2 Korinthe 1:20 'Beloften Gods in Hem ja en amen' ds. P. Roos

2 Kor.1:20    

Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in  Hem amen, Gode tot heerlijkheid door ons.

Ps.111:1,5                                          

2 Cor.1:8-24                                       

GebdH:10                                          

Ps.119:25,45

Ps. 89:20

Ps. 72:9,11

Gemeente,

Twee kleine woordjes: ja en nee!

We spreken ze dagelijks meermalen uit. Toch zijn deze woorden zo belangrijk, dat ze ons hele leven kunnen bepalen. Denk maar aan een trouwdag of een belijdeniszondag.

Het zijn ook moeilijke woorden.

Daar komen we wel achter als we getrouwd zijn of als we bijvoorbeeld ambtsdrager zijn. Daarom zoeken we al snel naar een tussenweg. In onze tijd horen we vaak de bijvoeging: ja, tenzij of nee tenzij. Houden we daarmee een slag om de arm?

We moeten hier goed onderscheiden.

Er zijn vragen die alleen maar helder en duidelijk kunnen beantwoord worden met deze beide woorden. De tekst handelt concreet over de vraag of Gods beloften betrouwbaar zijn. Daar kan alleen maar een “ja” klinken.

Er zijn  echter ook wel vragen die van twee kanten benaderd kunnen worden. Als u vraagt: Komt u morgen ook?, dan kunt u daar niet klip en klaar een eenduidig antwoord op geven. U kunt dat vandaag niet zeker weten.

Maar als het gaat om de beloften, om de waarheid van Gods Woord, dan liggen de zaken absoluut duidelijk, als het goed is. Dan geen: ja, tenzij. Die vastheid mogen we niet opgeven, ook al denkt de mens van deze tijd wel vaak in die richting; en wij misschien ook zelf wel.

Toen Elia het volk opriep niet langer te hinken op twee gedachten, lag de keus vast: of ja of nee. Er is geen tussenweg.

We richten ons tot deze tekst, die de vastheid van Gods beloften onderstreept.

DE KRACHT VAN GODS BELOFTEN

Drie aandachtspunten:

1 ja en nee

2 ja of nee

3 ja en amen

I Ja en nee

Paulus gebruikt deze beide woorden in deze combinatie als hij spreekt over de prediking, die handelt over Gods beloften.

Wat verstaan we onder Gods beloften? Waarom gebruikt de Heere eigenlijk beloften? Hij zou Zijn genade ook zonder beloften direkt kunnen geven.

Een ouder kan een kind iets beloven. Denk aan een nieuwe fiets. Als je vader iets aan jou belooft, wekt dat een zeker verlangen bij je op. Wat zou het fijn zijn als je die fiets zou hebben. Maar een fiets kost veel geld en dus kan het best wel eens langer duren dan je denkt om hem te krijgen. Als vader vervolgens zijn belofte vergeet, zul je hem daar aan herinneren.

Zo wil de Heere mensen begerig maken naar Zijn genade door middel van beloften. Maar die beloften zijn de zaak zelf niet. En dus zal de mens daardoor beseffen dat hij zonder die beloofde goederen alles mist. Beloften roepen dus een besef van gemis en ook van verlangen op.

Een kind zal zijn vader vertrouwen. Wat hij zegt, zal hij ook doen. Paulus wil datzelfde duidelijk maken ten aanzien van Gods beloften. Wat de Heere belooft, is betrouwbaar!

Hij wil dat dus ook onderstrepen naar de gemeente van Corinthe toe, aan wie hij deze brief schrijft.

Maar er dreigde zich een probleem voor te doen.

De Corinthiers twijfelden namelijk aan de betrouwbaarheid van Paulus. En wie twijfelt aan de persoon van de boodschapper, zal ook twijfels hebben over zijn boodschap.

Waarom leefde er twijfel aan de betrouwbaarheid van de apostel?

Dat hing samen met een plan, dat hij hen had meegedeeld; hij zou naar Corinthe komen en vandaar doorreizen naar Macedonie om vervolgens weer terug te keren naar Corinthe.

Hij noemt dit plan in de verzen 15 en 16. Daar staat: “En op dit betrouwen wilde ik te voren tot u komen, opdat gij een tweede  genade zoudt hebben; en door uw stad naar Macedonie gaan, en wederom van Macedonie tot u  komen, en van ulieden naar Judea geleid worden”.

