Lukas 19:1-10 'Zacheüs' ds. J de Bruin

Preek over Lukas 19:1-10 door ds J de Bruin te Elburg

77:8
119:86
138:3,4
118:7
105:5
Lukas 19:1-10

Geliefde Gemeente,

In zijn bekende boek over de ‘Redelijke Godsdienst’ schreef Wilhelmus à Brakel een zeer onderwijzend hoofdstuk over het wonder van de wedergeboorte. Hij besteed dan ook aandacht aan de verschillende manieren waarop de Heilige Geest dit wonder werkt in zondaarsharten. Tot twee keer toe noemt Brakel daar de naam van Zacheüs, waarmee hij twee kenmerken geeft van de bekering van deze tollenaar.
Eerst schrijft hij dat sommige ‘schielijk, in een korte tijd, als in één ogenblik worden overgebracht’ uit de duisternis tot Gods wonderbaarlijk en heerlijk licht.
Vervolgens schrijft hij ook dat sommigen ‘op een zeer evangelische wijze’ worden bekeerd, waardoor zij ‘Jezus met blijdschap ontvangen’. 
En inderdaad…, de bekering van Zacheüs vond plaats in een korte tijd en daarbij ook nog op een lieflijke, evangelische wijze.
En wie zou dát niet begeren? Wie zou er zó niet tot bekering willen komen?
Maar…, mag ik eens vragen…, waarom zou u het zó willen?
Is het misschien omdat van Zacheüs niet staat beschreven dat hij ontdekt werd aan zijn zondeschuld voor God?
Is het misschien omdat het lijkt als of het bij Zacheüs bij het stuk van der verlóssing lijkt te beginnen?
Is het misschien omdat u zélf niet ontdekt wil worden aan uw zonde en ellenden?
Want als wij zouden menen dat de bekering van Zacheüs een ‘gemakkelijkere’ bekering zou zijn dan andere bekeringen…, dan van hebben we het mis. Want het is niet voor niets dat Lukas 19 volgt op Lukas 18. Wat had de Heere Jezus gezegd vlak voordat Zacheüs tot bekering werd gebracht? We hebben het samen gelezen in Lukas 18:24-25, Hoe zwaarlijk (= moeilijk) zullen degenen die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan. Want het is lichter (= makkelijker) dat een kemel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods ingaat.
Ook Zacheüs heeft geleerd met twéé woorden te spreken: zónde en genade. Dat zullen we ook gaan zien. Zalig de mens die het ook mag leren verstaan op de school van vrije genade. Het thema voor de preek is:

De bekering van Zacheüs de tollenaar.

En dan staan we stil bij

1.    Een geheiligde nieuwsgierigheid,
En zie, daar was een man, met name geheten Zachéüs; en deze was een overste der tollenaars, en hij was rijk; en zocht Jezus te zien, wie Hij was..

2.    Een krachtdadige roeping,
En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende zag Hij hem, en zeide tot hem: Zachéüs, haast u en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

3.    Een verkregen zaligheid,
En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon Abrahams is, want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.





1.    Een geheiligde nieuwsgierigheid.

Nadat de Heere Jezus dus gesproken had dat de bekering van een rijke ‘bezwaarlijk’ was en met veel moeilijkheden gepaard ging, begon Hij te spreken over Zijn lijden en sterven dat nu steeds dichterbij zou komen. Hij bevond Zich toen in Galilea en wilde naar Jeruzalem gaan. Op die reis zouden ze langs de stad Jericho komen. Waarom? Omdat daar twee mannen waren die Hij van Zijn Vader gekregen had om zalig te maken.
De eerste ontmoette Hij nabíj Jericho: de blinde Bartimeüs, die door een wonder ziende mocht worden en Jezus mocht volgen op de weg.
De tweede ontmoette Hij ín Jericho, want er staat in vers 1, En Jezus ingekomen zijnde… ging door Jericho…
Hij kwam door de stadspoort en liep dwars door de stad! Want ín die stad…, bevond zich Zacheüs de overste der tollenaren…, en die moest Hij záligmaken!

