Mattheüs 6:33 'Zoekt eerst het Koninkrijk Gods' ds. M. van der Sluijs

Predikatie ds. M. van der Sluijs Christelijke Gereformeerde emerituspredikant nu wonend te Werkendam
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Driebergen-Rijsenburg
Datum: zondag 9 juli 2017, 10.00

Votum en groet
Zingen Psalm 8 vers 1 en 4
Wet des Heeren
Zingen Psalm 25 vers 7
Schriftlezing: Mattheüs 6 vers 19 tot
Gebed
Zingen Psalm 27 vers 2 en 5

Tekst: Mattheüs 6 vers 33:
Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

Op weg uit de stad van het verderf naar de hemelstad worden onder andere de herinnering opgehaald van iemand die beroofd werd. En het was zijn eigen schuld. Zijn moed en zijn hoop was weg en dan blijft er uiteindelijk alleen maar eigen schuld over. Maar wat ze niet konden wegnemen was het geloof. Laat het dan een klein geloof geweest zijn, zo beschrijft Bunyan het. En als je leest hoe Huntington dat beschrijft: een man met kromme benen omdat hij van jongs af aan speelde met kinderen van Hagar. Klein Geloof. Gemeente dat was de aanleiding dat ik bij het gedeelte kwam van de tekst. Wat is eigenlijk klein geloof? Daar valt natuurlijk heel veel over te zeggen maar als we het in het verband van de tekst onder uw aandacht willen brengen, dan geldt in ieder geval dat ook de allerkleinste in het geloof het Koninkrijk van God zoekt. We hebben het van nature verloren. We staan buiten de hemel en we zijn God kwijt. Maar dat nu Die Koning uit Dat Koninkrijk der hemelen is gekomen op de aarde om te zoeken en zalig te maken en mensen te bekeren, het geloof te geven. Dat mogen we vanmorgen zien, als Hij eenmaal heeft gezeten op de berg van de zaligsprekingen en dat hemelse onderwijs heeft gegeven. Opdat de allerkleinste bemoedigd zou mogen worden door wat de Koning zegt en belooft. Om dat Koninkrijk van Hem te mogen zoeken. En dat willen we gaan overdenken gemeente:

De kleinste in het Koninkrijk
- Zoekt Gods recht
- Zoekt Gods genade

Zoekt Gods recht:
De Heere Jezus heeft volgens Mattheüs 4 Zijn ouderlijk huis verlaten en Hij is gaan wonen in Kapernaüm aan de zee van Tiberias. Dat is immers Zijn werk om net zoals Johannes de Doper dat deed de mensen te roepen: bekeert u en gelooft het evangelie van het Koninkrijk der hemelen dat in Hem is nabij gekomen. Hij wist dat omdat Hij Zelf de Zoon van God is. Maar als je dat nou nog niet gelooft dat Hij de Koning van dat hemelse Koninkrijk is, als u nog een onderdaan bent van die vorst der duisternis, de duivel? Gemeente dat staat ook in de Schrift want de Heere Jezus wist dat de Schriften in vervulling moesten gaan, in Hem. En daarom ging Hij wonen bij dat volk dat in duisternis wandelde en dat onwetend was. Mensen die woonden in het land van de schaduwen van de eeuwige dood! Daarom was Hij gekomen bij onwetende mensen, ongelovige, onbekeerde mensen. Om al predikend van Dat Koninkrijk der hemelen, dat ze het zagen: wij staan erbuiten, wij missen dat heerlijke Licht. Wij hebben geen toegang tot God, wij zijn geestelijk dode mensen! En toch: tot zulke mensen predikt Hij: bekeert u! Je ziet alleen gemeente een waarschuwing om niet voort te blijven gaan naar de weg van de eeuwige dood. Maar het blijkt ook een nodiging te zijn want er zijn mensen die het gerucht al gehoord hebben van die prediking van Hem Die met macht spreekt. Zodat ze zelfs komen over de grenzen van het land Israël. Ze komen zelfs uit Syrië en ze komen weliswaar met allerlei ziekten en kwalen maar ze zijn er toch maar om genezen te worden. En velen die gekomen zijn, zijn nu gezeten zoals u vanmorgen thuis of in de kerk mag luisteren. Ze zijn gezeten om uit Zijn mond de grondwet van het Koninkrijk der hemelen te mogen horen. En u weet: dat is hoofdstuk 5 vers 6 en 7. Nadat Hij in hoofdstuk 4 Zijn discipelen heeft geroepen gaat Hij dan hier zoals dat een jood betaamt, verkondigen wat de wet eist en dat Hij zal verkondigen dat Hij alles wat die wet vraagt gaat vervullen voor hen die schuldig staan. Maar die in Hem de vrijspraak uit Zijn mond te horen, de Koning der koningen. Want waar het woord van de Koning is, daar heerst Zijn heerschappij.