Helaas moest de apostel later afzien van dat plan. En dus leidde dat bij de Corinthiers tot de conclusie dat hij zijn beloften niet nakwam.

Maar er hadden zich bij hen zelf ontwikkelingen voorgedaan, die zijn reisplan doorkruisten. Er waren verdenkingen geuit tegen Paulus. Deze griefden hem. Om die reden wijzigde hij zijn plan. Zie hierover vers 23: “Doch ik aanroepe God tot een Getuige over mijn ziel, dat ik, om u te  sparen, nog te Korinthe niet ben gekomen”.

Zo zat het. Het had niets te maken met onbetrouwbaarheid van Paulus. Ten onrechte verdachten ze hem. Paulus is daarop bang, dat ze ook zijn prediking gaan verdenken. Ook daarin zal hij het wel niet zo nauw nemen, dachten ze.

Paulus werpt daartegenin dat hij niet verdacht kan worden. Ja en nee lopen bij hem niet door elkaar; het is “ja”. Zijn boodschap is helder en eenduidig, voor geen tweeerlei uitleg vatbaar.

Helaas ervaren wij, mensen, de dingen niet altijd zo helder. Ja en nee lopen bij ons wel door elkaar. Zeker bij kerkmenen kan dat zijn. In de politiek is deze wazigheid niet vreemd. Het program zegt ja, maar de praktijk is weerbarstig; ja wordt soms nee. We noemen dat het compromis; we moeten dan vuile handen maken. Maar zo’n compromis moet niet in strijd komen met iemands oprechtheid. Dat gebeurt maar al te vaak!

Hoe doen we dat in een huwelijk? De gebrokenheid van het leven zet onze beloften ook onder druk. Een ambtsdrager zal het bij tijden benauwd hebben onder zijn jawoorden en zijn beloften. Door de macht der zonde zijn we in allerlei gevallen vaak niet zo consistent.

Ja zeggen en nee doen!

Zo doet de Heere niet, zegt de tekst. Maar zien wij dat altijd zo? Paulus acht het denkbaar dat we toch soms twijfelen aan de vastheid van Gods handelen.

Jonge mensen kunnen rondlopen met allerlei vragen. Hier staat het zo, maar daar lees ik heel iets anders. Bijvoorbeeld: het geloof is een gave van God. Maar er staat ook: gelooft het Evangelie. Is dat niet ja en nee vermengd? Of neem de vraag, hopelijk ook uw vraag: Kan ik zalig worden? Er is alle reden om hierop ja te zeggen; maar misschien twijfelt u daar ook wel aan, als u kijkt naar uzelf. Zo zijn er veel vragen: Kan ik het geloof behouden? Ja en nee liggen hier dicht bij elkaar.

Is God liefde? Ja, maar Hij is ook een verterend vuur. Hoe is het nu in werkelijkheid? Het gevaar loert bij al deze vragen dat we tussen ja en nee leven. Tussen die twee polen van ja en nee, floreert de twijfel. Alles kan onzeker worden. Die onzekerheid heeft velen in zijn greep. Er is veel twijfel over allerlei Bijbelteksten. Er is veel moderne twijfel over de schepping. Die twijfel vreet aan ons. Er leeft onder ons ook veel onzekerheid over de vraag of we een waar gelovige zijn. Soms ligt het vast, andere dagen zijn we het kwijt. Deze onzekerheid belemmert het geloofsleven.

We denken soms zo: ja voor de uitverkorenen, nee voor de rest. Ja voor de zoekers en de ernstige mensen en nee voor de onbekeerden. Zo wordt ook de prediking ontvangen. Paulus wist daarvan, wij ervaren dat zo ook wel.

De prediking moet zijn: ruim in het aanbod, nauw in de weg. Dat kan vragen oproepen.  Mensen hebben het gevoel bij tijden, als ze ons horen preken dat ze niet echt weten waar ze aan toe zijn. Er is een duidelijke nodiging, voor iedere hoorder, maar eer het “amen” klinkt, lijkt het ja afgezwakt.

