Mattheüs 17:1 'En klom op de berg om te bidden' ds. A. van de Weerd

LIJDENSPREEK

Lezen: Mattheüs 16:21 – 17:2

Gemeente,

Heeft u wel eens deel genomen aan een bedevaart ? Wat is een bedevaart? Dat is als een groep aanhangers van een godsdienst naar een in hun ogen een heilige plaats gaan om te bidden. Zo gaan de moslims naar Mekka of naar hun andere heilige plaatsen. De roomsen gaan naar Rome, Fatima of Lourdes, de Hindoe’s gaan naar BENARES.
Nee, zegt u daar doen wij niet aan mee! In de protestantse godsdienst komt dat niet voor. Is dat waar? Wat is voor ons een heilige plaats? Dat is de plaats waar het Woord van God wordt bediend. Daarom kan de kerk zelfs in een sporthal een kerkdienst houden, want het Woord heiligt de plaats. Daar wil God spreken en dat is de plaats van het gebed, daar wil Hij ook aanbeden worden. Welnu, dan kunnen we eigenlijk wel zeggen dat we vanmorgen/vanmiddag ter bedevaart zijn gekomen. Gods huis is immers ook een huis des gebeds.
Laten we dat vanmorgen goed beseffen….het is immers vandaag de eerste lijdenszondag. Zeven zondagen voorafgaan aan het paasfeest, worden in het kerkelijk jaar gezien als zeven lijdenszondagen, zondagen waarop de kerk zich bezint op het lijden dat Christus als Borg en Middelaar moest ondergaan tijdens Zijn staat van de vernedering. Als Hij dat lijden biddend en smekend doet, mag dat ook voor u/jou en mij een duidelijke les zijn om zo deze lijdenstijd in te gaan. Dan mag het ook wel steeds ons gebed zijn: LEER ONS , O HEER, UW LIJDEN RECHT BETRACHTEN…..
Juist als wij op de eerste lijdenszondag luisteren naar Christus, Die op de berg klom om te bidden.
We noemen dat in ons thema:

CHRISTUS’ BEDEVAART OP DE BERG.

1. Zijn motief;
2. Zijn perspectief.


a. Zijn motief.

