Genesis 5:24a 'Henoch wandelde met God' ds J. de Bruin

Preek over Genesis 5:24A door ds. J. de Bruin, Elburg

89:7
86:6
1:1,2,4
73:12
68:2
Genesis 5:21-24
Hebreeën 11:5-6
Judas:14-15

Geliefde Gemeente,

Als ik vanavond aan iedereen persoonlijk eens zou vragen: Zou u, jij naar de hemel willen? dan denk ik dat iedereen zou zeggen: ja, natuurlijk! Wie zou dat eigenlijk níet willen?
Maar als ik daar eens een 2e vraag aan toe zou voegen en ik zou u, jij vragen: Zeg vertel mij eens…, waaróm wilt u, jij dan zo graag naar de hemel? Wat wilt u, jij daar dan gaan doen?
Wat zou u dan antwoorden?

Ik hoop niet dat u lijkt op Bileam, die waarzegger die wij tegenkomen in het boek Numeri. Die wilde wel sterven als Gods kinderen, maar hij wilde niet léven als Gods kinderen. Hij wilde wel naar de hemel, maar hier op aarde wilde hij leven zoals hij zelf wilde… Het ging hem niet om Gód!

Of…, mag u door genade lijken op Job? Van hem lees ik in Job 19 dat hij sterk verlangde naar de hemel, omdat Gód daar woonde.
Weet u wat hij zegt: Ik weet, mijn Verlosser leeft! Ik zal God aanschouwen! Ik zal Hém zien, die voor mij geen Vreemde is. Mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot. Dat had hij hier op aarde geleerd.

Zo leefde ook Henoch in Genesis 5, waarvan de Schrift ons vanavond verkondigd dat hij wandelde met God!
Laten wij eens gaan luisteren welk onderwijs in deze geschiedenis ligt opgesloten.

Het thema voor de preek is:

Henoch wandelde met God.

En dan letten wij:

1.    Wanneer hij wandelde,
want er staat dat hij wandelde nadat Methusalach geboren was.

2.    Hoe hij wandelde,
want hij wándelde met Gód.

3.    Waarheen hij wandelde,
want er staat dat God hem wegnam en hij was niet meer.

1.    Wanneer hij wandelde.

Laten wij eerst eens even kennis maken met Henoch. In de brief van de apostel Judas hebben wij gelezen dat hij de 7e was uit het geslacht van Adam.
Hij leefde dus in –wat wij noemen- de 1e wereld. Dat is de wereld zoals die er was voor de zondvloed.
Over die periode van de wereldgeschiedenis staan slechts 11 hoofdstukken in de Bijbel: Genesis 1-11. Maar vergis u niet. Wat in deze 11 hoofdstukken aan ons wordt verteld beslaat een periode van ongeveer 2000 jaar!
In die eerste wereld werden de mensen heel oud. We lezen van leeftijden van 700 tot bijna 1000 jaar. En omdat deze mensen vroeg kinderen kregen ontstond een situatie dat Adam nog leefde toen Henoch, de 7e generatie ná Adam, geboren werd en leefde.

Henoch was de zevende van Adam.
Wat wil dat eigenlijk zeggen? Hij was een nakomeling van Adam. Adam… die zo goed door God de Schepper gemaakt was…, maar… die zo diep gevallen is in de zonde.
Met als gevolg dat alle mensen die uit Adam voort zouden komen ook in zonden ontvangen en geboren worden.
Henoch ook… toen hij opgroeide wandelde hij niet met God! Toen wandelde hij in de zonden! Wel 65 jaar! In Genesis 5:22 staat dat het wandelen met God begon toen hij zijn eerste kind kreeg: Methusalem. Toen was hij 65 jaar. Al die tijd daarvoor wandelde hij niet met God.

