in 2 Samuël 24. De engel des Heeren strekt zijn hand uit over Jeruzalem en er breekt een pestilentie uit in Israël, ten gevolge waarvan wel zeventig duizend mensen sterven. Ook bij de profeten Jeremia en Ezechiël lezen we regelmatig dat ze namens de Heere het oordeel van de pest moeten aanzeggen. Heeft ook de Heere Jezus niet over het laatste der dagen geprofeteerd dat “er zullen zijn hongersnoden en pestilentiën en aardbevingen in verscheidene plaatsen…” [Matth. 24]. Om tenslotte nog te noemen de plagen in het boek Openbaring. In hoofdstuk 16, als uitgieting van de schalen van Gods toorn, worden die plagen aangeduid als “een kwaad en boos gezweer aan de mensen.” Een ernstige aantasting van de gezondheid dus.

Oordeel van God
Nu is het opmerkelijk dat overal waar deze ziekten en plagen in de Bijbel ter sprake komen, ze in direct verband staan met de zonden van de mensen. Ze gelden als een oordeel van God. Bij David was het zijn hoogmoedige daad om het volk te tellen. Die kwam hem en het volk duur te staan. De waarschuwingen van de profeten zijn een direct gevolg van de ernstige zonden van het volk. “Alzo zegt de Heere van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen. Daarom heeft de Heere geen welgevallen aan hen. Nu zal Hij hun ongerechtigheid gedenken, en hun zonden bezoeken. (…) Door het zwaard en door de honger en door de pestilentie zal Ik hen verteren.” [Jer. 14: 10-12]. Zo laat de Heere in Zijn Woord ons weten.

Oorzaak
Zou dan het kwaad van het coronavirus geen sprake van de heilige God over ons en onze wereld zijn? Hebben we in wat ons wereldwijd overkomt niet de stem van onze Schepper te verstaan? Namelijk een oordeel over de zonde in de afwijking van Zijn gebod? Is er geen oorzaak? Laat ik het beperken tot ons eigen land en volk. We vermoorden ongeboren kinderen, enkele tienduizenden per jaar zelfs. We staan het toe dat mensen menen klaar te zijn met hun leven en er een eind aan (laten) maken. We praten het goed wanneer mannen met mannen en vrouwen met vrouwen schandelijkheid bedrijven. We tolereren de zogenaamde second love, waarmee partners worden bedrogen, huwelijken ontworteld en kinderen benadeeld. En verder gaan we op in brood en spelen. Dat is onze samenleving! En God? De postmoderne mens waant zich autonoom over zichzelf en over de schepping. “De autonomie is het beheersende dogma geworden” [RD 24 mrt. 2020]. We kunnen het wel zonder de Heere af. Onze economie is sterker dan ooit, de gemiddelde leeftijd van de mens stijgt met het jaar, en de technische en digitale ontwikkelingen staan voor niets. Al met al: we leven in een maakbare samenleving. Zo menen we.

Kerk
En de kerk? Die is een en al verdeeldheid en verwarring. Ze is in grote delen aan de wereld gelijk geworden. Is het een wonder dat de kerken, ook in deze periode van crisis, in de samenleving geen rol van betekenis meer hebben? In vroeger dagen waren overheid en kerk bij rampen en noden één in de oproep om een dag van boete en verootmoediging uit te schrijven. Er zou in de huidige omstandigheden alle reden voor zijn. Maar de kerk spreekt niet meer, laat staan dat ze profetisch spreekt. Geen wonder dat niemand naar haar luistert.
En nu staat de Heere op. “Want zie, de HEERE zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken…” [Jesaja 26: 21]. Hij gebruikt er een klein en onaanzienlijk virus voor. In Zijn goddelijke hand is het er toe in staat het hele wereldbestel te ontwrichten. Hij laat de volkeren weten dat zij mensen zijn. De Heere, “Hij buigt de hoog gezetenen neder, de verheven stad. Hij vernedert ze, Hij vernedert ze tot de aarde toe. Hij doet ze tot aan het stof reiken” [Jesaja 26: 5].

Ware verootmoediging
Zullen we het verstaan, deze sprake van God? In Jesaja’s tijd waren er velen die het ontkenden. Ze worden de goddelozen genoemd. Hoewel de Heere hun in Zijn genade Zijn roepstem doet horen, “hij leert evenwel geen gerechtigheid (…) en hij ziet de hoogheid des HEEREN niet aan” [Jesaja 26: 10]. Het zal heden niet anders zal zijn. Het spreken over de oordelen van de Heere zal in en buiten de kerk weerstand en aversie oproepen, zo moeten we vrezen. Maar wanneer we eerlijk luisteren naar het Zijn Woord, mogen we geen andere toepassing maken.
Jesaja beschrijft in hetzelfde hoofdstuk waar het de Heere om te doen is. Zijn oordelen op de aarde bedoelen niet alleen vergelding vanwege Zijn verwekte toorn. Maar ze willen vooral een oproep tot verootmoediging en bekering zijn. Om voor Zijn aangezicht te belijden onze zonde en schuld. Want ook wie de Naam van de Heere oprecht belijden, maken deel uit van onze van God vervreemde samenleving. Haar schuld is ook mijn schuld. Haar nood is ook mijn nood. Trouwens, beantwoorden Gods kinderen echt aan hun roeping? Zijn zij werkelijk het zout der aarde en een licht der wereld? Zijn zij te kennen als levende getuigen te midden van een krom en verdraaid geslacht? Hier ligt schuld die beleden moet worden.

Binnenkamer
Ware verootmoediging zal daarin uitkomen wat we lezen van Gods kinderen ten tijde van Jesaja. Hun belijdenis is: “Wij hebben ook in de weg Uwer gerichten, U, o HEERE, verwacht. Tot Uw Naam en tot Uw gedachtenis is de begeerte onzer ziel.” [Jesaja 26: 8]. Van hen wordt gezegd: “HEERE, in benauwdheid hebben zij U bezocht. Zij hebben hun stil gebed uitgestort, als Uw tuchtiging over hen was” [Jesaja 26: 16]. De Heere storte over ons de Geest der genade en der gebeden uit. Opdat we in mishagen van onszelf ons voor de Heere verootmoedigen, en Zijn genade van Hem afsmeken. Jesaja riep het volk van Juda ertoe op: “Ga henen, mijn volk! Ga in uw binnenste kamers en sluit uw deuren na u toe. Verberg u als een klein ogenblik, totdat de gramschap overga.” [Jesaja 26: 20].

Pasen
In deze tijd van passie en Pasen mogen we elkaar herinneren aan het beloftewoord uit de mond van de Heere Jezus: “Al wat ge de Vader bidden zult in Mijn Naam, dat zal Hij u geven!” [[Joh. 16: 23]. Ons gebed zij dat de Heere Zijn gramschap wil afwenden, de plaag wil doen ophouden en dat deze crisis voor velen tot zegen zal zijn. Om Christus’ wil.
“Hoopt op de Heer’, gij vromen! / Is Israël in nood, / er zal verlossing komen. / Zijn goedheid is zeer groot. / Hij maakt, op hun gebeden, / gans Israël eens vrij / van ongerechtigheden. /Zo doe Hij ook aan mij.” [Psalm 130].

Het bestuur van Bewaar het Pand.