Hoe kan ik toch desondanks zo zekerheid en garantie prediken dat u overtuigd bent van de waarheid Gods? De rechte prediking moet zich hoeden voor tweeslachtigheid. De bazuin moet een helder geluid geven. Ieder moet precies weten hoe de zaken staan. Ik beperk me hier tot deze vragen: Bent u wedergeboren? Weet u dat als u de kerk uit gaat? En ook deze vraag: Is Gods Woord echt de waarheid? Wat zegt u?

Het kan nooit goed zijn als u leeft tussen ja en nee, als het gaat over de vraag of u behouden zult worden.

Nu hebben we hier wel aanduidingen voor, die vertrouwen wekken. We zeggen soms: hier ligt een spanning. Accoord, maar die spanning moet geen overspanning worden. Of we zeggen heel terecht: we moeten met twee woorden spreken. Maar zou dat ook niet gevaarlijk dicht in de buurt komen van ja en nee?

Het zal nu tijd worden, dat we duidelijkheid in dit alles scheppen. Daarom nu de tweede gedachte:

Ja of nee

Dat maakt een einde aan onze combinatie van ja en tegelijk nee. Het is niet ja en nee, maar: ja óf nee.

Zo spreekt onze tekst. Er staat: zovele beloften als er zijn, die zijn in Hem ja! Dat houdt tegelijk ook in dat deze los van Christus en zonder Hem nee zijn. De Heere spreekt in Christus het ja, maar wie Hem niet kent, voor hem is het nee. Christus is de garantie, Hij garandeert de belofte.

De tekst schept duidelijkheid. En deze vaste lijnen lopen door heel de Schrijft heen. Mozes stelde het volk leven en dood, zegen en vloek voor (Deut. 30:15). Er was voor hem en het volk geen tussenweg. Zo ook Elia: Hoe lang hinkt ge op twee gedachten? Hij dwong tot een keus. De Heere of Baal: één van beide. Als u neigt naar Baal, volg hem dan (1 Kon. 18:21). Dat is beter dan een eten van twee walletjes. Diezelfde lijn houdt Jezus Laodicea ook voor: “Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud  waart, of heet!” (Openb. 3:15).

Er zijn mensen die moeite hebben om een beslissing te nemen. Dat ligt in hun aard. We zijn dan besluiteloos. Maar álle mensen hebben moeite met deze beslissing. Sterker nog: we kiezen altijd voor het verkeerde. Voor Baal, voor Barnabbas, voor het kwade. Als u zou moeten kiezen tussen Poetin en Biden? Wat zou uw keus zijn?

Moeilijker wordt het als u moet kiezen tussen de CU en de SGP. Dat kan voor deze en gene moeilijk zijn. Maar hier gaat het om de keus tussen God en de duivel, tussen licht en donker, tussen hemel en hel. Dat zou toch duidelijk moeten zijn?

Daarom wil ik de klemtoon leggen op het woordje: of. Christus heeft in al Zijn gelijkenissen telkens weer de twee wegen voorgesteld. Gaat in door de enge poort! Maar er is ook een brede weg. Wij echter bouwen graag aan een derde weg. Dat doe ik als ik wereld en kerk ga mengen. Ik wil van nature zo graag de smalle en de brede weg bij elkaar brengen. Je wilt misschien sommige genoegens van de wereld overhevelen naar de smalle weg. Of je trekt een godsdienstige mantel aan op de brede weg. Men zegt wel eens: er zijn kerkgangers die rechts op de brede weg rijden. In een klas werd de gelijkenis verteld van de rijke man en de arme Lazarus. De juffrouw vroeg: jantje,wat zou jij willen? Hij antwoordde: ik wil leven met de rijke man en sterven met Lazarus. Is dat eigenlijk ten diepste niet de wens van u en mij? De Heere moet je daar telkens weer van afbrengen.

Ja of nee. Dat kan heel verhelderend werken. Dat kan u helpen om een radikale keus te maken. Wie kiest, o verdwaasde, voor het leven de dood? Je zult toch onmogelijk voor de duivel tegen Jezus kunnen kiezen? Ja, maar het wordt moeilijker als de duivel zich hult in een schapenvacht. Daarom moeten we al die verwarrende beelden terug bengen tot wat helder is en sprekend overkomt: de smalle weg uitlopend in de hemel, de brede weg, uitkomend in de dood.

Ja of nee.

We gaan dat ja nog eens extra onderstrepen. Paulus doet dat ook. Hij geeft twee argumenten tegen het tweeslachtige leven.