En als Hij dan zegt: het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen, dan kunnen jullie misschien vragen jongens en meisjes: wat is nou dat Koninkrijk der hemelen waartoe we ons moeten bekeren? Want de hemel is zo ver weg. Wij kunnen toch niet meer in eigen kracht bij God in de hemel komen? Hoe zal het dan zijn? Wel gemeente als dan de Koning zelfs het Koninkrijk der hemelen heeft verlaten en zo laag naar de aarde is gekomen, dan blijkt dat dat Koninkrijk der hemelen dus de plaats mag zijn waar Die Koning komt, waar Hij Zijn wet afkondigt. Dus Dat Koninkrijk is niet met natuurlijke grenzen aan te wijzen. Maar Christus heeft gezegd: Dat Koninkrijk is binnen in u waar Mijn Woord gezag gaat krijgen en waar Het Woord door Mijn Geest kracht gaat doen. Opdat het u gaat overtuigen dat u er van nature buiten staat maar ook leert als u door genade een onderdaan van Deze Koning bent geworden, als dat geloof in uw hart is geschonken. En Hij wil dus dat onderwijs geven. Hij wil ons dat geloof in Zijn Woord geven. Want als je er goed over nadenkt gemeente: wat is nou eigenlijk geloof? Dan helpt de Catechismus ons daarbij en die zegt: het geloof is niet alleen weten. En wat weet je er eigenlijk van nature van? Niets. Maar als het geloof gaat komen en je verstand verlicht wordt, wat weet je dan van Deze Koning? Wat is het maar weinig. Nou gemeente dat staat eigenlijk in vers 30 waar dat woordje `kleingelovige’ staat. Daar staat eigenlijk letterlijk: wat hebt u weinig geloof. Dus dat geloof heeft te maken niet alleen met het weten van een verlicht verstand maar ook dat het een zaak van je hart gaat worden. Dat je werkelijk mag zien: heb ik iets van de liefde van Hem mogen horen in de verkondiging van Het Woord? Heeft Dat Woord zeggenschap gekregen in mijn hart, in mijn leven? Is mijn begeerte veranderd? Niet meer wil wat ik zelf wil maar dat ik vraag: wat wilt U dat ik doen zal? Wat heb ik daar weinig van! Of misschien zegt iemand: ik heb het helemaal nog niet! Nu dat is waar Die Koning naartoe wil gaan werken. Om een zaad van de wedergeboorte, iets van Dat Woord van de tekst in het hart te planten. Dat het daar gaat wortelen, verdieping krijgen. Dat het zich gaat hechten in uw leven en dat u zegt: dat moet ik kennen: Die Koning der koningen. En dan komt Hij dus vanmorgen in Dat Koninkrijk met de prediking van Dat Koninkrijk. We kunnen ons dat indenken jongens en meisjes. Als je in het buitenland met vakantie zou zijn en je overkomt iets ergs en je bent niet thuis zeg je: hoe kom ik ooit weer thuis? Dat we in dat land hopelijk een ambassadeur mag zijn. Daar mag je met je vragen heengaan, daar mag je aankloppen om geholpen te worden. Nou dat is gemeente de prediking. Dat is wat al de dienaren van de Heere begeren: om iets te vertellen van Wie Die Koning is! O u ziet Die Koning weliswaar niet maar hij mag vertellen: er is een Koninkrijk, er is een goedertieren Koning en Hij is machtig en willig en bekwaam om u te helpen, om u terug te brengen op de plaats waar uw domicilie is! Nou dat is gemeente waar de Heere hier in de tekst spreekt over het Koninkrijk van God Dat ons wordt verkondigd. Daarom zijn we dus in de kerk. Of als je met vakantie bent luister je misschien mee met de preek of je leest een preek of je zoekt een kerk op waarvan je zegt: hier wordt ons Die Koning verkondigt, Die Ene Naam. Hier wordt ons bekend gemaakt hoe wij verzoend worden met God door Die Koning de Heere Jezus Christus. En dat is waar de Heere Jezus dan Zelf op die berg gaat vertellen dat Hij Dat Woord van God is. Hij is Degene Die de wetten geeft, Die de wetten van Zijn Vader ook vervult. Hij Die Dat Woord voor u levend maakt, dat je het werkelijk gaat geloven: die wet van God eist. Maar wat God eist dat geeft Hij in Zijn Koning, in de Heere Jezus Christus.