Het motief van Christus’bedevaart zien we duidelijk omschreven in het begin van onze tekst:
En het geschiedde omtrent acht dagen na deze woorden, dat Hij medenam Petrus en Johannes en Jacobus, en klom op de berg om te bidden.
Zo heeft de Heere het immers door Lukas laten beschrijven in Zijn Woord. Zo is het door de Heilige Geest geinspireerd: OMTRENT ACHT DAGEN NA DEZE WOORDEN. Dat is niet alleen een tijdsaanduiding, maar het wijst ons ook op het verband van onze tekst. In welke relatie staat Christus’s bedevaart? Wat gaat er aan vooraf?
Er zijn dus acht dagen tevoren woorden gesproken die voor de Heere aanleiding waren om deze bedevaart te maken.
Drie dingen komen dan heel duidelijk naar voren uit hetgeen we lazen:
1. Het was de eerste keer dat de Heere zo duidelijk en onomwonden Zijn eigen lijden en sterven heeft aangekondigd. Dat was vlak na de belijdenis van Petrus dat Hij de Christus Gods was: Gij zijt de Christus, de zoon des levenden Gods. Hij sprak: de Zoon van God moet veel lijden en verworpen worden. De Heere wist dat al heel lang. Hij wist het al van eeuwigheid. Van eeuwigheid, “in de stilte der eeuwigheid”, sprak Hij reeds: Ik zal Borg zijn, Ik kom, o Heere, om Uw wil te doen. En nu zegt Hij hier MOET. Dus achter Zijn lijden ligt een Goddelijk moeten. De Zoon des mensen MOET lijden. Zo moest het….omdat God het zo van eeuwigheid had uitgedacht. Nee, het is straks geen samenloop van omstandigheden….het is niet een uit de hand gelopen conflict….Nee, zo MOET het, het kon niet anders! Achter dat moeten ligt immers ook het feit dat door de zonde Gods eer en deugden waren gekrenkt. Daardoor zou de gemeenschap tussen een zondig volk en een heilig God voor eeuwig verbroken zijn. Maar MOETEN….betekent ook : het is NODIG. Om die gemeenschap tussen God en een zondig volk te herstellen was het nodig dat er Eën tussen ging staan om met Zijn hart Borg te worden. Eén was nodig om aan het recht van God voldoening te geven door te gehoorzamen en te betalen . Daarom sprak de twaalfjarige Jezus: wist gij niet dat ik MOET zijn in de dingen Mijns Vaders? Zo was het ook bij de doop in de Jordaan: laat af, want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. En nu dus bij de eerste lijdensaankondiging opnieuw: De Zoon des mensen MOET veel lijden. Nu dit MOETEN is dus ook naar ons toe heel duidelijk: zo groot is de zonde, zo groot is nu de breuk die wij, die u, die jij, door de zonde geslagen hebt, dat het niet anders kon dan dat door de Zoon van God veel lijden moest ondergaan. Zit daarom niet vrijblijvend en op een afstand dit lijden te herdenken, maar erken het met een schuldverslagen hart: ik deed door mijne zonden Hem al dat lijden aan.
2. Het tweede dat we moeten bedenken is dat de Heere sprak: vs.23 Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij. De Heere bedoelt daarmee dat aan het discipelschap het kruisdragen en zelfverloochening verbonden is. Als zij als Zijn discipelen Hem trouw willen blijven volgen dan moeten ze er rekening mee houden dat dat voor hen een stervend leven zal betekenen. Wat is dat een stervend leven? Maak dat eens concreet, dominee, vraagt er iemand….Dan moet je sterven aan jezelf en aan de zonde en de wereld. Dan kan je de zonde niet meer aan de hand houden, dan kan je het niet meer vinden in de wereld en het werelds vermaak, dan word je zondaar voor God en dan maak je het zelf niet meer uit. . dan moet je Zijn voetstappen drukken. We zouden vandaag zeggen: aan het discipelschap hangt een prijskaartje. Je ziet dat ook vandaag bij de lijdende kerk. Christgelovigen die ondervinden dat het vasthouden aan de belijdenis van Jezus Christus en Die gekruisigd….martelaarschap betekent ja, het kan onthoofding betekenen. We mogen de Heere wel dankbaar zijn dat dat je hier nog niet in de gevangenis brengt. Maar anderzijds er zijn misschien ook wel in de kerk die het ondervonden hebben dat de belijdenis van de ene naam onder de hemel ook nu al smaadheid met zich meebrengt. Wie echt wil leven naar Gods Woord ondervindt het dat daar al minder plaats voor is bij de fabriek waar je werkt en bij de collega’s op je werk. Dan wordt er gelachen als je bidt voor je eten, dan wordt er mee gespot als je op zondag twee keer naar de kerk gaat. Dan wordt het in het zakenleven niet gewaardeerd als je vasthoudt aan de zondagsheiliging.
3. Het derde dat onder “deze woorden” valt vinden we in vers: 24: wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil….die zal het behouden. Dus zo….in de weg van lijden en zelfverloochening, zo zal er behoudenis van leven zijn, zo zullen ze mogen delen in de heerlijkheid en gaat het van heerlijkheid tot heerlijkheid. Om Christus te gewinnen…zult u, zul jij, zal ik het leven uit eigen hand moeten verliezen. Hoevelen haken af als het offers kost om de Heere te dienen. “Daar heb ik mezelf niet voor over…” “Wie zijn leven …..en dat is ook de enige troost in leven en sterven want dan ben je niet meer van jezelf….maar het eigendom van Jezus Christus.

