Johannes 10:9a 'Ik ben de Deur' ds. G.R. Procee

Leespreek over:

Johannes 10: 1-10,

Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in den  stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar. Maar die door de deur ingaat, is een herder der schapen. Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij  roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit.

En wanneer hij zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat hij voor hen heen; en de schapen volgen hem, overmits zij zijn stem kennen.Maar een vreemde zullen zij geenszins volgen, maar zullen van hem vlieden;  overmits zij de stem des vreemden niet kennen.

Deze gelijkenis zeide Jezus tot hen; maar zij verstonden niet, wat het was, dat Hij tot hen sprak.

Jezus dan zeide wederom tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Ik ben de  Deur der schapen.

Allen, zovelen als er voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en moordenaars; maar de schapen hebben hen niet gehoord.

Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden. De dief komt niet, dan opdat hij stele, en slachte, en verderve; Ik ben  gekomen, opdat zij het leven hebben, en overvloed hebben.nu ulieder nek niet, gelijk uw vaderen; geeft den HEERE de hand, en komt tot Zijn heiligdom, hetwelk Hij geheiligd heeft tot in eeuwigheid, en dient den HEERE, uw God; zo zal de hitte Zijns toorns van u afkeren.

Liturgie:

 

Psalm 72: 1, 7

Psalm 119: 88

Psalm 80: 1, 5

Psalm 23: 1

Psalm 64: 10

Johannes 10: 1-10

G.R. Procee, Middelharnis.

In het vorige hoofdstuk heeft de Heere Jezus de blindgeboren jongen genezen en de farizeeën kunnen het niet uitstaan. De Heere Jezus heeft hen aangewezen als blinde leiders en nu gaat Hij verder hun schuld aanwijzen. Dat gaat de Heere Jezus hier uitwerken in hoofdstuk 10. Dat begint met de woorden: voorwaar, voorwaar zeg Ik u lieden.

Deze uitdrukking voorwaar, voorwaar gebruikt de Heere Jezus wel eens vaker, maar dat zegt Hij nooit zomaar aan het begin van een toespraak. Het is vaak een reactie op de houding van anderen. De Heere Jezus gaat hier dus reageren op de zondige houding van de farizeeën. Hij laat hen in hoofdstuk 10 zien, dat ze helemaal verkeerd bezig zijn.

In dit gedeelte Johannes 10:1-10 zien wij verschillende beelden. De Heere Jezus heeft het over Zichzelf als de Deur, de toegang tot een leven van overvloed. Hij heeft het over valse herders en spreekt over de schapen. Dit loopt uit op het vervolg waarin de Heere zegt: Ik ben de Goede Herder. Nu zien wij: De gelijkenis van de Deur. Wij letten op 1. De Herders 2. De Schapen 3. De Deur.

  1. Wij zijn gewend aan het beeld van een herder, dat nogal idyllisch en zelfs romantisch is. Een rustig heideveld, mooi weer en die lieve schapen grazen ongestoord en de herder zit mooi te kijken. Maar de werkelijkheid is anders. Dat was zeker het geval in de dagen van de Bijbel. Het beroep van een herder was zwaar.

Het beeld van een herder en een kudde geeft de zorg weer en dan de zorg van God voor Zijn volk. We denken aan Psalm 23. We denken aan het feit dat in de psalmen het volk Israël gezien werd als de kudde die door God geleid werd. De Heere God is Zelf de Herder van Israël. Zo spreekt de Heere in Ezechiël 34, Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen Israëls zal  hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen  weiden in een vette weide, op de bergen Israëls. Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt de Heere HEERE.

De Heere Jezus zag het volk Israël aan als schapen zonder herder, en Hij was diep bewogen met barmhartigheid. Daarom is Hij gekomen uit de hemel om de ware Herder te zijn voor het volk Israël.

Het werk van een herder was zwaar en gevaarlijk. David laat dat duidelijk zien in 1 Sam.14. Daar vertelt hij, hoe hij gestreden heeft tegen een beer en tegen een leeuw en dat hij zowel die leeuw als die beer gedood had.

Feitelijk heeft de Heere Jezus hier ook een strijd te strijden en dat is tegen de farizeeën, want zij willen Hem doden. Het begon al in hoofdstuk 5:18, waar de farizeeën hem toen al wilden doden en die vijandschap neemt alleen maar toe.

In hoofdstuk 7:32 willen zij de Heere Jezus laten arresteren. In hoofdstuk 8:59 willen zij Hem stenigen. In hoofdstuk 9 zijn de farizeeën woedend op de Heere Jezus. De haat neemt toe.