Eerst zegt hij: God is getrouw (vers 18). We hebben gezien dat wij willen leven bij ja en nee, maar de Heere is een God van enkel ja. De beloften zijn zuiver ja, welgemeend en oprecht bedoeld. Deze beloften wijzen naar de trouw van God (vers 18): God is getrouw, dat ons woord, hetwelk tot u is geschied, niet  is geweest ja en neen.

Gods beloften zijn getrouw, omdat God getrouw is. Dat is een rijke waarheid. Dat wil ons brengen tot het vaste ja. Temidden van al onze compromissen, staat hier hoog verheven de trouw van God. Daar hangt de prediking van af.

Paulus zegt ook niet dat hij zelf zo betrouwbaar is, maar God is getrouw.

Hij noemt hier een van de deugen van God. Een van Zijn eigenschappen. U kunt denken dat er toch ook andere deugden van de Heere worden genoemd. Dat is zeker waar, maar al die deugden vormen een hechte eenheid.

Trouw heeft te maken met gegeven beloften en toezeggingen. Denk aan de beloften van het verbond met Abraham, ook met u en mij. In je doop heeft de Heere grootse beloften aan je gegeven. God is getrouw aan Zijn beloften, ook aan Zijn bedreigingen. Hier echter staat deze trouw in verband met Gods beloften. We leven in een wereld waar de trouw bezwijkt. In deze trouw van God ligt houvast in leven en sterven. Maar dan is het ook gewenst dat we weten wat de Heere belooft.

Gods trouw betekent dat ook de prediking van Paulus niet is geweest ja en nee. Hij heeft sterke zekerheden mogen verkondigen. De prediking beweegt zich wel tussen deze beide polen. De ernst van deze beide woorden bepalen de kansel. Maar ja en nee zijn geen gelijkwaardige uitkomsten. In een preek worden er vragen beantwoord. Het zijn bekende vragen, ook prangende noden. In de gemeente leven vragen als: Kan ik genade vinden bij de Heere? Of: Hoe kan ik als zondaar de Heere dienen? Wat een wonder dat hier een bevestigend ja mag worden uitgesproken.

Ja en nee! Uw leven kan zich afspelen tussen deze beide woorden. Deze beide lijnen kunnen per dag verschillen. Maar daar mogen we ons niet door laten leiden. U bent toch niet als de golven der zee, als die twijfelaar waarover Jakobus spreekt? O zeker, wat is het waar dat het nee u kan terneer drukken. Is dat werkelijk zo bij u? Of, en dat is een groter gevaar, leeft u gerust in de schemering, met een misschien? Hebt u er vrede mee dat het op uw sterfbed wel goed zal komen? Lijken de ankers van roeping en verkiezing los geslagen te zijn? Het geloof kan zo afgevlakt zijn, zonder een duidelijk ja en een helder nee. Dan kan de hemel u niet verkwikken en de hel kan u niet verschrikken. Dat is in de psalmen zo anders. De hopeloosheid kan zo toeslaan, de nachten kunnen zo donker zijn, maar nauw rijst des  morgens vroeg de dag of Gof verleent in plaats van lijden weer stof tot juichen en verblijden. Het geloof komt nooit los van dat beangstigende nee. Maar wat kan dan het Woord der prediking troost bevatten. Al leven we soms aan onze kant bij het nee, Paulus mag vanuit de trouw Gods het ja laten horen. Dit ja ligt vast in Gods trouw. Zo bezien kan de kerkgang aan betekenis winnen. U meent wellicht dat Gods toorn u zal treffen? Maar beseffen we wel dat de twijfel aan Gods trouw juist die toorn opwekt?

God is getrouw. Door al Uw deugden aangespoord, hebt Gij Uw woord en trouw verheven.

Deze trouw bepaalt dus de prediking.

In vers 19 gaat het dan om een andere pijler, namelijk de Zoon van God, Jezus Christus.

Deze is, aldus de apostel, door ons onder u gepredikt. Het is heilzaam na te denken over het verband tussen Gods deugden en het werk der verlossing in Christus. Hij immers kwam voort uit de wezensvolheid van God. Hij is ook het toonbeeld van Gods trouw. Hij werd beloofd en Hij is gegeven. Hij is ja in Hem, in God.