En dat is gemeente waar we ook voor in Gods huis zijn gekomen, om te horen dat Hij het zegt: zoek nu eerst het Koninkrijk van God. Daar heeft Hij recht op. Niet alleen vandaag maar al de dagen van ons leven. Dat we aan Hem zouden denken, Zijn Woord zouden onderzoeken. En als we dat eens nagaan in de achterliggende week? Zeker naast het gewone dagelijkse Bijbellezen wat je doet met een dagboekje erbij. En was dat er ook dat je 4 hoofdstukken per dag eens rustig bestudeerde? Eens las om te horen wat de Heere daarin zegt? Het is maar een kwartiertje. En als je er smaak in hebt gekregen loopt het misschien wat uit. Maar dat is wat Die Koning zegt: het is Mijn Woord. Hierin maak Ik u bekend de gevaren die er zijn als je op weg bent om Dat Koninkrijk van God te beërven. Als je Mij wilt ontmoeten? Ik kom tot u in het gewaad van Mijn Woord! Ik heb er recht op op uw leven dat u Dat Woord leest. En ziet u dan gemeente dat het een genaderecht is dat God ons nog Zijn Woord geeft? Dat je nog naar de kerk kunt komen? Dat je Het Woord van God nog kunt bespreken? Maar bovenal dat je het de Heere mag voorleggen en dat je zegt: Heere U hebt het Zelf gezegd. Er staat hier geschreven: zoek eerst Dat Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid!
Die gerechtigheid gemeente dat is wat God nu aangenaam is. Die gerechtigheid, zegt de kanttekening, waarmee je straks voor God kunt verschijnen. Dat kan alleen achter Hem, de Heere, Die de gerechtigheid van de Kerk is. De gerechtigheid is ook in het evangelie geopenbaard. Het was verborgen, Dat Koninkrijk was gesloten. Maar in Christus de Koning wordt onder de prediking dat Hemelrijk geopend. En dan laat Hij het zien aan rechtelozen: door Hem, door dat kostelijke bloed in de weg van het gebed, een verse weg om te gaan tot die troon, tot de Rechterstoel van God. Kijk dat is wat God zegt: dat Hij u die toegang geeft, een recht wilt geven op dat nieuwe wat we van nature missen! Schuldigen, hoort u het vanmorgen? Rechteloze? U die honger hebt maar Het Woord niet durft toe te eigenen? U die geen handen hebt om het aan te nemen? Die gerechtigheid wordt je verkondigd, Hij wil het u geven! Door Zijn Geest wil Hij het u schenken. Wat dan? Wel, alles. Waar Christus recht op heeft wil Hij geven. Hij zegt het: u krijgt het om het eerst te zoeken, eerst. En dat betekent gemeente niet alleen dat je deze dag nadat je was opgestaan, eerst de tijd had om God te zoeken, dat niet alleen. Er waren andere dingen die ook moesten gebeuren. Maar eerst, dat betekent natuurlijk: het moet het voornaamste zijn in je leven. Het moet de voornaamste plaats zijn. U moet uitgedreven worden uit uzelf, in het gebed de Toevlucht nemen tot Hem. Dat is niet alleen een eis maar dat is wat God doet! Zo werkt Hij dat, om boven alles dat ene nodige te zoeken. Nu kan het zijn gemeente dat je natuurlijk andere dingen eerst zoekt, wat voor uw besef veel belangrijker is, wat eerst moet gebeuren. Het noodzakelijke eerst, het nuttige in de tweede plaats, en het aangename dan in de derde plaats. Wat is nou noodzakelijk in je leven? Eén ding heeft de Heere geleerd: dat is Hem te zoeken! En dan staat erbij: Dat Koninkrijk van God te zoeken en Zijn gerechtigheid. Dus dat hoort samen gemeente die twee zaken.
De hemel is niet alleen een plaats waar de Kerk geen zonde meer zal hebben en geen ziekte meer zal kennen, waar de vrede zal zijn. Dat is het ook. Maar de hemel is in het bijzonder de plaats waar Christus aan Zijn Vader laat zien wat Hij heeft gedaan. Dat Hij betaald heeft voor die schuld, die scheiding die er is gekomen tussen God en ons, die kloof die er was. Dat Hij is afgedaald om mensen zoals ik en u, rechteloze mensen rechtens in Hem een plaats te geven aan de rechterhand van de Vader! Dat ze daar niet zullen komen met: misschien mag ik daar wel komen. En: ik weet het niet of die plaats er is. Maar als ze Hem kennen dat ze het zeker mogen gaan weten dat het werkelijk waar is: ook voor mij, de grootste van de zondaren is een plaats bereid!
Waarom? Nou gemeente die figuur uit de Christenreis die Klein Geloof genoemd wordt, die heeft zijn hele leven last omdat het zijn eigen schuld is dat hem die zekerheid ontnomen is. Nou dat is één van de redenen gemeente waarom je Dat Koninkrijk van God kunt gaan zoeken. Dat je zegt: Heere ik voel mij zo schuldig. Het klaagt mij zo aan de achterliggende week. Weer niet geweest wie ik voor U moest zijn! Buiten Christus is dat gemeente. Maar in Hem weet God wie u bent en kent Hij zulke schuldige mensen die tot de laatste snik moeten zeggen: o wees mij de arme zondaar genadig! Verzoen die schuld! Maar in Christus rechtvaardig! Kijk gemeente zo wil de Heere Jezus Christus mensen heen wijzen naar de hemel maar ook wijzen op die plaats die Hij voor hen zal gaan bereiden. Niet alleen in de hemel maar ook hier in hun ziel. Zoek eerst Dat Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid!

