Mattheüs 13:44 'Een schat, in de akker verborgen' ds. G.R. Procee

Leespreek over:

Mattheus 13:44
Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker  verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van  blijdschap over denzelven, gaat hij heen, en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

ds. G.R. Procee, Middelharnis.

Liturgie:

Psalm 29: 1,5
Psalm 113: 1
Psalm 97: 1,7
Psalm 95: 4
Psalm 72: 8
Mattheus 13: 31-44

De wereld heeft vele koninkrijken. Er zijn landen waar een koning of een koningin regeert. Een koning heeft een paleis met dienaren en het volk van het land behoort hun koning te respecteren en te gehoorzamen. Nu zijn er slechte koningen en goede koningen. Een slechte koning geeft niets om zijn volk, maar een goede koning zal zijn volk verdedigen tegen hun vijanden en zal de welvaart van zijn volk bevorderen. Zo zien wij de koninkrijken hier op aarde.

Maar er is ook een ander koninkrijk. Dat is het Koninkrijk van God, dat wordt ook wel het Koninkrijk der Hemelen genoemd. Dat koninkrijk zal eeuwig bestaan. Vroeg of laat zullen alle koninkrijken van deze wereld ophouden te bestaan. Maar het Koninkrijk van God zal nooit ophouden. Zij die behoren tot dat Koninkrijk hebben het eeuwige leven. Zij zullen eeuwig leven met de Heere in de meest heerlijke plaats, dat is de hemel, in helder licht en ze zullen volkomen vrede hebben en heerlijke liefde kennen.

Van nature behoren wij niet tot dat Koninkrijk. Zoals wij geboren zijn behoren wij tot het domein van de duisternis. Wij zijn onder de macht van de zonde; wij behoren de duivel toe. Daarom zijn wij geneigd God en onze naaste te haten. Maar nu heeft God Zijn Zoon in deze wereld gezonden om het Koninkrijk van God uit te roepen. Hij is nu aan het werk om mensen te trekken tot dit Koninkrijk. Hij is aan het werk hen te bekeren. Daarom worden levens van mensen veranderd, zodat in plaats van verzet bieden aan God, zoeken zij Hem lief te hebben en in Zijn wegen te wandelen.
Dat Koninkrijk is nu aan het werk in onze wereld. U ziet het overal waar zondaren buigen in aanbidding voor de Heere. Zij hebben hun zonden en vijandschap leren belijden en zij hebben droefheid dat ze tegen zo’n goede God ingaan. Zij zijn tot God bekeerd. Calvijn definieert het Koninkrijk van God als volgt: God regeert waar mensen door zichzelf te verloochenen en door het verachten van de wereld en het aardse leven, zichzelf toewijden aan Zijn gerechtigheid en zo zoeken zij het hemelse leven. Dit houdt dus twee zaken in: God corrigeert het verlangen van ons vlees en verandert ons zodat wij Hem zullen gehoorzamen.

Dus overal in deze wereld zijn er mensen die behoren tot het Koninkrijk van God. Zij zijn getrokken uit de duisternis tot Gods heerlijk licht. God heeft hun ogen geopend om hun zonden te zien en ze zien de noodzakelijkheid van Christus om hen te bedekken en te vernieuwen. Hun harten worden geneigd om de Heere te volgen. Zij hebben Hem lief en verlangen met Hem te leven. Hoort u tot deze mensen? Is Christus uw Koning geworden? Hebt u al uw natuurlijke vijandschap tegen God opgemerkt? Heeft uw schuld op u gedrukt? Is Christus uw volkomen betaling geworden? Nu zijn wij hier in de kerk om te leren over dit Koninkrijk en om burgers te worden van dat koninkrijk.

Hier in Mattheus 13 legt de Heere Jezus ons bepaalde aspecten uit van dat Koninkrijk van God. De Heere Jezus legt hier uit, dat er heel wat mensen zijn die beweren dat zij Zijn discipelen zijn maar in werkelijkheid behoren ze niet tot Zijn Koninkrijk. In hun harten gaan ze tegen Hem in. Wanneer ze zo blijven, zullen ze uitgeworpen worden. Daarom geeft de Heere Jezus hier de gelijkenis van de tarwe en het onkruid. De Heere Jezus heeft ook uitgelegd hoe de groei van het koninkrijk plaatsvindt in de gelijkenis van het mosterdzaad en van de zuurdesem.

