Johannes 15:4a 'Blijft in Mij en Ik in u' ds. P. Roos

Preek over Johannes 15:4a door ds. P. Roos

Ps. 72:8,9

Wet des Heeren

Tien Geboden: 1,9

Schriftlezing: Johannes 15:1-17

Gebed

Ps. 80:6,8,11

Preek

Ps.  1:2,3

Dankgebed

Ps. 36:3

Tekst: Blijft in Mij en Ik in u! (Johannes 15:4a)

Ik ben de Wijnstok en gij zijt de ranken!

Ik ben…. Gij zijt.

Deze paar woorden zijn van het grootste belang. Ze geven twee dingen aan: Godskennis en zelfkennis.

Wie is Christus? Wie zijn wij? De verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees. Dat is het geheim van de persoon van Jezus. Niemand kan ooit bevatten wie Hij is. Daar hebben we de Heilige Geest voor nodig. Hij zal Hem verheerlijken. Wie kan er beter zeggen wie Hij is dan Hij Zelf? De Heere gebruikt een bekend beeld om aan te geven wie Hij is. De Wijnstok. Ik ben de ware Wijnstok. In het verlengde daarvan: Mijn Vader is de Landman. Deze kennis hebben we nodig. Hert eeuwige leven is immers dat wij Hem zo kennen zoals Hij is, de Drie-enige God.

Maar dat geeft vanzelf het andere, namelijk zelfkennis. Calvijn verbindt in het begin van zijn Institutie deze tweevoudige kennis met elkaar. Gij zijt, u bent.

Wie bent u?

Boven de heidense tempel van Delphi stond de spreuk: Ken uzelf. Wat zou het een zegen zijn als we ook onszelf goed, door en door, zouden kennen. Zelfkennis blijft onvolmaakt  en onaf. Wie kent de echte waarheid over zichzelf, over zijn motieven en drijfveren? Arglistig is het hart, ja dodelijk is het, wie zal het kennen? Alleen de Heere doorgrondt het. Hebt u er behoefte aan, zoals die dichter, die bad: Doorgrond mij en ken mijn hart en zie of er een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.

Godskennis en zelfkennis. Het een kan niet zonder het ander. Ik ben, en van daaruit: gij zijt, jij bent. In Zijn licht zien we het licht.

Onze tekst spreekt daarover; onder het thema

VRUCHTDRAGEN

We letten met  Gods hulp op:

1. de ranken

2. de Wijnstok

3. de Landman

1. de ranken

Uw leven draagt een verheven doel. Zoals een rank geschapen is voor de vrucht, zo verwacht de Schepper dat uw leven vruchten voor Hem voortbrengt. Zo heeft de Heere ons geschapen, met dat doel. Maar door de zondeval hebben we dit doel volkomen gemist.

Ik denk aan de gelijkenis die Jesaja gebruikt in zijn vijfde hoofdstuk. Daar lezen we het volgende: “Nu zal ik mijn Beminde een lied mijns Liefsten zingen van Zijn wijngaard; Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel.

En Hij heeft dien omtuind, en van stenen gezuiverd, en Hij heeft hem beplant met edele wijnstokken; en Hij heeft in deszelfs midden een toren gebouwd, en ook een wijnbak daarin uitgehouwen; en Hij heeft verwacht, dat hij goede druiven zou voortbrengen, maar hij heeft stinkende druiven voortgebracht”.

Met deze wijngaard wordt het volk Israël bedoeld (Jes.5:7). Die wijngaard van Israël werd een grote mislukking. Er is helemaal niets van terecht gekomen. Mozes zei het ook al eerder: “ Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere beziën” (Deut.32:32).

Zo was het niet alleen met het volk uit die dagen. Ook in de dagen van de Heere Jezus was er nog niets veranderd. Ook wij voldoen op geen enkele manier aan de verwachting van de Heere. De wijngaard van Israël was een toonbeeld van de liefde van God. Hij had alle noodzakelijke voorwaarden om vruchten voort te brengen, gegeven. De bodemgesteldheid was goed, de vossen konden er niet bij komen, want Hij had een muur om de wijngaard gebouwd. Dan zou men vruchten kunnen verwachten. Maar ze bleven uit. Stinkende druiven.

