Richteren 3:31 'Samgar' ds. G.R. Procee

Leespreek over:

Richteren 3:31
Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zeshonderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israël.

ds. G.R. Procee, Middelharnis.

Liturgie:

Psalm 27: 1
Psalm 115:6
Psalm 144:1,5
Psalm 18:9,10
Psalm 60:7
Richteren  3: 31-4:3 en Richteren  5: 1-8.

In het boek Richteren wordt beschreven hoe het volk Israël steeds weer zich afkeerde van de Heere. Daarom zien wij in dit boek de noodzaak van het verlossend werk van God. Er was toen geen koning in Israël en een ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen. Dit laat ons zien dat de komst van de door God gegeven Koning noodzakelijk was. Zo zien we hier al de noodzaak voor de komst van Christus, Die de volmaakte Verlosser zou zijn en Die Zijn volk verlost van al hun zonden.
In dit boek worden 12 richteren beschreven. Dat zijn verlossers die God opgewekt heeft om het volk uit hun nood te verlossen. Dat volk kwam in nood omdat ze steeds weer van de Heere afweek. Zo zien wij in dit boek Richteren de trouw van God tegenover de ontrouw van Israël. Maar juist hier in dit boek Richteren zien wij in felle kleuren de ontrouw van Israël beschreven. Steeds zien wij dat verlossing God moet komen.

Daarbij zijn ook lijnen te trekken naar de tegenwoordige tijd. Ook in onze tijd is verlossing alleen maar te verwachten van de Heere en vooral omdat wij ook in een tijd leven waarin een ieder doet wat goed is in zijn eigen ogen. Wij worden opgeroepen om trouw te zijn aan de Heere in een tijd waarin velen de kerk verlaten en de Heere de rug toekeren.
Nu bepaalt de Schrift onze aandacht hier bij een merkwaardige man, die ook gerekend wordt tot de richters van Israël. Het gaat hier om Samgar. Kent u hem? Weten jullie, jongens en meisjes, wie Samgar was? Hij was een moedige man, die alleen 600 Filistijnen heeft gedood en dat deed hij met een ossenstok. Daarmee heeft hij Israël verlost van een aanval van de Filistijnen.
Deze Samgar leefde in de tijd na Ehud. U weet hopelijk hoe Ehud de gemene koning Eglon van de Moabieten gedood en verlossing bewerkt had voor Israël. Maar dan zegt de Schrift dat na deze verlossing er 80 jaren waren van rust. De Heere gaf Israël vrede en ze waren er helemaal aan gewend geraakt.

Maar daarna begonnen de aanvallen van de vijanden opnieuw. Dan lezen wij van Samgar. Zijn naam komt voor op twee plaatsen in de Schrift. We lezen over hem in Richteren 5:6, In de dagen van Samgar, den zoon van Anath, in de dagen van Jaël, hielden de wegen op, en die op paden wandelden, gingen kromme wegen. De dorpen hielden op in Israël, zij hielden op. En dan lezen wij ook van hem in de woorden van onze tekst, Richteren 3:31, Na hem nu was Samgar, een zoon van Anath, die sloeg de Filistijnen, zeshonderd man, met een ossenstok; alzo verloste hij ook Israël. We denken na over: De Richter Samgar. Hij was:
1.    Onbekend.
2.    Verlosser
     3. Een Man van Geloof.

1. Wat zal dat een heerlijke tijd geweest zijn, na de overwinning van Ehud. Er was 80 jaar lang vrede. Er waren geen invallen van vijanden. De oogst werd niet weggeroofd en Israël leefde in welvaart, in rust en vrede. Maar die vrede kwam aan een eind. Toen kwamen vijanden weer in het land, die de goederen van de Israëlieten wilden stelen en hun kinderen meenemen als slaven.
Waarom kwamen deze vijanden in het land? Omdat Israël weer ging afwijken van de Heere. En waarschijnlijk hebben ze dat al tijdens die 80 jaar gedaan. Ze zonken weer terug in afgoderij en de ware godsdienst werd verwaterd. Dat komt steeds weer terug in het boek van de Richteren. Eigenlijk wanneer we goed lezen, vinden we onze tijd terug in dit boek uit Gods Woord.