Nu zegt iemand: die hemel is zo ver en die hemel is zo vaak van koper. Want ik kan niet zoeken, ik ben zo blind! Wie heeft Dit Woord geschreven? Natuurlijk, zegt u, dat is Mattheüs. En u weet: Mattheüs was een bekeerde jood en hij schrijft zijn evangelie met name aan zijn mede-joden. En u weet wellicht dat als een jood een Godlover ging spreker over de God van de hemel, dan durfden ze het ook niet te zeggen. Want God is zo hoog en heilig, zo rechtvaardig en de hemel is zo ver weg. Maar dan spraken ze vaak over de hemel van God. Zo wordt het ook vaak gezegd. Als ze een eed gingen zweren dan zweerden ze bij de hemel. Maar ziet u eens in onze tekst. Nu staat er niet dat de Heere Jezus zegt: zoekt het Koninkrijk van de hemelen. Het is de eerste keer hier dat in Mattheüs geschreven staat: zoek het Koninkrijk van God. Dus als Mattheüs dat heeft opgeschreven is het voor de joden. Maar dan haalt hij Het Woord van de ware Godlover aan, de Heere Jezus. En de Heere Jezus is dus Diegene geweest Die niet alleen God Zijn Vader mocht noemen, maar Die het Zijn hoorders wil leren Wie God is. Niet over de plaats alleen waar God woont en die bij God mogen zijn, maar dat ze kennis aan God mogen krijgen! En dat is toch gemeente waar het bij het geloof om gaat? Bij geloof in Christus zullen we toch kennis krijgen aan de God van de hemel? Dat we tegen God gezondigd hebben! Dat het door onze eigen schuld is dat we buiten de hemel staan en dat we niet zo snel kunnen lopen als een ander loopt omdat de dienstbaarheid ons heeft gevangen. Maar dat er nu Eén is gekomen, Die Zoon van God Die Zijn Vader heeft bekendgemaakt en Die verkondigd heeft dat Hij aan het recht van God zal voldoen. Maar dat Hij ook recht geeft een iegelijk die in Hem gelooft om tot God te gaan, door Hem! En dat is wat we hier in onze tekst als een wonder zien staan. Dat de Heere Jezus niet zegt: u moet de hemel gaan zoeken. Maar Hij zegt: u moet Dat Koninkrijk van God zoeken. En dat is niet alleen de hemel gemeente. Maar God wil Dat Koninkrijk ook vestigen in deze wereld op al die plaatsen waar Dat Woord van God gehoord wordt uit de mond van de Zoon van God. Hij is immers Die goedertieren Koning Die genade bewijst als mensen daar hun hoofd leren buigen voor Hem en het erkennen dat ze gezondigd hebben. Hij heeft immers die hemel verlaten. Hij is toch straks aan dat vloekhout van het kruis in de buitenste, de donkerste plaats van de duisternis geweest, buiten de gemeenschap van God! Hij heeft aan het recht van God gedaan, Hij is gestorven. Als u en ik leren zien: wij zijn schuldig maar enkel en alleen om Zijnentwil, door Hem te kennen is er een weg weer terug, de weg van de bekering, de weg van het geloof.
En daarom ook gemeente die vraag: als u Die God nodig gaat krijgen en u enige kennis van Dat Woord heeft gekregen, hebt u dan ook die zelfkennis gekregen dat u zegt: dat heb ik van nature niet verdiend? Is er in uw hart ook die begeerte: geef mij dan Deze Koning? Tot Hem te komen, getrokken door Zijn Woord, te mogen zien dat Hij met koorden van zondaarsliefde u niet alleen vangt maar ook vasthoud! Dat u een begeerte krijgt om meer uzelf te leren kennen maar ook meer van Hem te willen leren kennen, Die Koning van Dat Koninkrijk der hemelen.

