Lukas 1:68 'Lukas 1 vers 68: 'Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijnen volke' ds. A.A. Egas

Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
1
Predikatie ds. A. A. Egas, Christelijke Gereformeerde predikant te Nieuwkoop en Vianen
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Nieuwkoop
Datum: zondag 20 december 2015, 18.30
Advent
Votum en groet
Zingen Psalm 89 vers 15
Geloofsbelijdenis
Zingen Psalm 56 vers 5
Schriftlezing: Lukas 1 vers 67 tot 79
Gebed
Tekst: Lukas 1 vers 68:
Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijnen volke.
Geliefde gemeente we leven met elkaar in de decembermaand. Een maand waarin de wereld zich opmaakt voor gezelligheid. Dat is toch eigenlijk wel het woord wat deze maand typeert. Gezelligheid in de donkere dagen voor de jaarwisseling. En je hoort het: hier een kerstborrel, daar een kerstdiner, de straten vrolijk verlicht. En wat kun je je dan eenzaam voelen. Juist als oudere of alleenstaande. Als je al die drukte en gezelligheid om je heen ziet. Wat kan de eenzaamheid je dan aangrijpen. En als er dan eens iemand komt en die zegt: hoe is het met u? En voordat je eigenlijk wat kunt zeggen zijn ze alweer verdwenen. Je voelt je dan nóg verlatener dan je eigenlijk al was. En gemeente wat kan het dan goeddoen als er eens iemand bij je op bezoek komt die de tijd voor je neemt. Die naar je luistert. Met wie je je zorgen kunt delen. Bij wie je je hart eens kunt uitstorten. Als er eens werkelijk een echte ontmoeting mag zijn. Wat kan zo’n ontmoeting dan voor een ogenblik een oase zijn in je tocht hier op aarde, die je zo alleen en eenzaam moet gaan. Maar wat is het allergrootste? Als niet een mens bij je op bezoek komt, hoe meelevend ook en hoe invoelend ook. Het allergrootste is toch als de Heere naar je omziet, als de Heere van je nood, je strijd en verdriet afweet. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Hagar die weggelopen is uit de tent van Saraï. En daar omdoolt, eenzaam in de woestijn, van iedereen en alles verlaten. Voor wie het zo donker is. Die de toekomst niet ziet. En wat is het dan een wonder als de Heere dan komt en de Heere aan haar verschijnt en Hij tegen haar zegt: Hagar gij dienstmaagd van Saraï, vanwaar komt gij en waar gaat gij heen? O en als ze dan zo alles aan de Heere vertellen mag en de Heere haar nood peilt en de Heere haar vertelt dat ze een zoon zal krijgen, een zoon die ook door de Heere gekend is. Wat geeft haar dat dan moed en kracht om weer terug te keren naar het huis van Saraï die haar zo verdrukt heeft. En voordat ze dat doet spreekt ze een hartelijke belijdenis uit Wie de Heere voor haar is, en ze zegt bij de put: deze put zal ik een eeuwige herinnering noemen, Lagai Roï. En dat betekent: Gij God des aanziens. Want zo zeide Hij: heb Ik ook hier gezien naar dien die Mij aanziet. En dat is het grootste: als de Heere zo bij je komt en als de Heere je zo bezoekt en als de Heere zo spreekt woorden van troost en van genade. Geliefde gemeente ben je zó naar Gods huis gekomen? Als een eenzame? Als een onbegrepene? Als iemand die de toekomst met zoveel vragen tegemoet ziet? En die maar één verlangen heeft: Heere niemand kan mij helpen maar U wel! U alleen. Heere zou U mij eens willen bezoeken? Ben je zó naar de kerk gekomen? Wie zegt het tegen de Heere: dat is
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
2
mijn verlangen Heere dat U mij bezoekt, dat U naar mij omziet. Heere mag ik Uw stem horen? Die alleen kan mij vreugde en blijdschap geven. Is Psalm 35 misschien de tolk van je hart? Zeg tot mijn ziel in haar geween, in haar strijd, in haar eenzaamheid, met al mijn vragen: Heere zoek mij toch op en zeg tot mij: Ik, Ik ben je Heil alleen. Geve de Heere dat het zó waar mag worden dat je bezoek krijgt van de Heere zoals Hij eenmaal Zijn volk bezocht heeft. Zoals Hij eenmaal Elizabeth en Zacharias opgezocht heeft in Zijn gunst en Zijn genade. Die Heere gemeente leeft nóg. En we wil ook nu intrek nemen in uw hart, zoals Hij ook eenmaal gezegd heeft tegen Zacheüs: heden moet Ik in je huis zijn. Geliefden is er voor Deze Koning plaats in je hart? We gaan luisteren haar het wonder van Gods opzoekende liefde zoals vervuld door de Heilige Geest Zacharias daarvan mag zingen in dat eerste couplet van zijn lofzang. De tekst is het 68e vers: Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijnen volke.
