Johannes 6:1-15 'De wonderbare spijziging' ds. G.R. Procee

Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
1
Predikatie ds. G. R. Procee Christelijk Gereformeerd predikant te Middelharnis
Locatie: Christelijk Gereformeerde Kerk te Middelharnis
Datum: woensdag 5 november 2014
Dankdag
Votum en groet
Zingen Psalm 99 vers 1 en 2
Schriftlezing: Johannes 6 vers 1 tot 15
Gebed
Zingen Psalm 147 vers 5 en 7
Geliefde gemeente het is vandaag Dankdag en dan willen wij in het bijzonder stilstaan bij de goedheid van de Heere waarmee Hij ons gezegend heeft ook in dit afgelopen jaar. Ook in dit afgelopen jaar hadden wij elke dag weer genoeg. En jongens en meisjes elke dag was er weer eten in huis en kon je moeder eten klaarmaken en er was elke dag weer zoveel dat jullie overhielden. En we hadden een huis om in te wonen, kleren om aan te doen en daarnaast nog zoveel andere zegeningen. Als je ziek bent dan komt de dokter, je krijgt medicijnen en we mogen in warme huizen leven en je mag naar school gaan. Dat zijn toch rijke zegeningen allemaal? Dat is niet maar gewoon! Want er zijn heel veel mensen in de wereld die dat niet hebben! En jongens en meisjes jullie mogen ook nog horen van de Heere Jezus! Jullie mogen horen dat je een nieuw hart moet hebben! Jullie mogen Het Woord van God horen. En je mag horen hoe God wil dat je tot Hem zal bidden omdat God het gebed verhoort. Heel veel kinderen ook in ons land horen dat niet, jullie wel en daar willen we God ook voor danken. Want de Heere is zo goed voor ons. En daarom willen we op Dankdag onze aanbidding aan de Heere brengen. En dan wordt dat wonder van Gods goedheid alleen maar groter wanneer wij daarnaast ons realiseren wie wij geweest zijn! Want God heeft ons elke dag zoveel gegeven maar wie zijn wij geweest tegenover de Heere? Wij hebben toch ook elke dag verkeerde dingen gedaan? We hebben toch ook in onze gedachten gezondigd tegen God? En jongens en meisjes dan kunnen we twee bergen zien. Een berg van al de zegeningen van God maar daarnaast zie je ook een berg van al de zonden die wij gedaan hebben. Nou dan wordt het een wonder dat God nog zo goed voor ons is. En dan gaan wij maar heel klein van onszelf denken en heel groot van de Heere. En daar gaat het ook om in het gedeelte wat we gelezen hebben met elkaar uit Johannes 6. Daar gaat het ook over hoe groot de Heere is Die wonderen doet en dat tegenover al het ongeloof ook van Zijn eigen discipelen. Dus we zien hier dat gedeelte wat we noemen de geschiedenis van de wonderbare spijziging. En het is een heel belangrijk gedeelte. Hoe weten wij dat? Nou omdat het 4 keer in de Bijbel staat. Niet vele geschiedenissen staan 4 keer in de Bijbel. De kruisiging staat er 4 keer in maar ook dit, de wonderbare spijziging. In Mattheüs 14, in Markus 6, in Lukas 9 en ook hier in Johannes 6. En we zien hier hoe de Heere overvloedig zorgde voor de mensen die bij Hem waren. En zo heeft de Heere ook voor ons overvloedig gezorgd. We denken met elkaar na over:
De wonderbare spijziging
- De nood
- De volheid
- Het teken
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
2
De nood:
Dus we lezen hier in dan in het eerste vers dat de Heere Jezus over het meer van Galilea ging en er zijn verschillende benamingen voor dit meer. Het wordt het meer van Galilea genoemd. Ook wel het meer van Genesereth. En zo wordt het ook wel genoemd: de zee van Tiberias. En zo noemt Johannes het ook. Hij zegt in vers 1 hier dat de Heere Jezus over de zee van Galilea ging en dat is de zee van Tiberias. Waarom schrijft Johannes dat erachter? Omdat Johannes zijn evangelie schreef vooral voor de inwoners van Klein-Azië, dat is het huidige Turkije, daar woonde Johannes toen. Dit is één van de laatste boeken van de Bijbel die geschreven zijn, aan het eind van de eerste eeuw. En dat schreef Johannes in Efeze, dat is in Turkije. En dat schreef hij voor die mensen daar en die kenden dat meertje wel bij de naam: de zee van Tiberias. Hoe komen ze aan die naam? Omdat Herodes daar een stad gebouwd heeft en dat noemde hij: Tiberias, naar de Romeinse keizer. En zo stond dit meer daar bekend. Welnu het is duidelijk wat er gebeurd is. De Heere Jezus heeft gepreekt aan deze kant van het meer van Galilea, de westelijke kant en nu gaat Hij in een schip over het meer van Galilea naar de overkant. En de mensen zien in welke richting de Heere Jezus gaat en zij lopen om het meer heen langs de noordkant want ze willen zijn waar de