En dan zult u zeggen: wat is dat zoeken dan? Nou gemeente we hebben ervan gezongen in Psalm 27. Zoeken dat is dat tweede waarvan ik mag zeggen: dat is de genade van Dat Koninkrijk der hemelen. Dus het eerste hebben we gehoord dat we allemaal buiten staan maar dat Hij gekomen is uit dat Hemelrijk en de wet en het evangelie laat verkondigen. Hij is de Vervuller van de wet, Hij is de inhoud van het evangelie. Maar hoe krijg ik daar dan deel aan?

Zoekt Gods genade:
Nou gemeente dat is de genade van God dat Hij ons bekendmaakt de weg waarlangs een zondaar tot God komt, zoeken in het gebed. In Mattheüs 7 vers 7 staat: bidt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan. En Hij belooft daarbij: een iegelijk die bidt die ontvangt, een ieder die zoekt die vindt, en een ieder die erbuiten staat, Hij zal opendoen!
Wie dan zoeken gemeente? Ik weet dat gij zoekt Jezus Die gekruisigd was, zeggen de ambassadeurs van het Koninkrijk der hemelen, als daar de vrouwen een dode Jezus zoeken op de plaats waar ze Hem voor het laatst gezien hebben. Dat Hij Die gestorven is vanwege hun zonden is neergelegd, daar zoeken ze. En daar vinden ze als het graf dat geopend is en dat spreekt dat Hij nog een poosje op de aarde zal zijn en waarvan later die man die zelf tot bekering is gekomen, zegt: zoek dan de dingen die boven zijn, zoek toch op die plaats waar Christus nu is aan de rechterhand van God. Bedenk toch de dingen die boven zijn! Hoe dan? Nou gemeente met bidden mag je met al je nood en ellende bij God komen. Je nood en ellendigheid uitstorten van je hart. Laat het een ziekte of een zorg zijn, laat het een gebrek zijn. maar in ieder geval: God geeft een toegang, Hij wijst de weg. Zoek, zegt Hij, zoekt! Ik bid al zolang, zegt iemand. Maar dat is het evangelie niet gemeente dat u zoekt! Het evangelie is dat Christus u zoekt! En als je dat mag zien gemeente dan wordt het andersom. Als Hij zegt: zoekt, dan is het omdat Hij Zelf zoekt! Dat Hij zo nabij is de ziel die tot Hem zucht. Hij troost het hart, Hij is nabij de gebrokene van hart, die blind zijn, die de weg niet weten, Hij zoekt het verlorene, alleen ze zien het niet! Juist ons bidden stelt ons zo menigmaal schuldig dat je zegt: ik bid zo naar mezelf toe, zou dat de reden zijn dat ik het niet krijg? Bidden, zou dat niet veel meer zijn op grond van Gods Woord, de Heere te mogen voorhouden wat Hij heeft beloofd? Bidden dat is weten Wie God is, wat Hij belooft, wat Hij wil schenken, al wat u ontbreekt. En dan mag je alles invullen maar dan komt u wel met alles wat Hij belooft, wat Hij in Zijn Woord tot u zegt, wat Hij op uw hart bindt, wat in een dagboekje tot u spreekt, wat in de preek tot u komt. Dat zijn Zijn woorden en Hij zegt: zoek dan Mijn aangezicht! Niet met uw eigen woorden, uw eigen noden in de eerste plaats. Maar wie Hij is. En hoe weet ik dan dat de Heere dat werkelijk aan mij wil geven wat mij ontbreekt? Weet ik dat wel? Wil God ook geven wat ik mis? Wie ik ben? Kijk gemeente zou dan de Schepper aller dingen niet weten wie u bent? Zou Hij Die Zijn Kerk van eeuwigheid liefheeft, Zijn kinderen dan in de tijd niet kennen? Zou Hij ze niet opzoeken? O zeker zij slapen en zij worden beroofd. Maar het geloof wat Hij heeft geschonken in Dat Woord, in Hem, dat geloof dat wekt Hij, dat voed Hij, daar onderwijst Hij. Hoe dan? Nou gemeente Calvijn zei het zo: geloof en gebed kun je niet eens scheiden. Als er geloof zonder gebed is, dat is niet het ware zaligmakende geloof. Maar ook gemeente: als er gebed is zonder geloof zijn het alleen maar woorden. Het hoort dus bijeen en dat kun je niet uit elkaar rafelen. Maar dat biddende zoeken, dat is dus een gelovig zoeken, een gelovig zoeken in Dat Woord van de Heere.
Iemand zei het eens zo gemeente: dan moet je alleen maar de tekst hebben zoals de tekst: zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. En voordat je gaat bidden moet je eerst eens goed overdenken: wat staat er eigenlijk? Dan niet anders dan Dat Woord maar overdenken wat er staat, die woorden proeven. En voordat je in het gebed gaat ze overdenken, je gedachten stil proberen te zetten. En al lezend vragen: Heere geef mij nu geloof in Dat Woord. En dan moet u eens opletten: voordat je dan tot het gebed gaat komen, als u dan gaat overdenken Dat eenvoudige Woord van God, dan geeft Die Geest van Christus ruimte, toegang, en dan krijg je hoop op grond van Dit Woord waarvan de Heere Jezus Christus Zelf zegt: zoekt eerst Het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.. En dan belooft Hij in de tekst erbij dat Hij dan zal toewerpen al die dingen die u ontbreken! Toewerpen. Nu klinkt dat misschien wat cru gemeente in onze oren. Stel je voor jongens en meisjes: je bent thuisgekomen uit school en je gooit je boekentas neer: ziezo die zal ik de eerste weken niet meer aanraken. Dan werp je dat van je af en je laat dat liggen. Dan moet je niet denken dat je moeder dat voor je op gaat ruimen, dan blijft het daar al die tijd liggen.