Hoe velen zijn er ook nu niet, die gedoopt zijn maar die in de wereld leven. Ze doen mee met de afgoderij van deze tijd, de sportverdwazing, de filmsterren, de popsterren, en het genieten in deze wereld, zo gauw wordt dat het doel van een mensenleven. En dan geen tijd meer voor de Heere. Dat is de moderne afgoderij. Als je goed om je heen kijkt leeft diezelfde houding van de Israëlieten van toen, ook nu in ons land. En het ergste van alles is, die houding leeft ook in ons hart. De zonde ligt aan de deur. Het is net als een roofdier, dat klaarligt om aan te vallen en te verscheuren.
Wanneer een volk en land de Heere verlaten, breken er moeilijke tijden aan. Zo was het ook voor Israël. De Heere kan de zonden van Zijn verbondsvolk niet voorbijgegaan. Hij kan het niet toestaan dat zij verzinkt in het heidendom en straks helemaal zal oplossen onder de heidenen. Dat mag niet gebeuren en daarom gaat de Heere Israël streng straffen. Ze komen in grote moeite en diepe ellende.
Ja, die ellende was zo groot, dat straks zal de profetes Debora erover zingen, van verdriet over hoe erg het toen was. Ze zegt dat in de dagen van Samgar de wegen ophielden. Dat wil zeggen de mensen waren bang om over normale wegen zich voort te bewegen. Als zij van het ene dorp naar het andere gingen en daarbij gebruik zouden maken van de gewone wegen en paden, konden ze zomaar overvallen worden door vijanden. Daarom gingen ze langs kromme wegen. Ze ging van de ene plaats naar de andere dwars door het land heen. Het was onveilig te reizen. Het was zelfs zo erg dat de dorpen ophielden te bestaan. Dat zegt Debora.
Mensen vluchtten naar de grote steden waar ze achter muren nog enigszins veilig waren. Wat was namelijk het geval? De Heere strafte Israël en daarvoor maakt Hij gebruik in het zuiden van de Filistijnen en in het noorden van een zeker koning Jabin, van de Kanaänieten. Het land is bezig verwoest te worden. In het Zuiden vormen de Filistijnen een vreselijke vijand. In het noorden heeft koning Jabin van de Kanaänieten een bekwaam generaal. Hij heet Sisera. Samen voeren zij een schrikbewind.

De Heere verkoopt Zijn volk in de hand van Jabin en Sisera. Dat woord verkopen, wordt hier gebruikt in hoofdstuk 4:2. Israël wordt verkocht, dat wil zeggen overgegeven aan de macht van deze vijanden. Nu breekt er een tijd van onderdrukking aan. Het is een wrede onderdrukking. De vijanden kennen geen genade. Elk jaar neemt de ellende verder toe. Geregeld waren er plunderende benden vijanden in het land. Zo roofden alles weg wat ze maar konden roven. Ze vielen boerderijen aan, doden de mensen en namen het vee mee en roofden de opbrengst van het land weg.
Het handelsverkeer ligt stil, en af en toe waagt een enkele voetganger het om de deur uit te gaan, maar dat gebeurt heel slinks en heel onopvallend. Op de duur is heel het platteland ontvolkt. Ze zoeken toevlucht in de steden waar nog muren zijn, maar ook deze steden worden belegerd. Vers 8 laat zien dat er oorlog was in de poorten van de stad. De mensen worden wanhopig en kunnen geen kant uit.
Debora beschrijft in haar lied dat de dorpen ophielden en dat ellende groot was. Maar de oorzaak daarvan ligt hierin, vers 8, dat Israël zich nieuwe goden gekozen had. Ze hadden de Heere verlaten. Vers 8 zegt ons, dat de situatie zo onmogelijk was, dat er zelfs geen wapenen meer gevonden werden in Israël. Klaarblijkelijk hadden de vijanden de wapenen weg geroofd.

Al deze ellende kwam omdat Israël de wet van God verlaten had. Zij dienden de afgoden en daarom kwamen de straffen. En dit gebeurde allemaal in de dagen van deze man Samgar. Wat zal hij geleden hebben onder de nood en de ellende die over zijn land gekomen waren. En al die ellende kwam omdat het volk de Heere had verlaten en ze gehoorzaamden Zijn wetten niet meer. Toen moest de Heere de overtreders Zijn straffende hand laten voelen. En het volk begon te kreunen en te zuchten.
Dat kwam dus door deze Kanaänieten in het noorden. Ze grijpen weer naar de macht.
Meer in het zuiden zijn er de Filistijnen. Die zijn afkomstig uit eilanden in de Middellandse Zee en hadden zich in het zuid westen van het land Kanaän gevestigd en van daaruit ondernamen zij steeds weer pogingen om hun gebied uit te breiden.