Laten we eens kennis gaan maken met deze tollenaar.
Het eerste wat we van hem lezen is zijn naam: Zacheüs. Deze naam heeft een Hebreeuwse oorsprong, maar is vergriekst. Oorspronkelijk heette Zacheüs namelijk ‘Zakkaï’. Een naam met een rijke betekenis: de Reine…, of de Schone…, of de Zuivere…
Mogelijk was het de wens van de Joodse ouders van Zacheüs dat hij zó openbaar zou komen in zijn leven.
Uit het feit dat zijn naam in de vergriektse vorm in de Bijbel staat, kan een aanwijzing zijn dat Zacheüs gebroken had met de Joodse opvoeding van zijn ouders. Te meer omdat hij ook het vak van tollenaar heeft gekozen. Ja hij heeft het zelfs gebracht tot overste van de tollenaren. Hij wilde in dienst staan van de Romeinse overheid. Zijn werkterrein werd de stad Jericho. Bij deze stad kwamen namelijk verschillende handelswegen bij elkaar en ongetwijfeld heeft daar ook een tolhuis gestaan. Daar heeft hij carrière gemaakt… en diende met volle teugen de Mammon.
Maar toen hij deze weg was ingeslagen…, bleef er niets van deze schone naam over… Straks zullen we horen dat Zacheüs een ‘sycofant’ is geweest. Dat wil zeggen dat heel zijn leven werd beheerst door kwaadaardige geldzucht. Het meeste geld had hij ‘door bedrog ontvreemd’, lezen we in vers 8. Daardoor was hij schatrijk.
Nee… een reine was hij niet…, maar een ónreine zondaar en het ergste was dat hij dat niet eens zag!

Maar toch… ondanks dat hij zijn Joodse opvoeding vaarwel gezegd heeft…, raakte hij zijn wortels nooit helemaal kwijt. Wie op het erf van Gods genadeverbond geboren wordt en het teken van dat verbond ontvangen mag…, zal daar nooit van los kunnen komen, tenzij de HEERE zo’n ‘kind des Koninkrijks’ overgeeft aan de verharding. Maar dat kón bij Zacheüs niet gebeuren, want Hij was een gegevene van de Vader die toegebracht zou worden. O dan kan een mens ver…, zéér ver afdwalen…, maar dan zal er een tijd aanbreken er een terugkeer komt…
En daar wil de Heere soms wonderlijke leidingen voor gebruiken in Zijn aanbiddelijke voorzienigheid.
Want wat lezen we van deze Zacheüs? In vers 3 staat: En zocht Jezus te zien, wie Hij was…
Het werkwoord ‘zoeken’ laat zien dat Zacheüs voortdurend bezig was om Jezus een keer te kunnen ontmoeten. Het woord laat ook zien dat hij daarvoor alle mogelijkheden uitprobeerde die in zijn gedachten opkwamen. Nee…, gezien had hij Hem nog nooit. Maar wel veel over Hem gehoord, dat kan niet anders. Hij hoorde van grote wonderen…, zijn bijzondere woorden…, maar ook over Zijn bijzondere belangstelling en vriendschap voor tóllenaren, die bij de rest van het volk zo gehaat waren.
Het laatste wat hij hoorde was de wonderlijke genezing van Bartimeüs…, die hij ook goed kende…, want hij zat dagelijks net buiten de stad Jericho…
Als een lopend vuurtje was dit bericht de komst van Jezus vooruitgegaan en kwam ook Zacheüs ter ore… O –dacht hij- als dan die wonderlijke Profeet uit Nazareth in Jéricho is…, dan zal ik eens alles op alles zetten om Hem één keer te zien…
En zie… daar loopt hij… in de richting van de schare rondom Jezus…
Maar wat is die schare een grote belemmering voor hem…, want hij is zo klein van lichaamslengte…
Hij kón Jezus niet zien…, wat hij ook probeerde en van welke kant hij ook kwam…
Zo liep hij daar en een begeerte om die grote Profeet te zien… aan de buitenkant van de schare…
Niemand heeft hem in de gaten…, niemand let op hem…
Wat nu? Dan maar opgeven? Nee…, op één of andere manier kán Zacheüs dat niet…, een innerlijke drang doet hem vérder zoeken. Hij loopt snel de stoet voorbij zodat hij vóór de stoet komt…
Voor hem ligt de weg die Jezus ongetwijfeld zal gaan en met dat hij de weg voor hem afkijkt…, ziet hij een wilde vijgenboom met laaghangende takken en heel veel bladeren. Nu weet hij het… hij zal in die boom klimmen en zo zien naar Jezus als Hij langs deze weg voorbij zal gaan…

