Lukas 15:8-10 'Blijdschap voor de engelen Gods' ds. A.J.T. Ruis

Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
1
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Christelijke Gereformeerde predikant, toentertijd staande in Damwoude
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Sliedrecht Bethel
Datum: zondag 11 augustus 2013, 18.00
Votum en groet
Zingen Psalm 123 vers 1
Geloofsbelijdenis
Zingen Psalm 146 vers 6
Schriftlezing: Lukas 15 vers 1 tot 24
Gebed
Zingen Psalm 77 vers 2 en 6
Tekst: Lukas 15 vers 8 tot 10:
8 Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij één penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt?
9 En als zij dien gevonden heeft, roept zij de vriendinnen en de geburinnen tezamen, zeggende: Weest blijde met mij; want ik heb den penning gevonden dien ik verloren had.
10 Alzo (zeg Ik ulieden) is er blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar die zich bekeert.
Hij was gemeente een jaar of 11 toen hij voor het eerst met zijn vader naar zee ging. En nadat hij een aantal zeereizen had gemaakt raakte zijn leven in een stroomversnelling want hij werd gedwongen om dienst te nemen bij de marine. En dat was in die tijd buitengewoon gevaarlijk. Op een bepaald moment raakte hij aan boord van een slavenschip, krijgt een plaats als slaaf ergens aan de westkust in Afrika, komt weer vrij, wordt zelf slavenhandelaar. En al die jaren staat zijn leven bol van het vloeken en drinken en God tarten met zonde: Joh Newton. En het gaat door. O ja, zelf schrijft hij in één van zijn brieven, soms had ik wel een godsdienstige bui. Dan dacht ik: het moet anders, het kan zo niet langer. En ik probeerde het ook een ogenblik anders en dat ging zo een poosje voort maar ik hield het niet vol. En na verloop van tijd was het erger dan het ooit was geweest. Totdat God Zelf ingreep en John Newton in vliegende storm op het schip tegenkwam en hem staande hield en hem opzocht in zijn verlorenheid en hem daar als een verloren penning opraapte uit het stof. En dan gaan er veel jaren voorbij. John Newton is inmiddels predikant geworden. En als hij op zeker moment gebogen zit over zijn tekst van aanstaande zondag en heel zijn leven aan zijn geestesoog voorbijtrekt en hij zich verwondert over Gods bijzondere leiding en Gods vrije genade in zijn leven, dan dicht hij een bekend lied: Amazing grace. Bewonderenswaardige genade. Een lied waarin hij het belijd: eens was ik verloren maar nu ben ik gevonden. Eens was ik blind maar nu zie ik. Een lied dat spreekt van de peilloze ellende waarin John Newton ooit verkeerde. Van de grondeloze liefde waarmee de Heere hem opzocht. En van de eindeloze vreugde die hem in de hemel wacht. Met die geschiedenis zijn we eigenlijk middenin onze tekst. Want de gelijkenis van de verloren penning spreekt eigenlijk ook over die 3 kernen uit het bekende lied van John Newton. En aan de hand van die 3 gedachten willen we de gelijkenis ook gaan overdenken:
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
2
De gelijkenis van de verloren penning
- Peilloze ellende (vers 8)
- Grondeloze liefde (vers 8b)
- Eindeloze vreugde (vers 10)
Peilloze ellende:
Wij hebben gemeente Lukas 15 opgeslagen. Dat is door Bijbeluitleggers wel genoemd: het hart van het Lukasevangelie. Het is ook een heel bekend hoofdstuk. Bekend omdat daar die 3 overbekende gelijkenissen in terug te vinden zijn. Gelijkenis van het verloren schaap, gelijkenis van de verloren penning en de gelijkenis van de verloren zoon. 3 gelijkenissen die heel sterk op elkaar lijken en in zekere zin ook een zelfde thematiek, een zelfde boodschap hebben. Terwijl anderzijds de nadruk, het accent in iedere gelijkenis ook weer valt op bepaalde, verschillende dingen. Maar voordat we over één van die 3 gelijkenissen nadenken, allereerst maar de vraag: waarom en