En dan in deze omstandigheden lezen we opeens de naam Samgar, een zoon van Anath. Zonder enige verdere inleiding staat hij opeens voor ons. We weten weinig van hem. Toch blijkt uit de mededeling hier in onze tekst dat hij een belangrijk persoon was. Hij was één van de richters. De tekst zegt dat hij 600 Filistijnen sloeg met een ossenstok. En verder weten wij niets van hem.

We nemen aan dat hij wel bekend was onder het volk Israël van die dagen, maar voor ons is hij onbekend. De doorsnee Bijbellezer zou het toch moeilijk vinden om precies aan te geven wie deze Samgar nu eigenlijk was. Zijn naam wordt verder nergens genoemd. Hij is eigenlijk een kleine voetnoot bij de geschiedenissen van Ehud aan de ene kant en Debora aan de andere kant. In de kerkgeschiedenis heeft hij weinig indruk gemaakt en nooit hebben mensen de behoefte gevoeld om een kerk naar hem te vernoemen, of een bepaalde dag aan hem te wijden. Nu houden wij daar toch niet van in onze Gereformeerde traditie, maar dat laat allemaal wel zien dat Samgar een onbekend mens is voor ons. Toch wordt de naam van deze man bewaard in de Heilige Schrift. Al weten wij verder weinig van die man af, het heeft de Heilige Geest behaagd om ook zijn naam op te tekenen en aan de vergetelheid te ontrukken. Door dit ene vers zal zijn naam een eeuwige gedachtenis zijn.
Voor de rest was Samgar onbekend. Misschien bent u ook een onbekend persoon? Ik denk dat dat voor ons allemaal geldt. De wereld kent ons niet en wat wij noemen de belangrijke personen in ons land, kennen ons ook niet. Dat geeft ook niet. Verreweg de meeste van Gods kinderen zijn geen belangrijke mensen geweest in de ogen van de wereld. Ze werden geboren in onbekendheid, ze hebben geleefd in onbekendheid en ze zijn gestorven in onbekendheid. Het is helemaal niet belangrijk of wij bekende personen zijn in de wereld. Wat wel belangrijk is, is dat God ons kent. Als u nu maar een bekende bent van de Heere, daar gaat het om.

En daarom vraag ik u: Bent u een bekende van God? Kent de Heere u? Ligt uw hart open voor de Heere? Kan de hemel van u getuigen dat u een geliefde van de Heere bent? Daar gaat het nu om. Dat mocht gezegd worden van Samgar, want de Heilige Geest heeft zijn naam voor ons opgetekend in Zijn Woord. Als we nu maar een bekende van de Heere zijn. En dat gebeurt door Hem persoonlijk te kennen. Dat kennen leert u in de eenzaamheid, in uw binnenkamer, door middel van het gebed. Zo wordt u bekend met de Heere en zo wordt de Heere ook met u bekend. Dat is het kennen zoals een moeder haar kind en een kind zijn moeder kent. Dit is een persoonlijk kennen. Dat is nu nodig in het leven van ons allemaal. Want het zou toch vreselijk zijn als de Heere bij Zijn wederkomst, tot u of tot mij zou zeggen: “Ik ken u niet, gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid bewerkt.” We zien dat Samgar onbekend was, maar hij was ook:

2. Een Verlosser. Want wat was er gebeurd? Op gegeven moment was Samgar gaan ploegen op zijn veld, want daarvoor gebruikte hij een span ossen, koeien. Zij werden toen vooral als last- en trekdieren gebruikt. Het was een onrustige tijd en het was ook niet zonder gevaar om op het veld alleen aan het werk te zijn. Maar Samgar deed het. Hij ploegde rustig voort, totdat hij uit het bos of over de heuvels een troep Filistijnen zag, die naar hem toe kwamen. Het waren soldaten. En het waren er geen zes, maar er waren wel 600, misschien wel veel meer.