Heere Jezus is. En dat vooral omdat Hij zulke heerlijke wonderen deed! Dat staat er! Opdat ze Zijn tekenen zagen die Hij deed aan de zieken. En dan is de Heere Jezus aan die overkant en dan komen al die mensen tot Hem. En moeten we proberen voor te stellen hoe dat precies ging. De Heere Jezus ziet al die mensen komen. En de Heere Jezus gaat zitten op een helling van die berg. En vroeger ging de prediker zitten onder de preek. Dus de Heere Jezus gaat zitten, dus dat wil zeggen: Hij gaat hen nu het evangelie verkondigen. De Heere legt daar Het Woord van God uit. En dat duurde een tijd in de middag en dan begint het wel over de helft van de middag heen te gaan en er waren al die mensen daar. En de discipelen worden een beetje bezorgd. De discipelen zeggen tegen de Heere Jezus: U kunt die mensen beter nu naar huis sturen! Ze hebben de preken gehoord, de tekenen gezien. Ze moeten nu maar naar huis want het wordt donker en straks zijn we hier met al die mensen in het donker! Er waren wel 5000 mannen. De mannen waren alleen geteld, daarbij kwamen nog de vrouwen en kinderen. We kunnen gerust rekenen: er waren 10.000 mensen of zelfs nog wat meer aanwezig, duizenden en duizenden mensen. Allemaal wilden ze horen naar de Heere Jezus. En het begint wel wat donker te worden. Nou ze kunnen nog een eind lopen, ze kunnen nog dorpjes bereiken maar met één of twee uur is het wel donker en dan moeten ze wel een plaats vinden. En wanneer ze hier blijven dan weten de discipelen echt niet hoe ze die mensen moeten verzorgen. Ze moeten toch te eten hebben? En dan vraagt de Heere Jezus aan Filippus: vanwaar zullen wij broden kopen opdat dezen eten mogen? Kijk de Heere Jezus wist allang wat Hij doen zou maar Hij ging Filippus op de proef stellen want Filippus maakte zich ook zorgen net als de andere discipelen. En nu wil de Heere Jezus juist dat Filippus zich bewust zal zijn van zijn eigen ongeloof opdat hij en de andere discipelen zich straks zullen schamen om hun ongeloof en dat ze straks niet zullen vergeten hoe groot de macht van de Heere Jezus is! En dat ze zo leren helemaal op Hem te vertrouwen. Dus hier geeft de Heere aan Filippus de gelegenheid om te laten zien wat hij denkt dat er gebeuren moet. En dan kan er ook gezien worden of Filippus werkelijk medelijden heeft met deze duizenden mensen en of hij werkelijk geleerd heeft van de andere wonderen die de Heere Jezus gedaan had. De Heere Jezus had toch meer wonderen gedaan? Hij had toch ook water in wijn verandert met de bruiloft in Kana? En Hij had zoveel andere wonderen gedaan. En had de Heere Jezus steeds niet op een verrassende
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
3
wijze Zijn grote macht betoond? En moesten de discipelen niet onderhand weten dat de Heere God hen kon redden uit alle nood en uit alle omstandigheden? En daarom stelt de Heere Jezus deze vraag.
En wat gebeurt er? Filippus denkt niet terug aan de wonderen! Hij denkt niet terug aan het water dat te Kana verandert werd in wijn. Hij denkt niet aan de grote macht van de Heere Jezus en aan de wonderen die Hij gedaan heeft bij de zieken. Filippus kijkt alleen maar naar de uiterlijke omstandigheden en hij ziet alleen maar duizenden en duizenden mensen. En die moeten te eten hebben en zij hebben niets! Filippus kijkt alleen maar naar zijn eigen mogelijkheden! En dat is nou typerend voor het ongeloof! Het ongeloof rekent alleen met zichzelf! Het ongeloof kijkt naar al de omstandigheden maar het ongeloof let niet op God! En Filippus kan niet verder komen dan te zeggen: er zijn zoveel mensen, 200 penningen dat is niet eens genoeg om voor al die mensen eten te kopen! Dat is de conclusie die Filippus trekt. Eén penning was het dagloon van een arbeider dus 200 penningen was het loon van een arbeider die 200 dagen gewerkt had, meer dan een half jaarsalaris. En wanneer Filippus dit bedrag noemt, 200 penningen is niet eens genoeg om voor hen allemaal brood te kopen, dat betekent dan niet dat ze 200 penningen bij zich hadden! Want de Heere Jezus en Zijn discipelen waren arm, ze hadden niet veel geld. Maar het kan ook gewoon een uitroep zijn: ook al hadden we 200 penningen, een half jaarsalaris van een arbeider, dan konden we nóg geen brood genoeg kopen voor al deze mensen! En wat Filippus betreft zijn ze nu in een onmogelijke situatie terecht gekomen en wat de Heere Jezus moet doen is die mensen maar gauw naar huis sturen en dan zijn ze van het probleem af.