Christus prediken, het houdt onmetelijk veel in. Wij zijn daar beperkt in. Het gaat om de kracht van Zijn bloed, maar ook om het zwaard dat uit Zijn mond gaat. We worden opgeroepen te leven uit Hem, maar ook om te sterven met Hem. De zondaar kan onder de profetische bediening van Christus wel uitroepen: Wie kan dan zalig worden? Maar die vragen worden beantwoord met het ja: Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Ook Zijn prediking bewoog zich tussen deze beide extremen van ja en nee. Hij heeft gesproken over de hemel en de hel. Over de vloek en over de zegen.

Maar Paulus is er toch van overtuigd dat het ja overheerst. En dan komen alle lijnen bijeen in Zijn kruisverdienste. Daar is het nee overwonnen door het ja van Gods trouw.

Hiermee hangt het gewicht van de rechte prediking direkt samen. Paulus wist ook van predikers, die het ja van Christus veranderden in een nee. Dat gebeurt als de kracht van Zijn verzoening wordt ondermijnd of zelfs ontkend. Dat gebeurt als een ander Evangelie wordt verkondigd.

Gelukkig, het staat terloops vermeld, zijn er ook dienaren als Silvanus en Timotheus. Silvanus is een andere naam voor Silas. Timotheus is ons bekend vanuit de brieven van Paulus aan zijn adres. Hij leek een man te zijn die zelf heel erg te kampen had met nee, met strijd, met twijfel. Kan zo iemand het ja wel echt preken? Ook hij echter heeft geen wezenlijk andere boodschap dan Paulus. We zien in deze namen dat Gods dienaren verschillend kunnen zijn in hun persoon en optreden. Maar ook dat dit het vertrouwen in hun prediking niet wegneemt of ondermijnt. Dat kan voor onze tijd met zijn vele voorkeuren weer een onderstreping zijn van de ware eenheid in Christus.

De bediening der verzoening moet hierin glashelder zijn. Er is immers tussen ja en nee geen grijs gebied. De prediking brengt ja en nee als Wet en Evangelie, als bevel en belofte, als gave en opgave. Maar de schaal slaat door naar de positieve lijn van de verzoening.

Ja in Hem.

Uw vragen worden dus beantwoord in Hem, in Zijn offer. Zo heeft Luther dat mogen ervaren, toen hij met andere ogen die bekende tekst uit Romeinen 1 las. Lijdt u onder de bestrijdingen van de duivel? Door Hem is het slangenzaad overwonnen. Zie daarom op Hem.

Kunnen uw zonden u verschrikken als deze meerder blijken dan de haren van uw hoofd? Het bloed van Christus reinigt van alle zonden. Kan het nee van het oordeel u benauwen? Besef dan dat dit nee nodig is om het ja des te heerlijker te doen stralen. Kan moedeloosheid u de pas afsnijden, zodat u bij de pakken neerzit? Hoor Hem dan spreken: Heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen. En zo zouden we kunnen doorgaan. U komt hier nooit af van het nee, maar het woord der prediking staat voor het ja der overwinning in.

De tekst spreekt nog over een andere lijn, en deze willen wij nu bezien als het gaat om de derde gedachte:

Ja en Amen

Jullie denken misschien dat de preek nu naar het einde loopt. Amen is immers het laatste woord van een preek. Toch kunnen we nu nog niet eindigen. Dit woord  “Amen” vormt nog een belangrijk aspect in deze tekst.

Ik wil voor de duidelijkheid nog even de drie lijnen aangeven:

We zijn begonnen met u te brengen aan de randen van de vele moerassen van twijfel, die ondr ons bestaan. Ja en nee.

De tweede lijn is: Ja of nee. Want u kunt niet leven in onzekerheid. We hebben helderheid en zekerheid nodig. Zeker in geestelijke vragen. Bij de Heere behoort het ja van de zekerheid. Hij is betrouwbaar als Hij ja zegt. Maar Hij zegt ook nee, als we aan Hem voorbijgaan. Nee, Ik heb u nooit gekend. Er zijn de twee wegen van ja of nee. Maar het is ja in Christus. Die zekere verwachting mag een verloren zondaar die Hem aanroept, hebben. Ja in Hem.

En nu Ja en amen.

Het ja ligt vast in de Heere, in Christus. Maar hoe staan wij als zondaren daar nu in?