Heel teleurstellend. Ook wij mogen spreken van grote gaven die de Heere ons heeft gegeven. Wij hebben Zijn Woord en zovele beloften ontvangen, wij zijn gedoopt en zijn omringd door heel veel buitengewone gaven; u bent opgevoed bij het Woord van God en u hebt vele voorbeelden om u heen van hen die de Heere vrezen. We hebben onze Bijbels, onze kerken, we hebben geen gebrek aan allerlei zegeningen. Maar de opbrengsten van ons leven stellen ernstig teleur. Er is heel veel in geïnvesteerd, maar er is niets uitgekomen.

We zouden kunnen denken dat het volk Israël wel een heel slecht voorbeeld is van het dienen van de Heere. Staan wij er niet beter op? Wij leven nu toch in het Nieuwe testament? Wij weten toch van de Heere Jezus en Zijn genade? Dat is zeker wel waar, maar de Heere Jezus zegt hier zelfs tegen Zijn discipelen: “Zonder Mij kunt gij niets doen!” Zodoende geldt dat ook van u en van mij.

Wij zijn radicaal onvruchtbaar. Onze wijngaard is een woestijn. Dat is erg. Het is voor de Heere een grote teleurstelling geworden; we hebben niets anders gedaan dan Zijn verwachtingen beschaamd.

Wat vind u daar zelf van? Hoe denkt u over uw leven? U stelt toch ook bepaalde doelen in uw leven?  Misschien hebt u veel bereikt en is uw zaak gegroeid en bent u tevreden over de resultaten van uw kinderen. Uw huwelijk is nog steeds gelukkig en uw gezondheid is nog goed. U kunt misschien in menselijk opzicht tevreden zijn over de opbrengsten van uw leven.

Hoe het zij, veel of weinig bereikt, u zult het met me eens zijn, dat we er niet zijn voor onszelf. We zijn er voor de Heere. Hierin is Mijn Vader verheerlijkt dat gij veel vrucht draagt. Hoe is het daar nu mee? Als er iets goeds in ons leven is, dan is dat slechts uit genade. Het is niet van onszelf. Maar de Heere houdt u wel de spiegel voor, Hij confronteert u met Zijn verwachting van uw leven en dan zult u toch moeten erkennen dat er veel slechts vruchten zijn, ondanks de investeringen die de Heere gedaan heeft. Denkt u maar aan de bekende gelijkenis van de vijgenboom. Deze stond in een wijngaard, maar hij stond daar onvruchtbaar. Alleen omdat de hovenier voor hem pleitte, mocht hij nog blijven staan. Het is een wonder dat de Heere ons nog heeft laten staan; we zijn nog niet omgehakt.

Maar hoe moet het dan? Hoe kunnen deze ranken ooit aan Gods verwachting beantwoorden? Hoe kan mijn leven ooit vruchtbaar worden in Gods oog? Gelukkig is er een uitweg, als we spreken over een verrassende wending.

2. de Wijnstok

In dit hoofdstuk spreekt de Heere toch van vrucht. Ook na de vele teleurstellingen met Israël. We zouden zeggen: het is over en uit. Geen nieuwe kosten maken, die toch weer geen opbrengst geven. De vijgenboom echter mocht toch nog blijven staan. Er zou nog meer aandacht aan hem besteed worden. Het uiterste zou gedaan worden om leven in de dood voort te brengen. Dat heeft de Heere ook echt gedaan, toen Hij Zijn zoon ons gaf om toch vruchten voort te brengen. Hij daalde neer naar de aarde en door Hem is er nu de hoogste zorg besteed aan de wijngaard van Israël en ook aan die van u en mij.

Daarover spreekt deze tekst. Hoort u maar: Ik ben de Wijnstok en Gij zijt de ranken (vers 5). U hoort hier toch een groot verschil met de wijngaard van Jesaja 5. Daar was Israël zelf de wijnstok of de wijngaard, en hier is er nu iets veranderd. Hier zegt de Heere het nu heel anders: Hij Zèlf is de wijnstok. U bent de rank. U hebt geen zelfstandige wortels meer, u hebt zelf geen enkele mogelijkheid meer om vruchten uit uzelf voort te brengen. De Heere rekent er zelfs helemaal niet op. Zonder Mij kunt ge niets doen. De rank kàn geen vruchten voortbrengen vanuit zichzelf, als ze niet in de Wijnstok blijft. Dat is er nu veranderd. In Jesaja’s dagen moest Israël vanuit eigen wortels vruchten voortbrengen; hier liggen de wortels in Christus. Ze zijn Hem ingeplant. Dat schept nieuwe mogelijkheden.

