Johannes 5:25 'doden zullen horen de stem des Zoons Gods' ds. J. de Bruin

Predikatie ds. J. de Bruin Christelijke Gereformeerde predikant te Elburg

Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Dordrecht Centrum

Datum: zondag 3 april 2016, 10.00

Votum en groet

Zingen Psalm 138 vers 4

Wet des Heeren

Zingen Psalm 119 vers 88

Schriftlezing: Efeze 2 vers 1 tot 10

Gebed

Zingen Psalm 29 vers 2, 5 en 6

Tekst: Johannes 5 vers 25:

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven.

Geliefde gemeente het is heel stil geworden in het huis van Jaïrus. Kijk eens jongens en meisjes op dat bed. Daar ligt een meisje, nog maar 12 jaar oud, gestorven. Wat een verdriet voor vader Jaïrus en voor moeder. En degenen in ons midden die een kind verloren hebben weten wat het is om een kind te verliezen. Maar wie staat er nog meer bij dat bed? Kijk eens goed: de Heere Jezus Christus meteen paar discipelen van Hem. Want Jaïrus was in zijn grote verdriet tot de Heere Jezus gevlucht. En toen hij naar de Heere Jezus was gevlucht toen leefde zijn dochtertje nog. En hij dacht: de Heere Jezus kan vast ons dochtertje genezen. Maar hij kwam te laat, dacht hij. Is dat zo? Kun je te laat bij de Heere Jezus komen? Laat ik het anders zeggen: komt de Heere Jezus altijd te laat? Nee de Heere Jezus komt altijd op tijd. Dat is misschien voor onze waarneming te laat, maar voor Hem niet. Want had de Heere Jezus niet net tegen Jaïrus gezegd: vrees niet, geloof alleenlijk! Moeilijk hé als je het niet meer ziet? En dan toch: geloof alleen. En had de Heere Jezus er niet bijgezegd: het kind is niet gestorven maar het slaapt? Met andere woorden: Jaïrus, man toch, Ik weet raad met je dode kind! En kijk dan eens wat de Heere Jezus doet. Hij loopt naar dat gestorven meisje toe en Hij raakt het aan. Dat was wat hoor om een dode aan te raken, want dan was je op dat moment onrein, zei de wet van Mozes! Maar met dat de Heere Jezus dat handje grijpt van dat dochtertje van Jaïrus, zegt de Heere Jezus eigenlijk tegen dat meisje, al is ze nog gestorven: jouw dood is Mijn dood. En daarom klinkt Zijn stem met macht en met kracht: Talitha kumi, gij dochtertje Ik zeg u: sta op! En het gebeurt gelijk! Wat een machtige Heere Jezus. Ze staat op en ze wandelt. Calvijn schrijft bij dit wonder: hieruit blijkt hoe krachtig de stem van Christus is daar Hij zelfs tot de doden doordringt om zelfs van dood levend te maken. En zoals de Heere Jezus Christus toen en daar daadwerkelijk een dood meisje weer terugbracht in het leven door de kracht van Zijn stem, zo doet Hij dat nog steeds geestelijk. Zodat geestelijk dode zondaren door Zijn stem eeuwig zullen leven. En dat is een rijke vrucht van de opstanding van de Heere Jezus Christus. Wij schrijven naar aanleiding van de tekst boven de preek:

De levendmakende stem van Christus

-       De tijd wanneer Zijn stem klinkt

-       De hoorders tot wie Zijn stem komt

-       De vrucht die Zijn stem met zich meebrengt

De tijd wanneer Zijn stem klinkt:

De joden zoeken Jezus, zo blijkt uit de context van onze tekst. Waarom? Zij willen de Heere Jezus doden. En we kunnen lezen in vers 18 wat de reden daarvan is. De eerste is naar hun mening, de zware overtreding van het vierde gebod. Want de Heere Jezus had notabene op de sabbatdag een man die 38 jaar in een soort ziekenhuis: Bethesda, lag, genezen. Nou dat kan natuurlijk niet op sabbat! Maar de tweede reden is schijnbaar nog zwaarder. Want wat had de Heere Jezus gezegd? Hij had gezegd dat Hij de Zoon van God was, dat Hij God was. Dat de Vader daarmee Zijn Vader was. En daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij aan God gelijk was. En dat was in de ogen van die Farizeeën en de joden wel heel erg want dat was Godslasterlijk. En ze waren al heel snel tot de conclusie gekomen: mensen die zulke taal uitkramen die kunnen nog maar één ding verdienen en dat is de dood. En u ziet dat het al heel snel gebeurt dat de joden de dood van Christus ook zoeken. Maar wat doet de Heere Jezus dan als Hij al die geluiden hoort? Wordt hij boos? Nee maar de Heere Jezus gaat door! Die opdracht van Zijn Vader met Zijn hoge roeping, namelijk om onderwijs te geven. En daarom klinkt opnieuw Zijn stem en dan laat Hij horen hoe het echt is: ja waarlijk Hij is de Zoon van God. En Hij doet alleen datgene wat God de Vader in de hemel aan Hem heeft opgedragen. En wat heeft Hij al veel gedaan in de tijd dat Hij hier op aarde is. Blinden werden ziende, kreupelen mochten weer wandelen, melaatsen werden gereinigd en doven konden horen. Maar, zegt de Heere Jezus, er zullen nog veel grotere werken komen. Doden zullen opgewekt worden, die zullen weer levend gemaakt worden. Dat zal Zijn Vader doen en tegelijkertijd zal Hij dat doen want de Vader werkt door de Zoon. En dan zie je het weer gemeente: de Vader en de Zoon zijn Eén. Wat werken Die toch samen. Daar hoort de Heilige Geest ook bij.