Wij willen nu mediteren over de gelijkenis over de schat in de akker. Mattheus 13: 44 Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker  verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van  blijdschap over denzelven, gaat hij heen, en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.
Het Koninkrijk van God is verborgen. U ziet het niet zo op het eerste gezicht, maar wanneer iemand het vindt dan is hij gewillig alles op te geven om tot dat Koninkrijk te behoren. Want dit Koninkrijk is het eeuwige leven. Het is eeuwig in gemeenschap met God te mogen leven. Wij mediteren over: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat. Deze schat is: 1. Verborgen 2. Gevonden 3. Gekocht.

1. De gelijkenis spreekt hier over een schat. In voorgaande dagen begroeven mensen schatten. Dat gebeurde vooral wanneer vijanden in het land kwamen en mensen wilden hun schatten verbergen. Daartoe namen ze aarden potten en deden het geld, goud of juwelen daarin. Ze maakten de potten dicht en begroeven de potten ergens in de grond. Daarbij moesten ze wel goed onthouden waar ze de pot begraven hadden.

Oude kronieken laten ons zien dat vaak vanwege de vele oorlogen de mensen hun bezittingen verdeelden in drie stukken. Eén deel gebruikten ze om van te leven, een ander deel werd omgezet in juwelen die gemakkelijk meegenomen konden worden wanneer ze moesten vluchten en het derde gedeelte werd begraven in de grond.
Nu zouden ze niet alledaagse gebruiksvoorwerpen begraven, zoals messen, lepels of kleren, maar ze begroeven schatten, zaken die veel geld waard waren.

Zo vergelijkt de Heere Jezus het Koninkrijk der hemelen met een schat. Inderdaad het is een grote schat. De Heere Jezus Christus is zelf de ware schat. In Hem is een overvloed al het goede. In Hem is leven, vergeving, bescherming, genezing, liefde, licht en geluk. In Hem is eeuwig leven. Hij maakt alle dingen nieuw. Joh.1:16 zegt ons dat wij uit Zijn volheid ontvangen hebben genade voor genade. Colos 2:3 zegt ons dat in Christus zijn verborgen de schatten van wijsheid en kennis. In Hem zijn de schatten van gerechtigheid, genade en vrede. Deze zaken worden gegeven aan Gods kinderen. Ze krijgen deel aan de Heere Jezus en aan al Zijn schatten. En dat loopt uit op het eeuwige leven met Hem in de heerlijkheid.

Stel u voor dat iemand belooft u mee te nemen naar een prachtig land, waar de zon altijd schijnt en waar eten aanwezig is in overvloed en waar geen ziekte of pijn of vermoeidheid is. Wanneer zo’n land zou bestaan, dan zou u verrukt zijn van vreugde wanneer iemand zou zeggen dat hij u samen met al uw geliefden daar naartoe zal brengen.
Nu is de Heere Jezus gekomen om heel Zijn volk te brengen waar Hij is, in het licht, in de heerlijkheid, in de liefde. Daar is geen honger, geen pijn, geen angst, geen dood, maar daar zijn Gods kinderen in de tegenwoordigheid van God. Dat gaat de Heere nu doen. Zeker Hij is een schat, zeer waardevol, de Heere is alles waard.

In oude dagen begroeven mensen hun schatten in de aarde ergens in het veld. Het kon gebeuren dat de eigenaar nooit meer terugkwam en dat de schat daar eeuwen lang verborgen bleef en niemand wist er van. Zo is de Heere Jezus met al Zijn schatten ook verborgen. Ze liggen verborgen in het Evangelie.

Mensen nemen een Bijbel op en ze leggen het weer neer. Ze zien niets bijzonders daarin. Maar de Bijbel bevat een schat van eeuwig leven, maar ze zien het niet. Ze beseffen niet dat er een schat in ligt en ze leggen de Bijbel weer weg. De Heere Jezus is een schat verborgen die ligt in het Oude en Nieuwe Testament. Hij is verborgen zoals honing verborgen is in een bijenkorf. Hij is verborgen zoals een prachtige tuin verborgen is achter hoge muren.
Het is verborgen, zoals wijsheid en liefde verborgen kunnen zijn in mensen, dat u niet zo opvalt. Wat een zegen om zulke mensen dicht bij u te hebben.