Na deze woorden, althans acht dagen later vindt de bedevaart van Christus plaats. Nu moeten we ook de schriftgegevens in acht nemen die ons door de evangelist Mattheus worden bekend gemaakt. Want nu komt de vraag op ons af….”hoe hebben de discipelen dit eigenlijk verwerkt?” Hoe is hun reactie geweest op die eerste lijdensaankondiging over het lijden en sterven??? We lezen dat direct daarop Petrus de Heere even apart heeft genomen… De Heere wordt Petrus bestraft. Petrus zegt; Heere dat mag u niet zeggen….dat willen we niet horen….daar zijn we het helemaal niet mee eens. Hij zegt: Heere, WEES U GENADIG…DIT , dus dat vele lijden en de dood, ZAL U GEENSZINS GESCHIEDEN.
Het blijkt dus dat Petrus en de andere discipelen er geen enkel begrip voor kunnen opbrengen.
Ja een Zaligmaker Die de heerlijkheid en de zaligheid beërft en verwerft, dat wel. O, graag, o, heerlijk. En zij als Zijn discipelen daarin ook mee mogen delen, ja, dat lokt hen. Zie je dat ook vandaag niet uitkomen? Velen willen wel graag naar de hemel en de hemelse gelukzaligheid deelachtig zijn. Hoevelen denken toch niet in te gaan in het Koninkrijk Gods enkel en alleen omdat ze dat zelf willen. En dat terwijl de Heere zo duidelijk zegt; niet een iegelijk die zegt Heere, Heere, maar die daar doet de wil van Mijn hemelse Vader.
Maar….door Lijden, ja, door veel lijden en vernederingen heen, dat Hij verworpen zal worden, Hij zal versmaad worden en gedood zal worden, nee, dat konden ze niet plaatsen. Dat zo’n weg nu ook voor hen nodig zou zijn…o, nee, dat niet, dat nooit. Ja, zo ontvangt de Heere alleen maar onbegrip.
Het blijkt dat Hij hierin helemaal alleen staat. Hij weet dat Hij veel moet lijden….en als Hij dat hardop heeft uitgesproken vindt Hij bij Zijn discipelen GEEN ENKELE STEUN.

Begrijpt u enigszins wat dat betekent voor de Heere, Die ook voluit de menselijke natuur had? Hij was toch echt mens, Hij was toch de mensen in alles gelijk geworden? Zou het je als mens je dan niet afvragen: waar doe ik het eigenlijk voor? Als je geen enkele steun en geen enkel begrip krijgt….als je eigen mensen je afvallen….Heere, zo legt een schriftverklaarder dit uit: Heere, spaar uzelf, heb medelijden met uzelf, denk aan Uzelf… want dit mag niet geschieden… Ja, dat kan wel innig lijken, wel met bewogenheid gezegd worden, maar in wezen is het een list van de satan om op deze manier Christus van deze weg te weerhouden.

Bovendien zal het voor Christus als mens ook een verzwaring geweest zijn….als Hij denkt aan al dat lijden dat Zijn menselijke kracht te boven zal gaan….Als Hem de lijdensbeker zal worden aangereikt, is het zo bitter dat Hij zal vragen: Vader, indien het mogelijk is…..Hij zal hem tot de laatste druppel moeten leegdrinken, Hem staat niet alleen bespotting te wachten, Hij zal in het gezicht gespugd worden, de zweepslagen met haakjes zullen op Zijn rug neerkomen. Hij zal verlaten worden door Zijn discipelen, Hij zal verloochend worden door Judas, een kroon met doornen staat Hem te wachten, God Zijn Vader zal Zijn aangezicht van Hem afwenden in een drie uur durende duisternis….Ja, de Zoon des mensen zal veel lijden moeten ondergaan en de discipelen, Zijn volgelingen voor wie Hij het doet, zijn alleen maar vol onbegrip.

Voelt u iets aan wat de Heere dan drijft om de berg op te gaan om te bidden?
Om bij God de kracht te zoeken om die weg te gaan, om kracht en sterkte door de gemeenschap met God Zijn Vader te zoeken. Naar Zijn menshied zou Hij bezwijken onder zulk zwaar lijden, maar nu mag Hij de Vader vragen om door Zijn Goddelijke natuur ondersteund te worden, vanonder die eeuwige armen, Dan zal Hij niet bezwijken , dan zal Hij het leven kunnen afleggen en weer opnemen.

Maar…..ook als Hij denkt aan Zijn discipelen heeft Hij ook een duidelijk motief om te bidden. Zij zijn immers zo onkundig en dwaas, ja, als Petrus die goede belijdenis aflegt, dan is het niet dat hij dat door vlees en bloed deed, maar omdat de Heere hem dat te kennen had gegeven door Zijn Heilige Geest. Die belijdenis was vrucht van de Heilige Geest. Maar….diezelfde Petrus bedenkt nu nog zo de dingen die des mensen zijn en dan, o, wat zal er dan van Petrus overblijven als op de zeef van de satan terecht zal komen, want die zal hem proberen te ziften als de tarwe. De Heere ziet het als Zijn heilige plicht om voor hem te bidden, zodat Hij tot Petrus kon zeggen: maar Ik heb voor u gebeden.

En zo, gemeente, ging de Heere niet alleen met Zijn eigen nood maar ook met de nood van Zijn discipelen de berg beklimmen. Naar alle waarschijnlijkheid zal dat de berg Thabor zijn geweest. Ik weet dat het vaak bestreden is en wordt, maar net zo vaak ook verdedigd! Het zal voor ons niet nodig zijn geweest anders had de Heere het wel vermeld.