wanneer vertelt de Heere Jezus deze overbekende gelijkenissen eigenlijk? Wel dat zegt vers 1 en 2 van hoofdstuk 15. We lezen daar: al de tollenaren en de zondaars naderden tot Hem om Hem te horen. En de formulering in de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament wijst erop dat dat niet maar één keer zo was, maar dat dat telkens opnieuw als de Heere Jezus onderwijs gaf, weer het geval was. Dan kwamen juist de tollenaars, wij zouden zeggen: de openbare zondaars, zij die samenwerkten met de gehaatte, bezettende macht en die zichzelf verrijkten ten koste van hun eigen land en volksgenoten en ook allerlei andere openbare zondaars, dan kwamen ze juist naar de Heere Jezus toe. Het onderwijs van vrije genade dat de Heere Jezus gaf, trok deze mensen op een wonderlijke manier aan. En als dat gebeurt dan roept dat reactie op, vers 2: de Farizeeën en Schriftgeleerden murmureren, mopperen, protesteren. Letterlijk staat er een woord dat de betekenis heeft van gonzen. Ze fluisteren tegen elkaar: zie je dat wie er naar Hem toekomen? En gaandeweg wordt dat steeds luider en dan wordt het hoorbaar. Ze zeggen tegen elkaar: Deze ontvangt de zondaars en eet met hen. Deze, en in de oorspronkelijke taal klinkt daar geringschatting in door, minachting. Deze Jezus van Nazareth is blijkbaar zó Iemand Die Zich inlaat met slechte mensen, met zondaren en Die Zich zomaar in verbinding met hen stelt en gemeenschap met hen wil hebben omdat Hij met hen eet! En als dat het protest is van de Farizeeën en de Schriftgeleerden, daar zou veel over te zeggen zijn. Protest tegen vrije genade. Dan gaat de Heere Jezus antwoorden met die 3 gelijkenissen waarvan we de middelste gelijkenis overdenken: de gelijkenis van de verloren penning.
In gedachten worden we meegenomen naar het eenvoudige huisje van een arme vrouw. Een vrouw die 10 penningen had. En een penning dat is een zilveren munt met de waarde van ongeveer een dagloon. Daar moest je een dag lang hard voor werken en dan had je één penning verdiend. En nu bestaat al het geld van die vrouw uit onze gelijkenis uit 10 penningen. Dat is niet zoveel. Een arme vrouw. Een vrouw die wellicht ook die 10 penningen had hangen aan een halsketting, want dat was de gewoonte in Israël. Om het spaargeld dat alleen in noodgevallen werd aangesproken, als een sieraad om de hals te dragen. Laten we dat beeld in gedachten maar even vasthouden. Een halsketting met 10 prachtige, glanzende penningen die het beeld van de koning of van de keizer weerspiegelen. En dan gebeurt het want de Heere Jezus zegt: de vrouw die 10 penningen had, verliest er één. Proberen we het ons even voor te stellen. Die penning die daar eerst hing te
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
3
glanzen en te schitteren en die dat beeld van de koning of de keizer heel duidelijk liet zien, is gevallen op de vuile, stoffige grond van het armoedige vertrek waarin die vrouw heeft gewoond, verloren. Daar ligt die penning in het stof. In het donker, want in de huizen van de eenvoudige, arme mensen in Israël was het altijd donker. Daar was alleen maar een lage deuropening en helemaal geen raamopening. Dat is het eerste stukje van de gelijkenis, waarmee de Heere Jezus iets laat zien van wat onze toestand van nature is. Want die penning is een beeld van u, en van jou en van mij van nature! Ooit, als ik het zo mag zeggen, hing de mens te glanzen en te schitteren tot eer van de Heere, als een penning aan de halsketting van die vrouw. Ooit leefden wij tot eer van God en vertoonden we het Beeld van de Grote Koning van hemel en van aarde. Maar door de zonde zijn we gevallen. En sinds we gevallen zijn leert Gods Woord ons, zijn we.. Ja wat? Wat geldt er nu van nature van ons allemaal? En van de kinderen als de Heere ons die geeft? Dat we verloren zijn! Wat is dat: verloren?