Vele mensen zijn vlakbij een schat, maar ze zien het niet. Het is net als een schat verborgen in de aarde. Mensen lopen er overheen en weten niet wat onder hun voeten ligt.
Zo is het ook met het Evangelie. Mensen negeren het evangelie want ze zien de schat niet. Ze beseffen niet dat de Bijbel veel belangrijker is dan enig ander boek. Het Evangelie van Christus is veel belangrijker dan de werken van de knapste filosoof. Alle menselijke wijsheid is niet te vergelijken met het Evangelie van Christus. Alleen het Evangelie kan u antwoorden geven op de brandende vragen van het menselijk hart. Alleen het Evangelie geeft u eeuwig leven. Miljoenen mensen horen het Evangelie en beseffen niet dat het een eeuwige schat is.

Maar dan komt de vraag tot u en tot mij: hebben wij deze schat van de Heere Jezus Christus gezien? Misschien zijn uw ogen daarvoor gesloten. Wanneer u wist dat er in uw achtertuin ergens een metalenkist met € 10.000.000 verborgen zou zijn in uw achtertuin, wat zou u doen? U ging aan het graven. U zou graven net zolang tot u het vond. Maar niemand van ons graaft in zijn tuin, omdat er niets ligt.

Wanneer u niet graaft in het Woord van God en de tijd niet neemt om de Heere aan te roepen, dat laat zien dat u geen waarde vindt in Christus. U kunt misschien naar uw Bijbel kijken, maar u leest het niet echt. U denkt dat het er uiteindelijk allemaal niet zo toe doet. Omdat u het niet gelooft. U vindt het niet zo belangrijk dat u een nieuw hart moet hebben. U ziet niet dat u de Heere Jezus nodig hebt. U kunt wel ontroerd zijn om het lijden van Christus, en dat u medelijden met Hem hebt, maar u snapt het niet. Hij lijdt om zondaren te behouden.

Wij hebben een groot gewicht van schuld op ons. En tenzij Christus de schuld van ons afneemt, zullen we zelf moeten lijden en sterven en dat voor eeuwig. Christus ging het lijden in om u te kunnen behouden. Ziet u hoe de Heere Jezus nodig voor u is en dat Hij in uw hart moet komen. Dan zijn al Zijn schatten van u.

Velen zien deze zaken niet. U weet dat de Heere Jezus het hier heeft over de kerk. Hij heeft het niet over de wereld. Vele Joden van zijn dagen kenden het Evangelie niet. De Heere Jezus preekte het wel, maar het bleef voor hen verborgen. Lukas 19:42, Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot  uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Waarom was het verborgen voor hen? Door hun ongeloof en omdat zij weigerden zich te bekeren. God verbergt deze schatten voor mensen.

Waarom kan het zijn dat u in de kerk zit en dat de Heere God deze schatten voor u verbergt? Dat komt vanwege uw onbekeerlijk hart, vanwege uw ongeloof. God verbergt zaken van mensen vanwege hun zonden. Weet u wat wij nodig hebben? Op onze knieën te vallen en te belijden voor de Heere dat wij blind zijn en dat een hard hart hebben en dat we vol ongeloof zitten. Dan bidt u: zend Heere Uw licht en Uw waarheid. Heere open mijn ogen. Dan leest u de Schrift en u roept de Heere aan om genade, dat uw ogen geopend zouden worden om deze heerlijke schat te zien. Wanneer u deze schat die ligt in Christus ziet, dan wordt u zo klein en Hij wordt zo groot. U ziet dat u vuil bent, maar Hij is zuiver. U zo onwaardig en Hij is alles waard.