Maar dat betekent de tekst natuurlijk niet. Het is niet zo dat de Heere zegt: werp het maar voor Mijn voeten dan bent u het kwijt. Nee gemeente als je het werkelijk voor de Heere mag neerleggen en als dat pak, die last van je afgenomen wordt, dan ben je het kwijt en dan weet je dat de Heere ervoor zal zorgen. Maar hoe gaat het dan menigmaal toch weer? Het leven komt weer en je ziet als jongen misschien die tas liggen: ja straks weer school. En je wil er niet aan denken.
En wat dacht u van een klein gelovige gemeente die in zijn gebed wat ruimte heeft gekregen en gezien heeft: er is er Eén Die veel beter bidt dan ik. En als Hij mijn gebeden wil reinigen… Daar heb je het al: als. Zou het wel zo zijn? en dan neem je het weer mee en je bent die last niet kwijt, je leven verandert toch niet en je gedachten kunnen nooit stilstaan. Zou het wel waar zijn? Zou het een oprecht gebed zijn? Zou ik wel rechtvaardig zijn? Als het niet zo is zal God mij niet horen! Kijk gemeente dat is als wij in eigen kracht bidden. Maar het ging over genade. Genade is als de Heere zegt: er is toegang tot die troon van Mij. Maar niet één keer maar gedurig blijven vragen! Houdt aan, zegt de Psalm, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven. Hoe dan? Wel de Heere zal dat toewerpen! En dan moet u niet denken: toewerpen heeft iets te maken met liefdeloos zijn, weg ermee. Het is juist precies het tegenovergestelde. Toewerpen dat is als je maandag weer thuiskomt en je hebt allemaal je bezigheden gehad, en laten we hopen dat er iemand was die aan je vraagt: hoe was het? En als er niemand bij u in huis zou zijn dan is er Eén Die let op het gebed: hoe is het? Hoe staat er nu voor? En als je eerlijk en openhartig kunt zeggen: het was weer helemaal niks, het was niet goed, het was allemaal verkeerd! En dan Die Ander, Hij gemeente Die liefdevol, vol ontferming en barmhartig en genadig en groot van goedertierenheid is, Die genadig is, Die zegt: wend u dan tot Mij, Ik zal er iets tegenover zetten! Nou dat is waar het hier in de tekst over gaat. Bij alle gewone, dagelijkse dingen die er zijn, die je ook in het gebed mag brengen, mag je vooral ook die geestelijke nooddruft bij de Heere brengen, die zorg om je ziel, over bekering en geloof. En al die vragen waar het bij de eeuwigheid zo op aan kan komen. Bij `toewerpen’ mag u denken aan wat de Heere erbij geeft. Wat dan? Nou de Zaligmaker heeft gezegd: als je om brood zal bidden zal Ik je een toespijs, iets extras geven. Ik zal je het meerdere geven. Ik zal u de Geest geven, de Geest van Christus. Toewerpen gemeente, dat is als je het in het woordenboek zou opzoeken, twee zaken. Toewerpen dat spreekt allereerst: er is een grote afstand. En in de tweede plaats: er is kracht voor nodig om het te werpen. Nou gemeente die grote afstand die rust tot God en ons, die is in Christus Die de Kracht Gods is, overbrugd! Hij is gezonden door de Vader en Hij is gekomen. En Zijn Woord is zo sterk en zo machtig dat het een plaatsje krijgt in je hart, het houdt je vast. Dat is genade dat God uit de hoge hemel, de voor ons onoverbrugbare afstand, dat Hij in Christus zo bij de mens is gekomen en zo aan hun zijde zit. Hij wil aan je ziekbed zijn, in de plaats waar je woont, achter het stuur van je auto, in je huis waar je bezig bent, en vanmorgen thuis of hier in de kerk. Hij wil nabij zijn, zó nabij dat Hij het in de tekst zegt: al die dingen zullen aan u en mij gegeven worden! U vraagt om leven? Ik schenk u overvloed! U vraagt geloof? Ik schenk u de zekerheid! U komt met uw verdriet? Ik geef er blijdschap bij! U hebt uw twijfels? En Ik zal u bevestigen en schragen! Dat komt er allemaal bij gemeente. Dat is het allerkleinste, het minste geloof. Want het geloof is ontvankelijk! Het geloof heeft lege handen! Het geloof leeft van een geschonken Zaligmaker! Het gelooft leeft uit wat God dag aan dag geeft! En dat is de genade die van God uit de hemel is gekomen! Hij is Degene Die het ons schenkt.