Welnu, het amen wordt uitgesproken door de zondaar, die leert geloven in Gods beloften. Hij leert de belofte beamen. Dus: in de Heere ligt het ja, in zondaarsharten het amen, als we de Heere leren geloven.

U begrijpt dan nu wel, dat we nog niet zo maar kunnen eindigen. We zijn geen verloste zondaren, als we slechts horen de beloften van God. Met een prediking over de trouw van de Heere zijn we er nog niet. Velen hebben de Heere Jezus horen prediken, terwijl het in hun leven niet tot een gelovige aanname is gekomen. Het beamen ontbrak in hun leven.

Zo kan dat ook bij ons zijn. We kunnen ons hele leven gehoord hebben van de trouw van God en de zekerheden in Christus en toch desondanks nog verloren gaan. Omdat we geen amen hebben leren zeggen op het Evangelie.

De vraag komt nu aan de orde hoe het ja in de Heere nu ook een amen kan worden in uw hart.

Amen geeft als afsluiting van onze gebeden aan dat de trouw van de Heere wordt bevestigd, beaamd. Het gebed eindigt niet als een onzekere afzwaaier, die geen doel treft. Het gebed wil ons leiden naar de onwrikbare vastigheden, waar de dichter van zingt.

Ook elke preek eindigt met dit bekende woord. Het is geen signaal, dat we nu naar huis gaan. Dan vatten we dat woord helemaal verkeerd op. Het betekent dat de verkondiging niet op losse schroeven staat; het Evangelie staat op recht en waarheid pal, als op onwrikbare steunpilaren. De kerkganger hoeft niet met blijvende onzekerheden huiswaarts te keren. Dus is amen een heerlijk slotwoord vanaf de kansel, ja door de Heere Zelf uitgesproken, als een zegel.

Maar geldt dat nu voor u allemaal?

Nee, het is waar en vast voor hen in wier hart dat amen weerklinkt. Het amen van de belofte moet een echo doen horen in uw hart. Een echo is een naklank, een teruggekaatste boodschap. Dus het amen van het Woord echoot na in uw hart.

Er bestaat een mooie illustratie daarvan in een bekend verhaal. Het gaat over een echo in een diepe put of in een ondoordringbaar bos. Een oude man bezocht die plaats nog eens. Vroeger had hij daar vaak gespeeld, toen hij nog jong was. De echo klonk hem zo mooi in de oren, als hij riep: Leven! Een hoe klonk dan die echo in het bos? Hij hoorde dan niet het hele woord leven, maar hij hoorde dan als echo: even. Je verwacht veel van het mooie leven, maar het is maar even.

Nu was hij oud. Het leven was voor hem bijna voorbij. Zijn stem was nog goed. Nu riep hij: sterven. De echo riep hem toe: erven! Deze man dinde Heere oprecht.

Wat nu is de echo van Gods beloften in uw hart? Wat een geluk als in uw ziel nu de echo daarvan klinkt in het woordje amen.

Van nature heeft Gods Woord geen vat op ons. We kunnen het jarenlang aanhoren, mzonder echte gehoorzaamheid, zonder een duidelijke echo. We laten het amen aan de dominee over. Ons hart blijft stom en gesloten.

Hoe kan Gods Woord u tot dat amen zeggen brengen? Houd dan dat beeld van de echo nog eens vast. Er kan geen amen komen als er geen ja van Godswege wordt gehoord. Dat zal ons wel duidelijk zijn. Niemand zal uit zichzelf, in eigen kracht, het Woord beamen. We zijn het er integendeel helemaal niet mee eens. Maar het Woord klinkt. Als dat gaat spreken in uw hart, volgt het amen.