En wie niet met God wandelt is goddeloos, dat wil zeggen: zonder God.
Die wandelt, zoals Psalm 1 zegt, in de ‘raad van de goddelozen’. Dat wil zeggen dat de gedachten en overleggingen van een mens zondig zijn.
Die staat ook op de ‘weg van de zondaren’. Dat wil zeggen dat de mens metterdaad de wet van God overtreedt.
Die zit in het ‘gestoelte van de spotters’. Dat wil zeggen dat ze ook zondigen met hun woorden.
Ja, Gemeente, een goddeloos mens doet niets anders dan zondigen met gedachten, daden en woorden! Calvijn spreekt van een trapsgewijze afwijking van de rechte weg. Wandelen met zondige overleggingen kan nog van binnen blijven. Dan is de buitenkant nog wel aardig, netjes, godsdienstig…, maar van binnen??? De Heere Jezus spreekt van wit gepleisterde graven. Van buiten lijkt het schoon, maar binnen heerst de dood.
Maar vroeg of laat komt er toch uit wat er in zit en gaat dat wandelen met zondige gedachten over in een staan op de weg van de zondaren. Dan komen de zondige daden openbaar. En wie daarin wordt overgelaten blijft eens zitten in de plaatsen waar gespot wordt met God en Zijn volk.
Dat is uw en jouw beeld van nature, Gemeente!
Ja, zó wordt een mens geboren, als een zondaar die God niet kent en niet met Hem wandelt.

Zo werd Henoch geboren in het gezin van vader Jered en zo wandelde hij 65 jaren in de zonden.
En vergis u niet… het was een zeer zondige tijd. Een tijd waarvan het volgende hoofdstuk zegt:
En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
Toen berouwde het den HEERE dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.

Want het geslacht van Kaïn nam ook toe. Een geslacht dat door de vloek van God getroffen was. Een geslacht dat van geen God wilde weten, maar eigen heer en meester was.
Voor het eerst lezen we van Lamech die twee vrouwen had. Dit ging tegen de huwelijksorde in.
Ook lezen we van ontwikkelingen op het gebied van techniek en wetenschap. Er werden wapens gemaakt. Moord en doorslag vierde hoogtij. Om een kleinigheid werd iemand al vermoord.
Veel aandacht ging uit naar de muziek. Allerlei instrumenten werden gemaakt… en gebruikt…, maar niet tot eer van de HEERE.
Ja het was een donkere tijd, een tijd waarin de massa God vergat, Die in Zijn algemene genade zoveel zegeningen aan hen gaf. Een tijd die zo veel lijkt op onze tijd. Wat gaat er toch veel tegen de huwelijksode in die de HEERE gaf in het paradijs? Hoe nemen de echtscheidingen niet toe… ook in de kerk…? Hoe worden geen andere samenlevingsvormen gezocht die haaks staan op Gods heilige wil?
Hoeveel keer lezen en horen we niet van doodslag en moord. Denk nog eens terug aan die twee broertjes Ruben en Julian uit Zeist.
En dan de muziek in de deze wereld. Hoe waren de wereldse klanken van de kermis in de afgelopen weken niet duidelijk te horen?

Ja onze tijd mag zeker vergeleken worden met de tijd waarin Henoch geboren werd en opgroeide.
En temidden van dat goddeloze geslacht van Kaïn was daar ook het geslacht van Seth. Tot dat geslacht behoorde Henoch. Een geslacht waar God werkte met Zijn genade. Een geslacht dat de Naam van de HEERE aanriep, zo lezen we in Genesis 4:26. Ongetwijfeld ging hij wel mee naar de samenkomsten om de Naam van de HEERE aan te roepen, maar… met een onbekeerd hart. Hij was een mens waarvan de HEERE gesproken heeft door de profeet Jesaja: Dit volk nadert tot Mij met zijn mond en zij eren Mij met hun lippen, doch hun hart doen ze verre van Mij.

Ziet u wel Gemeente, dat het behoren tot de kerk nog geen garantie is voor een wandelen met God? Ook niet het behoren tot een godzalig geslacht? Genade is geen erfgoed! Er zijn zoveel rijke jongelingen op het erf van Gods verbond!
Hoort u dat? Is dat ook het getuigenis wat de HEERE vanavond van u moet zeggen? Wel in de kerk, maar niet van de Kerk? Dat is ten diepste ook een wandelen naar het goeddunken van uw en jouw eigen hart! Dat is ten diepste ook een leven zonder God! Goddeloos! Godsdienstig goddeloos!
O, Bekeert u dan van deze uw goddeloze wandel! Hoor Gods welmenend Woord: Wandel voor MIJN aangezicht en zijt oprecht! Wat eist de HEERE van u –zegt de profeet Micha- dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en… ootmoedig te wandelen met God?