Gemeente…, wat wás dat toch bij die overste van de tollenaren dat hij Jézus wilde zien?
Ontmoeten we in Zacheüs een ontdekte zondaar die heilbegering gemaakt is naar Christus als Borg en Middelaar? Is het zoeken van Jezus een vrucht van de wedergeboorte?
Nee, Gemeente, toen Zacheüs Jezus zocht te zien, was hij nog dood in de zonden en misdaden. Waarom? Omdat er nog geen Godsontmoeting had plaats gevonden waardoor de HEERE hem krachtdadig zou roepen tot bekering. En wat was die krachtdadige roeping onmisbaar nodig voor Zacheüs. Moet u eens voorstellen dat Jezus voorbij die boom was gelopen. Wat was er dan met Zacheüs gebeurd? Niets! Dan was hij weer naar huis gegaan en kon hij alleen vertellen dat Hij die wonderlijke Profeet had gezien. Meer niet!
Maar… was het dan alleen maar nieuwsgierigheid zonder meer? Ook dat niet. Want dan zou het niets achterlaten. Dat bleek ook wel toen hij Jezus vanwege de schare niet kon zien. Toen ging hij niet naar huis…, maar zocht verder! Nee…, Zacheüs nieuwsgierigheid naar Jezus was meer dan die van koning Herodus die óók Jezus wel wilde zien…, maar toen hij Hem gezien had, had hij niets anders dan spot en beschimping!
Bij Zacheüs is het ánders. Hij voelde zich aangetrokken tot deze Profeet, van Wie hij geloofde dat Hij van God gezonden was…, maar van Wie hij niet wist dat Hij de Zaligmaker van zondaren was, Die gekomen was om te lijden en te sterven. Er ging een onverklaarbare aantrekkingskracht uit van datgene wat Zacheüs van Hem hoorde… Er was een geheiligde nieuwsgierigheid naar deze Profeet gewekt…, Die op dit moment voor Zacheüs niet meer is geweest dan één van Gods gezonden profeten…
Wat zat daar achter? De leiding des Heeren. Want zulke geheiligde belangstelling gebruikt de Heere wel eens meer om tot bekering te leiden. Dat is het voorbereidend werk der genade! Maar die voorbereidende wegen –die wel iets anders zijn als de toeleidende wegen tot Christus!- kunnen onderscheiden zijn, Gemeente!
Bij sommigen wordt het geweten geopend en ontstaat er schrik over de zonden en het toekomende oordeel. Dat kan heel bang en benauwd zijn, dat je soms niet weet waar je het zoeken moet. O die angst om verloren te gaan in de eeuwige rampzaligheid…
Zijn er in  ons midden die dat kennen? Waar heeft het u en jou gebracht? Want het kan óvergaan. Het waren slechts algemene werkingen van de Geest!
Bij anderen –zoals Zacheüs- komt er een onverklaarbare belangstelling voor de prediking en voor het leven van Gods kinderen. Er gaat een aantrekkingskracht van uit en je bent soms zo jaloers op dat leven. Wat kom je graag naar Gods huis en doordeweeks ga je óók nog wel eens naar de kerk. Nee…, je kan niet zeggen dat je geestelijk leven hebt en je hoort ook nog niet zozeer je leven verklaren…, maar er is toch een bijzondere aantrekkingskracht gekomen naar het Evangelie, wat er voor die tijd toch niet was…
Zijn er in ons midden die dát mogen kennen. Waar hebben deze trekkingen u gebracht? Want… als het daar bij blijft en het komt niet verder…, dan is het ook niets anders dan het algemeen werk van de Heilige Geest.
Met voorbereidende, algemene werkingen van Gods Geest, hetzij door de Wet, hetzij door het Evangelie…, worden wij níet zalig. Daar is méér voor nodig. Een krachtdadige roeping. En die kreeg Zacheüs! Onze tweede gedachte:

2.    Een krachtdadige roeping.

Daar zit Zacheüs in de wilde vijgenboom. Verborgen achter de vijgenbladeren. En vergis u niet…, dat was een heel waagstuk voor zo’n rijke man als hij. Wie schatrijk is…, meent dikwijls boven anderen te staan en gaat in hoogmoed zijn weg…
En daarbij kwam ook…, dat Zacheüs nou niet bepaald hoog stond aangeschreven bij de Joden, omdat hij een overste der tollenaren was…
Zouden ze hem ontdekken…, dan zou hij nog meer in waarde dalen en nóg meer het onderwerp worden van spot en verachting…
Wie klimt er nu als een kleine jongen in een boom…, terwijl je een volwassen man bent geworden???