Geliefde gemeente dat die tekst door jou, door u mag worden nagezegd. Dat je zó straks naar huis mag gaan en dat het in je ziel zingt: geloofd zij God Die mij bezocht heeft en Die mij verlost heeft uit al mijn benauwdheden. Zou voor de Heere iets te wonderlijk zijn? We willen met de hulp des Heeren stilstaan bij:
God bezoekt Zijn volk
- Dat is een verloren volk
- Dat wordt een verlost volk
- Dat zal een volk zijn dat Zijn lof zal bezingen
Zingen de Lofzang van Zacharias vers 1 en 2
Dat is een verloren volk:
God bezoekt Zijn volk. Daar spreekt onze tekst over. Het is de eerste regel van die prachtige lofzang: God heeft Zijn volk bezocht. En geliefden dan is de eerste vraag die bij ons opkomt: onder welke omstandigheden waren dat dat de Heere dat volk heeft opgezocht? Wel geliefde gemeente dat is eigenlijk heel eenvoudig te zeggen, namelijk dit: het waren de donkerste tijden die het volk Israël ooit beleefd heeft. Het was de donkerste tijd die ooit op de wereld geweest is. En zo’n donkere tijd zal het ook nooit meer worden. Want geliefde gemeente heel de wereld lag in de duisternis. Al de volken om Israël heen hadden nooit gehoord van God en van Zijn Woord. In de tweede plaats: Israël zelf was ook in duisternis gezeten. De Heere Jezus zal het straks ook zeggen: verloren schapen. Schapen zonder Herder. Onder de lasten van de Farizeeërs, te zwaar om te dragen. Niemand zag uit naar de belofte van de Messias! Misschien een handjevol bekeerde mensen. Zó donker was het op heel de wereld. Zouden er in die dagen 10 bekeerden geweest zijn? God weet het. Maar de Schrift laat ons zien dat er bijna niemand meer met een levend geloof uitzag naar de vervulling van de belofte, reeds gedaan aan Adam en Eva. Al 400 jaar zweeg de profetie. De woorden van de profeet waren als het ware verstomd. De Zonne der gerechtigheid, ach zal Hij ooit nog komen? En als er al uitgezien werd naar een Messias dan was het om verlost te worden van het juk van die gehate Romeinen. En van het huis van David dan? Dat was een afgehouwen tronk geworden. Er zaten Edomieten op de troon: Herodes! Nee, alle verwachting was verdwenen. Het was donker geworden. Zó donker als het nog nooit op de wereld geweest is en nooit meer zijn zal. En geliefde gemeente dat is nou juist de gelegenheid voor de Heere om het allergrootste en heerlijkste Licht te laten schijnen, namelijk de komst van Zijn lieve Zoon in deze wereld.
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
3
En dat begon toen God de opdracht gaf aan Zijn engel Gabriël om naar Jeruzalem te gaan, om naar de tempel te gaan. Om daar te spreken met één van de weinigen die nog uitzag naar de Messias, die nog wandelde in de weg van de Heere, bij wie nog dat ware geloof in zijn hart was. Ook al zullen we straks zien dat ook bij deze Zacharias er zoveel twijfel was: kan dat dan allemaal nog wel? Zacharias, wat een heerlijke boodschap mag hij horen uit de mond van de engel Gabriël: en hij (dat is je zoon die geboren zal worden uit Elizabet die al een hoge leeftijd heeft, waar het voor de natuur onmogelijk is dat ze nog een kind zal krijgen) je vrouw zal zwanger worden, ze zal een zoon baren en hij zal heengaan in de geest en de kracht van Elia. Om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen. Om de Heere te bereiden een toegerust volk. Wat een machtige boodschap dat God komt na duizenden jaren, en Zijn Woord zal vervullen. En dan zou je toch verwachten dat dit kind van de Heere: Zacharias, opspringt van vreugde en jubelt: Heere is het dan tóch waar? Komt Hij dan toch naar Wie we zó hebben uitgezien? Nee maar die afgrijselijke ongeloofsvraag: Heere waarbij zal ik dat weten? Het kan toch niet? Wij zijn toch oud en op leeftijd Heere?