Het is een wonder van genade als het wandelen in de zonde veranderd wordt in het wandelen met God. Dat wonder kende Henoch in zijn leven. God greep in…
Wanneer? Toen Methusalach geboren werd. Een opmerkelijke naam…, met een sprekende betekenis…
Hij sterft wanneer het komt…
Toen Methuslach geboren werd, werd Henoch gedrongen deze naam aan hem te geven. Deze jongen zal sterven als HET komt! Wat komt er dan? Het oordeel van God over de zonden! Hoe wist Henoch dat dan? God was tot hem gekomen, lezen we in Judas:15, met de boodschap dat Hij alle goddelozen zal straffen! Dus alle mensen die niet wandelden met God! Dus ook Henoch…

En toen de HEERE zo tot hem kwam en ingreep in zijn leven, zag hij de werkelijkheid van zijn leven: een leven zonder God! Een leven in de zonde!
Zo was hij op reis naar de eeuwigheid. Eens zou hij ook moeten sterven. De dood zal komen als straf op de zonde! Niet alleen voor hem zelf, maar ook voor zijn kind. Want wie zal een reine geven uit een onreine? Niet één. De geboorte van zijn zoon bracht hem bij de dood van zijn zoon. Dit kind zal ook een keer moeten sterven. Dat is naar het oordeel van God!
O…,  en sterven in God ontmoeten. Maar dat kon hij niet!
Henoch heeft door Gods Geest geleerd om een zondaar voor God te worden. Hij heeft geleerd om oprecht zijn zonden te belijden en toe te stemmen dat God recht is in al zijn weg en werk als het oordeel komt! Ja toen moesten ook de zonden de deur uit hoor! Het is heel aannemelijk dat Henoch in die eerste 65 jaar contact heeft gehad met het geslacht van Kaïn. In Genesis 6:2 staat dat de zonen uit het geslacht van Seth contact zochten met de dochters uit het geslacht van Kaïn. En als de kerk gaat leven met de wereld, komt de wereld de kerk binnen! Maar als de Heere komt en een zondaar gaat bekeren, komt er een afkeer van de zonde! Dan moet de wereldse muziek de deur uit… de DVD’s gaan weg…, de games waarin moord en doodslag hoogtij vieren moeten weg…

Zo zal het ook Henoch vergaan zijn. Ja hij leerde toen door genade met zijn hart de Naam van de HEERE aan te roepen. Dat is de Naam van de God van het Verbond.  En de HEERE hoorde naar hem, want in Hebreeën 11:5 kunnen wij lezen dat hij het ware geloof ontvangen had, dat niet alleen anderen, maar ook aan hem de belofte van de Messias gegeven was, waardoor hij vergeving van zonden zou kunnen ontvangen. De belofte die hij zeker van zijn voorvader Adam gehoord had: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar Zaad; Datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult Het de verzenen vermorzelen.

Ja Gemeente zo begon het wandelen met God. Wij lezen in Amos 3:3, Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn? 
Het initiatief ging van God uit en niet van Henoch. God kwam tot hem… God wilde met Henoch wandelen, om Henoch te leren wandelen met God.
Dat wandelen leerde Henoch door het geloof. Onze tweede gedachte:

2.    Hoe hij wandelde.

Maar hoe kan dat eigenlijk. Als ik de Bijbel goed lees, dan lees ik dat de HEERE God zo heilig en rechtvaardig is dat Hij helemaal niet met een mens kan wandelen. De mens is toch zondig en onheilig… Hoe kan dat dan? Want buiten Christus is God een verterend Vuur bij wie niemand kan wonen en dus ook niet wandelen!
Hoe zullen twee dan samen komen en samen gaan wandelen, zoals Amos profeteerde?

Mag ik dat eens heel eenvoudig uitleggen? Een mens die wandelt in de zonden en niet met God is geestelijk dood. Hij zal door God opgewekt moeten worden tot het nieuwe geestelijke leven. Hoe doet God dat dan?
De DLR hebben dat zo mooi beschreven: En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schrift gesproken wordt, dewelke God zonder ons in ons werkt.