Stel u voor het tafereel. Eén man tegenover 600 man. Al die soldaten tegenover een eenzame boer die bezig was een veld te ploegen. En dan komen die soldaten ook naar hem toe. Ze komen niet naar hem toe om de weg te vragen, maar om hem weg te vagen. Hij staat daar alleen en heeft alleen maar een ossenstok bij zich.
Een ossenstok is een lange stok en daarmee werden de ossen voor de ploeg in bedwang gehouden. Het was bijna 3 m lang en ongeveer 10 cm dik en aan het uiteinde daarvan was er een ijzeren punt vastgemaakt en aan de andere uiteinde was er een ijzeren schep bevestigd waarmee de klei van de ploeg afgeschraapt kon worden. Al was het geen oorlogswapen, toch kon zo’n stok voor veel onheil zorgen en was het een machtig wapen in handen van een sterke man.

Dan ziet Samgar deze honderden Filistijnen op hem afkomen. Ze willen een inval doen in het land van Israël. Daar staat dan Samgar. En wat doet hij? Slaat hij op de vlucht, zoals zovele van zijn landgenoten doen? Nee, hij laat de ploeg stilstaan en hij pakt zijn ossenstok en hij wacht de Filistijnen op. De Filistijnen lachen hem uit. Dat staat er niet, maar dat gebeurt wel. Ze rennen naar hem toe met hun zwaarden getrokken en hun speren in de aanvalshouding.

Een bloedig gevecht breekt uit. En Samgar slaat met zijn ossenstok in alle mogelijke richtingen. Hij blijft staan op zijn veld en hij weigert te vluchten. Filistijnen vallen om hen heen, bloedend en gedood. Steeds komen er meer schreeuwende Filistijnen op hem af, maar hij blijft staan en hij slaat en zwaait en steekt. Hij wil er alles aan doen om deze wolven, die de schaapskooi van Christus aanvallen, te verslaan.
Uiteindelijk slaat hij 600 Filistijnen dood. En hoe velen zullen er gewond zijn geweest en de rest rent in schrikt terug naar hun eigen land. De aanval van deze roversbende uit het land van de Filistijnen is gestopt. De aanval is afgeslagen en deze Filistijnen zijn zo onder de indruk, dat ze voorlopig niet meer terugkomen in het land Israël. Er werd over gesproken in het land van de Filistijnen, wat deze ene Israëliet gedaan had. Het was een smadelijke nederlaag, maar ondertussen zat de angst er heel diep in. Ze durfden niet meer het land Israël binnen te vallen.

Dit was een heerlijke overwinning en misschien niet alleen omdat er nu 600 Filistijnen gedood werden, maar dat er een invasie afgeslagen was en zo kwam er verlossing voor het volk Israël daar in het zuiden van Kanaän. De waarde van zijn overwinning had effect op heel het land. Zo was een ramp afgewend en was verlossing voor Israël bewerkt.
Wist Samgar van tevoren dat hij de overwinning zou behalen? Dat lezen we nergens en daar hoeven we niet op te rekenen dat hij dat wist. Hij wist niet wat de uitkomst zou zijn. Maar hij wist wel: ik moet hier nu staan en ik ga hier niet weg. Ik zal deze vijanden van Israël slaan.

Zo kan het ook in het leven van een kind van God zijn, dat hij of zij in bepaalde omstandigheden is waarin ook gestreden moet worden en zij ook niet te weten wat de uitkomst zal zijn. Maar wat een zegen om staande te blijven en de taak te doen die de Heere u geeft. Dat kan een taak zijn in het dagelijkse leven. Dat kan ook een worsteling zijn waar u doorheen gaat. Dat kan de strijd van het geloof zijn. En dan komen ook verschrikkelijke vijanden op uw af, de duivel en de boze geesten in de lucht, die strijd voeren tegen uw ziel en die uw ziel willen verleiden en verlokken. Dan moet weerstand aangeboden worden. We mogen maar niet meedoen en we mogen ook zeker niet slap zijn. Maar dan moeten wij ook vragen en bidden om kracht om de aanval af te slaan.