2. Gevonden. De Heere Jezus heeft het over iemand die aan het werk is op dat veld waar de schat ergens verborgen ligt en toevallig, terwijl hij aan het graven is stuit hij op iets hard. Hij denkt dat hij een steen geraakt heeft en de steen moet eruit. Hij graaft verder eromheen en dan vindt hij een oude aarden pot. Hij hurkt over die pot doet het deksel open en dan ziet hij allemaal goud en zilver. Vlug kijkt hij om zich heen om er zeker van te zijn dat niemand hem gezien heeft. Hij doet de pot dicht en verstopt het weer in de aarde. Hij beseft dat hij eerst het land moet bezitten voordat hij de schat kan hebben. Hij kan de schat niet zomaar meenemen. Hij moet de rechtmatige eigenaar worden. De man is heel opgewonden en er is een glans in zijn ogen. De man is helemaal veranderd.

Zulke gebeurtenissen kwamen inderdaad voor. Er zijn oude kronieken die ons vertellen dat een Joodse man buiten de stad Antiochië bezig was zijn veld te ploegen en zijn os struikelde en viel in een rotsspleet. De man daalde af in de rotsspleet en probeerde zijn os eruit te trekken, maar het had zijn poot gebroken en het was knap lastig voor de boer om de os te helpen. Terwijl hij zo aan het zwoegen was merkte hij in een hoekje van de rotsspleet dat er een aarden pot was. Hij opende het en het bevatte een schat. Hij nam de schat mee en later zei hij: mijn os had zijn poot moeten breken zodat ik deze schat kon vinden.

Het gebeurt wel vaker in het Midden-Oosten dat mensen op het veld aan het werk waren en dat zij een schat vonden in dat een heel gezin opeens rijk werd. In het noorden van Canada is het gebeurd dat mensen goud vonden ze werden van de ene dag op de andere schatrijk.
Zo kan het ook gebeuren dat mensen onverwacht stuiten op de schatten van het Koninkrijk der hemelen. We denken aan Mozes die bezig was voor zijn schapen te zorgen en dat had hij al 40 jaar lang gedaan. Hij was nu een oude man, 80 jaar oud. En opeens ziet hij een braambos die aan het branden is en hij komt dichterbij om het beter te kunnen zien en daar openbaart God Zich aan Mozes.

We denken aan een vrouw die water wilde putten, midden op de dag, wanneer er verder niemand anders zou zijn. Ze was een Samaritaanse vrouw en daar ontmoette ze een vreemdeling, een Jood, Die haar vroeg Hem water te geven en het gevolg was dat zij een grote schat vond. Zij vond het eeuwige leven. Het gebeurde allemaal onverwachts.
We zien een man op weg naar Damascus met soldaten en hij wil christenen gevangen nemen, maar de Heere verschijnt aan hem en dan is Saulus van Tarsen gebroken en drie dagen in het donker, totdat hij de grote schat ziet, Jezus Christus en het eeuwige leven in Hem. Deze man was totaal veranderd voor de rest van zijn leven.
We denken aan een heidense gevangenbewaarder uit Filippi, die op een zekere morgen naar werk gegaan was, maar hij kwam ‘s avonds thuis met twee gevangenen die hem en zijn gezin de weg tot het eeuwige leven uitlegden. De nacht werd deze gevangenbewaarder een nieuw mens. Jezus Christus was in zijn leven gekomen en hij zag de meest dierbare schat. Hij en zijn gezin verheugden zich om wat God voor hen gedaan had.

Het punt hier is dat zij deze schat vonden per ongeluk. Ze zochten er niet eens naar. De man aan het werk in het veld was niet aan het zoeken om een schat. Hij stuitte erop. De Samaritaanse vrouw zocht niet naar het eeuwige leven. Paulus zocht Christus niet. God heeft hem tegengehouden en uit vrije genade heeft de Heere hem bekeerd.
Zo werkt de Heere nog: Hij zegt in Rom. 10:20 Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; Ik ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden. Dit is een citaat uit Jesaja 65. Het is een wonder van genade dat het God behaagt in Zijn barmhartigheid om de schat van het Koninkrijk der hemelen te openbaren aan wie Hij wil.
Ook dat is genade, dat de Heere in Zijn goedheid mensen die niet aan het zoeken waren naar deze schat, toch deze schat laat vinden. Het is Gods soevereine genade. We lezen in Lukas 10:21, Te dier ure verheugde Zich Jezus in den geest, en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde; dat Gij deze dingen voor de wijzen en  verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard;  ja, Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor U.