Daar zie je nou een kind van God in zijn hart. En wat leeft er in het hart van Gods kind? Wel wat er leeft op de bodem van elk hart, namelijk ongeloof en twijfel. Kun je begrijpen dat Gabriël hevig verontwaardigd is over dit ongeloof? Weet je wel wie ik ben en Wie dat zegt? Geen mensenkind maar dat is Het Woord van de levende God! En durf jij daar aan te twijfelen Zacharias? Je zult niet spreken totdat zal blijken dat God de Waarheid is en dat God doet wat onmogelijk is!
Geliefde gemeente als u straks ongelovig de kerk verlaat, hebt u God beledigd net als Zacharias. God straft het ongeloof. Dat vergeten wij gemeente! Wij denken dat je straffeloos God tot een Leugenaar kan maken. We gaan straks onbekommerd, ongelovig de kerk uit! Het moet je toch gegeven worden dominee? Ik kan toch zomaar niet geloven? En zo hou je je overeind. Dat moet je toch maar durven hé? Gemeente voel je niet hoe erg het ongeloof is? Ja wat zeg je er nou op? Durf je dat straks? Naar huis gaan, ongelovig? Kan dat? Durf je te twijfelen aan Het Woord van God? Is het geen wonder als God je mond toestopt? Geliefde gemeente ik wilde dat je eens weende over je ongeloof! Ik wilde dat het je ziel eens verbrak dat je zo’n ellendige was! Dat je smart kreeg over je ongeloof gemeente, dat je er God zo’n verdriet mee doet! Dat je God er zo mee beledigt! Als Hij daar met Zijn evangelie komt bij Zacharias en komt daar die oude twijfel, die Evastwijfel, dat verschrikkelijke ongeloof: waarbij zal ik het weten? Alsof God bewijzen moet dat Hij de waarheid spreekt. Hij is immers toch de Waarheid? Hij is toch de God Die niet liegen kan? En u maar zeggen: ja maar! Geliefde gemeente dat je eens zag hoe verschrikkelijk het is om Die lieve Koning te beledigen met je ongeloof! Om God zo te smaden. Als Hij komt, dat is die onbegrijpelijke trouw van de Heere dat Hij bij je op bezoek komt. Dat Hij komt met Zijn nodiging en Zijn liefde. Dat Hij je nu opzoekt en dat Hij klopt aan de deur: doe Mij open opdat Ik je het leven zou geven, het eeuwige leven zou geven! Zo is de Heere hier. En ik hoop dat je het uitschreeuwt vanbinnen in je ziel: Heere bewaar mij toch dat ik straks niet in ongeloof U beledig en zo naar huis ga. En het is een wonder gemeente als God je niet in de dadelijkheid straft voor je ongeloof zoals Hij dat met Zacharias Zijn kind, gedaan heeft! Ben je er nooit eens bang voor dat je de maat vol gezondigd hebt met je ongeloof? Denk je nou maar elke keer dat God het maar verdraagt als je ongelovig naar huis gaat? Denk je dat God dat nooit eens moe wordt en dat God zegt: en nu is het genoeg? Dat je zó die genadetijd verbeuzelt met je ongeloof! Geliefde gemeente zie het toch eens, en dat je ogen ervoor open mogen gaan. En dat wat die puritein zei: ongeloof is de grofste zelfmoord. Het
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
4
ongeloof vermoord je! En dat je toch mag schreeuwen tot God: o God verlos mij uit de duisternis van dat gruwelijke ongeloof! Zo vindt God een mens, geharnast in zijn verzet, in de duisternis levend, hij wandelt erin, hij heeft zijn vermaak in de ongerechtigheid en de zonde. En geliefde gemeente je verkeerd in de schaduw van de dood! Nog even en de dood strekt zijn hand naar je uit en dan is het voor eeuwig kwijt!