Paulus schrijft aan de gemeente van Efeze dat ‘wij, die zondaren waren, met Christus zijn opgewekt’.
Hoort u dat? Wandelen met God kan dus alleen plaatsvinden als een zondaar mét Christus is opgewekt.
Dat is zo’n grote gave van God, Gemeente! Daarin schittert Gods oneindige zondaarsliefde! Zo rijk is God in barmhartigheid.
Henoch leerde door het geloof de belofte van de komende Messias omhelzen. Hij geloofde dat Christus ook eens voor hem, arme zondaar, zal komen. Christus zal ook zijn schuld wegdragen als het Lam van God. Christus zal de straf voor de zonden dragen… ook voor Henoch.
En Gemeente dat gelóófde hij! Hij heeft van de Geest de gave van het geloof gekregen.

Zo was God gekomen… eerst als een rechtvaardig God, zodat Henoch leerde dat hij een zondaar was en straf verdiende vanwege zijn zonden.

Gij zijt volmaakt, Gij zijt rechtvaardig, HEER';
Uw oordeel rust op d' allerbeste wetten;
Uw loon, Uw straf beantwoordt aan Uw eer.
 
Maar… God was ook gekomen met de belofte van het Evangelie… Christus zou komen! Hij kan de staat van vijandschap wegnemen, zodat er een wandelen in de vreze des Heeren mag komen. Er kan alleen sprake zijn van een wandelen met God als er een staat van verzoening gekomen is.

Thomas Boston schijft: De mens verkeert van nature in een staat van vijandschap jegens God. Zolang dit zo blijft kan hij niet wandelen met God. Hij kan immers in zo’n staat niet aangenaam zijn voor God!
En dan wijst Boston op één van de woorden van Elifaz die hij eens sprak tot zijn vriend Job: Gewen u aan Hem en heb vrede. ‘Gewennen’ betekent ‘een vertrouwelijke omgang hebben’. Wat er dus tussen God en de mens zit, namelijk de schuld, die moet er tussen uit! Dan alleen kan er een vertrouwelijke omgang komen met God.
Daarom zal de Heilige Geest plaats gaan maken voor Christus, Die de enige Weg is om met God verzoend te worden. Eerst zal er een vertrouwelijke omgang met Christus moeten komen wil er ook een vertrouwelijke omgang met God kunnen zijn!

In de belofte heen heeft Henoch Christus –net als Abraham- van verre heeft gezien en omhelst. En wie zo door het geloof met Christus verbonden is, is aangenaam voor God, die behaagd God, want God ziet Zijn eigen werk. Geen zonden, maar Christus gerechtigheid.
Zó wandelde hij met God.

Maar dan blijft wel de vraag liggen wat dat wandelen met God eigenlijk is?
Het woord dat in het Hebreeuws gebruikt wordt betekent ook: rondwandelen, doortrekken of oversteken.
Het geeft aan hoe Henoch door het leven ging, nadat hij bekeerd was. Hij wandelde met God, 300 jaar! Met God wandelde hij rond op aarde en met God was hij op reis naar de eeuwigheid.

Gemeente, mag u, jij ook wandelen met God?
Dan is er een wonder gebeurt in uw leven. God is gekomen met Zijn indringend verzoek: Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht!
Dan is de liefde van God en tot God in uw hart uitgestort. Je wilt niets anders meer wil dan naar Zijn wil en wet te leven. Je bent eerlijk en oprecht gemaakt. Je wilt niet meer zondigen en je verstaat Jozef zo goed als hij zegt: Zou ik zondigen en zo een groot kwaad doen tegen God?
O dan haat je de zonde zo! Als het kan vlucht je erbij weg! Wie met God wandelt kent pijn in zijn hart wanneer hij merkt dat de zonden nog zo levend kunnen zijn. Dan wordt u verdrietig over uw zonden, want u deed het tegen die goede God.
Ja dat wandelen kan nooit anders dan met Christus! Hij is de Weg tot God en door Hem wandelt u met God. Dus in gemeenschap met Hem kan het! Daarom is het zo nodig voor de Kerk des Heeren om veel uit Christus bediend te worden. Dat wil zeggen dat de Heilige Geest het alles uit Christus neemt en legt in het hart en leven van Zijn Kerk. Want dit zal de Kerk gaan leren in die wandelingen met God: Uit u geen vrucht meer in der eeuwigheid. Maar uw vrucht wordt uit Mij gevonden! Dat is het geheim van het wandelen met en voor God.
En als de Kerk gaat beleven en steeds dieper gaat verstaan: Want zonder Mij kunt gij niets doen, wordt Hij al noodzakelijker en onmisbaar in het geloofsleven. Dat maakt geen lijdelijke en luie mensen hoor. Maar juist dan zal het gebedsleven vermenigvuldigen en het zoeken in Gods woord naar wijsheid en leiding.
Wandelen is ook volgen. Achter Hem aan. Ook als de weg gaat door de dalen van de schaduw van de dood. Dat valt niet mee, maar de Heere zal toch waar maken:

Hier scheen ons 't water t' overstromen;
Daar werden wij gedreigd door 't vuur;
Maar Gij deedt ons 't gevaar ontkomen,
Verkwikkend ons, ter goeder uur.

Ja, wandelen met God is ook wandelen met uw naaste. Dan heb je oog gekregen voor weduwen in de gemeente, die zoveel verdriet heeft. Voor een jongere die het zo moeilijk heeft. Voor dat echtpaar waar spanningen zijn in het huwelijk. Voor die man die z’n baan kwijt is.
Wandelen met God gebeurt niet alleen in de kerk, maar ook daar buiten. In uw gezin, op uw werk, op school… waar dan ook. Buiten de kerk is dat ook een wandelen met de naaste die niet gelooft… Spreek u ze aan? Henoch deed dat. Hij wordt een profeet genoemd. Hij waarschuwde de mensen voor het oordeel. Hij wees op de mogelijkheid van redding.

Ja, wandelen met God beheerst heel het leven. Nee, dan zit je niet in een hoekje met een boekje, maar dan sta je met beide benen in de wereld. Maar… wie met God wandelt is niet van de wereld.
Henoch had een groot gezin. Dat eist veel tijd van hem op. Daarbij was hij stamoudste en als zodanig moest hij zich bezig houden met politieke zaken en problemen. Ja hij wist ook echt wel wat het was om het druk te hebben.

O wat is het gebedsleven toch onmisbaar in zo’n leven: het wandelen met God. Als een mens werkelijk wandelen mag met God, sta je in de morgen op en zoek je allereerst het aangezicht van God. Waarom? Om Hem te danken voor de afgelopen nacht. Maar ook om vergeving te vragen voor de zonden in onwetendheid gedaan terwijl je sliep! David wist daar ook van en beleed zijn ‘verborgen zonden’. En dan kracht vragen voor de nieuwe dag! O hoe zal ik deze dag weer moeten wandelen met God? Heere bewaar me toch… Heere bedien mij uit Uw volheid… Heere geef mij veel gemeenschap door Uw Geest met Christus…
Ja en dat bidden blijft toch de hele dag? Mocht David niet zeggen: Ik verwacht U de ganse dag? Er komt zoveel op je af… Hoe zal ik staande blijven…? Hoe zal ik trouw m’n werk kunnen doen…?
Tot de avond valt… om nu niet eerder te gaan slapen voordat de Heere weer gezocht is in het gebed… Om weer de zonden te belijden en te vragen: Vergeef mij al mijn zonden die Uwe hoogheid ook deze dag weer schonden!
Ja dat is een wandelen met God. Wetend hier geen blijvende stad te hebben. Dat wist Henoch ook… geen blijvende stad, maar zag uit naar de toekomende stad. Hij verwachtte die stad, waarvan de HEERE Zelf de Kunstenaar en Bouwmeester was. En hij heeft zijn wens verkregen…

Onze laatste gedachte,

3.    Waarheen hij wandelde.

Gemeente, het is zo rijk, wat wij van Henoch lezen: Hij wandelde met God…
En dan opeens staat er bij: …en hij was niet meer want God nam hem weg!

Dat is opvallend in Genesis 5. Want eigenlijk is het een heel aangrijpend hoofdstuk. We hebben gehoord dat de mensen in de 1e wereld zeer oud werden.
Maar hoe oud al deze mensen ook mochten worden… toch klinkt in Genesis 5 een aangrijpend refrein…
‘En hij stierf…., en hij stierf…., en hij stierf….’
Waarom toch? Omdat Adam, als vertegenwoordiger van alle mensen, zich niet heeft gehouden aan Gods gebod. Van alle bomen in de hof van Eden mocht hij eten, maar van die ene boom niet. Zou hij dat wel doen dan zal hij sterven! Door de zonde, Gemeente, is de dood in de wereld gekomen!