Ook hieruit blijkt wel dat een onhoudbare drang in Zacheüs aanwezig was om toch maar dicht bij die wonderlijke Profeet uit Nazareth terecht te komen en mogelijk iets van Hem te horen…, of een wonder te zien…!
Zo zit hij daar in afwachting…, ja met een zekere verwachting…, want langs déze weg kwam Hij voorbij!

Er zijn er in ons midden die ook iets van deze aantrekkingskracht kennen naar de geestelijke dingen van het koninklijk der hemelen. Die een besef omdragen dat ze bekeerd moeten worden…, of die jaloers zijn op het leven van een kind van God…, of die toch bemerkt hebben dat ze bekeerd willen worden… en die ook iets van die belangstelling kennen die Zacheüs kende…
Nee… je weet heel goed dat dat geen bekering is. Je voelt wel goed aan dat er méér nodig is…, maar toch…, je kan maar niet nalaten de Heere te zoeken… Het is op één of andere manier ánders geworden dan vroeger het geval was…
Wat is dan de aangewezen weg?
•    Geef het niet op, zoals Zacheüs bleef zoeken!
•    Zoek een eenzame plaats op, zoals Zacheüs in die boom!
•    Blijf op die wegen waar de Heere langs wil komen, dat is onder Zijn Woord!
•    Grijp élk middel aan, wat de Heere kán gebruiken om je tot bekering te brengen!
Want zó wil de Heere als bij verrassing komen en spreken tot je hart, zoals je dat nooit eerder heb meegemaakt. Nee…, niet omdát je zo ijverig zoekt…, want waar genade valt daar valt ze eeuwig vrij…! Maar de HEERE maakt wél gebruikt van Zijn eigen instellingen…, Zijn genademiddelen…!

Dat heeft Zacheüs ook mogen ondervinden. Daar zit hij in de boom en tuurt de weg af waarover Jezus komen zal… Nog even en dan zal Hij Zacheüs passeren…
Ja…, daar is Hij…, Zacheüs kan Hem zeer goed zien vanuit zijn hoge uitkijkpost…
Nog even en dan is Jezus voorbij…
Maar…, wie zal de verwondering en verbaasdheid kunnen peilen van Zacheüs…, toen hij zag dat Jezus niet vérder liep, maar stíl stond…, precies bij de vijgenboom waar hij zich bevond…?
En waarom stond Jezus juist dáár stil? Om Zachéüs te zien! En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem…!
Zoals Hij eens Zijn discipel Nathanaël ónder de vijgenboom zag…, zo ziet de Heere nu Zacheüs ín de vijgenboom zitten.
En wíe ziet Jezus dan zitten, Gemeente? Een zondige mens! Een goddeloze tollenaar! Een verlorene! Een mens die ten dode is opgeschreven vanwege zijn zonden en schuld voor God! Een mens die ligt in de klauwen van de duivel! Een man die heel zijn leven de Mammon heeft gediend en als een rijke man elke dag vrolijk en prachtig leefde!
Maar dat niet alleen, Gemeente! Jezus zag nóg wat in Zacheüs! Die man was een gegevene van Zijn Vader! Dat was een kind van Zijn Vader, die zich uit de gemeenschap met God gezondigd had en met een hemelhoge schuld over  de wereld ging en die schuld dag in dag uit steeds groter maakte!
Christus keek naar Zacheüs –die van zijn ellendige staat nog helemaal niets beleefde- als vanuit de eeuwige vrederaad van de Drie-enige God! Hij wist dat ook Zacheüs behoorde tot de schare die niemand kan tellen en die toegebracht zou worden vanuit dat eeuwig welbehagen van God!
O dat zien van Jezus…, dat was een zien vol ontferming en bewogenheid…, een blik vol van onuitsprekelijke zondaarsliefde…! Die zondaarsliefde deed Hem gaan naar Jeruzalem om overgeleverd te worden…, om bespot te worden…, om smadelijk behandeld te worden…, om bespogen te worden…, om gegeseld te worden…, om gedood te worden…! Hij de laagte in…, voor een mens dat zo hoog heeft gestaan met zichzelf!
Zie daar staat Jezus in de laagte en ziet op naar Zacheüs in de hoogte!
Want die zondaarsliefde deden Hem naar Jeruzalem gaan vía Jericho…, waar Zacheüs woonde en leefde in zijn verlorenheid…
Die zondaarsliefde deden Hem Zachéüs zoeken…, opzien naar Zacheüs…, én spréken tot Zacheüs…!
Weet u wat er aanbrak in het leven van Zacheüs? De tijd van het welbehagen!
Zacheüs die uitwendig al geroepen was…, wordt nu ínwendig geroepen. Dat is een krachtdadige roeping, die nodig was om deze rijke man tot bekering te brengen. Hoor…, daar klinkt met macht en majesteit de stem des Heeren: Zacheüs, haast u en kom af, want Ik moet heden in uw huis blijven!
Ja de Heere moet er aan te pas komen, Gemeente. En als dan de tijd van het welbehagen aanbreekt…, komt er haast! God heeft dan haast en de opgezocht krijgt ook haast!
En hoor eens hoe liefdevol de Heere deze tollenaar aanspreekt…, en zo heel persoonlijk: Zacheüs!
Jezus ként hem…, ja van eeuwigheid al…! Hij roept hem bij name! Hierdoor weet Zacheüs dat de Heere het écht tegen hém heeft. Daarom werd hij één en al oor! Want er volgt een bevel: Haast u en kom af! Zacheüs u zocht mij… er was belangstelling gekomen voor Mijn Woord…, nu hier ben Ik…, maar wilt u Mij werkelijk leren kennen Wie Ik ben…, zult u van uw hoogte af moeten komen met haast en in de laagte aan Mijn voeten terecht moeten komen… om dáár Mijn onderwijs te horen die u zo onmisbaar nodig hebt… en daarom Zacheüs…, haast u en kom af…!