Maar wanneer zou Christus die grote werken dan gaan doen? Wanneer is de tijd dan dat de doden Zijn stem zullen horen en nadat ze die gehoord hebben zullen ze gaan leven? Nu dat zegt de Heere Jezus duidelijk in onze tekst: voorwaar, voorwaar zeg Ik u: de ure komt en is nu. Wat we allereerst van deze woordjes kunnen zeggen is dat het zeer zeker is dat die tijd komt. Dat blijkt uit die eerste twee woordjes die de Heere twee keer noemt: voorwaar, voorwaar. En u weet wellicht dat dat betekent: amen. Het Hebreeuwse woord `amen’ dat is afgeleid of nauw verbonden met het woord dat `geloven’ betekent. Amen en geloven hebben heel veel met elkaar te maken. En we weten op grond van de Catechismus wat het woordje `amen’ betekent: het zal waar en zeker zijn. Nou daar hoor je het geloof van de ware christen. Dus het lijdt geen twijfel dat de ure komt dat doden zullen horen de stem van de levende God, van de Zoon van God! Ja, zegt de Heere Jezus, de tijd komt en is nu! Dat kan ook niet anders. Want wat had Jesaja al gezegd in het Oude Testament? En wellicht is er over gepreekt in de afgelopen tijd of heeft u er wat over gehoord. Maar in dat bekende hoofdstuk 53 zegt Jesaja: als Zijn ziel (en dan gaat het over de Heere Jezus) Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben (nou dat is op Golgotha gebeurd) zo zal Hij zaad zien. Dat betekent: er zal wat op volgen. Ik heb dat niet voor niets gedaan! Ik heb de zaligheid verworven maar die zaligheid ga Ik ook toepassen zodat zondaren behouden zullen worden. Hij zal de dagen verlengen en het welbehagen van God zal door Zijn hand gelukkiglijk (dat is met voorspoed, met zegen, met een zekere vrucht) doorgaan totdat Hij komt op de wolken des hemels! Die woordjes `voorwaar, voorwaar’ , `amen, amen’ die hebben een grond, die hebben een fundament! Wat de Heere Jezus hier zegt dat rust ergens op, namelijk op Zijn eigen Offer. Want Christus is niet alleen een Middelaar Die de zaligheid verdiend heeft op Golgotha, maar Die het ook daadwerkelijk gaat schenken, gaat toepassen in zondaarsharten. Daarom is het Pasen geworden! Doden zullen horen de stem van de Zoon van God! Jazeker gemeente dat zal gebeuren. En wat zal het een wonder zijn onbekeerde jongen, onbekeerd meisje in ons midden als dat nu zou gebeuren! De ure komt en is nu!  Dat zegt de tekst.

Hoe moeten we die uitdrukking eigenlijk verstaan want eigenlijk worden daar twee momenten aangeduid: het komt (de toekomst) en het is nu (heden). Deze uitdrukking kunnen wij op drie manieren uitleggen. Wat zal er gebeuren als de Heere Jezus terugkomt op de wolken des hemels gemeente? Houden we er rekening mee dat dat vanavond kan zijn? Wat gebeurt er dan? Nou, zegt de Bijbel, dan worden alle lichamen van degenen die gestorven zijn opgewekt uit de doden. Hoe zal dat gebeuren? Dan zal de stem van Christus klinken op de wolken des hemels. En dan met name wordt in de Bijbel geschreven: ook degenen die verloren zijn zullen opstaan. Maar de Heere zal trouwe zorg besteden aan degenen die in Christus ontslapen zijn. Die zullen opgewekt worden. Dat zal gebeuren! En dan zal er volkomen verlossing aanbreken! Maar zijn diegenen die in Christus ontslapen zijn dan nog niet verlost? Jazeker want in hun leven hier op aarde was het wonder al gebeurd dat ze van dood levend zijn geworden. Dat was nu en straks zullen ze nog een keer levend gemaakt worden op de jongste dag. De ure komt op de Dag van de wederkomst als die eeuwige levendmaking zal plaatsvinden, en is nu: hier in de tijd, als een zondaar wederom geboren wordt. Dat is de eerste betekenis.