Laten we dat een ogenblik opdiepen vanuit die 3 bekende gelijkenissen. Want ik zei u zojuist al: die gelijkenissen laten alle 3 een ander accent zien. Ook als het gaat over de verloren toestand waarin we ons van nature bevinden. En dan is het misschien goed om te beginnen bij die laatste en denk ik ook de bekendste gelijkenis: de gelijkenis van de verloren zoon. Waarom was die zoon verloren? Dat weten de kinderen wel. Waarom was de zoon uit de gelijkenis van de verloren zoon verloren? Omdat hij zelf was weggegaan bij zijn vader. Omdat hij het geld had genomen van zijn vader, gevraagd had, ontvangen had en de wijde wereld ingetrokken was en het geld van zijn vader had doorgebracht. En dat was eigen schuld! Als de jongen daar zit bij de varkens en hij weet niet meer hoe hij eten moet en waar hij het eten vandaan moet halen, dan zegt hij het: ik heb gezondigd tegen de hemel en voor mijn vader. Door eigen schuld verloren! Dat is het eerste wat geldt van onze verlorenheid. Dat is geen lot. Dat is niet iets wat ons overkomen is maar dat is eigen schuld! En de vraag is: heb je dat al gezien? Hebt u dat al gezien? Dat is een vraag die ook naar mij toekomt: hebben we daar al iets van gezien? Van onze schuld tegenover God? Want God heeft ons zo niet gemaakt. Hij heeft ons zo niet bedoeld van nature! Hij heeft ons gemaakt en bedoeld om te schitteren tot eer van Hem, om te glanzen tot eer van de Schepper! En als we van die hoge top van eer in eeuwige verwoesting neer zijn gestort, dan is dat schuld! Dat is wat in de gelijkenis van de verloren zoon sterk wordt benadrukt: de schuld van onze verlorenheid.
En als we dan vanuit die 3de gelijkenis uit Lukas 15 een ogenblik teruggaan naar de eerste gelijkenis: de gelijkenis van het verloren schaap, valt daar de nadruk op een heel nadere kant van de menselijke verlorenheid: het grote gevaar waarin we ons van natuur bevinden! Een schaap zonder herder en het gaat donker worden. Dat betekent: dat schaap is in groot gevaar! Want ieder moment kan het in een ravijn storten! Ieder moment kan het zich bezeren en verwonden aan een scherpe rotspunt! Ieder moment kunnen daar de huilende hyena’s of de verscheurende wolven zijn, die het op het leven van zo’n schaapje hebben voorzien. Een verloren schaap is een schaap in groot gevaar. En dat is ook een kant van onze verlorenheid. Dat we in groot gevaar zijn! Dat we het maar meer zouden beseffen wanneer we nog in ons verloren bestaan voortgaan! Ieder moment kan die heel dunne draad van mijn leven zomaar doorgeknipt worden, doorgesneden worden! En als ik zo verloren de eeuwigheid inga, dan blijf ik voor eeuwig verloren! Het gevaar.
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
4
En dan de gelijkenis waar we nu heel bijzonder op letten: de gelijkenis van de verloren penning. Wat zegt die gelijkenis over onze verloren toestand? Wel twee dingen. Allereerst het Godonterende karakter van onze verlorenheid. Dat is iets wat wij als oppervlakkige mensen zomaar zouden vergeten. Dat één van de ergste dingen van de zonde is dat we God van Zijn eer beroven! Nog even dat beeld: die penning die daar schitterde tot eer van Zijn Schepper, ligt in het stof, glanst niet meer, weerspiegelt het Beeld van God niet meer! Het Beeld van God aan scherven gevallen in mijn leven! En ik kan God niet meer geven waar Hij zo recht op heeft. Ja en dan nog iets en dat is misschien wel het aller aangrijpendste van de verlorenheid. Dan moet je je even voorstellen hoe die penning daar ligt, verloren. Maar die penning zal vanuit zichzelf ook nooit terugkeren. Die ligt daar maar koud en dood en gevoelloos in het stof. Onmachtig om ooit terug te keren naar zijn oorspronkelijke plaats! Onmacht van onze verlorenheid. En dat zeg ik niet met de bedoeling dat we daardoor lijdelijk zullen worden en dat we ons gaan verschuilen en zeggen: ja maar ik lig toch verloren als zo’n penning en ik kan er toch zelf ook niks aan doen? Want die woorden zullen een keer besterven op onze lippen als we voor God staan! Dan komen we met zo’n verontschuldiging niet weg! Nooit weg! Maar intussen is het wel de aangrijpende werkelijkheid dat we onmachtig zijn. Schuldige onmacht? Jazeker want we zijn onmachtig omdat we ten diepste niet willen terugkeren tot God. Wel dat is het onthutsende en aangrijpende beeld dat de Heere ons van onze verlorenheid tekent. En als ik zeg: onthutsend en aangrijpend, dan is er misschien wel iemand die zegt: ik vind het helemaal niet onthutsend want ik heb het al vele malen gehoord in de kerk! Weet je wat het ergste is? Dat ik er zo blind voor ben en er zo ongevoelig voor ben en