Er is dus  een nieuwe situatie opgetreden. De ranken zijn geënt op een betere wortel. Nu geeft de Heere in Zijn Zoon Jezus Christus een nieuwe mogelijkheid om vruchten te dragen. Onthoud het dus goed dat de Heere zegt: Ik ben de ware Wijnstok. U en jij zijn slechts ranken. Hij zegt dat met nadruk, want er staat: Ik ben de Wijnstok, de echte!  Als zelfstandige wijnstok ben je helemaal afgekeurd, maar er is toch hoop voor je. Ik ben de ware Wijnstok en u en jij, gij zijt de ranken. Geen vrucht vanuit de eigen wortel; wel vruchten van de Wijnstok Christus.

Is dat ook met mij zo, vraagt u misschien?

Natuurlijk geloven we wel dat het geldt van al diegenen die echt geloven in Christus en die een ander leven hebben leren kennen. Het is zeker zo met Gods levendgemaakte volk en met allen die uit de duisternis getrokken zijn tot het licht van Gods genade.

Toch geldt dit woord iedere bondeling, ook u. Gij zijt de ranken; dat zegt de Heere ook tot u en tot jou. Heel de gemeente bestaat uit ranken in Christus. Is dan heel de gemeente reeds behouden? Dat zal ongetwijfeld niet het geval zijn. Gods Woord zegt immers zelf dat het niet alles Israël is dat Israël genoemd wordt. Als u de brieven aan de zeven gemeenten leest, blijkt daar wel uit dat velen het ware geloof in Christus misten. Dat gold ook van het volk Israël, maar het is ook met velen van ons zo. Van de tien maagden zijn er maar liefste vijf dwaas. Van de tien melaatsen kwam er maar één terug.

Hoe kan dan gezegd worden dat we in Christus zijn?

Dat is een belangrijke vraag. Volgens dit gedeelte zijn er twee soorten ranken in de Wijnstok Christus. Lees maar vers 2, waar wordt gezegd dat er ranken zijn die, hoewel ze in Christus zijn, toch geen vruchten voortbrengen. Vers 6 zegt het ook nog eens duidelijk: Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen en is verdord; en men vergadert ze en werpt ze in het vuur. Dat kan dus gebeuren met iemand die als rank in Christus was geplant.

Het gaat hier dan om hen die wel een zekere band met Christus hebben, maar het is geen levende geloofsband. Het zijn kerkelijke en uiterlijke bindingen; we horen wel bij de kerk, we zijn gedoopt, we zitten onder de prediking, we deden wellicht ook belijdenis van ons geloof, en toch: geen vrucht, hoewel in Christus. Paulus zegt van het volk Israël dat ze allen onder de wolk waren en gedronken hebben uit de steenrots welke was Christus, maar ze zijn nooit in Kanaän aangekomen. Vanwege hun ongeloof.

Dat kan dus ook nog? Een rank op zichzelf, zo hoorden we, kan geen vruchten voortbrengen. Maar ook zelfs een rank, die bepaalde invloeden uit Christus heeft ontvangen, kan desondanks nog weer in de kwaal der  onvruchtbaarheid verkeren? Dat kan wel, volgens het woord van de Heere Jezus. De discipelen waren rein om Zijn Woord, maar dat kan niet van iedereen gezegd worden.

Is dat niet ontmoedigend? Hoe moet het dan ooit goed komen, als ook dit middel ons niet helpt? Wie kan dan zalig worden? Dat vroegen de eigen discipelen van de Heere Jezus.

Maar ze kregen een antwoord. Wij ook, als we die vraag stellen. U kunt desondanks toch behouden worden. U mag er veel waarde aan hechten dat de Heere zegt dat u een rank in de Wijnstok bent. Het feit op zich helpt u niet, maar het mag wel de basis zijn van een betere hoop. Dan mag ik u de rijkdom van deze Wijnstok voorstellen. Kom met uw onvruchtbare leven tot Hem en zie hoe vruchtbaar Christus is.