Dit is verbazende genade en grote barmhartigheid van God, dat Hij Zichzelf openbaart aan onwaardige mensen, die niet eens naar Hem zochten. Plotseling kan de Heere Zijn genade openbaren aan mensen. Vaak doet de Heere dit bij hen die veracht zijn, bij mensen die niet in tel zijn. Het behaagt de Heere om Zichzelf aan hen te openbaren. Mensen die in de duisternis zijn en opeens zien ze een groot licht. Dit is Gods heerlijke rijke genade. Dit is allemaal volgens de rijkdom van Gods barmhartigheid.
Mensen die daar geen enkele recht op hadden, ontvangen opeens een heerlijk voorrecht van de Heere. Hun ogen worden geopend. Ze worden overgezet vanuit de duisternis in Gods wonderbaar licht. God grijpt in, in hun leven. Ze zochten niet eens, en toch vonden zij.

Onverwacht worden de ogen geopend en ze zien de heerlijkheid van Gods zaligheid.
Dit is allemaal Gods vrije genade. Hier zien wij hoe goed God is. Maar tegelijkertijd moeten we beseffen, dat de Heere ons wel oproept om Hem te zoeken en Hij heeft beloofd dat zij die Hem zoeken Hem ook zullen vinden. In Rom. 10:21, Maar tegen Israël zegt Hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk. De Heere nodigt Zijn verbondsvolk tot de zaligheid. Hij roept hen op om Hem te zoeken en te vinden. Maar de Heere moet tot de slotsom komen dat ook al strekt Hij Zijn armen uit de hele dag, Hij dit doet aan een ongehoorzaam volk. Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Toch laat de Heere Zichzelf vinden. Wanneer u Hem zoekt en u Hem vindt, dan zult u ook beseffen, dat u Hem gevonden hebt, niet omdat u zocht, maar dat het steeds Gods genade was, dat Hij Zichzelf aan u geopenbaard heeft. Dat is wat wij nodig hebben. Wij hebben het nodig om Hem te vinden, Die het Leven is. We hebben het nodig om de Heere Jezus en Zijn zaligheid te vinden. We moeten ingelijfd worden in Christus. Zoekt en u zult vinden.
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat. Deze schat is: 1. Verborgen 2. Gevonden en het is tenslotte:

3. Gekocht. Wanneer de ogen van mensen geopend worden om deze schat te zien, dan beseffen ze dat deze schat alles waard is. In Zuid-Afrika gebeurde het dat een Engelse boer zag dat één van zijn ezels aan het trappen was tegen een glinsterende steen. De boer pakte het op en het bleek dat de steen een zuivere diamant was. De man begreep dat zijn ezels waarschijnlijk aan het grazen waren bovenop een schat van diamanten. Hij kocht heel dat gebied en uiteindelijk werd dit de Cullinan diamantmijn in het ligt een uur ten noorden van Pretoria. De Engelse boer wilde alles betalen zolang hij maar dat hele gebied in bezit kreeg.

Dat zien we ook bij de man in onze gelijkenis Hij heeft een schat gevonden in het veld en dan zegt de tekst: het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen, en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

Wanneer u de schoonheid van het Koninkrijk der hemelen gezien hebt, dan verlangt u niets anders. Wanneer u het water dat de Heere Jezus geeft, geproefd hebt, dan weet u dat er niets is wat er mee vergeleken kan worden. Zijn liefde is het beste. Deze heerlijke schat verzadigd het hart, geeft de rust aan de ziel en geeft heerlijke vrede. Het is het eeuwige leven. Wanneer Hij Zijn liefde proeft en Zijn vrede kent en u ziet hoe goed Hij is, dan wilt u niemand anders volgen dan deze Heere. Dan wilt u alles opgeven voor Hem.