En dan komt de Heere. En wat is dat toch een wonder dat Hij dat volk bezoekt. Dat Hij dat volk niet overgeeft aan de gedachten van hun goddeloze hart. Dat God niet zegt: en ga dan maar! Maar dat Hij komt en de gemeente van Nieuwkoop bezoekt. Geliefde gemeente onze tweede gedachte:
Dat wordt een verlost volk:
Want dat zegt onze tekst. Er staat hier in het Nederlands eenvoudig vertaald: heeft Zijn volk bezocht en verlossing teweeggebracht. Geliefden als je nauwkeurig naar het Grieks luistert dan is dat voegwoord hier een voegwoord dat een reden aanvoegt. En zo mag je met alle vrijmoedigheid en het is misschien beter om het zo te vertalen: Hij heeft Zijn volk verlost, Hij heeft Zijn volk bezocht om het te verlossen. Dat was het grote doel waarom Hij naar deze wereld kwam. En gemeente als wij even dat woord willen proeven, mediteren, overdenken: Hij heeft Zijn volk bezocht. Wat betekent dat? Wel geliefden als we gaan luisteren naar wat dat woord in de Heilige Schrift betekent dan kunnen we allereerst denken wanneer je iemand opzoekt zoals de Heere dat straks zegt tegen Zijn Kerk: Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht. Dan wil dat zeggen: omzien naar iemand die het moeilijk heeft. Iemand die onder moeilijke omstandigheden leeft in een gevangenis of iemand die ziek is, die je opzoekt om met hem mee te leven. Bezoeken heeft hier dus de betekenis van omzien in liefde en bewogenheid. Zo zegt bijvoorbeeld ook de apostel Jakobus het: de zuiver en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is deze: weduwen en wezen bezoeken. Bezoeken met een hart vol ontferming en bewogenheid. Dat betekent dat woord `bezoeken’, naar iemand omzien met een hart vol mededogen.
Wat is dat dan groot als weduwen daar iets van ervaren dat in hun verdrukking wordt meegeleefd. Als zieken ervaren dat mensen aan hen denken, wat kan dat je ziel verkwikken. Maar nog veel heerlijker is niet als mensen je bezoeken maar als God je bezoekt. Want mensen kunnen met je meeleven, mensen kunnen je wat verkwikking geven maar zij kunnen de nood, de eenzaamheid niet wegnemen. Er is er maar Eén Die dat kan. En luister dan maar eens. Zoals Saraï in haar nood door de Heere werd opgezocht: En de Heere bezocht Saraï gelijk Hij gezegd had. Bezocht haar met een bijzondere weldaad en de vervulling van Zijn beloften. Sara mag zwanger worden en een zoon baren, de zoon der belofte. En daarin heeft zij ervaren: de Heere heeft mij bezocht. Hij heeft in ontferming naar mij omgezien terwijl ik in ongeloof gelachen heb en gezegd: het kan niet. Wat is God toch oneindig goed dat Hij zulke mensen bezoekt die Hem uitgelachen hebben! Er is niet veel goeds van Gods Kerk te zeggen, dat hoor je wel. Zacharias, Sara. God heeft niet zo’n best volk hoor gemeente. Hij heeft er wat werk aan, aan die Kerk. Maar Hij blijft getrouw aan die Kerk die zo menigmaal Hem verdriet doet door haar ongeloof, Hem uitlacht en verdacht maakt. Maar de Heere, Hij evenwel, Hij blijft Dezelfde! Volk van God is dat ook weleens je verwondering? Heere dat U het met mij uithoud, zo’n ontrouwe dominee in alle opzichten gemeente! Dan kan je weleens in verwondering je knieën buigen in je studeerkamer gemeente en zeggen: Heere dat ik nog dominee mag zijn! En dat U mij nog verwaardigt om Dat Woord van U te verkondigen! Want ik ben geen
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
5
haar beter dan Zacharias en Saraï. God bezoekt en Hij kan alles wegnemen aan moeite, verdriet, eenzaamheid, pijn en schuld. En dat heeft Hij gedaan in de zending van Zijn Zoon. Hij bezocht dat volk om hen te verlossen! En dan moet je eens luisteren gemeente, dan staat het er zó heerlijk en dan zie je dat het niet Zacharias zelf is die dat zegt maar dat is de Heilige Geest Die het geloof in Zacharias aanblaast en verlevendigt. Want wat zegt Zacharias? Hij heeft Zijn volk verlost en zal het verlossen. Nee. Wat staat er? Hij heeft verlossing teweeggebracht. Voor Zacharias is het al vervuld. Terwijl de Heere Jezus nog geboren moet worden! Terwijl Hij de weg van lijden en sterven nog moet gaan! Terwijl Hij de overwinning nog moet behalen. Maar hier zegt hij vervuld door de Heilige Geest: Ik weet het zó vast en zó zeker dat het voor mij vervuld is!