Maar we mogen deze woorden ook betrekken op het geloofsleven. En dan spreek ik degenen aan die de Heere mogen vrezen in ons midden. Ja dat geloofsleven heeft een begin. Soms krachtdadig als je een jaar of 18 bent of 22. En soms geleidelijk aan vanaf je kinderjaren. Soms ook als je wat ouder bent geworden. Maar het geestelijke leven heeft een begin. En als dat gaat beginnen dan gaat dat altijd door het Woord, door het klinken van de stem van de Heere. Maar dat is niet één keertje in het geestelijke leven maar degenen die de Heere vrezen hebben elke keer weer opnieuw nodig dat zij de stem van de Goede Herder gaan horen want ze hebben elke dag onderwijs nodig! Ze hebben elke week onderwijs nodig. En wat kan het in het geloofsleven arm worden, wat kan het dood worden. Wat kan het lijken alsof er helemaal geen leven meer is. Zit er misschien zo iemand in Gods huis, of luistert mee aan de kerktelefoon? Is het op deze momenten helemaal dood in je hart terwijl het vroeger zó leefde vanbinnen en dat je hart overstroomde van de liefde van Christus? En nu? Eén en al dodigheid zodat je net als de bruid in Hooglied 5 op een bed neerligt in zorgeloosheid! En daar staat de Bruidegom uit de liefde te kloppen en te lokken, maar je zegt: ik heb nu geen zin Heere! Zover kan het gaan in het geloofsleven. En wat is het dan nodig dat de Heere opnieuw gaat spreken: de ure komt en is nu, dat je opnieuw Zijn stem gaat horen!

En er is nog een derde betekenis. En dan citeer ik de Catechismus. Want de Heere Jezus Christus is nog steeds bezig om zondaren zalig te maken. Daar is Hij mee begonnen in het verleden, dat doet Hij nu, de tijd is nu. En Hij zal daarmee doorgaan totdat Hij daarmee klaar is. de Zoon van God zal uit het ganse menselijke geslacht Zich een gemeente tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid van het ware geloof, van het begin van de wereld tot het einde toe, vergaderen! En zolang Hij nog niet is teruggekomen gemeente klinkt Zijn stem in het midden van deze gemeente en andere gemeenten en te midden van deze wereld! Wanneer klinkt die stem dus? Elke dag! Als Het Woord opengaat en heel bijzonder op de zondag als Het Woord verkondigt wordt! Hoelang heb je het al gehoord? Jongere? Of leeft bij jou nog steeds de gedachte: ik zit naar een preekje te luisteren? Ik zit naar een mannetje te luisteren op de preekstoel? En u hebt weer een eigen dienaar uit Gods hand mogen ontvangen, wat een zegen toch! Maar let er maar op: het gevaar is aanwezig dat het gewoon gaat worden. Maar hier staat zondags niet dominee X op de preekstoel! Maar hier klinkt zondags de stem van Christus! Bepaalt dat uw gang naar Gods huis? Jouw zijn in de kerk? En wat is nu de vrucht van al die keren dat de stem van Christus klonk doormiddel van de prediking tot jou, tot u persoonlijk? Moet het misschien, en dat is een scherpe pijl die ik namens mijn Zender moet afschieten en ik hoop dat het uw hart treft onbekeerde zondaar, maar moet het voor u tot op de dag van vandaag gelden wat Gods Woord zo eerlijk zegt, wat Jesaja hoorde uit de mond van zijn Zender: ga heen, zeg tot dit volk: horende hoort, ze horen het wel. U hoort de stem wel maar je verstaat het niet). En je ziet het wel als de sacramenten bediend en het evangelie zichtbaar wordt voorgesteld! En toch: je merkt het niet. Ja dat was een opdracht die Jesaja kreeg toen hij geroepen werd om dienaar van Het Woord te worden. En eigenlijk horen we hierin: Jesaja, zeg nou maar tegen dat volk dat ze Mijn stem wel horen maar de boodschap niet verstaan! Zeg, onbekeerde zondaar, dat geldt nog steeds u en jou tot op vandaag! Is dat niet erg? Wel een hoorder van Het Woord maar het is niet tot gehoorzaamheid gekomen! En je bent geen dader van Het Woord geworden! Het gaf geen werkzaamheden vanuit de nood van je bestaan! O dan mag ik u verkondigen: zolang u in het heden der genade bent is het nog niet te laat! De ure komt en is nu! Ja de ure komt. Maar niet misbruiken hoor! Want dat zit zo in een mens: uitstellen, uitstellen, uitstellen. En weet je wie daar zo mooi gebruik van maakt? De duivel. En die zegt met name tegen jonge mensen: joh je hebt nog een heel leven voor je, het komt best wel een keer goed met je! Maar het kan geen uitstel lijden!

Ik hoorde laatst nog van een gemeentelid in Elburg die catechisatie had gehad van dominee van der Ent, velen kennen hem in ons midden. Misschien heeft u het in Dordrecht ook weleens meegemaakt op catechisatie. Een catechisant vroeg: dominee wanneer moet ik mij dan bekeren? Nou, zei dominee van der Ent, één seconde voor je dood kind! Ja dominee, maar ik weet toch niet wanneer ik ga sterven? Nee, juist! En daarom: heden, nu!