Want weerstand te bieden in de geestelijke strijd is belangrijker dan u denkt. Door weerstand te bieden aan deze Filistijnen heeft Samgar een ramp voorkomen. Wanneer wij geen weerstand bieden, dan kan het kwaad steeds erger doorwerken in ons leven. De zonde werkt verslavend, maar de zonden worden ook steeds erger en dan kan een mens gedreven worden tot vreselijke daden, door de kracht van de zonde. Daarom moet de zonde en het kwaad en de verleiding in de kiem gesmoord worden.
Dus daarom de geestelijke strijd maar niet opgeven en niet slap zijn, maar weerstand bieden. Er staat toch geschreven in Jakobus 4:7, wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden. Daarom is uw strijd tegen de zonde niet tevergeefs. U wordt opgeroepen om net als Samgar trouw te blijven op uw post. U mag elke dag opnieuw die strijd aangaan, waarin u verkeert.
Wanneer u door genade een kind van God bent geworden en wanneer de Heere Jezus u verlost heeft van een leeg leven en uw hart gevuld heeft met de liefde van Christus, dan zal deze strijd komen. Dan zal de duivel proberen om u weer onder zijn heerschappij te brengen. Elk kind van God leert te strijden en dan lijkt het altijd dat het al bij voorbaat een verloren gevecht is. Maar toch weerstand bieden.
Samgar sloeg ook niet halverwege het gevecht op de vlucht, maar hij bleef staan en wist wat hij doen moest. En hij ging door met het gevecht. Door hem heeft de Heere verlossing bewerkt voor Zijn volk Israël.

De onbekende Samgar was wel een uniek mens, want we lezen in heel het boek van de Richteren niet van een verlossing zoals deze Samgar bewerkt heeft. We lezen merkwaardige overwinningen behaald door Simson, maar deze Samgar is en blijft uniek. Hij heeft op zijn eentje het volk Israël verlost van een inval van woeste vijandelijke legers.
Zo is hij een type en een voorafschaduwing geweest van de komende Heere Jezus Christus. Trek dan maar de lijn door naar die strijdende Borg. Dan zien wij Hem genageld aan het kruis. Hij heeft geen ossenstok. Hij had geen zwaard en toch was Hij daar verwikkeld in een strijd met de duivel en al zijn demonen, die hem van het kruis wilden af jagen.

Toen was de Heere Jezus omringd door sterke stieren van Basan, zoals Psalm 22 in beeldende taal beschrijft. Toen heeft de Heere Jezus gestreden met de vorst der duisternis. En die vorst heeft Hem Zijn hiel verpletterd, maar toen heeft de Leeuw uit de stam van Juda de oude slang, de leugenaar van den beginne, gepakt en zijn kop verpletterd en daarmee had in feite de duivel zijn macht verloren. Nu was de sterke gebonden nu kon de Heere Jezus allen die door de duivel geroofd was losmaken en bevrijden.
Christus heeft een volkomen verlossing verdiend. Hij heeft niet gevlucht, toen ze hem kwamen halen uit de hof van Gethsemane. Hij kroop niet weg toen ze hem voor Caiaphas en voor Pilatus gesteld hebben. Hij heeft daar de goede belijdenis afgelegd en Hij heeft zo het eeuwige leven verdiend. Hij heeft een volkomen verlossing bewerkt voor Zijn volk.
Het was de Heere die Samgar de overwinning gaf. De Heere was met hem. Dat is het geheim van deze Samgar en dat laat ons ook zien:

3. Een Man van Geloof. Wat was het geheim van deze Samgar? Hij vreesde de Heere. Daar kwamen die onbesneden Filistijnen om hem van zijn erfdeel af te slaan, dat hij en zijn vaderen van de Heere ontvangen hadden. Samgar zou geen duimbreed wijken en de Filistijnen moesten verslagen worden. Hij zag Gods verbondstrouw in het feit, dat hij dit land ontvangen had van de Heere. Door het geloof heeft Samgar toen weerstand geboden.
Weet u hij stond alleen. Misschien sta jij ook wel eens alleen? Misschien staat u alleen? Zoek kracht in de Heere en dan sta je sterk. Gods kinderen staan vaak alleen. Samgar stond ook alleen, maar hij was een man van geloof. Heerlijk om in dat geloof te staan, en als het moet alleen te staan. Want de Heere is mijn kracht.

Hoe heeft hij deze ontzaglijke overwinning behaald? Het was niet door zijn kracht. De overwinning lag niet aan hem, het lag aan de Heere. De Heere gaf de overwinning, want ook voor Samgar gold het, dat zonder de Heere hij niets kon doen. Dat is iets wat steeds weer terugkomt in het boek van de Richteren. Simson gebruik straks een ezelskaak en Jaël gebruik straks een tentpin om de legeroverste van koning Jabin, Sisera te doden. Gideon gebruikt kruiken, fakkels en trompetten.
Straks zal nog in het Richteren boek een vrouw voor vrede zorgen door met een molensteen de hersenpan te verpletteren van een revolutionair. David gebruikt een enkel glad steentje en versloeg daarmee Goliath. Zo zien we dat de overwinning niet ligt in de veelheid ook niet in de beste bewapening, maar de Heere geeft de overwinning.