U vindt daar een heerlijk voorbeeld van in Paulus die de heerlijkheid van de liefde van Christus kent en daarom zegt hij in Filip.3:8, Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen. We denken ook aan Levi, Lukas 5:27,28 Jezus ging uit, en zag een tollenaar, met name Levi, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij, alles verlatende, stond op en volgde Hem.
Paulus achtte alle dingen schade te zijn voor de kennis van Christus en Levi liet alles achter, zijn geld, zijn carrière en volgde Christus.

Wanneer uw ogen geopend worden voor de Heere Jezus, dan wilt u alles van deze wereld opgeven om Christus te hebben. Wanneer u Zijn schoonheid ziet, dan wilt u dat er niets ligt tussen u en de Heere. Dat komt door de kracht van Gods Heilige Geest in de harten van zondaren en hen zeer gewillig maakt. Het is de overweldigende kracht van Zijn liefde die zondaren leidt om dit te doen.

We zien hier dat de man van de gelijkenis alles doet om de akker te kopen. Hij is gewillig om afscheid te nemen van alles. Het punt hier is dat de Heere ons hart verlangt, heel ons leven, met al onze karakteristieken en met heel ons bestaan. Niets mag terug gehouden worden van de Heere. Daar gaat het hierom. Wij behoren het Evangelie van Christus liever te hebben dan al de rijkdommen, genoegens en voordelen van de wereld.

We moeten alles afwerpen wat ons verhindert in het ontvangen van deze geestelijke zegeningen. We behoren alles te verloochenen die een verhindering zijn voor de gemeenschap met Christus. Zonden moeten beleden worden en zondige gewoonten moeten weggedaan worden. De liefde tot het geld moet opgegeven worden. De wereld moet weerhouden worden om onze huizen binnen te dringen. Wanneer wij zien dat de Heere alles is, dan reinigt Hij ons hart en leven. Want Zijn dienst is het allerbeste.

Calvijn geeft hier de opmerking dat Gods kinderen gemakkelijk het zicht op deze zaken verliezen. Ze hebben voortdurend waarschuwingen nodig om niet verlokt te worden door de wereld, zodat het eeuwige leven uit hun blikveld zou wijken. Kinderen van God lopen gevaar om de geestelijke zegeningen niet zo hoog te achten, zoals we behoren te doen. Daarom hebben ze het steeds nodig dat de Heere ogen opent zodat ze opnieuw beseffen hoe kostbaar de Heere is en hoe gezegend Zijn genade is.
Tenslotte een vraag aan ons allen: hoe belangrijk is uw zaligheid voor u? Als de zaligheid werkelijk belangrijk is voor, dan wilt u alles opgeven om Christus en Zijn zaligheid te ontvangen. Ongeacht hoeveel het kost, de man wil het betalen om de akker te kunnen kopen. De man is overtuigd. Daar gaat het om, dat de mens overtuigd wordt van de noodzaak om Christus te hebben. Zijn uw ogen daarvoor geopend? Hebt u gezien dat Hij regeren moet over uw hart en leven?

Het probleem met vele onbekeerde mensen is, dat ze niet overtuigd zijn. Ze zijn er niet van onder de indruk, dat het zo uitnemend belangrijk is om Christus te kennen en om in Hem te leven. Ze deinzen terug om een kruis op zich te nemen. Ze hinken op twee gedachten. Ze willen zichzelf niet toewijden. Ze willen niet vrijmoedig naar voren komen en belijden dat ze bij de Heere willen horen. Waarom doen ze dat niet? Omdat ze niet overtuigd zijn dat dit noodzakelijk is. Ze zien niet hoe gezegend Zijn dienst is. Ze zien de schat niet die hen voorgezet wordt. Ze kunnen er niet toe komen om alles te verkopen om Christus te winnen. Zo komen ze voor eeuwig om.
Maar nu zijn ze bezig hun gewetens te sussen. Misschien zegt u het nu ook: nou misschien een andere keer? Maar het punt is dat u Hem niet wilt als uw Koning over uw leven. De andere keer waarin u over droomt, zal nooit komen. Want hoe langer u uzelf tegen Hem verzet, des te harder wordt uw hart. Nu is de tijd van de genade. Nu roept de Heere u nog. Zo gij zijn stem dan heden hoort, gelooft zijn heil in troostrijk woord, verhardt u niet, maar laat u leiden. AMEN