dat het mij helemaal niet aangrijpt! Nu komt de vraag: is het in uw, in jouw leven al gebeurd dat je oog in oog kwam te staan met je eigen verlorenheid? Is het al gebeurd dat je echt een verloren zondaar voor God werd? Wat is dat? Nou ga die dingen maar na. Dat betekent dat de Heere u heeft laten zien uw hemelhoge schuld! Het is mijn schuld dat ik verloren lig! Dat heeft God niet gedaan, dat heb ik gedaan! Ben je eraan ontdekt, mee bekend gemaakt? Zijn je ogen ervoor opengegaan? Want als Gods Geest gaat werken in het hart en in het leven van een zondaar, dan ga je dat zien! Dan ga je zien je verlorenheid, je toestand buiten God en dat je eigen schuld is! en dat wordt ook de droefheid! Dat wordt ook de smart! En één van die dingen die die droefheid voeden dat is dat je God van Zijn eer hebt beroofd. Dat je het nooit meer goed kunt maken. Dat je jezelf ook niet meer terug kunt brengen. Dat je daar ligt in je onmacht maar dat wordt juist een nood in je leven! Je gaat zien in wat een ontzaggelijk gevaar je bent! De rust wordt je opgezegd!
Dat is een vraag die vanuit onze tekst en de omgeving van onze tekst, naar ons toekomt: is dat gebeurd? Is de rust je echt opgezegd? Dat je niet meer verder kan? Dat je het hebt gezien: mijn toestand is zó nameloos verloren, ik heb een Borg nodig want ik kan vanuit mezelf mezelf nooit terugkomen tot God. O het zal van de andere kant moeten komen. Bent u, ben jij vastgelopen met alles van jezelf? Onmachtig, geen penning om te betalen. Alles bij de handen afgebroken. Alleen maar handen vol schuld en handen vol onreinheid! Als dat nou niet zo is, zal je dan niet hetzelfde doen als wat die tollenaren en zondaren deden? Wat hebben we over hen gelezen? Ze naderden tot Hem om Hem te horen. Als u nou blind bent voor uw eigen verlorenheid en als u het eerlijk moet zeggen: als het over Christus gaat, o dat zijn voor mij klanken. En misschien hebt u het weleens nagepraat van een ander toen die ander sprak over Wie Christus was en het maakte indruk. En je dacht: ik zal er ook eens wat over zeggen. Maar als je eerlijk bent en je moet jezelf doorzoeken moet je zeggen: het zijn alleen maar klanken. Omdat je nooit een verloren zondaar voor God
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
5
werd, kreeg je ook nooit echt belang bij een Borg en een Zaligmaker. Zou je dan niet Christus te voet vallen en Hem vragen om Zijn onderwijs? Want Hij Die tollenaren en zondaren onderwees in vrije genade alleen, Hij is vandaag nog Dezelfde! En Hij wil grote zondaren, Farizeeën en Schriftgeleerden, openbare zondaren en godsdienstige mensen buiten Christus, onderwijzen en leren. Zo komt Hij bladzij na bladzij in het evangelie naar voren, als Die Christus Die zo gewillig is om een mens te onderwijzen. En als je het nou niet weet of als u het niet weet, als je er nou niks van kent en je wordt maar ouder en het graf komt steeds dichterbij en het komt op je aan en je weet niet hoe het verder moet, o leg uw hand, leg uw vinger dan toch bij het evangelie dat spreekt over een Christus Die zo oneindig gewillig is om te leren, om te onderwijzen. En vraag het aan Hem: Heere onderwijst U ook mij en wilt U mij brengen op die plaats waar ik echt verloren zondaar wordt in de beleving voor U. Waar ik leer dat mijn bestaan van nature gekenmerkt wordt door peilloze ellende. In de tweede plaats:
Grondeloze liefde:
Want de Heere Jezus vertelt verder. In gedachten keren we terug naar dat huisje. Daar staat ze: die vrouw, een penning had ze verloren. En daar ligt die penning ergens in het stof op de grond. En wat gaat die vrouw dan doen? Wel de Heere Jezus tekent het in heel levendige kleuren in onze gelijkenis. Die vrouw gaat allereerst een kaars of een olielamp nemen en die steekt ze aan. En als dan het zachte licht van die kaars het armoedige vertrekje waar ze woont beschijnt en haar ogen dwalen over de grond, dan ziet ze in de stoffige, vuile grond de penning niet zomaar liggen. En dan neemt ze: een bezem. In de tijd van de Bijbel werd daar een palmtak voor gebruikt. En ze pakt die palmtak in haar hand en ze begint te vegen in de ene hoek van de kamer. En ze hoort niets, ze ziet niets. En ze veegt verder, de andere hoek van de kamer, vindt nog niets. Gaat weer verder. Ze blijft vegen, ze blijft zoeken, ze blijft kijken net zolang totdat ze de verloren penning met die bezem raakt en ze die penning in beweging brengt en die penning het gerinkel laat horen. En als ze hem dan ziet dan buigt ze zich voorover en dan buigt ze zó diep dat ze de verloren penning kan oprapen. Ze zoekt naarstig totdat ze die vindt, zegt de Heere Jezus.