Maar hier faalt Filippus want hij let niet op de grote macht van Christus! Ook al had hij zoveel wonderen van de Heere Jezus gezien, toch rekent deze discipel nu niet met de macht van de Heere Jezus maar hij staart op alle menselijke onmogelijkheden! En niet alleen Filippus maar al de discipelen dachten zo, Johannes en Jakobus en Petrus, allemaal. In Markus 6 lezen we het ook dat de discipelen tegen de Heere Jezus zeiden dat Hij maar die mensen naar huis moest sturen. En het probleem met deze discipelen was dat ze alleen maar berekenden! Het ongeloof rekent maar het geloof ziet op naar God! Wat is dat ongeloof toch verlammend en wat is het geloof toch heerlijk! Dat we niet hoeven te zien op onze eigen onmogelijkheden maar dat we mogen zien op de Heere God Die de Bron is van alle goed! Die volkomen uitkomst kan geven! Die alle dingen ten goede kan laten samenwerken! Wat een zegen om te letten op Wie God is! U die ook worstelt met uw eigen moeite en eigen onmacht en eigen onmogelijkheden, u die worstelt met uw eigen ongeloof en u die steeds tegen uw eigen tekort opbotst dat u niet bent die u had moeten zijn en dat u het niet kunt wat u moet zijn! Dat u zelfs moeite hebt om dankbaar te zijn op de Dankdag omdat er zoveel stormt in u en u kunt uw eigen gedachten niet eens de baas! Wat is het dan heerlijk om op te zien naar Die God Die rust kan geven, Die Zijn liefde kan uitstorten in het hart en Die ons in overgave aan God kan leren te leven! Dat geloof is zo’n zegen, ongeacht wie u bent want er zijn geen hopeloze gevallen voor de Heere en er is geen put te diep voor de Heere om u eruit te halen! Maar hoe vaak leven wij niet bij wat de mensen mogelijk is en we houden geen rekening met de macht van God? De Heere kan ons toch ook op de proef stellen? En hoe reageren wij dan? Als er moeite in uw leven komt, stort dan heel uw leven in elkaar of gaat u zeggen: maar mijn Verlosser leeft? Jongens en meisjes leren jullie ook uit dat geloof te leven? Jullie moeten toch ook een nieuw hart hebben? Jullie moeten toch ook leven met de Heere? En dan kun je jezelf niet
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
4
geven. Maar wat jullie niet kunnen dat kan God wel doen. God kan voor jullie zorgen, God kan je zegenen in je leven, God kan je helpen ver boven alles wat je verwacht. Want God Die helpt in nood, is in Sion groot.