Hier zien wij een voorbeeld hoe de Heere door de kracht van de Heilige Geest mensen bekwaamt om verlossing te bewerken. Zo heeft de Heere vissers uit Galilea gebruikt om als apostelen te werken. Het maakt ook niet uit hoe zwak het wapen is. In Gods kracht vinden wonderen plaats en soms behaagt het de Heere om door de zwakste middelen volkomen verlossing te geven.
In deze geschiedenis wordt duidelijk hoe krachtig de Heere is. Want een kind van God mag niet de kracht van God vergeten en dat heeft zelfs David, de man naar Gods hart, gedaan, toen hij zei dat een van die dagen hij nog zou omkomen door de hand van Saul. Wat een zegen om op te zien tot de Heere, Die met liefde tot ons spreekt en Die op ons neer ziet vanuit de hemel. Hij maakt hen die zwak zijn, sterk in Hem. Dan kan het een zegen zijn om onze eigen zwakheid en onmacht te doorzien en dat wij zo op Gods geworpen worden en dat wij zo leren te strijden met de Heere en in Zijn kracht.
Dat zien we ook steeds in de psalmen. Denk aan Psalm 27: 1, De HEERE is mijn Licht en mijn Heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijns levens kracht, voor wie zou ik vervaard zijn? Luister maar naar de apostel Paulus in Filip. 4:13, Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.  Of wij horen hem in 2 Cor.12:10, Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus’ wil; want als ik zwak ben, dan ben ik machtig.
Daarom moet er ook in ons leven een vertrouwen zijn op de Heere. Kent u dat vertrouwen in uw leven? Dat betekent Hem geloven op Zijn Woord en dat houdt dus in, dat wij onszelf zullen vernederen voor Zijn heilig aangezicht dat wij onze zonden en verdorvenheid zullen belijden en dat wij het ook voor Hen zullen uitspreken, dat er alleen maar leven en behoud is in Hem. Daar wordt beleefd dat wij de kracht van Zijn Heilige Geest nodig hebben.

Wanneer u tot de Heere uw toevlucht neemt, dan hoeft u niet te vrezen, maar dan mag u uw weg wentelen op de Heere. Ook wanneer uw geloof aangevochten wordt en wanneer u ziet, dat u zo onwaardig bent en zondig, en dat de strijd zo groot is en u zo zwak, zodat het eigenlijk onbegonnen werk is. Ondanks al het tegenspreken en alle aanvallen van de vorst der duisternis, toch tot de Heere de toevlucht nemen en in Zijn kracht staan. Dat was het geheim van Samgar.

Dat kan ook heel concreet in de meest moeilijke situaties. Dan kan God nog volkomen uitkomst geven, zoals die twee mannen laatst, het is in onze tijd gebeurd, die een meisje wilden pakken en van de fiets sleuren er rare dingen met haar doen. Maar dat ze hebben een oudere vrouw gepakt en later vroeg de politie hen, waarom ze niet het meisje gepakt hadden. Ze vertelden dat iemand naast het meisje fietste. Maar het meisje zelf had niets gezien. Er staat toch geschreven, dat Hij Zijn engelen zal gebieden, Gods kinderen te beschermen.

Laten wij nooit vergeten dat de strijd geestelijk is en dat ook wanneer Gods kinderen gedood worden, of sterven, dat zij toch door de Heere Jezus Christus volkomen overwinning behalen. Paulus werd ook met het zwaard onthoofd. Betekent dat voor hem de ondergang? Is God hem toen ontrouw geworden? Natuurlijk niet, Paulus werd opgenomen in heerlijkheid. Want de strijd is geestelijk en in Gods kracht kunt u in die geestelijke strijd staande blijven.

Samgar heeft ook deze geestelijke strijd gestreden. Hij heeft gehandeld door het geloof en onder de aandrijving van de Heilige Geest. Die Geest is het immers, Die het geloof bewerkt. Zo heeft Samgar de overwinning behaald. Maar al Gods kinderen zullen straks meer dan overwinnaars door Hem, Die hem liefgehad heeft met een eeuwige liefde. Maar men wordt niet gekroond zonder strijd. Daarom strijdt de goede strijd des geloof. En ga ermee door, ondanks uw zwakheid en ondanks al de negatieve propaganda van de duivel die hij in uw oren fluistert en toch maar elke dag weer op zien tot die Bron van alle goed. AMEN.