Maar ik kan mijn harde hart niet breken Heere! Dat hoeft ook niet. Dat kun je ook niet. Maar dat is nou net het werk van Christus. Als Hij Zijn stem laat klinken en Hij laat Zijn Geest erin meekomen, dan breekt je hart, dat kan niet anders. Je kunt het zelf niet maar je hoeft het ook zelf niet te doen, Hij doet het! En dat is niet om je lijdelijk te maken maar om je te laten vluchten naar Hem en te vragen: doet U het dan Heere? En dan komen we bij onze tweede gedachte:

De hoorders tot wie Zijn stem komt:

Die hoorders worden door de Heere Jezus Zelf in onze tekst `doden’ genoemd. En over de betekenis van dat woord is al heel wat geschreven. Sommigen die denken aan de opwekkingen die de Heere Jezus heeft gedaan tijdens Zijn leven. Eéntje ervan heb ik in de inleiding genoemd: het dochtertje van Jaïrus. Je zou het kunnen aanvullen met de jongeling uit Naïn of Lazarus die al in het graf lag. Dat zijn allemaal voorbeelden waarbij de Heere Jezus iemand lichamelijk uit de doden opwekte. Als een voorbode van de grote opstanding op de jongste Dag. Weer anderen denken dat de Heere Jezus in onze tekst bedoelt die opstanding die ik zojuist noemde, namelijk op de wederkomst. Omdat een paar verzen verder dan onze tekst daarover ook gesproken wordt. In vers 28 spreekt de Heere Jezus over allen die in de graven zijn. Jazeker die zullen Zijn stem horen. En in vers 29 spreekt Hij over het oordeel op die Grote Dag en dan zal er die scheiding plaatsvinden. De bokken aan Zijn linkerhand en de schapen aan Zijn rechterhand. En toch zijn deze beide uitleggingen niet de eerste betekenis waaraan wij moeten denken. Want onze tekst volgt direct op de woorden van vers 24 waar Christus spreekt over het horen van Zijn stem en het geloof in Hem als vruchten van de wedergeboorte. Die uit de dood overgegaan is in het leven. En daarom moeten wij bij de eerste betekenis van het woordje `doden’ denken aan: geestelijk dode zondaren. Ja dat is een bekende uitdrukking, niet? Ik denk dat de meesten dat weleens gehoord hebben: geestelijk dood. Trouwens het is een uitdrukking die rechtstreeks uit de Schrift komt, uit het gedeelte wat wij hebben gelezen. Maar weet u eigenlijk wel echt wat het is? Hoe moet je een geestelijk dode nou omschrijven? Laat ik maar een paar woorden uit de belijdenis nemen om duidelijk te maken wat een geestelijk dode is. En dan hebben we aan de Catechismus wel genoeg. In Zondag 5 wordt gesproken over mensen die van nature geneigd zijn God en onze naaste te haten. En in Zondag 3 wordt van geestelijk doden gezegd dat we onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Dat zijn geestelijk doden gemeente. En hoe komen die mensen zo? Wat is de oorzaak dat iemand geestelijk dood is? Nou dat hebben we samen gelezen in Efeze 2: dood door de zonden en de misdaden. Wie zijn die mensen dan? Weet u het? Weet jij het wie de Heere Jezus in onze tekst bedoelt met `doden’? Dat bent u, dat ben jij, dat ben ik van nature! Daar mogen we weleens heel stil om worden! Heeft God dat gedaan? God gedaan? Nee dat heb je zelf gedaan! Door je zonden ben je een geestelijk dode! Zoals een mens die gestorven is, die begraven is, die niets meer kan doen, zo kunnen wij vanuit onszelf niets meer doen gemeente tot eer van Die goede God! En tegelijkertijd zijn we springlevend in de zonden! Want, zegt Paulus in Efeze 2: daar wandelt een mens in. Het is een wereldse wandel! En het is tegelijk een wandel die in overeenstemming is met de overste van de macht van de lucht. En wie wordt daar jongelui, mee bedoelt? De duivel! Dus dat wij wandelen in de zonde, dat wij springlevend zijn in de zonde, daarin is de duivel onze leidsman. Hij is als een geest die in de mens werkt, in de zondige mens. En wat kan de duivel een mens laten zondigen! Ja, maar zegt iemand, als dat dan zo is, dan kan ik er toch niets aan doen? Dan zondig ik toch eigenlijk niet maar dat doet de duivel dan toch in mij? Meent u dat echt? Dan hoor ik in deze tegenwerping een echo uit het paradijs: de slang heeft mij bedrogen! Dat zei Eva. Maar het is niet waar, want Paulus schrijft nog wat in Efeze 2 vers 3. Hij spreekt over ons hart, ons verdorven hart. En in dat verdorven hart zijn de begeerlijkheden, de begeerlijkheden van ons vlees, van ons zondig bestaan. En daarom doen wij de wil van ons boze hart, ons vlees en de wil van onze zondige gedachten. En dat weet de duivel zo goed. En daarom komt hij met al die verleidingen. Want hij zegt: ik weet best wat ik bij jou teweeg kan brengen jongen. Ik weet best hoe ik jou kan pakken meisje. Ik weet best hoe ik je in de stilte kan verleiden man en vrouw terwijl niemand het ziet, in de eenzaamheid! Want ik heb je hart mee! En wat laat hij niet horen en nog meer zien in onze beeldcultuur. En in zekere zin mogen we blij zijn met de moderne media. Het geeft heel veel voordeel voor ons. Maar vergist u niet: de duivel is er nog veel blijer mee want hij kan zo makkelijk bij je komen om je zoveel te laten zien wat aansluiting vind bij je boze hart, bij die zondige begeerten. Hij hoeft je maar één seconde een blik te laten zien op je beeldscherm en je ziel staat in brand van de zonde. Zo is een mens van nature. En hij weet heel goed hoe dat proces gaat. Want de duivel kent de Bijbel veel beter dan u en ik. En hij weet heel goed wat er in de Jakobusbrief staat, dat de zonde altijd begint met de begeerte vanbinnen. Hij denkt: als ik daar bij aansluit, bij die begeerte  vanbinnen, dan heb ik ze! Als de Heere het niet verhoed, zeg ik er dan tussen haakjes bij, want de Heere kan bewaken voor de zonde. Maar ons boze hart luistert zo makkelijk naar de duivel. En dan begint het te werken vanbinnen. Eerst de begeerte en de begeerte wordt een gedachte en de gedachte worden woorden of daden. Dat is het proces van de zonde. Ken je het in je leven? Ben je er al achter gekomen hoe arglistig de mens is?