Het beeld van de wijnstok kan dat verduidelijken. Misschien hebt u wel een druif in uw tuin staan of u hebt er ooit een gehad. Ik heb er zelf vaak met bewondering bij gestaan. Op zich is zo’n wijnstok schijnbaar een onooglijk geheel. Het hout is absoluut onbruikbaar. Er valt niets mee te beginnen. Het is knoestig en schijnbaar zelfs bijna dood. Maar juist dat schijnbaar nutteloze hout zit in het goede seizoen boordevol vruchtensappen. Het is één groot kanaal waardoor de stromen vanuit de wortel in de ranken terechtkomen. Als u de stam wilt snoeien, kan dat alleen in de winter, als de sapstroom stil ligt. Is deze stroom echter op gang gekomen, dan moet u er niet meer aankomen. Als u toch de druivenboom zou willen snoeien, dan stroomt uit de wond een overvloed van sappen. U kunt er wel een emmer onder zetten. Zo’n buitengewone stuwkracht is er in een wijnstok.

Zo is het nu gesteld met Christus en Zijn kerk. Ze zijn in Hem geplant en geënt en dat betekent dus dat ze ongekende stromen van zegen en genade uit Hem ontvangen. Die stromen zijn er ook voor u. Het is niet zo dat de ranken die sappen omhoog trekken, we moeten veel meer aannemen dat de Wijnstok de sapstroom omhoog stuwt. Het gaat allemaal van Hem alleen uit. Wat is de natuur een wonder. Maar zo is het nu ook met Christus. Alles stroomt uit Hem. Hij is dat levende water. Tegen die vrouw zei de Heere: Indien ge de gave Gods kende en Wie Hij is die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zou u van Hem hebben begeerd en Hij zou u levend water te drinken gegeven hebben (Joh.4:10). Dat alles geldt nu in een volmaakte zin van Christus. Alles wat de ranken nodig hebben, kunnen ze putten uit Hem. Er is in Hem een overvloed van levenssappen. Bij  U, Heere, is de levensbron! Nu kan het zo worden dat stromen van levend water ook uit hun binnenste vloeien.

Dat is nu het grote verschil met Jesaja 5. Daar moest Israël àlles zelf doen. Daar was geen Christus. Dan is er niets anders dan de eis der wet. De wet vraagt van ons allen een volmaakte gehoorzaamheid, uit eigen kracht. Maar dat is hier achterhaald, die hoop heeft de Heere als het ware laten varen. Nu heeft Hij een andere weg, de weg van het evangelie geopend en nu stroomt de genade ruim en heerlijk een dorre gemeente binnen. Die stroom komt ook tot jou en tot u. De Heere heeft het belooft: ik zal water gieten op de dorstigen en stromen op het droge (Jes.44:3). Deze rivier van God is vol water. Het loopt uit op die rivier van het water des levens, klaar als kristal.

Ik ben de Wijnstok en gij de ranken!

Laat dat dan zo staan. Denk niet dat u de wijnstok kunt zijn en dat u op eigen kracht er ook wel komen kunt. Om dat nu te kunnen bereiken, zegt de Heere: Blijft in Mij. Christus geeft in deze enkele woorden de bron aan, Hij spreekt over de wortels, Hij wijst op Zichzelf, Hij wijst u juist van uzelf af! Als er medicijnen op het nachtkastje liggen voor een patiënt in het ziekenhuis, is het toch vanzelfsprekend dat de dokter zegt: Blijft u die medicijnen maar innemen; maar dat moet u dan wel doen.

De weg naar de vruchten loopt via Christus. De vruchten komen vanzelf bij wie Hem kent en uit Hem leven mag.

In Christus, in de Wijnstok blijven, wat betekent dat precies? Er staat niet: Ent uzelf nu in Christus in. Neem nu geheel op eigen kracht de wijk tot Hem. Dat zou ook nooit kunnen. Maar u bent ermee gezegend dat u door God in verbinding met het evangelie van Christus bent gebracht. U staat in Christus, niet zaligmakend, maar wel vanuit de zegeningen van het genadeverbond. In dat verbond zijn nu twee delen begrepen: namelijk dat we deze enige God aanhangen, betrouwen  en liefhebben. De Heere heeft alle kanalen aangelegd. Nu gaat het om het ware geloof in Christus. Het geloof heeft Hem nodig, omdat het zelf niets kan. Het geloof neemt tot Hem de toevlucht, al is het tot de zoom van Zijn klederen. Het geloof mag daardoor alles van Hem verwachten en in die weg werkt de Heere Zelf de vruchten.

Nu heb ik in het begin gezegd dat we het misschien makkelijker hadden gevonden als er gestaan had: ik blijf in u en u blijft dan in Mij. Maar dat staat er niet. Blijf in Mij, staat er.