En daar zie je nou het geloof van de Oud-Testamentische Kerk schitteren gemeente. Want dat vragen catechisanten weleens: hoe zat dat eigenlijk met Abraham en David? Want de Heere Jezus moest toch nog komen? Hij moest toch nog lijden en sterven en opstaan? Nee. Voor een Oud-Testamentische gelovige was Hij reeds gekomen, ook al moest Hij nog geboren worden! Luister maar eens wat de Heere Jezus daarvan zegt. Als Hij spreekt over Abraham dan zegt Hij: Abraham heeft begeerd en verlangd Mijn dag te zien en heeft hem gezien! Door het geloof, door het geloof was het voor Abraham even zeker dat Jezus Christus aan het kruis gestorven is, als voor een kind van God vandaag! Zoals de Kerk terug mag zien in het geloof, zo mocht de Kerk in het Oude Testament vooruitzien in het geloof. En beiden mochten zich vastklampen aan dat kruis van Golgotha door het geloof. Hij heeft verlossing teweeggebracht. Het is voor Zacharias vervuld door de Heilige Geest, vast en zeker! Dat doet nou het geloof gemeente, gewerkt door de Geest. Dat valt voor 100 procent bovenop Gods beloften.
Wat een verschil met Zacharias in de tempel in zijn ongeloof en Zacharias hier in zijn huis in Judea. Geliefden zo kan het liggen in het leven van de Kerk: ongeloof en geloof. Als een strijd in de ziel. Maar hier mag het geloof triomferen bij die oude Zacharias. Wat zal hij geweend hebben over zijn ongeloof maar hier mag hij jubelen: God heeft verlossing teweeggebracht door de zending van Zijn Zoon. In het geloof ziet Zacharias al dat Hij daar betaald heeft tot een volkomen verzoening van al de zonden. Want wat zegt hij hier? Hij zal Zijn volk verlossen. En wat staat er dan? Er staat een woord in het Grieks dat betekent: loskopen. Hij zal het rantsoen betalen. En dat is het werk van de komende Christus. Hij zal de prijs betalen die de Vader eist om zondaren vrij te spreken van straf en schuld! Zoals een slaaf gekocht moest worden uit de hand van zijn heer, zo heeft Christus ze gekocht met de duurste prijs die Hij had: namelijk van Zijn leven en door Zijn dierbaar bloed! Want geliefden wij zijn schuldenaren en God kan ons de schuld niet vergeven tenzij dat die schuld betaald wordt. Er moet betaald worden om aan Gods heilig recht te voldoen. En daarom zegt de Heere Jezus ook: want Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen en Mijn ziel te geven tot een rantsoen, tot een losprijs van velen! Dat doet Christus: Hij koopt een ziel los en Hij wijst Zijn vader op dat dierbaar bloed dat gevloeid heeft op de heuvel Golgotha. Vader Ik heb verzoening gevonden, Ik heb betaald! De prijs die Gij van Mij geëist hebt! Vader geef hen de vrijheid op grond van Mijn betaling!
En van dat wonder mag Johannes gaan getuigen. Hij mag de wegbereider worden van Deze Zaligmaker. En hij mag het verkondigen: volk van Israël zalig zul je zijn in Deze Heere Jezus, want Hij komt tot verzoening van de zonden. En zo heeft hij Hem
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
6
ook in het geloof mogen aanwijzen: zie Het Lam Gods Dat de zonden der wereld wegneemt! Wat een boodschap mocht deze wegbereider gaan verkondigen. O wat heeft hij een gezaligde opvoeding gehad van vader Zacharias. Jongen jij mag die boodschapper zijn dat het volk zaligheid vindt en vergeving van hun zonden. Vader mag ik dat doen? Ja jongen dat is je roeping, God heeft het mij Zelf verteld. En wat heeft hij met de vreugde van zijn ziel die boodschap mogen verkondigen en mogen zeggen: ik ben niet eens waardig Zijn schoenen te ontbinden. O wat zag Johannes alles in Deze Zaligmaker!