Nou dat zullen Filippus en de andere discipelen ook nu heel duidelijk gaan zien. We lezen dan in Markus 6 dat de Heere Jezus vraagt: hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het! Dus dan gaan de discipelen zoeken en vragen: hebt u misschien brood bij u? Nee. U misschien brood? Nee. U mevrouw hebt u? Nee geen brood. En dan vinden ze één jongen, daar komt Andreás mee aan, de broer van Petrus. En hij zegt: ja hier is een kleine jongen en hij heeft een lunchpakket van huis meegenomen. Meer was het niet, 5 gerstebroden en 2 visjes. En Andreás zegt het ook: maar ja wat zijn dezen onder zo velen? Het was ook een probleem, een nood! De discipelen wisten niet wat de Heere Jezus zou doen! Meer dan 10.000 mensen en ze hebben geen eten en nu wil de Heere Jezus hen te eten geven en dan moeten de discipelen maar bij elkaar zien te scharrelen wat ze hebben en het enige wat ze kunnen vinden is een jongen die een lunchpakket heeft meegenomen! En daar staat dan Andreás met het lunchzakje van de jongen in zijn hand. En dan zegt de Heere Jezus: dan gaan we nu maar eten! Wat een onmogelijke situatie! Wat moeten de discipelen wel gedacht hebben? En dan zien we:
De volheid:
De Heere Jezus zegt: laat de mensen allemaal gaan zitten op het gras in groepen van 50 en van 100. Er is verwachting, we gaan eten! En wat gaat er nu gebeuren? En daar zit de Heere Jezus tussen Zijn discipelen met het lunchzakje van de jongen voor Zich en waarschijnlijk meer dan 10.000 mensen om Zich heen! De Heere Jezus zegt: we gaan eten en we gaan dit nu met elkaar delen. En als we gaan eten dan moeten we eerst bidden. Want jongens en meisjes wij bidden voor ons eten en jullie weten waarom we dat doen, om een zegen van God te vragen over het eten. Wat betekent dat? Dat betekent dat het eten goed voor je zal zijn, dat de krachten in dat eten voor jouw lichaam goed zullen zijn, dat je lichaam weer daardoor versterkt wordt. God doet dat. Dat doet het eten niet, dat doet de Heere God en Hij gebruikt daar het eten voor. De Heere kan ook een lichaam versterken zonder eten maar de Heere doet het doormiddel van het eten. En daarom bidden wij een zegen of het eten goed voor ons mag zijn, dat we er krachten uit ontvangen. Daarom bidden we voor het eten. Dat heeft de Heere Jezus ook gedaan. En Hij dankte God voor het eten en toen ging Hij dat eten uitdelen. Hij nam die broden en dan? Ja dan gebeurt het wonder. Hij brak de broden af. En we nemen aan dat de Heere Jezus dat in die manden deed. En wat er precies gebeurt dat begrijpen wij niet. Het is niet zo dat opeens er een grote stapel brood ligt en een grote stapel vis. Nee uiterlijk is er geen verandering. Vers 11: en Jezus nam de broden en gedankt hebbende deelde Hij ze aan de discipelen en de discipelen aan degenen die neergezeten waren. Desgelijks ook van de visjes. Dus de Heere Jezus nam het brood, brak het in stukken en deed dat ook met de visjes. En terwijl Hij aan het breken was bleef Hij maar breken en het brood in de vis in die manden, vervolgens door de discipelen naar de verschillende groepen gebracht en daar deelden zij weer uit. En hoeveel ze ook uitdeelden uit die mand, het was steeds genoeg, het ging maar door, er was steeds genoeg! En dan hielden ze ook nog brood en vis over. En dan staat er in vers 12 en 13: en als zij verzadigd waren zei Hij tot Zijn discipelen: vergadert de overgeschoten brokken opdat er niets verloren gaat. En zij vergaderden ze dan en vulden 12 korven met brokken van de 5 gerstebroden welke overgeschoten waren degenen die gegeten
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
5
hadden. Het was een wonder. En weet u wat nou zo bijzonder hierin is? Die woorden aan het einde van vers 11: zoveel zij wilden. Ze mochten zoveel nemen van dat brood en de vis als ze maar wilden. Wilt u nog meer? Er is nog meer! En dan vers 12: en als zij verzadigd waren. Dus ze konden niet meer op. En dan? Dan blijft er nog zoveel over, 12 manden vol brood en vis! Dat bleef allemaal over. En dat moeten de discipelen meenemen, dat mogen ze niet weggooien, dat is voedsel voor de komende dagen. We mogen geen eten weggooien.