Maar toch, dat staat er niet alleen. Er staat achter en dat is niet zonder reden: en Ik in u. Dat betekent dat Christus werkzaam blijft om u te redden en tot vruchtbaarheid te brengen. Ik in u! Deze belofte maakt het nog des te meer mogelijk om in Hem te blijven. Zo moeten we het zien: het tweede deel van de tekst komt met de belofte, om aan de vraag van het eerste gedeelte te kunnen beantwoorden. Blijf in Mij, (dat is het bevel tot geloof) en Ik in u ( dat is de belofte Gods). Lees er geen volgorde in, maar laat het eerste bepaald worden door het tweede.

Als ik nader op deze weinige woorden inga, dan mag ik inderdaad zeggen dat er een diep geconcentreerde waarheid in schuilt. Denk eens aan het kleine voegwoord: in. Het staat er tweemaal. Dat geeft een nauwe verbinding aan. Persoonlijker kan het bijna niet. We moeten helemaal in Christus zijn. Wij, kerkmensen, hebben er wellicht geen bezwaar tegen om op een bepaalde manier iets te hebben met de Bijbel en met de kerk en met Jezus. Velen denken dat toch geen kwaad kan. Ook al gaan velen niet meer zo trouw naar de kerk,  ze laten toch vooral wel de kinderen dopen. Ook al ziet de mens van nu de dingen tegenwoordig anders, we zouden toch niet graag  helemaal zonder God willen leven. Iets geloven is beter dan niets. Zo denken velen. Het staat toch wel mooi op de rand van de euro: God met ons. Mensen die vrijwel geen enkele binding meer hebben met de prediking, zouden toch weer liever niet uitgeschreven willen worden uit de registers van de gemeente. Zo’n houding komt voor. 

Hier staat: Blijf ìn Mij! Dat is wel heel diepgaand. Ik moet ìn die schuilkelder zijn; als ik er vlakbij ben, kan mij dat niet baten als de gevaren komen. Lot moest in Zoar komen, voordat de oordelen van de Heere de vlakte van Sodom zouden verwoesten. Is dat niet teveel gevraagd? Natuurlijk willen we allemaal hierop op zijn tijd afdingen. Mag het een beetje minder zijn? Dat is de vraag voor de toonbank van de kerk, anders dan bij de super. Daar liever wat meer, maar hier liever wat minder. Maar luister dan eens. U hebt toch zelf in menselijk opzicht ook uw doelstellingen? U wilt toch ook gelukkig zijn en u vraagt toch ook om een acceptabel leven? U zegt toch voor uw kinderen het beste te zoeken of u wilt toch een optimale gezondheid? Dan geef ik u toch de raad: Blijf dan in de directe nabijheid van Jezus Christus. Laat de stekker van uw leven in het stopcontact zijn. Want de godzaligheid is tot alle dingen nut, ze heeft de beloften in zich voor dit en het toekomende leven. Als u uw doelstellingen zou willen bereiken, komt daar alles van terecht als u Hem kent, als u ìn Hem bent. Ik zeg natuurlijk hiermee niet dat uw levensdoel prioriteit heeft, maar ook al zou u dat denken, dan is nog Christus de enige bron daartoe. Het gaat ten eerste om de heerlijkheid en de eer van de Vader, maar de tweede vrucht en de consequentie ervan is dat u het ware geluk zult vinden.

Dus: Blijf ìn Mij. Let dan ook op het woord: Blijf. Het kan niet betekenen: blijf maar zoals u nu bent. Blijf maar roemen in het verbond en laat alles maar zo voortsukkelen. Het woord “blijven” staat meermalen in dit gedeelte. Het werkwoord kan ook betekenen: verblijven, verblijf houden. Dat maakt de dingen duidelijker: houdt uw verblijf in Christus, laat Hij uw schuilplaats zijn. In Joh.1:29 vragen enkele discipelen aan de Heere: Waar woont Gij, waar verblijft Gij? Blijven is dus: verblijven. Als u in een huis woont, is dat huis uw volledige beschutting, in alle gevaren. Maar dat houdt dan ook op, als u naar buiten gaat. Simeï was veilig zolang hij in Jeruzalem woonde, maar toen hij buiten de stad was, vond hem de dood (1 Kon.2:42).