Hij neemt Petrus, Johannes en Jacobus met Zich mee. Waarom niet alle discipelen? Daar zal de Heere Zijn wijze bedoelingen mee gehad hebben…Hij is de Middelaar van het Nieuwe Testament….en denken we dan ook niet en zien we ook niet een paralleI met Mozes, de Middelaar van het Oude Testament, die ook met Aäron, Nadab en Abihu de berg Sinai beklom? ieder geval nu deze drie. Wat een voorrecht voor hen! Wat een voorrecht als de Heere met een zondaar gemeenschap wil hebben…hen nam Hij mee op die bedevaart. Opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord zal bestaan. O, nee, ze waren niet hoger en beter dan de andere discipelen. Ook zij waren in zichzelf doemwaardige zondaren. Maar zij mogen als de apostel der hoop, (Petrus), de apostel der liefde (Johannes) en de apostel des geloofs de bruidskerk vertegenwoordigen. Hij neemt ze mee naar de berg der verheerlijking. Dat is ondanks het feit dat ze niets verstonden van de nood en dood die Christus te wachten stond.

Bent u, ben jij een levend lidmaat van de bruidskerk? Dan ben je getrokken uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht. Hoe weet ik dat? Hoe kun je dat weten? Dan is het gebed in je hart: Heere, trek mij en ik zal u nalopen. Volgen naar de berg der verheerlijking. Nu we achter de heilsfeiten van Goede Vrijdag, Pasen, hemelvaart en Pinksteren staan…..ligt in de woorden van onze tekst al een heerlijke en troostvolle boodschap. Hier worden immers de woorden van Christus al zo rijk van betekenis: over het achter Hem aankomen en Hem volgen. Volgen in het klimmen op de berg. Volgen naar de verheerlijking.

Het uur van Christus’wederkomst nadert. Hoort u Zijn voetstappen niet in de tekenen der tijden: oorlogen…..geruchten van oorlogen… Bent u bereid om Hem te ontmoeten? Bid u om Zijn wederkomst? Onderzoek je maar nauw….opdat je niet bedrogen uitkomt en zoekt in te gaan, maar niet kunt. Want wie buiten Jezus , wie zonder Hem zoekt op te klimmen en in te gaan, zal zeker bedrogen uitkomen. Want wie van elders inklimt is een dief en moordenaar. Maar…wie Hij meevoert op de heilige berg, wie Hij meedraagt op Zijn hogepriesterlijk hart zal ingaan. Voor hem of haar zal het Vaderhuis opengaan. Want hun plaats is bereid.


Ons tweede punt: Zijn Perspectief.
En als Hij bad werd de gedaante Zijns aangezichts veranderd. Want dat is het wonderlijke, ja, het bijna onbeschrijflijke, wat ons menselijk begrip te boven gaat: de gedaante Zijns aangezichts werd veranderd. Dat kreeg een heel ander aanzicht. Wanneer we Mattheus 17 en Marcus 9 erbij betrekken dan ontstaat er dit beeld: een blinkende gedaante, niet alleen Zijn aangezicht maar heel Zijn lichaam straalt licht uit. En dat heeft zijn uitwerking op Zijn kleren, die wit zijn als sneeuw en blinkend zijn als het licht der zon. Ja, het is één en al hemelse heerlijkheid, het is ontzaglijk indrukwekkend.
Dit is het eerste antwoord op het gebed tot God Zijn Vader om hulp en ondersteuning. Direct komt vanaf de troon in de hemel van God de Vader dit heerlijk antwoord. Dit antwoord geeft allereerst voor Christus een heerlijk perspectief. Zo toont God de Vader welk een nauwe relatie en gemeenschap er is tussen de Vader en de Zoon. Welk een betrokkenheid en verbondenheid bij de weg die Zijn Zoon moet gaan als Borg en Middelaar. Met eerbied gesproken kijkt de Vader niet op een afstand wat Zijn Zoon zal doen?
Nee, de verlossing van Zijn Kerk in de weg van verzoening door voldoening ligt Hem zo na aan het hart dat Hij Zijn Zoon in de volle glans en majesteit stelt.