En hier zien we het wonder dat de Heere gezorgd heeft en wel op zo’n bijzondere wijze had de Heere gezorgd voor Zijn discipelen maar de Heere had altijd voor Zijn discipelen gezorgd. Zolang ze bij Hem waren zorgde Hij voor hen elke dag opnieuw. En al deze mensen die nu zo wonderlijk gevoed werden door brood en vis, zij wisten niet dat de Heere Jezus hen heel hun leven al verzorgd had. Ze waren altijd door de Heere van al het goede voorzien. En zo zijn wij van onze kinderjaren af ook voorzien van het goede! Wie van ons heeft ooit gebrek gehad in zijn leven? Wie van ons is ooit hongerig naar bed gegaan? Wie van ons heeft geen kleren gehad om aan te trekken? Er komen van de Heere ook de gewone dingen, niet alleen het bijzondere! Het was niet alleen dat de Heere zorgde nu met deze wonderbare spijziging. Nee de Heere had heel het leven voor die mensen gezorgd! Zo las ik van twee mannen die spraken over de bescherming van de Heere en de één zei: ik liep op straat en er lag wat rommel en ik gleed eropuit. Maar gelukkig bezeerde ik niets. De Heere heeft mij bijzonder bewaard. Ja, zei die ander, dat is helemaal waar. Maar de Heere heeft mij ook bijzonder bewaard want ik ben wel 100 keer over die straat gelopen en ik ben nog nooit ergens op uitgegleden. Zo heeft de Heere mij ook bijzonder bewaard. En zo is het precies want God zorgt voor ons ook in het gewone leven. En als je zicht krijgt op wie je geweest bent voor God, dat je wel tegen God overtreden hebt dan worden al die gewone dingen zo bijzonder, dan wordt het een wonder. Dan wordt het koekje bij de thee nog een wonder van Gods genade want ook dat verdienen we niet! En zo zien we Gods zorg heel ons leven ook in dit afgelopen jaar. Want de Heere zorgde niet alleen toen we een ongeluk hadden en we er net goed vanaf kwamen of dat we ziek waren dat de Heere herstel gaf. Nee de Heere heeft altijd gezorgd heel ons leven. In dit afgelopen jaar, wie zorgde ervoor dat er regen viel en dat de zon ging schijnen en dat de vruchten groeiden aan de bomen en dat we weer een goede oogst ontvangen hebben van vruchten, van tarwe, van aardappelen, van groenten? En wie zorgde ervoor dat de beesten op het veld geboren worden zodat wij vlees te eten hebben? En dat wij in een vrij land kunnen wonen waar geen oorlog is? Dat we naar school konden? Dat we gezondheid hadden? Het is toch allemaal van God? De Heere geeft toch ook ons een volheid van zegeningen? Elke dag genoeg te eten en te drinken en elke dag heeft de Heere Zijn schepping onderhouden, de vogels kwetteren, de planten groeien. Zoveel verschillende planten, zoveel verschillende bomen en struiken, allemaal prachtig. Allemaal gemaakt en onderhouden door de Heere! Het zijn de weldaden en de zegeningen van God! Ja laten we bij deze overvloed stilstaan.
Maar daarnaast is het ook zo dat de Heere uit iets heel kleins iets groots kan laten voortkomen! Uit dat broodzakje van die jongen wat hij waarschijnlijk van zijn moeder heeft meegekregen, daar heeft de Heere meer dan 10.000 mensen mee gevoed. Zo kan de Heere gebruik maken van het kleine om een zegen te geven, een grote zegen. God maakt gebruik niet van sterke middelen maar van zwakke middelen, van het kleine! En daar doet Hij wat mee. Misschien bent u ook ergens toe geroepen waar u wat tegenop ziet en u voelt uzelf ook zwak, misschien de opvoeding of
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
6
misschien praten met uw kind of misschien op de zondagschool of op de vereniging leiding te geven of een andere positie die u hebt, misschien het ambt. En u voelt u ongeschikt, onnut, zo gebrekkig. Maar de Heere kan het kleine gebruiken om wonderen te doen. Hij kan een overvloed van zegen geven uit het eenvoudige! Een oude vrouw op een kamer die gaat pleiten en worstelen met de Heere voor een geestelijke opleving in het midden van de gemeente. Een zwak, klein middel kan grote gevolgen hebben. Zo werkt God. En die jongen heeft ook zijn lunch afgestaan. Die jongen zie niet: nee dat is van mij. Hij gaf het. En zo mag u ook uzelf geven ook met het kleine wat u hebt, met het gebed: Heere wil mij toch gebruiken zoals U het wilt! Het is toch een voorrecht om in overgave aan de Heere te leven? Dat moest die jongen in feite ook toen hij zijn lunch weggaf!