Een ontroerend beeld dat een boodschap bevat van grondeloze liefde. Want de vrouw van de gelijkenis laat iets zien van hoe de Drie-enige God verloren zondaren zoekt. Ik weet: er zijn uitleggers van deze gelijkenissen die zeggen dat het in de eerste gelijkenis: het verloren schaap, heel sterk gaat over de opzoekende liefde van God de Zoon: de Herder. En in de laatste gelijkenis heel sterk over de opzoekende liefde van God de Vader. En dan zou het in de middelste gelijkenis wellicht bijzonder gaan over het zoeken van de Heilige Geest. Dat zou kunnen. Ik zou eerder geneigd zijn om te zeggen: ook in deze gelijkenis gaat het om de zoekende liefde van de Drie-enige God. Trouwens, dat is ook Bijbels en in overeenstemming met de leer van de kerk om te zeggen dat alle werken van de Drie-enige God naar buiten toe ongescheiden zijn. Dat geldt ook hier. We zien hier hoe de Drie-enige God verloren zondaren zoekt. Straks zal de Heere Jezus het zeggen in Lukas 19 als Hij het huis van Zacheüs binnengegaan is en als diezelfde Farizeeën en Schriftgeleerden daar zijn…. die hebben hier onderwijs gekregen in de gelijkenissen. En diezelfde mensen staan daar straks opnieuw te murmureren als de Heere Jezus het huis van Zacheüs binnengaat. En dan zal de Heere Jezus het zeggen: de Zoon des mensen is
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
6
gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is! en hoe dat gaat? Dat wordt afgebeeld in onder andere de gelijkenis van deze dienst.
Laten we dan het beeld van de gelijkenis nog een ogenblik overdenken. Hoe zoekt de Heere nu een verloren zondaar? Wel, het eerste is dat Hij geen moeite spaart. Dat zien we bij die vrouw ook. Die vrouw was een arme vrouw. 10 penningen was haar hele bezit. Maar die arme vrouw spaarde geen moeite. Ze stak haar kaars midden op de dag aan. En ze veegde en ze bleef vegen, net zolang totdat ze de penning gevonden had. Ze spaarde geen moeite. Dat vertolkt iets van hoe de Heere verloren zondaren zoekt! Hoe de Drie-enige God zondaren zoekt. God de Vader Die Zijn eigen Zoon, zoals Paulus het in Romeinen 8 zal schrijven, niet heeft gespaard maar heeft Hem overgegeven tot in de dood opdat Hij verloren zondaren zou zoeken en zou oprapen. God de Zoon Die Zichzelf niet heeft gespaard maar Die Zichzelf overgegeven heeft tot in de dood van het kruis, die vervloekte dood! Opdat Hij verloren zondaren zou zoeken en zou oprapen. God de Zoon Die tijdens Zijn omwandeling op aarde 3 jaren lang rusteloos rondging over de aarde. Om wat te doen? Ja om de wet van Zijn Vader volkomen te houden, om de Naam van Zijn Vader volkomen de eer te geven. En om verloren zondaren te zoeken. En God de Heilige Geest Die met eerbied gesproken, geen moeite spaart om verloren zondaren te zoeken. Of zou u dat durven tegenspreken? Of zou jij dat durven tegenspreken? Als je gaat optellen hoeveel preken je allemaal al gehoord hebt in je leven! Hoe vaak heeft God op de deur van je hart geklopt? Hoe vaak heeft de Heere Zich menselijk gesproken, moeite getroost en moeite gegeven, om je te brengen tot Hem? Om je te roepen tot Hem? Hoe vaak heb je gehoord uit Gods Woord? Hoe vaak zijn er ernstige roepstemmen geweest in uw en in jouw leven? Ernstige gebeurtenissen waardoor de Heere schudde aan de boom van je leven? De Heere spaart geen moeite zoals de vrouw geen moeite spaarde.