U moet bij het Woord, het spreken van de Heere beginnen. Wat is de inhoud van Gods Woord? We hebben de beloften genoemd als inhoud. Dat is inderdaad de diepste inhoud. Maar Gods Woord bevat ook bedreigingen en oordelen. Gods Woord komt tot ons als wet en evangelie. De onvoorzichtige kerkganger neemt slechts het evangelie en de beloften aan. Hij heeft dan maar een halve Bijbel. Hij denkt, als hij leest over de oordelen, dat deze voor zijn buurman zijn. Nee, die zijn niet voor hem bedoeld, want hij is gedoopt en hij deed belijdenis……

De eerlijke luisteraar hoort ook de dreiging in een preek. Het wekt in het hart schrik en vrees. Als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd (Habakuk3:2). Het volk bij de Sinai zag de rokende berg en hoorde de donderen en de bliksemen en zodoende kwam er vrees in hun hart. Als de Heere aan mensen verscheen, zoals bij Gideon, wekte dat angst en onzetting in het hart. U ziet dat ook op de Pinksterdag. Zij werden verslagen in het hart. Zo slaat het Woord in. Het treft doel. Uw pijlen zijn scherp; zij treffen in het hart van des Konings vijanden.

Dan rommelt de donder in het bos en de echo rommelt na. De echo van leven is even. En dan? Hoe zullen we rechtvaardig verschijnen voor God? Hebben wij die stem al gehoord? Hoort u het nu? U hoort heden Zijn stem. De schrik van de Heere moet u brengen tot het geloof.

Men kan menen en wensen dat die schrik van de Heere voor ons niet perse nodig is. Wat denkt u: is deze wel nodig voor een ander, voor de heidenen bijvoorbeeld, en niet voor u? De toren van Siloam is op de mensen gevallen en, zo zegt Jezus, als u zich niet bekeert zult u insgelijks vergaan.

Nee, dan is uw roem niet goed.

Als de toorn van de Heere gevoeld wordt over onze zonden, leren we de oordelen beamen. Dan zeggen we amen op de wet, op het oordeel. Dat houdt heel veel in dat beamen van de vloek, die wij door onze zonden verdiend hebben. Om amen te zeggen op het ja van de Heere moeten we eerst het nee van Hem beamen.

Misschien kunt u zich nauwelijks voorstellen dat de Heere ooit nee tegen u zegt. U hebt een goed gevoel bij de hemelse heerlijkheid, en dat sust u in slaap. Vaar niet blind op dat gevoel. De dochters van Jeruzalem konden met hun tranen niet gerust voortleven.

De Heere zei nee tegen de tijdgenoten van Noach en van Lot en de Heere hield de deur gesloten voor de dwaze maagden. 

Hoe kan dat afwijzende nee nu worden tot een verblijdend ja in Gods mond? We hebben het al aangegeven. Gods Woord bevat ook en vooral vele beloften. Wat zal u dan het recht geven de beloften te geloven? Als zondaren het hele Woord, als wet en evangelie erkennen, mogen ze ook amen zeggen op de beloften. Deze vinden in Christus hun grond en vervulling. In Zijn mond komt het jawoord van Gods trouw tot u.

Dat heeft de melaatse ondervonden. Hij zocht Jezus en hij stelde een merkwaardige vraag. Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen. Hij wist het niet: het kon ja , maar het kon ook nee worden. Want hij mocht als onreine niet onder de mensen komen. Gods wet hield hem tegen maar hij wist dat er hoop gloorde in Jezus. Uit Zijn mond klonk toen het ja: Ik wil, wordt gereinigd. En tot hoeveel mensen heeft de Heere ook daarna steeds weer ja gezegd, als Hij hen hielp en redde uit hun nood. Dus als u met de vloek van de wet vlucht tot Jezus, dan zal Hij u verblijden met het ja.

Het geloof zegt dan op dat ja ook amen.

Hebt u al vrijmoedigheid ontvangen en betoond om dit ja van de Heere te beamen, ook voor uzelf. Hebt u het woord amen al leren zeggen?

Ik kom nog eens even terug op de woorden ja en nee, uit de eerste gedachte van deze preek. Deze beide woordjes typeren veler leven. We lijken allemaal op hen die altijd maar weer zweven tussen ja en nee. Die ene zoon uit de gelijkenis zei wel: Ja heer, maar hij deed het niet. Israel heeft heel veel beloofd, zonder een trouwe nakoming van hun beloften.

In het alledaagse leven stellen we elkaar te leur. Je kunt niet op die man aan. Mensen kunnen zo maar van de een op de andere dag omslaan. Pijnlijk wordt dat als het in een huwelijk gebeurt, of als ook christenen zo met elkaar omgaan. We kennen daar allemaal wel nader voorbeelden van.