En we gaan niet groot denken van die jongen of over die 5 broden en die 2 visjes. Natuurlijk niet. Wij moeten groot denken van God en van Zijn volheid! Want God kan nog het zwakke gebruiken en doen daarmee wat Hem behaagt! De Heere kan het kleine, het onbetekenende nog stellen tot een rijke zegen! En misschien ziet u anderen die veel beter kunnen praten en veel meer kennis hebben en veel meer inzicht en veel knapper en veel geleerder en veel meer wijsheid hebben. Nou die kunnen veel beter dat doen dan ik dat doe! Maar u moet het doen. En u voelt uzelf zo klein. Ik las een voorbeeld van: als je een groot watervat hebt waar zoveel water in zit, waar zoveel goeds mee gedaan kan worden en je hebt een klein watervat, dat is eigenlijk klein en onbetekenend. Maar om bij een watervat het water eruit te halen moet je er een kraan instoppen. En als je een groot watervat hebt en je stopt de kraan bovenin en je doet hem open? Nou dan komen er een paar druppels uit en het is over. Die kraan zit op de verkeerde plaats. Maar als je een klein watervat hebt en de kraan zit onderin dan doe je het open en er komt een stroom van water. Kijk zo is het nou geestelijk ook. Misschien denkt u dat u zo klein bent en zo ongeschikt. Maar vraag maar of de Heere u wil gebruiken, waartoe de Heere u roept en dat het rijk gezegend mag worden. Wat de Heere u gegeven heeft dat u dat door Zijn genade mag doorgeven. Dat die kraan onderin u leven mag staan en dat alles overgegeven wordt aan de Heere. Misschien een paar woorden op een zondagschool waarvan u denkt: ja wat helpt dat nou? Of een paar woorden in evangelisatiewerk, of een opmerking die u maakt op de jeugdvereniging om iemand wat verder te helpen. En al is het voor uw eigen waarneming nog zo onbetekenend, God kan het gebruiken, Hij kan het eenvoudige, het kleine rijk gebruiken en een volheid geven! U weet misschien dat toen Charles Spurgeon in Londen gevraagd werd te preken, toen was hij nog maar 19 jaar en hij was een jongen die op het platteland daar preekte voor een kleine plattelandsgemeente. En toen kreeg die jongen een brief uit het grote Londen van een kerk dat hij daar moest preken. Nou hij las dat en zei: dit is verkeerd bezorgd! En hij schreef retour afzender. U hebt het verkeerd, ik ben nog maar 19 jaar en ik ben jong en heb een plattelandsgemeente. Het is verkeerd geadresseerd! En hij stuurde het terug naar de ouderlingen in Londen maar die stuurden gelijk weer een brief: nee meneer wij willen dat u bij ons komt preken! Het is geen vergissing! En toen is die 19-jarige jongen naar Londen gegaan. En daar heeft de Heere die 19-jarige jongen tot rijke zegen willen stellen. En dat lag niet aan Spurgeon, dat lag aan de grote volheid van God! En ze mogen we verwachting hebben van de volheid van God dat God een God is Die meer kan doen wat het oog niet gezien heeft en het oor niet gehoord, dat heeft God bereidt voor degenen die Hem verwachten die op Hem wachten! We zien hier de grote almacht van God! Nou dat zien we ook in dit gedeelte in Johannes 6 hoe de Heere Jezus almacht heeft in de hemel en op de aarde. Hij laat het voedsel komen terwijl er geen voedsel is en heel het evangelie is vol van de
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
7
grote macht van Christus. Hij beveelt de zon en de sterren en de stormen en de winden. Hij heeft macht om duizenden mensen te voeden uit één lunch. En laat dit ook voor ons tot troost zijn dat God de Almachtige God is en dat Hij voor u zorgen kan ook in het dagelijkse leven. Want er zijn ook zorgen onder ons. Maar de Heere kan ook daarin overvloedig in voorzien. En dan trekken we de lijn maar gelijk door dat de Heere ook een overvloed van genade heeft om zondaren zalig te maken! U denkt: dat kleine gebed! U denkt: mijn proberen om te geloven! U denkt: mijn proberen om de Heere te zoeken, het betekent zo weinig! Maar de Heere is overvloedig in genade om te verhoren. Hij heelt de gebrokenen van hart. Hij bouwt op wat ingestort is. Hij kan melaatsen reinigen. Hij kan versterken wat zwak is. Hij kan genezen wat ziek is. Hij roept de zaken die niet eens bestaan en ze zijn er. Wat een verwachting! Vanuit uw onmacht, vanuit uw gesloten muren waar u tegenaan botst! Om naar boven te zien naar de volheid van God. En dat is nou het geheim van een kind van God. Hoe kun je een kind van God omschrijven? Dat is iemand die leeft uit de volheid van God. Want hij is erachter gekomen dat hij zelf niets heeft, niets kan, niets wil, alleen maar tegen God is. En dat is nou de grootste pijn in zijn hart en in zijn ziel. Maar dat hij een God kent Die uit Zijn volheid geeft genade voor genade. En dan zien we tenslotte ook:
Het teken:
En dat was toch wat! Die mensen wisten dat er geen eten was en die wisten dat er maar één jongen was die een lunchzakje had meegenomen. En dat ze nu maar gingen eten. Ze dachten: hoe moet dit gaan? En ze hebben gegeten. Mag ik nog meer? Ja er is genoeg! Nog wat vis? En ze wisten niet wat er gebeurde. Overweldigd waren ze. En toen zeiden ze: Deze, Deze Hij is het, Deze Rabbi uit Nazareth, Hij heeft ons brood gegeven in overvloed! Dit is het teken dat Hij de Messias is! Dat zeggen ze hier. Waar dan? In vers 14, daar leest u het. Deze is waarlijk de Profeet Die in de wereld komen zou. Maar waarom zeggen ze nou: Profeet? Waarom zeggen ze niet gewoon: de Messias? Waar hebben die mensen het over? Wat bedoelen ze met de Profeet en dat Die Profeet moest komen? Kijk u moest weten, de mensen van Israël wisten en ze leefden al eeuwenlang in de verwachting dat de Messias komen zou want dat was zo vaak beloofd in het Oude Testament en ze geloofden ook dat wanneer de Messias komen zou dat de Messias hen brood te eten zou geven. Hoe komen ze daar nou bij? Nou daar komen ze bij omdat Mozes gezegd heeft in Deuteronomium 18 vers 15: een Profeet uit het midden van u, uit uw broederen als mij zal u de Heere uw God verwekken. Naar Hem zult gij horen! En de mensen begrepen wel: dat is niet zomaar een profeet, dat is de Messias! Hij is Deze! De mensen wisten dat Mozes bedoelde dat de Messias een Groot Profeet zal zijn. Hij zal een Profeet zijn zoals ik ben! Kijk dat is het: als mij. En de mensen zeiden: wat deed Mozes? Hij gaf ons het manna uit de hemel en het volk at. Dus als de Messias komt, Hij zal net zijn als Mozes dus Hij zal ons ook brood geven. Het paste allemaal precies in elkaar. Het was helemaal fout maar zo dachten ze dat. Wat Mozes bedoelt was te zeggen: zoals Mozes een profeet was zo zou de Messias ook een Profeet zijn. Wat was er nou zo bijzonder aan Mozes? Hij was de middelaar van het Oude Testament. De Heere sprak tot Mozes zoals een man spreekt tot zijn vriend van aangezicht tot aangezicht. Hij kreeg rechtstreeks de woorden van God, alle wetten en ceremoniën hoorde hij allemaal van God en dat heeft hij ook allemaal doorgegeven aan het volk. Zo was Mozes een heel bijzonder profeet, niemand als hem. Alleen de Messias zal ook alles van God horen en Die zal het ons ook vertellen. Naar Hem moeten wij horen! En dan moet u denken aan hoe de stem uit de hemel klonk: Deze is Mijn
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
8
Geliefde Zoon, hoort Hem! Dat is de echo uit Deuteronomium 18. De mensen moesten weten: Hij is het, hoort Hem! En Johannes zegt in Johannes 1 vers 18: de Eniggeboren Zoon Die in de schoot des Vaders is Die heeft Hem ons verklaard. Jezus verklaart aan de mensen Wie God was. Maar de joden dachten: als de Messias komt dan geeft Hij ons brood en daarom gaat de Heere Jezus verder in Johannes 6 uitleggen dat dat helemaal verkeerd is want Mozes heeft u dat brood niet gegeven uit de hemel maar Mijn Vader heeft u dat brood gegeven! En dan zegt de Heere Jezus: maar Ik ben wel het Brood des levens Dat uit de hemel gekomen is! Hij is Zelf het Brood! Hij geeft Zelf overvloed! En die wonderbare spijziging was alleen maar een teken dat bij Hem overvloed te verkrijgen is! Maar de mensen die dachten anders. Die dachten: Hij, Hij is het. Hij kan ons zomaar brood geven! Hij kan onze ziekten genezen! Hij kan onze doden opwekken! Nou dan kunnen we nu de Romeinen met geweld uit het land verjagen en nu kan het machtige rijk van koning David weer opgericht worden! Met zo’n Messias kan dat! Hij geeft ons zomaar brood en als we gesneuveld zijn dan maakt Hij ons weer levend! Hij moet onze Koning zijn en Hij moet vooraan staan in de strijd! Deze is waarlijk de Profeet Die in de wereld komen zou! En het werd nog