Nog iets wat er in dat beeld van die vrouw ligt. Dat is dat ze middelen gebruikt als ze zoekt. Die vrouw steekt een kaars aan en die vrouw neemt een palmtak in haar handen en ze gaat het huis met bezemen keren. Ze gebruikt middelen. En zo gebruikt de Heere ook middelen. Ik geloof niet dat het de bedoeling is om de meest kleine details en bijzonderheden van iedere gelijkenis te vergeestelijken. Maar u mag er wel voor uzelf over nadenken en verder denken. Wat voor middelen gebruikt de Heere als Hij verloren zondaren zoekt? Het middel van de wet. De wet die een zondaar aanklaagt. De wet die een zondaar beschuldigt. De wet die een zondaar veroordeelt. De wet die een zondaar verdoemt. En als dat nou gebeurt in je leven, als dat misschien heel klein begint met onrust. Dat je de kerk uitgaat en dat je beseft: zo kan het niet verder. Dat je iets gaat zien van je schuld tegenover God. O druk dat niet weg en leef daar niet overheen en spring daar niet overheen. Maar vouw je handen en vraag: Heere wilt U het verdiepen? En wilt U de wet gebruiken en de prediking van Gods wet gebruiken om mij te brengen op de plaats waar ik komen moet en waar ik uit mezelf niet komen wil en niet komen kan. Die plaats waar ik een verloren zondaar wordt. De prediking van Gods wet, dat is het middel wat de Heere gebruikt. En de prediking van het evangelie! Ja ook dat! En wat is het dan belangrijk om onder die middelen te komen en om die middelen te gebruiken. Om Het Woord biddend te lezen. Om een plaats te zoeken onder de prediking van vrije genade. De Heere gebruikt middelen.
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
7
Ja en dan nog iets. Dat is misschien het kostbaarste woord van de gelijkenis. Het woord bijna aan het slot van vers 8: en zoekt naarstiglijk. Dat is een woord wat in de vertaling vooral betekent: ijverig, met inspanning, totdat ze het vind, zoals het erachter staat. Maar als u het woord in de grondtekst zou lezen, dan ziet u daar een woord staan wat ook iets vertolkt van het feit dat die vrouw belang had bij de penning die ze zocht. Dat die penning haar ter harte ging. En dat is een wonder als we vooral dat element een ogenblik doortrekken. Dat het blijkbaar zó is dat verloren zondaren Christus ter harte gaan! Dat mag ik vanuit de gelijkenis ook preken. Een onbevattelijk wonder: Jezus Christus in de wereld gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is! waarom? Omdat verloren zondaren Hem ter harte gaan! Zitten er hier verloren zondaren in de kerk? Mensen die niet weten hoe ze ooit vrede met God zullen ontvangen? Mensen die niet weten hoe ze ooit bekeerd zullen komen? Mensen die zo diep doordrongen zijn van hun eigen verlorenheid en voor wie het steeds onmogelijker wordt? Het evangelie preekt u een Christus Die het verlorene zoekt en bij Wie het zo is dat verloren zondaren, mensen die het alleen maar bedorven hebben, mensen die het alleen maar verknoeien kunnen, dat zulke albedervers Deze Zaligmaker ter harte gaan! En dat Hij ze nodigt vrij, algemeen, ernstig, onvoorwaardelijk! Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven! Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waardig dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken! Kijk dan mag de grootste zondaar komen tot Christus. Dan mag een zondaar komen en dat is de onbegrijpelijke ruimte in het evangelie: zoals hij is, zó verloren als hij is! Nee niet om te blijven zoals hij is want dat is niet zoals de Heere Jezus met tollenaren en zondaren omgaat. Hij maakt ze tot volgeling maar ze worden genodigd om te komen zoals ze zijn. Zó verloren. En misschien zegt u het wel: zou ik mogen komen, zo verloren als ik ben? Het is juist het liefste werk van Deze Zaligmaker om de meest verloren zondaar op te rapen.