Een dan temidden van al die overlijdensberichten staat daar als een lelie onder de doornen opeens een heel ander bericht: Henoch stierf niet…, maar God nam hem weg en hij was niet meer!
Letterlijk staat er: God nam hem in…  God nam hem mee naar binnen. Dat is in de hemel, bij God.
Nee, Henoch is niet oud geworden in vergelijking met al die anderen: 365 jaar.
Niet iedereen wordt even oud. Ook kunnen wij jong sterven.

Onze tijden zijn in Gods hand, zegt Psalm 31. Ook die van Henoch. God zei: het is genoeg, Mijn kind, Ik kom je halen.
Op een heel bijzonder wijze bracht God hem thuis. Hij zag de dood niet. Zijn ziel was als vernieuwd, maar op de dag dat God hem kwam halen, werd ook zijn lichaam in één ogenblik vernieuwd.
Hij was immers het eigendom des HEEREN geworden! Met lichaam en ziel. Dat was ook zijn enige troost in leven en sterven. Dat is die troost waar Gods kinderen in het geslacht van Seth zo naar uitzagen. De troost, die opgesloten ligt in de naam van Henochs achterkleinkind: Noach = deze zal ons troosten.

Het woord wegnemen kan ook vertaald worden met huwen. Ja zo was het voor Henoch, toen het Gods tijd was om hem in eeuwige heerlijkheid op te nemen.
Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. De eeuwige bruiloft van het Lam begon en Henoch werd geroepen tot die bruiloft. Daarheen wandelde hij… met God. Omdat God Zijn Zoon zou zenden naar deze aarde, Die de naam Immanuël zou dragen: God met ons. Aan die bruiloft was hij welkom, want hij was bekleed met het bruiloftskleed van Christus’ gerechtigheid.

Afsluiting.
Gemeente, reist u daar ook heen? Wat zal het vreselijk zijn als u eens aan zult komen in de eeuwigheid zonder bruiloftskleed! Dan zal de Bruidegom vragen: hoe zijt gij hier in gekomen, geen bruiloftskleed hebbende?
Wat zal u, jij dan kunnen zeggen? Niets, helemaal niets. Dan zult u, jij verstommen. En dan zal Christus zeggen: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
Ja zo zal het allen vergaan die niet leerde wandelen met God naar God. En dat terwijl er zoveel reden zijn om te wandelen met God, Gemeente

Het is allereerst Gods bevel. God wil het! Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht!

De HEERE is het ook zo waard om met Hem te wandelen. Is Zijn liefde, Zijn genade het niet waard? Hij Die Zijn enige Zoon gegeven heeft om verloren zondaren zalig te maken, is Hij het niet waard om voor en met Hem te wandelen?

Wie door Gods genade gebracht is op de weg naar de hemel en daar met God wandelen mag is op de goede weg. Het is wel de roeping daar op te blijven. Toch dwalen Gods kinderen nog wel eens af of twijfelen ze aan de weg. Maar de goede Herder zal Zijn afgedwaalde schapen toch weer opzoeken en hen telkens weer voorhouden: Dit is de weg, wandel in dezelfde!

Wandelen met God geeft zoveel veiligheid. Al moet een kind van God door de dalen van de  schaduw van de dood, ik zal geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij en Uw stok en Uw staf die vertroosten mij.

Wie wandelt met God is in het beste gezelschap. Hij zorgt, Hij waakt, Hij troost, Hij wijst terecht en tegen Hem mag Zijn kind alles zeggen en om alles  vragen.

Zalig de mens, die zo wandelen mag met God naar God. Die zal bewaard worden voor de zonden en zal Gods gunst en liefde ervaren. Zijn vergevend liefde om Jezus’ wil.
Wandelen met God leidt zo heen naar het eeuwig wonen bij God.

En mij, hiertoe door U bereid,
Opnemen in Uw heerlijkheid.

AMEN.