En daarom een eerlijke vraag voor Gods aangezicht gemeente: hoe is uw wandel? Hoe is uw leven? Is de Heere het Allerhoogst en Eeuwige goed? Als dat niet zo is overtreed je het eerste gebod en dan ben je als een dode! Hoe spreek je over de Heere en Zijn dienst? Hoe gebruik je de Naam van de Heere? Is dat altijd met eerbied en diep ontzag zoals de Heere dat van ons vraagt? Of gebruiken wij Zijn Naam zo dikwijls gedachteloos? Of nog erger: vloeken we weleens? Dan zijn we als zo’n dode. Hoe ga je met je ouders om kinderen? Mag je ze echt liefhebben en eren? Spreek je ze nooit tegen? Of welt er in je hart ook weleens boosheid op en irritatie als je ouders vanuit de liefde je dingen verbieden die in strijd zijn met Gods Woord? Hoe ga je met je geld om? Koop je van alles en nog wat? Ben je soms zo jaloers op het bezit van een ander? Dan ben je als een dode! En wat zie je allemaal achter je pc? Wat zie je allemaal op het grote beeldscherm en het kleine beeldscherm in je handen? Kun je naast al die beelden Exodus 20 leggen: de heilige wet des Heeren? O als dat niet zo is ben je als een dode! En wat betekent dat nu? Dan ben je een kind des toorns! O lieve mensen, onbekeerde zondaar, dan reis je naar het eeuwige verderf! En dat is niet om zwaar te doen, ik wil niet zwaar doen, maar het is de realiteit! En we kunnen het er zo in uithouden en zo rustig voortleven op de brede weg! De toorn van God moet je treffen! De vloek van God rust op je, dode jongen, dood meisje, dode man, dode vrouw! Maar als er Eén is Die dat vanuit innerlijke ontferming doorziet en het volmaakt weet, dan is het de Heere Jezus Christus! En Die zit je zitten in de kerk als zo’n dode zondaar. En Hij weet het dat je balanceert op het randje van de afgrond. Of zoals Jonathan Edwards het zegt: als een zijden draad boven de afgrond. Dat weet Hij! Hij weet dat als er geen wonder gebeurt, dat Dat Woord wat we in vers 25 vinden, werkelijkheid voor je is: verdoemenis! Huiver je nooit van dat woord? Lig je er nooit eens van wakker? O de Heere Jezus Christus weet het, Hij weet het volmaakt, Hij doorziet je lot! En daarom laat Hij Zijn levendmakende stem horen. O dode zondaar, hoor de stem van Christus! Hoor Het Woord van God. Bekeert u toch, bekeert u toch! Hoor je de liefde? Hoor je dat Hij je ondergang niet op het oog heeft? Want waarom zou je sterven en niet leven? Ik heb geen lust in je dood onbekeerde zondaar! In je geestelijke dood niet! Maar daarin heb Ik lust dat je je zou bekeren en leven! En wat zou dat een wonder zijn als dat zou gebeuren. Als de stem van de Opgestane Levensvorst werkelijk klonk in je geopende hart. Want Hij laat Zijn stem horen. Is dat geen heerlijk bewijs van Zijn lankmoedigheid dat Hij nog traag is tot toorn? Spreekt daarin niet Zijn opzoekende zondaarsliefde? Doden zullen horen de stem van de Zoon van God!