In hoofdstuk 10 gaat de Heere Jezus vertellen dat Hij Zijn leven zal afleggen voor de schapen. Dus Hij is hier niet bezig een idyllisch verhaal te vertellen over een herder, maar hier is een grote strijd aan de gang, een strijd op leven en dood.

De Heere Jezus wijst de valse herders aan en dat zijn de farizeeën. Zo lezen wij aan het eind van het vorige hoofdstuk dat de Heere Jezus hen ernstig vermaant en dan gaat Hij verder: Jezus zeide tot hen: Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde  hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde. Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in de stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar.

En dan legt de Heere Jezus verder uit in vers 8: Allen, zovelen als er voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en moordenaars;  maar de schapen hebben hen niet gehoord.  

Wie bedoelt de Heere Jezus hier? Hij zegt, dat allen die voor Hem gekomen zijn, zijn valse herders, het zijn dieven en moordenaars. Maar wie bedoelt de Heere Jezus dan? Hij bedoelt niet Johannes de Doper, want de Heere Jezus sloot Zich aan bij de prediking van Johannes de Doper. De Heere Jezus bedoelt ook niet de profeten van de Heere die in het Oude Testament gesproken hebben, want zij hebben allemaal het Woord van God doorgegeven. Het was ook de Geest van Christus, Die in deze profeten werkte.

Maar na Maleachi stonden er geen profeten meer op. In plaats daarvan werden de Schriftgeleerden en de farizeeën de geestelijke leiders van Israël. En het is juist tegen hen dat de Heere Jezus nu spreekt.

Het zijn de farizeeën die voor Hem staan, die menen dat ze zien, maar ze zijn blind, die het niet kunnen uitstaan dat de Heere Jezus die blind geboren jongeman genezen heeft. De Heere Jezus bedoelt hen die daar voor Hem staan, de geestelijke leiders van Israël uit Zijn dagen. Zij waren bezig de weduwen uit te buiten en ze legt een zware geestelijke wetten op aan het volk, maar zelf hielden zij de wetten van Mozes niet.

Ze waren huichelachtig en schijnheilig en ondertussen vonden zij zichzelf zo rechtvaardig. Zij intimideerden de mensen, stalen van hen, zochten hun eigen eer en dat ten koste van een ander. Hier worden zij duidelijk beschuldigd. De Heere Jezus ontmaskert hun schijnheiligheid. Het waren valse herders, het waren dieven en moordenaars.

Daartegenover gaat de Heere Jezus aangeven hoe zij behoren te zijn als herders over het volk. Zij behoren door Christus in te gaan. Ze moeten de Heere Jezus volgen, liefhebben en geloven. Dat willen ze juist niet en daarom zijn ze gelijk als rovers die over de muur klimmen. Dan moeten we ons voorstellen dat in de Bijbelse tijden een herder ‘s avonds de schapen terugbracht naar de schaapskooi. Het was een gemeenschappelijke schaapskooi en er waren verschillende kudden schapen binnen die ene schaapskooi.

De schaapskooi bestond uit een open ruimte met een muur eromheen en in het midden van die muur was een deur. Daar was een deurwachter en hij lette goed op wie er bij de schapen kwamen. Er waren soms dieven en rovers en zij konden niet door de deur naar binnen, want de deurwachter zou hen tegenhouden. Wat deze dieven en rovers deden, was over de muur klimmen en dan probeerden zij een paar schapen mee te nemen om te slachten en op te eten.

Zo, zegt de Heere Jezus zijn jullie farizeeën en Schriftgeleerden. Jullie zijn de valse herders die zichzelf voeden van de kudde. Zij zijn er niet om de kudde, maar zij denken, dat de kudde er is voor hen. Het zijn valse herders. Zij zijn niet binnengekomen door Christus.

Hoe zijn de ware herders? Zij komen wel binnen door de Heere Jezus, want Hij is de Deur tot God. Zij geloven in de Heere Jezus Christus en zij leven uit en door de Heere Jezus. Zo moeten de herders die door de Heere Jezus aangesteld zijn om de kudde Gods te wijden, voorzichtig zijn. Zij moeten trouw zijn en de schapen verdedigen en beschermen. De herders moeten hun zielen voeden. Het Woord van God moet getrouw geopend en toegepast worden en zo hebben zij het juiste toezicht over de schapen. Zij moeten persoonlijk de Heere Jezus kennen en dan zal de Geest van Christus hen een geopende deur geven. Zij behoren de schapen bij name te kennen en hen te leiden in de grazige weiden van het Woord van God. Zo behoren de herders als het ware de mond van God te zijn in het spreken.