Dan zegt de Heere ook: en Ik in U. De Heere zal Zich nimmer terugtrekken, als we Hem nodig hebben. Hij zal Zich niet schamen om zulke mensen als u en ik zijn, de Zijnen te noemen. In u, in mij. In de woning van ons hart. Maar ziet die woning er zo goed uit? Het is niet beter dan de stal van Bethlehem, waar het donker en armoedig was. Het is een beschamend onderkomen voor de Zoon van God, Die neerdaalde uit de hemel. Door Zijn Heilige Geest woont de Heere bij degenen die van een nederige en verbrijzelde geest is. Hier wordt heel duidelijk hoe nauw de gemeenschap met Christus is. 

Deze Wijnstok staat geworteld in de diepe gronden van Gods eindeloze Barmhartigheid. En daar is van geen uitputting sprake.

3. We wijzen u tenslotte nog op de Landman;

De Heere spreekt Zelf ook heel duidelijk over Zijn Vader als de Landman. Christus had de Vader geheel op het oog. Alles wat Hij deed, was op de Vader aangelegd. Hij kon volkomen naar waarheid zeggen: “Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen” (Joh.17:6).

Wie in Christus Zijn levenskracht heeft gevonden, zal ook in alle dingen willen leven tot de eer van God. De wijngaard is er voor Hem; Hij is de Landman. Hij verwacht van deze Wijngaard niet tevergeefs vrucht. Er is een ruisen als de Libanon.

Als dan de Landman Zijn wijngaard bezoekt, kan dat tweeërlei gevolg hebben. Vindt Hij geen vrucht, dan heeft dat rampzalige gevolgen. Wie in Hem geen vrucht draagt, die neemt Hij weg.

Vers 6 spreekt nog indringender over de onvruchtbaarheid. Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijk de rank en is verdord; en men vergadert ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand. Heel uitgebreid wordt hier het oordeel onder woorden gebracht. U kunt er niet overheen lezen en u kunt er niet omheen. De Heere gebruikt heel begrijpelijke taal om ons te overtuigen van het eeuwig oordeel.

Er wordt absoluut niet van uitgegaan dat de vruchten er natuurlijk wel zullen zijn, zodat het met ons allen wel goed komt.

Het is uit het beeld van de Wijnstok heel duidelijk dat bladranken worden weggesnoeid; ze hebben geen enkele functie. Er staat dan treffend dat een rank, die weggesnoeid is van de Wijnstok, verdort. Dat lijkt een normale conclusie.

Maar denkt u er eens goed over na. Ieder, die geheel los van Christus leeft, zonden verbonden met Hem te zijn, verdort. Hij leidt een dor leven. Zijn leven is zonder groei en bloei.

Wie zonder Christus leeft, leeft niet echt, integendeel. Is dat niet het leven van de moderne mens, die leeft zonder God? Hij valt ten prooi aan allerlei kwalen naar ziel en lichaam, maar hij heeft geen heelmeester. Hij leeft in eenzaamheid en hij heeft geen troost; hij zit gevangen, maar er is geen bevrijder. Evenzo is het gesteld met de kerkganger, die alles heeft maar Christus mist. Hij verdort.

Nu weet ik dat juist Gods levende kinderen menigmaal gebukt gaan onder de lasten van het leven. Zij klagen over hun dorheid en dodigheid. O, laat het u dan heen drijven tot de Wijnstok. U wilt nog zo vaak op eigen wortels voortgaan en vruchten dragen en in die weg is er geen vrucht. Laat de Heere u toch mogen overtuigen van de bronnen  die in Hem te vinden zijn. Alles wat Hij is en heeft, is het uwe.

Maar als we waarlijk buiten Christus leven, heeft ons bestaan geen fleur. Dat is al zo hier in dit leven.  De woorden van de tekst duiden echter onmiskenbaar ook op het eindoordeel. Het vuur wijst op het helse vuur en elders lezen we dat de engelen de rechtvaardigen van de goddelozen scheiden zullen. Dan gaan deze woorden echt helemaal in vervulling en is er een onomkeerbare, eeuwige verlorenheid.

Nu zegt de bekende psalm: laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen; wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. De Heere zegt dit alles om ons te meer duidelijk te maken dat we in de Wijnstok moeten blijven en in Hem verblijf moeten houden. Daar zijn we veilig, voor eeuwig.