Hij Die tevoren nog in dienstknechtsgestalte verkeerde en zoals Jesaja sprak: geen gedaante noch heerlijkheid had, staat nu daar op die berg, waarschijnlijk midden in de nacht in de duisternis daar in het volle licht. Daar is volop zonneschijn. Zo antwoordt God, daarom konden we zingen: wat glas, wat majesteit, hebt Gij die Vorst bereid, …terwijl Hij nog bidt. Zo sterkt God Hem al moet Hij nog overgeleverd worden aan de vijanden, al moet Hij nog veel lijden ondergaan, al moet Hij verworpen worden en verlaten en verdrukt worden ja, gedood worden….Hij krijgt dit perspectief: De Vader is met Mij, Hij denkt aan Mij, Hij heeft Mij lief, Hij sterkt mij met deze verheerlijking.

Zo mocht Christus moed vatten, zo heeft Hij kracht gekregen om het kruis te dragen de schande te verachten. Daarom kon Petrus in de tweede Petrusbrief zeggen: we zijn aanschouwers geweest van Zijn heerlijkheid, we hebben met eigen ogen mogen zien hoe de gedaante Zijns aangezichts daar veranderd werd. We hebben er bij gestaan hoe Hij in die duisternis in hemels licht en glas werd gesteld. Wij zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd, we zijn niet onder hypnose of narcose geweest, we hebben het niet in droomtoestand meegemaakt, nee, we hebben het met eigen ogen gezien en we hebben het met eigen oren gehoord…In het Mattheusevangelie staat zelfs een woord waarin ons woord metamorfose zit. Dus…hoe Hij door God Zijn Vader een metamorfose onderging.
Johannes schrijft toch ook: wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als des eniggeboren van de Vader, vol van genade en waarheid.

Maar kreeg u, kreeg jij al oog en kennis van je eigen metamorfose. Wat bedoelt u, dominee? Nou, wij zijn toch goed uit de handen van God onze Schepper en Formeerder voortgekomen? Maar wij hebben ons uit het paradijs gezondigd, omdat we geen lust hadden in de kennis van Zijn wegen. Omdat wij de leugen stelden boven de waarheid van God. In Mattheus 17 staat: Hij werd voor hen veranderd van gedaante. Dat is niet alleen voor hun aangezicht….maar ook omwille van hen.

Hij ging op de berg om te bidden, voor Zichzelf, ja, maar ook voor de discipelen. Ook voor hen zocht Hij Gods aangezicht. Zo was Hij toen een Voorbidder. Maar als Hij van de Thabor naar het Vaderhuis, naar de hemelse heerlijkheid was gegaan….dan was het voor eeuwig onmogelijk geweest om zalig te worden!….Maar….Hij is van de berg weer afgedaald…Hij is gesterkt geworden om ook de laatste trappen van de staat der vernedering af te dalen als Borg en Middelaar te gaan. Om…..gekruisigd te worden, te sterven en neder te dalen in de hel. Maar nadat Hij alles had volbracht en de dood had overwonnen mocht Hij in de staat der verhoging ten hemel varen en de plaats der eer innemen aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Waar Hij nu leeft om voor Zijn volk te bidden. Om dat bidden voort te zetten… om ook nu nog steeds, maar nu als de Verheerlijkte te bidden bij de Vader.…want Hij is geen Hogepriester Die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Hij is in alles gelijk als wij verzocht geweest. Maar Hij zonder zonde, als Borg en Middelaar.

Geeft dat geen heerlijk perspectief in 2015 voor Zijn volk en kinderen? Hij weet hoe zwak van moed wij zijn en hoe klein van krachten. Hij weet hoe ook vandaag de satan rond gaat als een briesende leeuw…..maar ook als een engel des lichts.. Is dat geen troost die het ook moet toestemmen dat het zo waar is wat de Heere zei: gij bedenkt de dingen die des mensen zijn….en niet wat Gods is.
Want het bedenken des vlezes is vijandschap tegen God. Heeft u die vijandschap in uw eigen hart ontdekt? Kwam u er achter hoe er zoveel ongeloof en vijandschap is tegen de Heere. Hij weet ook van de onbekeerlijkheid van uw en jouw hart….Hij weet: wij zijn toch zwak en satans sterkte is groot, dus zijn w’elk ogenblik in nood. Hij weet ook dat er niets terecht komt van al die goede voornemens als was er een oprechte belijdenis: als was er een eerlijke keuze…
Hij weet ook dat Zijn volk te maken heeft met een driehoofdige vijand: de duivel, de wereld en ons eigen vlees. Hij weet ook hoe wij in die geestelijke strijd altijd onderliggen omdat we in eigen kracht geen weerstand kunnen bieden…..dat we Hem dan zullen verloochenen en Hem de rug toekeren.