Maar gemeente luisteren naar de tekst is zo belangrijk. Want horen en horen is twee. De uitwendige roeping die tot ons allemaal komt: wend u naar Mij toe en wordt behouden, dat moet een inwendige roeping in ons hart gaan worden. En wat zal dat een groot wonder zijn, want onze tekst zegt tenslotte: die ze gehoord hebben zullen leven. Onze laatste gedachte:

De vrucht die Zijn stem met zich meebrengt:

De Heere Jezus zegt niet in onze tekst: doden zullen horen en leven. Dus het levend maken van een dode zondaar is niet het gevolg van het horen zonder meer. Het is niet zo dat elke zondaar die met zijn natuurlijke oren het evangelie hoort, daardoor automatisch levend gemaakt is. Helaas wordt dat steeds meer gedacht. Je zit onder de prediking van Het Woord en je hoort Het Woord. De Heere Jezus is voor ons gestorven dus het is klaar. Dan wordt Woord en Geest samengevoegd. Op één noemer gezet: Woord is Geest en Geest is Woord. Maar dat is niet zo. Ja Het Woord is wel door de Heilige Geest geïnspireerd en de heilige mensen zijn daardoor aangedreven. Maar horen en horen is twee. Want wat zegt Christus in onze tekst? En die ze gehoord hebben zullen leven. En de werkwoordsvorm die hier in onze tekst wordt gebruikt, dat tweede woord `horen’ dat wijst op een bewuste daad: er is wat gebeurd. Door Gods Geest drongen de woorden verder dan je oren. Het drong in je hart. Het drong in je geweten. Het drong door tot in je verstand. En daar ging wat gebeuren. Het bracht je dode hart tot leven. Het bracht je verduisterd verstand tot een verlicht verstand. De manier waarop de Heere Jezus dat op de tweede keer gebruikt, wil eigenlijk zeggen: het kwam tot een gehoorzamen, tot een buigen, tot een aanvaarden, ja het geloven van Dat Woord Dat tot je kwam. En geloven is een zaak van het hart. En dát maakt levend, geestelijk levend!

We zien het zo mooi geïllustreerd in dat visioen. Dat kent u ook wel en jullie ook wel jongens en meisjes, van Ezechiël die moest gaan preken tegen een dal van dorre doodsbeenderen. En wat vraagt de Heere dan aan Ezechiël? Mensenkind zullen deze dorre beenderen levend worden? En als Ezechiël antwoord gaat geven zegt hij geen ja en geen nee. Maar hij zegt eigenlijk heel eenvoudig: Heere dat weet U alleen. En dat kan ik eigenlijk best begrijpen want je moet daar maar staan voor dorre doodsbeenderen. Want jongens en meisjes als de kerkenraad tegen jullie dominee zou zeggen: ga morgen eens naar de begraafplaats. En dat de kerkenraad tegen de dominee zegt: dominee nu moet u eens tegen al die graven gaan praten, preken. Er is niemand daar die leeft dus daar staat jullie dominee helemaal alleen en dan gaat hij helemaal alleen op dat graf preken. Dan zou je zeggen: dat is toch dwaas? Daar liggen ze allemaal begraven, hoe kunnen die mensen dat toch horen? Nou ja zo moet je dat maar voorstellen van Ezechiël. Zie je in gedachten zo’n dal met allemaal botten door elkaar. Je kan niet eens meet zien dat het een skelet is. Nou jongelui kijk maar eens in een biologielokaal, daar zie je soms een skelet staan. Maar dat kan je hier niet eens meer zien, en het was zeer dor. Ze lagen al heel lang te verdorren in de zon. En dan moet Ezechiël gaan profeteren. Onbegonnen werk toch? Toch doet hij het. Want het is geen onbegonnen werk want de Heere zei het tegen hem en toen begon hij te spreken! En met dat Ezechiël begon te spreken was dat de stem van Christus. Maar er gebeurde wat! Beenderen kwamen onder elkaar en het werden lichamen. Maar toen moest er nog iets gebeuren want het waren inderdaad wel lichamen maar het leven zat er nog niet in. En dan moet Ezechiël opnieuw gaan profeteren. Tegen wie? Tegen die lichamen? Nee, tegen de Geest. Want de Heilige Geest moest komen om het leven in die lichamen te geven. En daar zie je die twee dingen die wij allemaal als gemeente moeten leren. Het is niet alleen Het Woord Dat tot je komt. En met name de dienaren van Het Woord moeten niet alleen preken. Maar die moeten tegelijkertijd bidden of de Geest Het Woord levend wil maken. En dat is ook uw roeping gemeente als u naar Gods huis komt. Woord en Geest moeten samengaan en dan zal de stem van de Zoon van God in je hart worden gehoord!

Hoe gaat dat dan? Hoe kan de Heere dat dan doen? Heel verschillend. Hij kan je in Gods huis brengen onder de prediking van het evangelie. En dat Het Woord wat je gehoord hebt je niet loslaat en terwijl je aan het luisteren bent is de Heere heel stil in je hart bezig om je hart te openen en dan begint het geestelijke leven.

Soms kan de Heere er ook heel concreet een Woord voor gebruiken dat Hij krachtdadig in je hart brengt. Denk bijvoorbeeld aan Levi de tollenaar: volg Mij! Of Zacheüs. Zacheüs haast u en kom af, Ik moet heden in uw huis blijven! Een krachtdadig Woord wat indringt in je hart. Maar soms kan de Heere ook weleens naderhand gaan werken. En misschien kent u die bekende uitdrukking wel in het gebed: Heere wilt U de stille Naprediker zijn? Wat wil dat zeggen? Dat de Heere bijvoorbeeld op maandag terugkomt op Het Woord wat je zondagavond hebt gehoord en opeens begint het wel te werken in je ziel! Dus het kan soms ook naderhand. Maar hoe het ook zij: het komt er op aan dat Het Woord een kracht Gods tot zaligheid wordt!