Waarom riep de Heere Zacheüs zo krachtdadig? Omdat Hij vanaf dat moment in zijn huis wilde blijven! Ik moet heden in uw huis blijven! Vanwege het eeuwig welbehagen moet Ik intrek gaan nemen in uw hart en leven! Ja… in Zacheüs’ huis…, waar altijd de zonden hebben gewoond! Een huis met een onafgeloste schuld dus…, ja sterker nog: een onbewoonbaar verklaarde woning…! Maar juist dáár wil de Heere komen… én blijven!
Gemeente, dáár lag het begin voor Zacheüs, toen de Heere ging spreken. Met dat spreken werd deze tollenaar inwendig…, krachtdadig en onwederstandelijk geroepen…! Toén begon het geestelijke leven en niet eerder…! De aantrekkelijke indrukken van deze grote Profeet en van Zijn woorden…, konden geen indrukken blijven…, maar moesten áfgedrukt worden in zijn hart! En dat gebeurt als Jezus gaat spreken, want…

Geen ding geschiedt er ooit gewisser,
Dan 't hoog bevel van 's HEEREN mond;
Zijn Godd'lijk' almacht spreekt, en 't is er;
Zijn wil gebiedt, en 't wordt terstond.

Weet u waar het op aan komt in uw en jouw leven? Op een Godsontmoeting. Een persoonlijke ontmoeting waarin de Heere komt en persoonlijk tot je gaat spreken. Ik zou u en jou daarom eens willen vragen: Kent u een sprekend God in uw leven?
Heel persoonlijk…? Dat is wat anders dan de uitwendige roeping die al zóvele keren tot u en jouw gekomen is…, maar waarmee je nog steeds dezelfde ben gebleven!  Nee…, ik bedoel een ínwendige roeping… Dat wil zeggen dat je ervaren ging dat de Heere onder het gebruik van Zijn genademiddelen, heel persoonlijk ging spreken tot u en tot jou! Je zocht het wel…, maar wist eigenlijk niet wat je zocht. Je hoorde van geestelijk leven…, maar wist zelf eigenlijk niet wat dat was… Je wist wel dat het om de beleving van Gods Woord moest gaan…, maar zelf kende je dat niet…!
Totdat de Heere persoonlijk tot je begon te spreken. Verklaren kon je het niet… en verstaan deed je het ook nog niet…, en toch…, toch was het zo anders als voorheen en je hart raakte vervuld met verwondering en blijdschap…
En het Woord wát je van de Heere hoorde, werd ook écht werkelijkheid. Er gebeurde écht wat, wat je eerder nooit zo ervaren had.
Zo verging het Zacheüs…, hij háástte zich en kwam af…, én ontving Hem met blijdschap…
Onze laatste gedachte:

3.    Een verkregen zaligheid.

Zo klonk Jezus’ Woord tot Zacheüs als een liefdesbevel. In het hart van de tollenaar kwam een liefdesbetrekking tot deze onbekende Profeet… en dat maakt zijn hart verblijd. Maar, Gemeente, die blijdschap van Zacheüs moeten we wel goed zien. Het gaat hier niet om de blijdschap die beleefd wordt door een ontdekte zondaar die als een uitgewerkte zondaar aan Jezus’ voeten terecht komt en Hem leert kennen als een schuldovernemende Borg, Die een uitgewerkte zaligheid gaat toepassen in het schuldige hart. Op het moment dat hij krachtdadige werd geroepen…, kende hij zijn zonden en schuld voor God nog niet! Daar zou het wél heengaan!
Maar wat was Zacheüs’ blijdschap dan wel?
De blijdschap en verwondering over het feit dat de Heere zo onverwacht en ongedacht persoonlijk was óvergekomen met Zijn Woord! Dat is een blijdschap die ervaren worden als God overkomt als een verrassend God!
Ik las van de 17-eeuwse oudvader Petrus Immens het volgende: Eens had hij de eenzaamheid opgezocht en wandelde hij buiten het dorp. Toen riep de Heere hem op een bijzondere wijze: ‘Zacheüs, haast u en kom af, Ik moet heden in uw huis blijven’. Toen voelde hij in zijn hart het volgend antwoord opkomen: ‘Heere, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen’. Toch keerde hij terug naar zijn huis en daar openbaarde de Heere Zich op een bijzondere wijze Zijn nabijheid. Die gevoelige en nadrukkelijke aanwezigheid van de Heere verwekte blijdschap en verwondering.
Kijk, Gemeente, er zijn zondaren die in stilte en op lieflijke wijze getrokken worden onder het Woord. De geheiligde belangstelling doet hen met vlijt de Heere zoeken. Ze zouden eens graag willen weten wat nu echt geestelijk leven is. Wat ervaar je dan en hoe gaat dat dan? Nu als de Heere dan eens persoonlijk overkomt…, en andere voorbij gaat…, en je mag een ogenblik verstaan wat het ‘spreken van God’ inhoud, dan is er blijdschap en verwondering. Kent u dat? Dat is één van de manieren waarop de Heere tot bekering wil leiden.