En ik zou het u zeggen met voorbeelden gemeente uit het stukje waarin de tekst is genomen. Nu allereerst moeten we spreken over de hemelse dingen: al deze dingen zullen u toegeworpen worden. De hemelse dingen gemeente als we daar in alle rust over mogen nadenken. De plaats waar de Zaligmaker mag zijn. daar is ook het tegenovergestelde. En menigmaal als je het ene goed kunt overdenken moet je vaak aan het tegenovergestelde denken. De plaats waar de hemel niet is, de plaats van de straf van de goddeloze, de ongelovige, de onbekeerde, dat God Zijn recht zal handhaven! Gods oordeel zal vreselijk zijn, en dat verdiend! En nu vraag ik niet naar de trap of mate of de wijze waarop de Heere u dat heeft laten zien. Maar overdenk dat ook wat dat is wat we verdiend hebben. Zoals dat jongetje dat vroeg: moeder zal ik straks in de hel de Heere Jezus zien? Maar gemeente die willen ze in de hel niet kennen, die zullen in de hel niet zijn. Maar dat overdenken van dat hemelse, de dingen die van boven zijn, de dingen die van boven naar beneden mogen klinken, de dingen van de hemel die aan de aarde bekend maakt: bekeert u toch, bekeert u toch en gelooft het evangelie! Want waarom zult gij sterven? De hemel die ons bekend heeft gemaakt: u moet wel wederom geboren worden want zonder dat nieuwe leven kunt u het Koninkrijk der hemelen niet eens zien, laat staan ingaan! De hemelse dingen gemeente, dat is om vrijgesproken te zijn als een schuldige. De dingen van de hemel is dat Hij hier ons wil ontdekken aan onze zonde, om de vrijspraak te mogen horen. De hemelse dingen gemeente is dat God zegt: maar Ik heb recht op uw leven! En zien we dat dat recht van God ook in ons leven openbaar mag komen? De hemelse dingen doet ons zeggen: neemt U dan alstublieft mijn leven Heere. Mag ik toegewijd zijn aan Uw eer? De hemelse dingen gemeente die de Heere ons wil leren dat de Kerk, hoe het ook mag tegenlopen, toch zal mogen zijn: en om Jezus wil is er straks een wederopstanding van het vlees, mijn vlees! En de overdenking van het eeuwige leven. O gemeente dat is een zaligheid die is niet af te meten. Dan moet u maar denken aan die drieluik. Hier de beproeving te kennen in het leven. En aan de andere kant ook dat leven te overdenken. Als we op het middenpaneel mogen zien dat Christus lijdzaam is geweest. Dat is gemeente wat de Kerk van die hemelse dingen mag zeggen. En er zou veel meer te zeggen zijn. Dat is een zaligheid die niet is af te meten. Dat is een vreugde die alle smart verbant want daar zijn ze in het Vaderland. Daar is de vreemdelingschap vergeten.