De ware herder is iemand die persoonlijk Christus kent en hij verlangt ernaar om de Heere Jezus te verheerlijken. Hij wil alles doen in de kracht van Christus, hij wil leren van Christus hoe te verkondigen. Hij wil wandelen in de voetstappen van de Heere Jezus. Hij begeert om andere mensen te brengen tot de Heere Jezus. Ze staan in de ambtelijke dienst met het oog gericht op de Heere Jezus alleen.

Zo moet het verlangen van de ware herder zijn dat hij persoonlijk veranderd wordt naar het beeld van Christus en dat Christus verheerlijkt wordt in hun leven. Christus moet hun alles zijn. Dat is het kenmerk van een ware ambtsdrager, een ouderling, diaken of een predikant. Christus moet centraal staan in ons persoonlijk leven als ambtsdragers.

Maar ook u als vader en moeder, hoe kunt u uw kinderen leiden tot de Heere Jezus? Alleen wanneer Hij in uw hart en leven woont. U moet horen naar Zijn stem en dan leert u ook Zijn woorden te spreken en door uw houding en door uw woorden maakt u indruk op uw kinderen.

Het is kenmerkend voor een herder dat hij niet duwt. Hij leidt, hij gaat hen voor. De herders moeten persoonlijk luisteren naar de stem van de Goede Herder en Hem gehoorzamen. De schapen gaan achter de herder aan. Zo is het ook met de Heere Jezus en Zijn volk. Zijn schapen horen Zijn stem en zij volgen Hem. Zij vertrouwen Hem. Zo zijn ook de ware herders, die door Christus geleerd zijn, zij gaan voor de kudde en leiden de kudde in de grazige weiden van Zijn Woord.

  1. De Schapen. Wat is kenmerkend voor de schapen? Zij volgen hun eigen herder. Zo gebeurde het in Bijbelse tijden bij een schaapskooi, dat in de morgen een herder bij de deur kwam en de deurwachter kende hem en gaf hem toegang tot de schaapskooi. Dan stond die herder daar in de schaapskooi en hij riep zijn schapen. En de schapen kenden zijn stem en ze volgden hem naar buiten.

Dat legt de Heere Jezus uit in vers 2 en 3, die door de deur ingaat, is een herder der schapen. Dezen doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn schapen bij name, en leidt ze uit.

Zijn schapen zouden nooit een vreemde volgen. De herders behoren de woorden van Christus te spreken en de schapen herkennen de stem van de Heere Jezus en zo volgen ze deze onder herders.

Zij die de Heere Jezus in hun leven kennen, volgen Hem. Zo luisteren de schapen van de Heere Jezus of zij de stem van de Heere Jezus herkennen in de onder herder. Dan zullen de schapen volgen, want ze herkennen de stem van de Heere Jezus in de prediking, maar wanneer iemand verkeerde leringen spreekt, dan willen zij hem niet volgen. Ook al kunnen de schapen niet helemaal aangeven, waar het verkeerd zit, zij vertrouwen het niet. Zij zullen dan ook niet volgen, want ze horen de stem van Jezus niet.

Ze rennen weg bij een vreemde vandaan. Dit is allemaal precies wat er gebeurt met echte schapen. Wanneer u op een dijk schapen ziet en u gaat bij het hek staan en u roept hen, dan is er geen schaap die komt. Maar als de boer eraan komt en hij roept, dan komen al die schapen naar hem toe. Maar een vreemde volgen zij niet. Dit is werkelijk het geval bij echte schapen. Zij kennen de stem van hun meester, hun herder, hun eigenaar en als hij hen roept, dan komen ze bij hem.

Geestelijk is het ook zo. Zo gaat het ook met de schapen van de Heere Jezus. Zij hebben geleerd Zijn stem te herkennen. Zij herkennen Zijn stem in de prediking, en die zullen zij volgen. Maar wanneer er iemand is die hen verkeerde zaken voorhoudt of dat ze niet de liefde en de houding en de stem van de Heere Jezus herkennen, dan zullen zij hem niet volgen.

Zo krijgen Gods kinderen een aangeboren gevoel, een fijngevoeligheid om te letten op de stem van Christus. Dat komt door het geloof dat in hun harten is uitgestort. Ze kennen de liefde van de Heere Jezus en zij hebben Zijn stem in hun leven gehoord. Dat wil zeggen zij hebben Zijn liefde en vrede in hun harten ervaren, en zo hebben zij besef wie de Heere Jezus is. Zo kennen ze Zijn stem. Ze hebben de kracht van de Goddelijke waarheid in hun ziel ervaren en zo ontvangen ze inzicht in de stem van de Heere. Zo leidt Gods Heilige Geest dit volk van God.