En geliefde gemeente wat is nou Gods doel? Waarom heeft Hij Christus nou gezonden? Waarom is Hij gekomen om dat volk te verlossen? Wel opdat het een volk zal worden dat Hem zal lofzingen. Onze laatste gedachte:
Dat zal een volk zijn dat Zijn lof zal bezingen:
Geloofd zij de Heere de God Israëls. Die bezoeking van God en die verlossing van God werd in het leven van Zijn Kerk lof, eer en glorie en dankzegging! Wat een wonder. Deze Zacharias, als daar zijn tong losgemaakt wordt dan begint hij niet te zeggen: o vrouw Elizabeth wat is het toch een lief kind. Hij begint niet te zeggen: wat is het toch groot dat je op je hoge leeftijd nog de kracht kreeg om een kind ter wereld te brengen. Nee geliefden hij eindigt niet in het wonder maar hij eindigt in de Weldoener, in Degene Die dat wonder gewerkt heeft: in God alleen! Dat is het verlangen van deze Zacharias. En als hij dat evangelie mag bezingen dat God de wereld bezocht heeft, Zijn volk, dat Hij verlossing teweeggebracht heeft, dan kan het niet anders dan diep uit zijn hart de lofzang opwelt: Gode zij de eer, U alleen! Soli deo gloria! Dat is zijn verlangen om dat in waarheid te mogen zingen en om dat te bedoelen! O als dat wonder beleefd wordt dat God naar je omziet, dat God bij je op bezoek komt, als de Heere gaat spreken van troost en vrede in je ziel, dan kun je niet anders meer dan Hem daarvoor te danken en Hem te aanbidden en Hem te loven. Want dat God naar zó
één omzag die niet anders deed dan Hem verdacht maken, die niets anders deed dan Hem met de zonden te beledigen! O dan wordt het een lofzang. Zacharias gaat zingen: Heere dat ik mijn mond nog terugkrijg en hem openen mag. Dat U nog een tong geeft Heere voor zó een die U zó diep beledigd heeft. Heere dan kan ik niet anders dan zingen van Uw goedertierenheden. Als die 18 jaar gebonden vrouw verlost wordt uit de banden gemeente dan gaat ze niet zeggen: tjonge jonge dat is wat geweest die 18 jaar. Ik heb toch heel wat meegemaakt hoor! Die gaat niet vertellen al haar bevindingen. Die gaat ook niet over dat wonder spreken. Maar wat staat er? En zij verheerlijkte God! Dát is het grote doel. Dit volk heb Ik Mij geformeerd opdat het Mijn lof zal verkondigen. Geliefden daar is het de Heere om te doen: om Zijn eer, om Zijn glorie, opdat Hij verheerlijkt mag worden. Niets uit ons, al uit Hem, zo gaat dat volk naar Jeruzalem!
Kijk maar eens in het leven van David. Als David verlost wordt uit de hand van zijn vijanden dan roept hij uit aan het slot van Psalm 41: geloofd zij de Heere, de God Israëls. Van eeuwigheid tot in eeuwigheid, amen ja amen. Heel zijn hart legt hij daar bij. Dat is het verlangen van hem: dat God de eer en de heerlijkheid krijgt. Het zij zo en het zal zo blijven tot in eeuwigheid. Als hij mee zal maken dat Salomo de troon gaat bestijgen, onverdiend. Salomo, o dat herinnert hem aan zijn zondige leven. Maar God is getrouw. Dan roept hij uit: geloofd zij de Heere de God Israëls. En wat is nou het laatste als David gaat sterven? De laatste Psalm die hij gedicht heeft: Psalm 72: geloofd zij de Heere de God Israëls, Die alleen wonderen doet. En geloofd zij de
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
7
Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid. En de ganse aarde worde vervuld met Zijn heerlijkheid, amen ja amen. En al het volk zeggen: amen, ja amen. Dat wordt het verlangen van al degenen die het mogen ervaren dat God in de duisternis naar hen omzag. Dat Hij hen in Zijn liefde opgezocht heeft en dat Hij hen getrokken heeft uit die duisternis. Dat Hij hen vrijgesproken heeft, hun zonden weggewassen en hun schuld geworpen in een zee van eeuwige vergetelheid. Dan kan het niet anders dan dat die ziel gaat zingen en wij gaan het meezingen:
Komt maakt God met mij groot,
Verbreid, verhoogd met hart en stem,
Die nooit volprezen Naam van Hem.
We zingen Psalm 34 vers 2
Geliefde gemeente we hebben gehoord die eerste strofe uit de lofzang van Zacharias: geloofd zij de Heere, de God Israëls Die Zijn volk bezocht heeft en verlossing heeft teweeggebracht.