Maar laat ik dan nog twee dingen mogen zeggen gemeente dat het ook over de aardse dingen gaat. De Zaligmaker noemt namelijk twee hele mooie voorbeelden. En laat ik mij dan allereerst tot de vrouwen en meisjes in de gemeente mogen richten. Want één van die zorgen van het dagelijkse leven is dat je moet eten en drinken. En dan heb je als man en jongen vaak niet zo’n erg in wat een moeder en vrouw daar allemaal voor moet gaan doen. Altijd maar weer het eten klaarmaken. Wie liet die aardappels groeien? Dat er weer groente mag zijn? Wie zorgde ervoor dat er vis of vlees op tafel mocht staan? Dat is natuurlijk niet alleen maar een vrouw of moeder. Wie geeft ons niet alleen het dagelijks brood en daarenboven ook nog zoveel meer? en dat zijn dan alleen maar de dingen die we kunnen eten gemeente, het aardse voedsel. Maar Christus heeft dat ook in het gebed uitgebreid. En hoe moet een vrouw en meisje aan die dingen denken? Hoe heeft dat betrekking op de dingen van de eeuwigheid straks? Dan zegt de Zaligmaker tegen u: aanziet de vogelen des hemels. Zij zaaien niet, zij maaien niet, zij vergaderen niets in de schuren, en nochtans geeft uw Hemelse Vader dat ze hier wat mogen vinden en daar wat mogen krijgen. Een bewijs van genade! Die vogelen des hemels hebben geen ziel voor de eeuwigheid maar God hoort hun geroep! Aanziet, dat betekent dus vrouwen, meisjes: een blik naar boven want hier beneden is het niet! En als je zo voor de dagelijkse dingen bezig mag zijn, dat je de Schepper in alles nodig hebt, dat je zo de dingen van de hemel mag zoeken, dan kan je in dat licht ook het hemelse doen.
Dat is het tweede voorbeeld wat ik wil noemen. En dan voor jullie jongens, mannen. De Heere zegt ook: aanmerkt de leliën des velds hoe zij wassen. Zij arbeiden niet, zij spinnen niet en nochtans zijn zij schoner bekleed dan Salomo. Er moet wel gewerkt worden, het komt niet zomaar aanwaaien. In het natuurlijke niet gemeente maar ook in het geestelijke niet. Dus verschuil u nooit achter dat u zegt: de Heere moet het doen! De Heere moet helemaal niets aan ons doen! De Heere zegt: u moet het doen! Ik stel u schuldig als u het niet doet! Maar Hij zegt: dan moet u ook als u bezig bent en moe wordt van uw werk, wat dat ook mag zijn, nu moet u niet vergeten om er eerst naar te zien dat zelfs de leliën van het veld door Mij geschapen zijn. En nu weten de botanici gemeente niet precies wat met die leliën bedoelt wordt. De één spreekt over een roos. Maar het zijn in ieder geval planten die God ons een les wil leren, een bloem die ons een taal spreekt. Nou gemeente ik ben geen chemicus maar als je dan leest dat door de drukkracht van de wortel en de kracht van de bladeren dat water wordt opgezogen, is dat geen wonder, in al die kleine vaten? Dat is niet iets natuurlijks, dat doet de Schepper, Die heeft het erin gelegd! Zou Hij dan u geen kracht willen geven? U die geen kracht heeft om het van Die Grote Schepper van alle dingen te mogen verwachten! Dat is wat de Heere zegt. Maar dan moet het dus wel zijn niet alleen maar bidden of alleen maar werken. Als het vogeltje maar één vleugel zou gebruiken zou het lam zijn. Maar het is: bidt en werkt. Die verwevenheid heeft de Zaligmaker ingelegd. En als we die beide vleugels mogen gebruiken, zoeken in het gebed en horen naar de stem van Hem Die spreekt, zeg het dan maar: Heere ik ben zo’n eenzame mus, ik ben zo’n ellendige. Maar zelfs mag een mus een plaatsje bij U vinden, een huisje bouwen in Uw huis. O geef dan Heere dat U ook Uw wakende ogen over mij houdt. Over ons leven, ons kerkelijke leven. Wil ons bekleden zoals U de planten bekleed. Bekleden met de gerechtigheid van U,Heere Jezus Christus. Dat Het Woord mij mag overdekken. Dat Het Woord een lamp voor mijn voet mag zijn. Dat ik mag gaan op de weg die U wijst.

En wat zouden we nog meer moeten zeggen gemeente? Als je overdenkt wat het nu is: Dat Koninkrijk der hemelen te mogen zoeken en Zijn gerechtigheid. Zoek het in je jeugd jongelui.
Zoek Jezus veel
Zoek Jezus vroeg
Want wie Jezus heeft
Die heeft genoeg.
Maar ook als u ouder bent geworden in het dagelijkse leven, aan de avond van het leven, want we weten niet hoe lang de Heere ons tijd schenkt, maar Hem te mogen zoeken. En zeg maar: Heere ik geloof maar kom mijn ongelovigheid te hulp! Ik durf niet te zeggen dat het geloof is. Spreek slechts! En dan zegt de Zaligmaker: dat is nou een groot geloof: niet zien en toch het van Mij te verwachten. En dat is wat de Heere ons wilde meegeven gemeente. Kleingelovige is er ook gekomen, dat mocht op zijn graf staan. Maar zalig die het niet van hun geloof verwachten maar die het verwachten van Hem Die het schenkt omdat Hij het belooft aan schuldige, arme zondaren!
AMEN

Zingen Psalm 85 vers 4
Dankgebed
Zingen Psalm 72 vers 1
Zegen des Heeren