Gods kinderen ontvangen een geestelijk instinct want zij leren onderscheiden tussen goede en valse leer. Een ongeestelijk mens herkent die stem van de goede Herder niet. Maar zelfs de eenvoudigste kinderen van God, die genade geleerd hebben, zij weten te onderscheiden waar het op aankomt.

Dat beschrijft de apostel Johannes in 1 Joh. 2:20, dat zij een zalving hebben van de Heilige en gij weet alle dingen. Dat wil niet zeggen dat ze alles weten, maar ze weten wel alles te onderscheiden.

Bent u een schaap van de Heere Jezus geworden? Hoort u al bij Zijn kudde? Weet u wat u dan ziet, dan ziet u het verschil tussen God en uzelf. Dan wordt de Heere God alles voor u en Hij is heilig en Hij is groot, maar u bent schuldig en u bent zo klein, u bent zo zwak. Zo krijgt u oog voor de rijke Christus voor een arme zondaar. U krijgt een hekel aan de zonde en u verlangt om met Christus door het leven te gaan. Het is alles Gods werk en u leert roemen in vrije genade en u prijst het onfeilbaar Woord. En dat komt, omdat u door de Deur bent binnengegaan.

  1. De Deur. De Heere Jezus is aan het spreken tot de farizeeën maar zij begrepen niet waar Hij het over had. Dan moet de Heere Jezus met geduld de farizeeën verder onderwijzen. Wat een geduld en wat een lankmoedigheid heeft de Heere.

Dan zien wij, dat in vers 7 de Heere Jezus zegt: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Ik ben de Deur der schapen. En nogmaals in vers 9: Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.

Het gaat erom, om in te gaan door de deur. De Heere Jezus gebruikt hier verschillende beelden. Hij is de Goede Herder en tegelijk is Hij ook de Deur. Dat klopt precies. Want niemand heeft toegang tot God dan door de Heere Jezus Christus. Hij is immers de Weg en door Hem hebben wij een toegang tot God de Vader en die toegang is alleen maar mogelijk door Zijn Bloed, door Zijn Betaling. Daarom is Hij de Deur.

Tegelijk is Hij ook de ware Herder en dat tegenover al die valse herders, die alleen aan zichzelf denken. De Heere Jezus komt in deze wereld en Hij roept mensen en zij horen Zijn stem en zij volgen Hem. Zo is het gebeurd. De Heere riep Levi uit zijn tolhuis. Hij riep Zaccheüs uit de boom. Hij sprak tot Maria Magdalena op de dag van Zijn opstanding: Maria! Zo heeft de Heere Jezus Saulus geroepen: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?

De Heere Jezus gaat op een liefelijke wijze om met Zijn schapen. Hij duwt hen niet, zij volgen Hem. Hij roept hen en Hij verandert hun natuur. Zij worden andere mensen. Zij worden vernieuwd naar het beeld van Christus. Ze gaan wandelen door de liefde en ze leren dagelijks te leven met Hem. Hij wordt hun Liefste.

En het geheim van dit alles is, dat zij door Christus als de Deur binnengaan. Dat is het alles beslissende punt. Want de Heere Jezus is de Deur van de schapen. Er is geen andere toegang tot God. Een mens moet leven uit het geloof in Christus.

Dat geloof is een persoonlijke overgave aan de Heere Jezus Christus. Dat betekent dat Hij ons leven bestuurt en leidt en dat Hij in ons komt wonen en zo vernieuwt Hij de mens. Een mens moet in de Heere Jezus ingelijfd worden, en leren leven in Jezus. Zo wordt Christus de ware Herder.

De Heere Jezus zegt: Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden. Dat behouden worden, betekent dat al zijn zonden vergeven worden en dat hij een nieuw leven ontvangt in Christus en dat de liefde van de Heere Jezus in zijn hart woont. Zij ontvangen het eeuwige leven. De straf op de zonde wordt van hem afgenomen omdat Christus Zichzelf gegeven heeft voor de schapen.

Hier zien wij een heerlijk beeld van de Heere Jezus zelf. Van nature leven wij ver bij de Heere Jezus vandaan en dwalen wij rond op deze koude aarde en hebben wij geen houvast. Er liggen allerlei scheidsmuren tussen de Heere Jezus en ons. Besef van onze schuld doet ons voor Hem vrezen. Wij hebben een hart dat vijandig is tegen God. We worden meer en meer vervreemd van Hem. Vrede kennen wij niet en het doel in het leven is er feitelijk ook niet. Maar wanneer iemand Christus leert volgen, ontvangt hij overvloed, die zal behouden worden. De tekst zegt: en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.