Weet een dode zondaar die levend gemaakt wordt dan altijd direct te onderscheiden: dat is de stem van Christus? Dat vind ik in Gods Woord zo niet. Toen Paulus op weg naar Damascus was en hij werd door Christus neergeveld op de grond en Hij sprak: Saul, Saul wat vervolgt gij Mij? Jawel dat waren woorden van de levende Christus. Maar wat zegt Paulus? Wie bent U Heere? Hij wist het helemaal niet meer.

En toen de Heere Jezus de Samaritaanse vrouw ging bekeren en Hij begon een gesprek met haar bij die waterput, begreep ze helemaal niet Wie Die Persoon was Die voor haar stond. Daar ging het wel heen maar aanvankelijk niet. Zo kan het in het geestelijk leven ook zijn dat je in het begin niet zo in de gaten hebt dat het de Heere Jezus is. Ja wel dat de Heere spreekt maar dat je het onderscheid nog niet zo hebt dat de Heere Jezus de Zoon van God de Vader is Die ten diepst heeft gesproken. Maar bij al die verschillen, ze hoorden wel Het Woord en Gods Geest gaf in het hart geloof om Het Woord te geloven! Weet je wat dat heel eenvoudig wil zeggen? Heel je leven was het voor een ander maar  vanaf dat moment geldt het jezelf. Niet alleen anderen maar ook mij.

En wat is Dat Woord dan wat de Heere Jezus gaat spreken als Die Grote Profeet en Leraar? In het bekende boekje van Alexander Comrie: Het ABC des geloofs, las ik het volgende: in het begin van de bekering komt de Heere Jezus met Zijn wet om ons te overtuigen van de zonde en de schuld. Om ons vanuit die toestand tot Jezus te drijven. En, zegt hij, het evangelie gaat klinken hetwelk het heil in Christus de zondaar verkondigt. Dus wet en evangelie gaan functioneren als Christus Zijn stem laat horen. U wordt zondaar voor God. En dat is geen doel in zichzelf maar dat heeft maar één doel: om je als zondaar uit te drijven naar Die Enige Middelaar Die je kan redden van het grote verderf, Die je kan verlossen van je hemelhoge schuld! Dat is de Heere Jezus Christus! Maar dat is niet één keertje in het geestelijke leven maar de stem van de Heere Jezus heb je telkens nodig. Zowel de stem van de wet als de stem van het evangelie. En daar schreef Comrie ook iets over: Hij zegt de wet om vervolgens de nooit ophoudende eis en al de daden van de wet als de regel voor te stellen waar we ons leven mee moeten inrichten. Dus eigenlijk heel eenvoudig gezegd: als een regel der dankbaarheid. Kun je dat in eigen kracht? Degenen die de Heere vrezen die lopen in de heiligmaking helemaal vast! Heere ik kan U niet geven wat U zo waard bent. Het lukt mij niet Heere om naar Uw liefdesgebod te leven. En daarom moet de Heere weer elke keer scherp met de wet komen, juist in het stuk van de dankbaarheid. Waarom toch? Om je voor één gevaar te bewaren: dat je afdwaalt van de Goede Herder vandaan en toch meent dat je het weer zelf kan. Je kan het niet zelf! En daarom wil de Heere door de scherpte van de wet Zijn Kerk dicht bij Hem houden! Heeft Hij het niet zo welmenend gezegd: blijf in Mij en Ik in u. Want zonder Mij kun je niets doen! Je hoeft ook niets te doen maar je kan het ook niet. En daarom: blijf toch in Mij! Wet en evangelie, dat zijn de woorden van de Zoon van God, voor het eerst en steeds weer opnieuw. En hoe meer je Zijn stem mag gaan horen, hoe meer licht je gaat krijgen door Gods Geest dat het de Heere Jezus is Die je onderwijs geeft. Dat je op een gegeven moment mag weten Wie Hij is. Om dat plekje te kennen, net als Maria, aan Zijn voeten. Om daar stil te luisteren naar Zijn onderwijs. Niet één keer, niet twee keer maar heel het leven door. Want de Heere Jezus houdt Zich niet verborgen, Hij gaat Zich openbaren in de prediking van het evangelie. Kijk maar eens naar die blindgeborene, die werd ziende gemaakt door de Heere Jezus. En hij wist echt goed wat er gebeurd was in zijn leven. Hij zei: één ding weet ik: dat ik blind was en nu zie. Maar als de Heere Jezus hem later opzoekt als hij helemaal buitengesloten is en in de eenzaamheid terecht gekomen is en de Heere Jezus komt tot hem en Hij gaat aan hem vragen: gelooft gij in de Zoon van God?, dan zegt hij: ach Heere Wie is Hij toch opdat ik in Hem mocht geloven? Kijk en dan gaat de Heere Jezus Zich aan hem openbaren: Ik ben het Die met u spreekt. Hier ben Ik, zondaar! Ik ben de Persoon Die jou ziende gemaakt heeft. Maar Ik ben Diezelfde Persoon Die je opnieuw wil onderwijzen en leren van de weg die Ik met je zal gaan. En daarom leidt de Heere Zijn schapen altijd tot de kennis van Hemzelf. Hoe zou het ook anders kunnen? Hoe zou een schaap de Goede Herder niet kennen? Dat kan toch helemaal niet? Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken dezelve en zij volgen Mij. O wat een heerlijke stem is de stem van de Heere Jezus Christus. Dat wordt een stem die wordt zó dierbaar, die wordt als een kostbaar stuk goud voor je wat je zorgvuldig zou willen bewaren. O je kan het zelf niet bewaren, dat weet de Heere. En daarom komt Hij elke keer weer met Zijn levendmakende stem. Vanaf het begin van het geestelijke leven heel het geloofsleven door. En elke keer weer als je Zijn stem mag horen en Zijn stem mag je vertroosten, dan ga je het lied verstaan van de bruid uit het Hooglied. En dat lied ga je steeds meer zingen naar mate je meer de stem van de Heere Jezus mag leren kennen. Dat is de stem van mijn Liefste, ziet Hem, Hij komt springende op de bergen en huppelende op de heuvelen.