De Heere kan Zich daar ook in beklagen. Israel sprake mooie woorden en hoopvolle beloften, maar er kwam niets van terecht. Het ging zo: men hield zich wel op bepaalde momenten aan Gods eisen, maar tegelijk hielden ze zondige en afgodische wegen aan. Zondagschristenen, die er nu ook zijn. Een deel van je leven, bijvoorbeeld de zondag vroom en in de week werelds.

Het is de gevaarlijke mentaliteit die ons allen van huisuit kenmerkt. Hoe vaak ben je zelfs niet met jezelf omgevallen en bedrogen uitgekomen? Hoeveel hebt u beloofd zonder het na te komen?  

De dichter van psam 116 zei ooit: Alle mensen zijn leugenaars! Echt een wereld die gaat in de voetstappen van de aartsleugenaar, de duivel. Hoe erg als wij onbetroubaar blijken te zijn. Welnu, die conclusie moet de Heere wel trekken als Hij onze gangen waarneemt.

Er zijn ook kinderen van God die zo leven. Hun hoop voor de eeuwigheid gaat van ja naar nee en omgekeerd. In het ergste geval heeft de twijfel hen in zijn greep. Nu is geloofszekerheid geen onwankelbaar gegeven dat als een polis in de kast ligt.

Het geloof is en onrustig ding, zo heeft eenmaal iemand gezegd. Het wordt voortdurend bestreden door de duivel, het wordt constant gehinderd door onze inklevende kwalen en zonden, n dus kan het de ene dag leven in het ja en de volgende dag verandert het in nee.

In de psalmen komt u hen tegen in hun strijd en moeiten. Dit strijdende en aangevochten volk

krijgt onderwijs uit deze tekst. Paulus’ prediking brengt u niet in een leven tussen ja en nee, tussen hoop en vrees. Het Woord van God stelt wel de scherpe tegenstelling tussen ja of nee. Dat is de eerlijke mogelijkheid waarvoor de Heere ons stelt. Maar het is niet zo dat de Heere vandaag ja zegt en morgen misschien weer nee. Bij Hem is ja ja en nee nee. Maar als dat zo is, mag ook het leven van de kerk zich niet hullen in twijfelmoedigheden. Als de Heere ja zegt, mag u er niet van maken dat het toch nog nee kan zijn. Dan trekken  we de betrouwbaarheid van de Heere in twijfel. U begrijpt wel dat dit een geheel afkeurenswaardige weg is.

Het is wel zo dat het nee nog steeds weer een rol speelt. Dat gebeurt als u uzelf waarneemt als zondaar en afkerige. Het is eigenlijk zo, dat bij ons altijd weer het nee klinkt. Ook Gods levende kerk blijft te strijden hebben met hun verzet tegen God. Het vlees brult altijd weer tegen het werk van de Heilige Geest in.

Maar bij de Heere is ja ja. En welke taal vraagt nu uw geloof? U begrijpt dat we luisteren moeten naar wat de Heere zegt en niet naar wat we zelf waarnemen.

Zie een naar een snoer waardoor de stroom uit het stopcontact naar de lamp wordt gevoerd. In dat snoer zitten twee draden. Een positief en een negatief gepoold snoer. Juist deze twee laten de lamp branden.

Wat betekent dit beeld voor ons? Het ja van de Heere en het nee van u zijn beide nodig om gekend te worden. Door uw nee, door de kennis van uw schuld, krijgt pas het ja van de Heere betekenis. Want de wet is door Mozes geworden, de genade en waarheid zijn in Christus geopenbaard.

Aan uw kant blijft het altijd weer: nee. Juist de druk van en de smart over dat nee moet u brengen aan de voeten van de Zaligmaker. De beloften zijn in Hem ja.

Er klinkt geen echo zonder de stem die spreekt. Gods stem brengt een helder geluid voort en dus mag er een gelovige echo in uw hart gevonden worden. Het zal blijven, voor zwakke en voor sterke christenen: Ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp.

Twee kabels. Door de kennis van zijn eigen dwaze nee tegen zijn vader, kwam de verloren zoon tot de vastheid van zijn vaders liefde. Zo kan dit nee niet gemist worden, om helder te weten dat de beloften vast en zeker zijn.

God is getrouw, de prediking is betrouwbaar en hierdoor worde de Kerk verzekerd! Amen, Goddelijk evangelie, amen zegge mijn ziel daar op!

                                                                                                                 Amen