allemaal versterkt deze gedachten omdat het Pascha dichtbij was. Het staat in vers 4. Waarom staat dat daar? Bij Paasfeest dachten de joden eraan hoe de Heere hen verlost had uit Egypte en dan dachten ze altijd: eigenlijk moeten we weer verlost worden van die Romeinen. En daarom was het altijd bij de viering van het Pascha wat roerig en onstuimig in Jeruzalem en daarom had Pilatus ook heel veel extra troepen speciaal laten overbrengen naar Jeruzalem, juist ten tijde van de joodse feesten wanneer er ook veel joden van buitenaf kwamen en het allemaal begon te gisten en te broeien. En die soldaten konden zo een opstand eventueel de kop indrukken. En nu kwam het Paasfeest eraan en nu deed de Heere Jezus dit. En nu zeggen de mensen: maar nu kan het, nu kunnen we in opstand komen tegen de Romeinen! En het was ook een verleiding voor de Heere Jezus want iedereen vond Hem geweldig! Maar de Heere Jezus bleef trouw aan Zijn roeping. Het gaat er niet om dat mensen je geweldig vinden! Het gaat niet om menselijke eer of een aards koninkrijk op te bouwen! Het gaat uiteindelijk ook niet om welvaart of overvloed maar het gaat om het eeuwige leven! Het gaat om de eeuwige zaligheid! Dát moet het doel van ons leven zijn! En ook voor de Heere Jezus, Hij moest die zaligheid verdienen, de zonde moest betaald worden en zondaren verlost worden. En dan lezen we in vers 15: Jezus dan wetende dat ze zouden komen en Hem met geweld nemen opdat ze Hem Koning maakten, ontweek wederom op de berg, Hijzelf alleen. Het volk wilde dus met geweld de Heere Jezus zelfs ontvoeren en meenemen naar Jeruzalem, Hem naar voren schuiven en dwingen om hun Koning te zijn! Maar wat doet de Heere Jezus? Hij loopt naar de mensen toe en Hij stuurt ze weg met zoveel macht en gezag dat de mensen gaan. En toen zei Hij tegen Zijn discipelen: jullie nemen de manden mee en je gaat in het schip naar de overkant. En Hij ging alleen hogerop de berg om alleen te zijn met Zijn Vader om daar te bidden, om in gemeenschap met Zijn Vader te zijn, om nieuwe krachten te ontvangen om het Middelaarswerk uit te voeren. En dan niet zoals de mensen dat wilden maar zoals God het wilde. Want de Heere Jezus heeft Zichzelf ook overgegeven aan Zijn Vader opdat God een overvloed zou geven. En dan liep er inderdaad ook op uit dat diezelfde mensen gingen roepen: weg met Hem, kruis Hem! We hebben geen koning, alleen de keizer te Rome, die is onze koning! Weg met Deze! Wat een Verachtelijke Koning, aan het kruis, weg met Hem! En het zwakke dat zich gaf aan het kruis waar niemand meer naar omkeek, dat heeft God gesteld tot een levende, eeuwige overvloed van zaligheid en eeuwig leven! Heilig zijn o God Uw
Predikatie ds. G. R. Procee over Johannes 6 vers 1-15 Thema: De wonderbare spijziging
9
wegen, niemand spreekt Uw hoogheid tegen! Want Christus is gekomen om de zaligheid te verdienen. En daar gaat het uiteindelijk om ook bij dit wonder dat Hij de Messias was. Dat is een teken van Zijn grote macht! Dat in de Heere Jezus macht is om zalig te maken! Leeft u nog zonder Christus? Bent u niet behouden? Bent u niet gered? Realiseert u zich waar u mee bezig bent dat als u de Heere Jezus niet kent als uw Zaligmaker, dan bent u nog verloren! En zo las ik ook van een vrouw die diepe indrukken had dat ze niet behouden was en ze wilde die indrukken niet verliezen. En terwijl ze haar huiswerk deed zei ze tegen zichzelf: maar ik ben nog verloren! En toen ze bezig was de kachel aan te maken zei ze tegen zichzelf: maar ik ben nog verloren! En toen ze bezig was het eten klaar te maken voor haar man zei ze: maar ik ben nog verloren! En toen haar man thuiskwam zei ze tegen hem: ik ben nog verloren! En toen ging haar man samen met haar in het gebed, gingen ze knielen voor de Heere en God hoorde dat smeekgebed en de Heere Jezus kwam in hun leven. En toen kon zij het ook zeggen dat door Gods genade de volheid van Christus ook voor mij is! En daar gaat het uiteindelijk om, ook op de Dankdag, om die volheid van Christus te kennen. En daarom is de beste manier om Dankdag te houden: op de knieën voor Christus met het gebed: Heere schenk mij genade uit Uw volheid tot Uw eer.
AMEN
Zingen Psalm 77 vers 8
Dankgebed
Zingen Psalm 52 vers 7
Zegen des Heeren