Ja een onmisbare stem om levend gemaakt te worden gemeente. Maar ook een stem die elke keer weer nodig blijkt. Een stem ook die zo verschillend kan klinken. O hoor toch eens gemeente de stem van de Zoon van God! Een vragende stem aan een onbekeerde zondaar! Wat is er meer te doen aan Mijn wijngaard hetwelk Ik aan hen niet gedaan heb? Een lokkende stem tot een verloren zondaar: wend u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer!

Een wenende stem tot onwillige zondaren. Dordrecht, Dordrecht gij die de profeten dood en stenigt die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen bijeen willen vergaderen? Dat kan tot elke gemeente gezegd worden. De Heere Jezus zei het tot Jeruzalem: hoe menigmaal heb Ik je bijeen willen vergaderen als een hen die kleine kuikentjes onder haar vleugelen? Ik heb het zoveel keer gewild, zegt de Heere Jezus. En de tranen liepen over Zijn wangen. Toen moest Hij tot de conclusie komen: je hebt niet gewild! Een aanbiddende stem voor een eenzame zondaar die alle hoop verloren heeft: Ik ben gevonden van hen die naar Mij niet vroegen. Ik ben gevonden van degenen die Mij niet zochten. En tot het volk dat naar Mijn Naam niet genoemd was heb Ik gezegd: ziet hier ben Ik, ziet hier ben Ik! Wat een aanbiddende stem. Al weet je zelf niet meer hoe je tot Jezus moet komen, dan wil Hij tot jou komen, tot u komen! En het is ook een bemoedigende stem van de grootste van de zondaren! Wie is dat hier in ons midden? Beladen met een hemelhoge schuld! Hoor dan eens de bemoedigende stem van de Heere Jezus Christus: komt dan en laat ons tezamen rechten, spreekt de Heere, al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen worden als sneeuw! Al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol!

Een vertroostende stem voor een bedroefde zondaar: zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil alleen!

Maar ook een verlangende stem voor een trage bruid. De stem van mijn Liefste Die kloppende was: doe Mij open! Hoor je het verlangen van de Heere Jezus om gemeenschap met Zijn bruid te hebben? Doe Mij open Mijn zuster, Mijn vriendin, Mijn duive, Mijn volmaakte! Hoor je de liefde? Hoor je het verlangen? Want Mijn hoofd is vervuld met dauw en Mijn haar met nachtdruppen! Ik ben door de nacht heen gekomen, Ik heb er alles voor over gehad om je te zoeken en zalig te maken! Ik ben door de nacht van Golgotha heen gekomen en daardoor drupt Mijn hoofd niet alleen van dauwdruppels maar van bloeddruppels! Dat heb Ik er voor over gehad om tot je te komen! En Ik verlang zo om gemeenschap met je te hebben! De stem van mijn Liefste die was: doe Mij open!

Ken je de stem? Hij klinkt nog steeds! O vraag maar aan Hem: mag ik het met mijn hart horen Heere?

Al ligt u verloren in zonde en schuld,

uw hart en uw zinnen met onrecht vervuld,

toch klinkt het u toe zo nameloos teder:

keer nochtans weder!

Al zijn ook uw zonden als scharlaken zo rood

Uw zonderegister oneindig en groot

Toch klinkt het u toe zo nameloos teder

Keer nochtans weder!

Want als Hij u roept

O dan moet u wel gaan

Zijn trekkende liefde kan niemand weerstaan!

Zo smeek Hem dan toch ootmoedig en teder

Breng mij toch weder!

Hij is het Die doden doet horen Zijn stem

Die harten bereidt, doet buigen voor Hem

Nog staat Hij en roept zo nameloos teder

Keer nochtans weder!

AMEN

Zingen Psalm 56 vers 6

Dankgebed

Zingen Psalm 118 vers 8

Zegen des Heeren