Dat geldt nu van hen die in beginsel vruchten vanuit Christus mogen voortbrengen. We zijn geneigd te denken dat het dan in orde is. Het levensbeginsel is dan toch gewaarborgd?

Maar ook deze ranken worden nader behandeld; vruchten zijn goed, maar het gaat er wel om dat er voortgang en stuwkracht in de ranken zit. Hij wordt verheerlijkt in veel vrucht. Er is geen punt van verzadiging. 

Nu gaat de Landman iets doen, wat eigenlijk veel lijkt op wat Hij doet met de onvruchtbare ranken. Als er gesnoeid wordt, kost dat ook scheuten en bladeren. De onvruchtbare rank wordt geheel weggenomen; de vruchtbare rank blijft als rank behouden, maar losse delen worden weggenomen.

Het is niet gemakkelijk om een wijnstok snoeien.  De sappen moeten niet tot bladeren leiden, maar tot vrucht. Hoe bereikt de Landman dat? Wilde uitlopers, ook wel dieven genoemd, mogen geen kans krijgen. De naam dieven, die bijvoorbeeld ook in de tomatenteelt wordt gebruikt, zegt al genoeg.

Je zou dus kunnen zeggen dat de rank de stromen uit de wortel eigenlijk nog verkeerd wil gebruiken. Geen vrucht, maar bladeren.

De Landman heeft er werk mee. Steeds weer moet de rank gecorrigeerd worden. Met dit snoeien kan  bedoeld zijn de pijnlijke ingrepen die de Heere doet in het leven van Zijn kinderen. Het kruis moet medewerken ten goede. Verdrukking en tranen houden  de mens klein en behoeden hem, als het goed is, voor een los leven, ver van de Heere. Rouw en verdriet worden door niemand begeerd, maar als het er is, dan mag ervan getuigd worden dat het soms de beste tijden zijn. In wegen van moeite en verdriet rijpen de vruchten, zoals zelfverloochening en hoop. Het kruis leert ons de Heere aan te kleven. Dat is nu precies wat de Heere bedoelt met het blijven in Hem.

De Heere begeert veel vrucht. Dat zou kunnen betekenen dat Gods volk ook veel verdrukking moet meemaken. Denkt u maar aan Asaf en anderen, die wisten va de zware strijd om staande te blijven in benauwdheid.

Besef wel: waar gesnoeid wordt, is de Landman in de buurt. Zo wordt de gemeenschap met God gevoeld en beleefd. De Heere noemt dat snoeien hier “reinigen”. Dat heeft alles te maken met de heiligmaking. Deze heiliging komt niet alleen tot stand door verdrukking en droefheid. O nee, de Heere leidt de rank, als Hij deze snoeit. Snoeien is ook een vorm van sturen en onderwijzen. De rank wil zo, maar de Landman onderwijst en zegt: het moet anders. Ook door middel van zegen wil de Landman snoeiend onderwijzen, zoals de onvruchtbare vijgenboom leert: er werd mest om de boom gelegd.

Hoe dan ook, in dit woord liggen alle bronnen in God. Christus, de wortel, God de vader de Landman. In dat gezelschap vaart de rank wel en is er de vrucht tot in het eeuwige leven. Onthouden we dan allen deze les: Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken. Het is alles uit Hem, en door Hem en tot Hem; Hem zij de eer en de lof in eeuwigheid. 

Het komt hier voor ons allen aan op een goed onderscheiden van het werk van de Landman. Vers 2 zegt: “ Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage”.

De werkwoordsvormen “wegnemen” en “reinigen” lijken in het Grieks op elkaar. Hetzelfde grondwoord staat in beide woorden. Het klinkt in onze taal zo: haairo en kathaairo. U hoort de overeenkomst. Het komt hier aan op goed luisteren en goed onderscheiden. Wel en wee lijken op elkaar. De wedergeborene op zijn slechtst en de onwedergeborene op zijn best vertonen veel overeenkomst. Maar er is verschil. Hierom behoort ook de rechte prediking goed te onderscheiden. Alleen de Heere Zelf kan daar duidelijkheid in geven. Leg uw hart voor Hem bloot en smeek om helderheid en zekerheid. Deze ligt uiteindelijk alleen in de verbinding met Christus. Zoek Hem en blijf in Hem. Dat betekent: geloof in Hem. Zonder Hem kunt u niets doen. Laat me in U blijven groeien, bloeien, o Heiland, Die de Wijnstok zijt.  Amen