Ach, zegt u, ik hoor over komen tot Christus en ik hoor over komen tot de Zaligmaker, maar man ik zou willen dat ik wist hoe ik moest komen! Hoe zal ik ooit komen tot Hem? O ik kan het mezelf wel aanpraten maar wat heb ik daaraan? Als dat u nood is, spreek dat dan toch ook voor de Heere uit! En zie in deze gelijkenis dat het echt waar is dat waar de Heere Jezus komt, Hij alles meebrengt! En als je jezelf dan op één lijn moet stellen met die verloren penning: koud en gevoelloos, in het stof, albederver, beeld van God gebroken, o dat u dan de vinger zou leggen bij de tekst en dat je het zegt op je knieën: Heere zo’n verloren penning ben ik! En ik weet niet hoe ik ooit terug moet komen tot U! En ik kan niet komen. En ik weet het Heere: het is schuld. En ik besef er nog veel te weinig van. Maar zou U Die Zaligmaker willen zijn Die het verlorene opraapt uit het stof? Dat is toch ook het geheim van allen die de Heere kennen en vrezen? Dat is toch de belijdenis? Dat ze opgeraapt zijn uit het stof? Kijk als dat het wonder van je leven niet is, als dat het geheim van je leven niet is, dan is er wel reden om de zaak nog eens heel goed na te kijken. Dan is het wel de vraag of ik niet misschien een bekering heb waar God niet van weet. Want allen die de Heere echt vrezen, ze zullen het hier toch over eens zijn: als een verloren en als een onwaardige zondaar opgeraapt dankzij vrije genade alleen! En dan ga je roemen in vrije genade ook!
Ik denk aan die man in Friesland die ik ontmoette. Een man die jaren naar de kerk ging. En toen kwam de Heere in zijn leven en de Heere werd hem te sterk op een wonderlijke manier. Hij gebruikte er één van Zijn kinderen voor. En als je later met
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
8
die man sprak en je vroeg aan hem: hoe is dat nu bij u gegaan? Dan zei hij het: nergens om gevraagd en toch gekregen! Ja maar heb je niet gebeden dan? Ja wel gebeden en tóch niet gebeden. Hebt u niet gevraagd dan? Ja wel gevraagd en eigenlijk toch niet gevraagd. Nee Ik ben gevonden van degenen die naar Mij niet vraagden. Opgeraapt dankzij vrije genade alleen! En dan is het voor een kind van God zo belangrijk en nuttig om altijd weer terug te denken aan de plaats waar de Heere je vond en waar de Heere je opraapte. Dat is Bijbels. Dat schrijft Paulus in Eféze 2, als hij schrijft aan Gods kinderen in Eféze, gaat hij hen herinneren aan de plaats waar ze opgeraapt zijn: gij waart eertijds dood in de zonde en de misdaden. Gij waart eertijds zonder God en zonder hoop in deze wereld. Waarom schrijft Paulus dat? Opdat allen die de Heere vrezen het steeds opnieuw en steeds dieper zullen beseffen dat het genade en genade alleen was waardoor ze opgeraapt zijn! Opdat ze zichzelf zullen verootmoedigen en opdat de Heere en Zijn vrije genade alleen de eer krijgt! En als een kind van God dan echt op zijn plaats is, ja dan wordt hij ook gunnend naar anderen toe en bewogen, juist met verloren mensen. Dan stel je je niet meer boven een ander. Dan stel je je niet meer boven een grove zondaar. Maar als je op je plaats bent zeg je het: Heere het is Uw genade dat ik ervoor bewaard ben. En het is Uw genade alleen waardoor ik opgeraapt ben. En als Uw genade mij niet bewaard en mij niet vasthoud, dan ben ik tot erger in staat. En dan tenslotte:
Eindeloze vreugde:
We keren nog één keer terug naar dat huis van die arme vrouw. Daar staat ze. Het licht van de kandelaar of de kaars schijnt nog. En ergens in dat armoedige vertrekje staat die vrouw met in haar hand de verloren penning. Verloren maar gevonden! En ze veegt het stof van de penning af zodat die penning weer het beeld van de koning vertoont. En dan maakt ze de penning vast aan haar halsketting. Zó vast dat ze hem nooit meer verliezen kan. En dan is er in haar hart een stille vreugde want de penning die verloren was is gevonden! En die stille vreugde die breekt zich baan naar buiten toe. En ze verlaat haar huisje en ze roept haar vriendinnen en buurvrouwen en ze zegt: wees blij met mij want ik had mijn penning verloren maar de penning die verloren was, ik heb hem gevonden!