Maar hoe zit het dan met de plaats van Gods heilige Wet in het leven van zulke mensen? Krijgen zulke mensen dan geen ontdekking van zonden en schuld?
Jazeker…, want dat is Gods wijs beleid in het leven van ál degenen die Hij gaat zaligmaken. Zie maar eens bij Zacheüs. Want zijn bekering houdt niet op onder de vijgenboom…, maar gaat vérder! Met blijdschap ontvangt hij Jezus in zijn huis.
En dáár gaat het verder! Nee…, het staat niet met veel woorden beschreven… hoe in dit huis de zaligheid is verkregen en hoe het waar is geworden dat Zacheüs als een zondaar zalig gemaakt is door Christus.
Maar soms laat de Heere in Zijn Woord ánderen zeggen wat er in werkelijkheid gebeurt. Want buiten Zacheüs’ huis staat de schare mensen en sommigen beginnen te murmureren en zeggen: Hij is tot een zondig mens ingegaan om te herbergen.
Deze woorden laten precies zien wat er in Zacheüs huis is gebeurt. Daar is Jezus als Profeet hem gaan ontdekken aan zijn zondig bestaan! Daar werd hij met recht een ‘zondig mens’. Dat blijkt uit zijn belijdenis. Veel van zijn rijkdom had hij ‘door bedrog ontvreemd’. Daar wordt een woord gebruikt dat in die tijd een algemene uitdrukking geworden is voor mensen zoals Zacheüs, die helemaal verstrikt zaten in de zonden van kwaadwillige geldzucht en hebzucht. Zacheüs heeft leren zien en belijden dat hij altijd zo’n zondige geldwolf is geweest. Hoe heeft hij dat gezien? Hoe leert iemand zijn ellende kennen? Door de wet van God, Gemeente. En geloof maar dat Christus hem in die wet deed blikken. Ja en toen werd Zacheüs een bedroefde zondaar voor God hoor! Een zondaar die niet alleen tegen de wet gezondigd had…, maar ook tegen de liefde van God… Juist degenen die zo evangelisch getrokken worden zullen dat diepere ervaren…, tegen de liefde gezondigd…
O wat werd Zacheüs toen dé zondige man…, de woekeraar…, de afperser…, de dief… voor God!
Op een lieflijke en toch smartelijke wijze wordt hij zondaar voor God!
Ja de Heere was tot hem ingegaan om hem op die plaats te brengen. Dat mogen we ook wel opmaken uit het woord ‘herbergen’. Het Griekse woord wat de schare gebruikt is eigenlijk eigenaardig. Letterlijk betekent het ‘ontbinden’… of ‘uiteen laten gaan’…, of ‘omverwerpen’…
Dus: Jezus was tot een zondige man ingegaan om hem te ontbinden…!
Dit is in het Griekse spraakgebruik een figuurlijke uitdrukking geworden voor het ontlasten van lastdieren, wanneer reizigers bij een herberg aankwamen om te overnachten. De riemen en de lasten werden van de lastdieren losgemaakt en afgenomen…
Dus Christus…, ging als de hoogste Profeet en Leraar deze Zacheüs ontbinden! Dat wil zeggen: hij werd ontdekt aan zijn zondenpak! Maar wonder van genade: toen heeft Christus Zich óók geopenbaard als Priester Die op weg was als het Lam van God dat Zacheüs zondenpak zou wegdragen op het kruis.
In korte tijd leerde deze tollenaar dus zonde en genade beleven. O het zou nog veel meer verdiept worden…, maar in beginsel leerde hij deze beide weldaden kennen.
Zacheüs was een geestelijke zoon van Abraham geworden, de vader van alle gelovigen. Er kwam iets van dat zaligmakend geloof openbaar in zijn leven. Als een verloren zondaar ontdekte hij dat die wonderlijke Profeet uit Nazareth…, de Zaligmaker van zondaren was, Die als Zoon des mensen gekomen was om te zoeken en zalig te maken dat verloren was!
En dat bleef niet zonder vrucht. Hoor maar: En Zachéüs stond en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.

Afsluiting.
Zo hebben we gehoord van de bekering van Zacheüs. Een zeer groot wonder…, een rijke werd zalig…, terwijl de Heere Jezus had gezegd dat het bezwaarlijk zou gaan…
En toch…, als Hij spreekt met macht…, kan een rijke toch zalig worden! Ja zelfs op zo’n lieflijke, evangelische wijze… als bij Zacheüs…
En zó werd hij ook ontdekt aan zijn zonden en schuld…!
Maar weet u dat in het leven van zulke liefdevol-geleide mensen ook strijd is?
Want wanneer u aan een kind van God zou vragen die ook zo evangelisch is geleid en die niet zulke diepe wegen kent als iemand die op een veel schokkende wijze tot bekering is gebracht of ze ook verstaan wat Gods recht inhoud…, dan kan soms de schrik om het hart slaan en dan roepen ze soms uit: Zou ik me niet bedrogen hebben? Is het alles geen verbeelding geweest?
Laten we niet menen dat een evangelische weg geen strijdende weg is. Misschien kennen juist zulken wel meer strijd dan wanneer de Heere op een schokkende wijze getrokken heeft. Het kan soms zo’n onvaste gang lijken voor hun beleving.
Daarom is het zo’n zegen als de HEERE in het geestelijke leven gaat doortrekken en gaat leiden in het effen recht des Heeren en ik mag leren als een vloekwaardige zondaar Gods weg en werk goed te mogen keuren en zo Christus te mogen leren kennen als mijn schuldovernemende Borg. Wat worden de woorden van de schare nog rijker en dieper van inhoud: Hij is tot een zondige man ingegaan… ja Hij wilde zo één worden met Zijn schuldig volk…, dat Hij Zich tot zonde liet maken door Zijn Vader…
Dan zal de blijdschap nog dieper beleefd worden en zal het in verwondering gestameld worden: Heere Jezus wat heeft U bewogen om als Zoon des mensen te komen naar deze aarde om ook mij…, de grootste der zondaren…, te zoeken en zalig te maken…
Ja dan gaan te snaren van mijn ziel trillen en zingt het van binnen:

Hij was het Die mijn heil bewerkte,
Dies loof ik Hem mijn leven lang.

AMEN.