En omdat Hij dat weet….daarom is Hij altijd in gebed. Hij Israels wachter sluimert niet. Hij zoekt altijd het aangezicht van God Zijn Vader opdat hun geloof niet zal ophouden. Welk een heerlijk perspectief……komt zo uit Christus bedevaart en verheerlijking op de berg.

Gemeente, wanneer en voor wie is dit een troostrijk perspectief? Dat is als je geestelijk en bevindelijk leert verstaan dat er in ons niets is en dat wij niets kunnen voortbrengen dat Gode aangenaam is. Als je merkt dat al het onze met zonde is bevlekt en bedekt. Als alles je aanklaagt en je moet erkennen: tegen u, o Heere heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad in Uw ogen is. Ja, maar ik heb toch gebeden….ja, we mogen zeker bidden, daar roept de Heere ook toe op…dat is ook de weg die de Heere ons wijst….Bidt zonder ophouden, volhard in het gebed., bidt en u zult ontvangen. We horen ook die aansporing: laat ons met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade….

Maar…ziende op jezelf ga je ontdekken: dat ook je gebed nog zo onvolmaakt is…je bent nog zo vaak biddeloos. Je weet niet één Gode verheerlijkende gedachte voort te brengen. Wat kun je je dan nog ongelukkig en ellendig voelen. Ja, werkelijk ik ben onbekwaam tot enig goed…
Toch….wat een perspectief gaat er uit van Christus’ bedevaart….want Hij is als die grote Hogepriester, Die niet alleen bidt….en leeft om voor Zijn volk te bidden….maar Hij heeft Zelf het offer gebracht….Hij wilde Zelf vernederd en verdrukt worden om voor Zijn volk te betalen, alle gehoorzaamheid te volbrengen…de lijdensbeker tot de laatste druppel te drinken. Daarom is er in dat offer, alleen verzoening en redding en betaling. Zijn bloed reinigt van alle zonde. En daarom kan Hij niet alleen bidden voor een schuldig volk, maar ook pleiten op Zijn volbracht werk. Ik heb voor deze betaald, Ik ben voor deze de dood ingegaan…Ik heb Mijn leven gesteld voor de schapen…..Want wie in Hem gelooft zal leven….Zijn verheerlijking is begonnen op Pasen. Ik ben de opstanding en het Leven en wie in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven.

Arm daarom juist die mens, die zichzelf nog kan redden en op de been kan houden met zijn goede bedoelingen zijn goede werken en zijn gebeden….…arm de mens, die niet wil weten dat hij is arm, ellendig jammerlijk. blind en naakt. Ja zelfs met de mond Hem prijzen, terwijl hun hart zich verre van Hem houdt…..De heerlijkheid die Christus op de berg ontving van Zijn Vader tijdens die bedevaart, zal Hij straks op de dag van Zijn wederkomst opnieuw vertonen. Want Hij zal komen op de wolken in grote heerlijkheid en glans, en dan zal aller oog Hem zien, alle knie zal zich voor Hem buigen en alle tong zal belijden dat Hij de Christus is.

Velen zullen zeggen: Heere, wij hebben toch in Uw naam geprofeteerd…en toch zal de Heere moeten zeggen: gij hebt niet gewild dat Ik koning over u zou zijn. Je wilde niet buigen en je bekeren, je wilde niet capituleren voor Mij, je had jezelf er niet voor over. Gaat weg van Mij. Zonder waar geloof is het immers onmogelijk Gode te behagen. Zonder wedergeboorte en waarachtige bekering zul je het Koninkrijk Gods niet zien, laat staan : ingaan.

Nu roept de Heere nog…nu op deze eerste lijdenszondag wijst Hij ons nog op die weg van zelfverloochening en bekering tot Hem….zo gij Zijn stem dan heden hoort…verhardt u niet…Ja, maar het is zo moeilijk….Het is onmogelijk. Maar dat is nu juist de rijkdom van het Evangelie: wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij God. Christus zegt: leert het van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart…Zijn bedevaart en het motief van Zijn gang naar de berg brengt nu dit heerlijk perspectief: Hoort en uw ziel zal leven. Amen.