En dan trekt de Heere Jezus de lijn Zelf door vanuit de gelijkenis: alzo zeg Ik ulieden.. En dat geeft de woorden van de Heere Jezus nog extra nadruk: alzo, Ik zeg het u, is er blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar die zich bekeert! Blijdschap, dat moeten we precies lezen. Er staat niet: blijdschap bij de engelen Gods. Maar er staat een woord dat eigenlijk de betekenis heeft: blijdschap voor het oog van of voor het oor van de engelen Gods. Met andere woorden: de engelen in de hemel zien blijdschap en ze horen blijdschap. Bij wie? De diepste gedachte van de gelijkenis: bij de Heere Zelf! Want het is toch de lust van de engelen en de taak van de engelen, om op iedere wenk van God te staren. Onafgebroken zijn hun ogen gericht op de Drie-enige God. En wat ze zien als één zondaar zich bekeert, dat is blijdschap bij God. Ja dat is een ontzaggelijk diepe gedachte dat als een verloren zondaar tot bekering komt, er blijdschap is in de hemel. Blijdschap in het hart van God, eindeloze vreugde. Zo’n diepe vreugde dat de engelen het zingen en het horen. En dan verblijd de Heere Zich over Zijn eigen werk. Want Hij was het Die Zijn Zoon zond vanuit Zijn welbehagen opdat Zijn Zoon verloren zondaren zou oprapen! En God de Zoon is het Die gekomen is om het verlorene te zoeken! En God de Heilige Geest is het Die een verloren zondaar opraapt en trekt. Hoe? Door de macht van
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Lukas 15 vers 8-10 De gelijkenis van de verloren penning
9
Christus te laten zien en door de gewilligheid van Christus te laten zien Die hem trekt en naderbij trekt. God verheugt Zich in Zijn eigen werk.
Ja maar we lezen ook onze gelijkenis nauwkeurig. En dan is het waar dat er blijdschap in de hemel is over één zondaar die uit het stof wordt opgeraapt, uit zijn verlorenheid wordt teruggebracht tot God. Maar het staat er in onze gelijkenis anders. En ik stel me voor dat de Heere Jezus die Farizeeën en die Schriftgeleerden die daar stonden te murmureren, heeft aangekeken. Alzo is er blijdschap over één zondaar die zich bekeerd! Bent u die ene? Ben jij die ene? Want met die laatste woorden trekt de Heere Jezus die gelijkenis in het Bijbelse evenwicht. Een mens gaat niet verloren omdat hij niet opgeraapt werd uit het stof! Maar een mens zal verloren gaan omdat hij zich niet wilde bekeren! Eén zondaar die zich bekeert. En dan komt tenslotte de vraag tot een ieder van ons: is er blijdschap in de hemel over u? Over jou? Of is die er niet? Of is er droefheid? Of is er toorn? Want allen die onbekeerd voortleven en die afweren de handen op een Goddeloze manier en op een zondige manier, of op een vrome en godsdienstige manier, maar allen die afwerend de handen uitstrekken naar een Borg en Zaligmaker Die het verlorene zoekt, die hopen zich een schat van toorn op tegen de Dag van het oordeel! En daarom: is er blijdschap of is er toorn? U zegt: blijdschap is zo hoog en zo ver. Wel dan een andere vraag: bent u al genaderd om Hem te horen? Bent u Hem al te voet gevallen? Nabij u is Het Woord. Dat Woord waardoor de Heere ook vandaag nog wil leren dat zondaren, verloren zondaren behouden kunnen worden dankzij vrije genade alleen! Bent u genaderd om Hem te horen? Val Hem toch te voet, want wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.
AMEN
Zingen Psalm 113 vers 4
Dankgebed
Zingen Psalm 45 vers 7
Zegen des Heeren