Geliefden dat is waar geworden voor dat volk dat wandelde in duisternis en dat gezeten was in de schaduw van de dood. Daar is dat Licht over gaan schijnen. Dat Licht Christus. Hij is het Licht der wereld. Maar geliefde gemeente wat zijn het toch aangrijpende woorden die we lezen in Johannes 1. Dat aangrijpende begin waar staat: en het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen. Het Licht schijnt ook nu. De prediking van Het Woord. De Heere is er nu en Hij zoekt u op! En Hij klopt aan de deur van uw hart! De Heere is er, Hij is bereidwillig, oneindig veel bereidwilliger dan u ooit bereidwillig zou zijn om zalig te worden. Hij zoekt het verlorene. Hij breidt Zijn armen uit naar een wederstrevig volk. Maar wat is dat ontzaggelijk. Als dat werkelijkheid zou worden in uw leven. Maar de duisternis heeft hetzelve niet begrepen omdat hun werken boos waren! Wilt u dan in de duisternis voort blijven leven? Wilt u dan de Heere Jezus laten kloppen totdat het te laat is? Totdat de genadetijd voorbij is en u moet zeggen: had ik maar, had ik maar gehoord gegeven aan Het Woord van Die Zaligmaker? Hij komt en niets staat Hem in de weg, hoe groot uw ongeloof ook is. Hij wil u verlossen van dat ongeloof. Hij wil u schenken door Zijn lieve Geest dat ware, zaligmakende geloof. Maar is er dat Adventsverlangen? Gemeente u hebt al 4 zondagen dat Adventsevangelie gehoord. Dit is de laatste Adventszondag. En wat hebt u met al die preken gedaan? Is het allemaal toegesloten gebleven? Is het allemaal langs u heengegaan? Heb je het allemaal onbewogen aangehoord? Misschien een lichte rimpeling in uw geweten maar het is weer voorbij gegaan? Wat zal dat wezen als al die preken straks tegen u getuigen zullen! Gemeente dat je dan ontwaken mag door die wegbereider. En wat zegt die wegbereider Johannes de Doper? De bijl ligt alrede aan de wortel van de boom. En een boom die geen vruchten voortbrengt zal uitgehouwen worden! Heb je die bijl al zien liggen aan de wortel van je levensboom? Met eerbied gezegd: ik heb weleens gelezen dat het het beeld is van houthakkers die opdracht gekregen hebben om een bos om te hakken. En ze zijn het bos ingegaan en hebben al die zieke bomen al van een kruis voorzien: die moet omgehakt worden en die moet omgehakt worden en die moet omgehakt worden. En er staan allemaal kruizen op. En ze hebben hun bijl al klaargelegd om hun werk straks te gaan hervatten. En ze zijn even koffie gaan drinken. En straks komen ze terug bij die boom waar het kruis opstaat: deze omhakken! De bijl ligt alrede aan de wortel. Straks komt de Houthakker, de Koning der verschrikking en zal de bijl zetten aan de wortel van uw levensboom! En waar de boom valt daar zal hij eeuwig wezen gemeente! En als het dan een boom is waar geen vruchten aan zijn, wat wordt er met die boom gedaan? Hij wordt
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
8
vastgegrepen en in het vuur geworpen. Laat dan die woorden van deze wegbereider u wakker maken opdat er zo plaats komt in uw hart. Wakker van schrik, wakker bij de ontdekking: ik ga sterven, ik ben een stervende! Opdat je in die nood gaat schreeuwen: Heere bezoek mij! Als je daar op je ziekbed ligt, stervende, en je hebt gehoord dat er een arts is die leven geven kan, die geneesmiddel heeft dat je redden kan, o wat zou je uitzien. Zou die arts ook naar mij komen? Je zou roepen: hier ligt iemand. Ik kan niet tot u komen maar komt u tot mij! Je zou schreeuwen in de nood van je ziel: kom hier moet u zijn, hier ligt een stervende en ik heb gehoord dat u een geneesmiddel hebt, kom ook tot mij! En dat je zo zou uitzien als een Adventsverlangen naar de komst van Die Geneesheer Die er is geliefden! Hij heeft verlossing teweeggebracht, er is bloed dat reinigt van alle zonden. Het is er, het is beschikbaar in een Fontein die overloopt. Die heilige Bloedfontein Christus. Hij is er. Heb je Hem nou nodig geliefden tot reiniging van je zonden? Hij bezoekt de gemeente van Nieuwkoop en Hij wandelt hier door uw midden. En zijn er dan nog die met die bloedvloeiende vrouw, die stervende vrouw, hun handen uitsteken en zeggen: als ik dan maar de zoom van Zijn kleed aanraak, ik zal genezen zijn! Kom toch! Dat door de Heilige Geest gewerkt u uw hand zou uitstrekken en zeggen: Heere Jezus genees ook mij! Dat het de schreeuw van je ziel is: Heere Jezus zie naar mij toch om! Geef mij toch Die Jezus, Die Geneesheer want buiten Hem is geen leven! Buiten Hem moet ik sterven. Dat je zó zal zoeken tot Hem. En dat je zegt: Heere nu heb ik gehoord dat U de losprijs betaald heeft voor mensen die niet kunnen betalen. O God geeft mij toch, betaal ook voor mij want ik heb geen penning om te betalen. Geliefden Hij komt en Hij zal u genezen en Hij zal voldoen de prijs, dat rantsoen dat u in tijd noch eeuwigheid kon voldoen. Zie op Hem geliefden, zie Het Lam Gods, heeft de Wegbereider verkondigt: de zaligheid is in Hem, in de vergeving van al uw zonden. O buig dan en vlucht heden tot Hem. Hier is Hij geliefden in uw midden! Nabij u is Christus, Het Woord. Hij is niet verre van u, Hij is nabij. U zult nooit kunnen zeggen: Heere ik moest een wereldreis maken en ik had niet de gelegenheid om die reis te maken. Nee Hij daalt af en Hij is in uw midden opdat u tot Hem zou gaan en zou roepen: Gij Zone Davids, ontferm u mijner. En Hij zal stilstaan en zeggen: wat wilt gij dat Ik doen zal? Heere reinig mij met dat dierbaar bloed, verlos mij uit mijn kerker van ongeloof Heere. Bevrijd van mijn ziel en zeg het: Ik, Ik ben uw Heil alleen!
En dan tenslotte. U die God mag vrezen, waar u gehoord hebt: de sleutel omgedraaid, en u uit de kerker verlost bent. Waar dan Christus kwam om in uw plaats genageld te worden aan het kruishout van Golgotha. Zie Hem daar hangen in uw plaats! O dat dan u vervuld door de Heilige Geest, met Zacharias mag gaan uitjubelen: geloofd zij God. Dat dat de jubel van uw hart mag worden: laat ieder `s Heeren goedheid loven, want goed is de Oppermajesteit, Zijn goedheid gaat het al te boven, Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
Kerk des Heeren is Hij het dan niet waard dat je Hem met Zacharias te voet zal vallen, belijdend je ongeloof. Heere ik ben zo vaak als Zacharias: waarbij zal ik het weten? Ik heb zo vaak getwijfeld aan Uw oprechtheid, aan Uw welmenendheid, aan Uw bereidwilligheid, aan Uw waarheid Heere. Maar nu heb ik het bij vernieuwing gehoord: Gij hebt mij opgezocht, Gij hebt mij uit mijn banden verlost Heere. O dat ik dan toch ook met Zacharias U de lof, de eer en de dankzegging mag toebrengen. Heere verlevendig mijn ziel toch en dat ik met de Kerk mag uitroepen: geloofd, gezegend, geprezen zij de Heere Die naar zo’n ellendig omzag als ik. Wat moeten we dan vaak beschaamd het hoofd buigen dat we zo weinig Die Koning geven waar
Predikatie ds. A. A. Egas Tekst: Lukas 1 vers 68 Thema: God bezoekt Zijn volk
9
Hij recht op heeft. O Hij heeft er zo’n recht op dat we Hem verheerlijken, dat we Hem danken, dat we Hem prijzen, dat we met David het uitjubelen en huppelen van zielevreugd. Geliefden wat hebben we dat nodig, wat hebben onze jongeren dat nodig, wat hebben de twijfelaars dat nodig, wat hebben de aangevochtenen het nodig, dat ze zien hoe goed het is om de Heere te dienen. Dat het gezien mag worden hoe goed het is om Hem te vrezen. Dat ze mogen zien de blijdschap in het leven van Gods kinderen. De vreugde van verlost te mogen zijn! De blijdschap in de ziel dat de Heere naar zo’n ellendige omziet! Wat zou er een getuigenis van uitgaan als we het bij die oude Zacharias mogen aanheffen: geloofd zij God en al het volk zeggen:
AMEN JA AMEN
Dankgebed
Zingen Psalm 138 vers 1
Zegen des Heeren