Hij wordt ingelijfd in Christus, hij gaat in door die deur Christus en gaat door de Heere Jezus heen en gaat naar buiten en vindt overvloed en eeuwig leven. Want de Heere Jezus heeft een opening gemaakt door die grote scheidsmuur, Hij is Zelf de deur en zo is Hij machtig om volkomen te behouden, die door Hem tot God gaan.

We moeten niet alleen van die deur horen. We moeten niet alleen buiten staan en naar die deur staan kijken. We moeten kloppen aan die deur Christus en we moeten door die deur naar binnen gaan. Die deur is nog open, maar straks is die deur gesloten en kan er niemand meer naar binnen. Nu is er nog genade nu is er nog verzoening en nu kan een zondaar nog binnenkomen bij God en verzoening ontvangen voor al zijn zonden en nu kan het eeuwige leven nog verkregen worden.

Zie dan ook de heerlijke uitnodiging die de Heere Jezus hier geeft ook aan jou. Hij zegt: indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden. Want de Heere Jezus zegt hier niet dat alleen bepaalde mensen mogen ingaan door Hem. De Heere zegt hier: indien iemand. Wie het ook is, en wat u ook gedaan hebt in het leven en waar je ook vandaan komt, vandaag roept de Heere Jezus u en jou.

Hij nodigt u uit om door Hem naar binnen te komen. Hoort Zijn stem: o alle gij dorstigen, komt tot de wateren en gij die geen geld hebt, koopt zonder geld wijn en melk en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Op een nadere plaats zegt de Heere Jezus: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, Ik zal u rust geven.

Christus nodigt ons: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven. Zo zegt de Heere Jezus: Klopt en u zal opengedaan worden, en zo nodigt de Heere Jezus een ieder die onder het Evangelie is. Zij die gevangen zitten in banden van de dood, zij die zoveel gezondigd hebben, wie u ook bent, u kunt bij Hem behouden worden.

En wanneer er geen zijn die willen komen, dan zegt Hij tot Zijn knechten dat ze maar de wegen en de straten op moeten gaan om ieder te roepen die ze tegenkomen, om behouden te worden in de Heere Jezus. Hij alleen is het leven en de heerlijkheid. Deze deur is open voor alle mensen. De vuile bedelaar Lazarus was welkom bij Hem. Armen ontvangen het Evangelie.

Als het zo is, dat u de Heere Jezus voorbij geleefd hebt, tot op de dag van vandaag, en wanneer u moet zeggen dat u tegen uw Christelijke opvoeding gezondigd hebt, en wanneer u niet gelet hebt op predikanten, en hen die u onderwezen hebben in de wegen van de Heere, en wat dat ook mag zijn, waarin u tekortgeschoten bent, u bent welkom bij Hem. Met de zonden van uw jeugd, en met de zonden tegen godvruchtige ouders, de zonden tegen je geweten, de zonden waarmee u de Heilige Geest bedroefd hebt, wat u ook gedaan hebt, indien iemand door Christus ingaat die zal behouden worden.

Wat betekent dat ingaan? Dat ingaan dat betekent dat u uw schuldig en zondig leven neerlegt voor de Heere. Het betekent dat u uw schuld en zonden gaat belijden. Het houdt in, dat u uw zonden wegdoet en dat de Heere Jezus de hoogste plaats in uw leven ontvangt.

Er zijn heel wat mensen die tot die deur komen, maar ze gaan er niet doorheen en zo worden ze ook niet behouden. Een man wordt in de Bijbel genoemd, Agrippa, hij was koning en hij wist precies de waarheid. Hij wist van Christus en van die geopende deur, maar hij wilde er niet doorheen. Hij bleef buiten. Want hij wilde niet alles overgeven voor de Heere Jezus. Maar hij snapte niet dat in feite hij niets gaf, maar dat wanneer hij alles in zijn leven zou hebben losgelaten en overgegeven aan de Heere, dat hij overvloed zou ontvangen, vrede en liefde, rust en genade.

En dan kan het best zijn dat ze door verdrukkingen heen gaan, net zoals Mozes het huis van farao verlaten heeft en ook door verdrukking gegaan is, en net zoals Paulus zijn voorrechten opgaf en ook door verdrukkingen heen ging, maar ze kregen zoveel terug. De Heere Jezus zegt het ook, zij zullen ingaan, en uitgaan, en weide vinden. Ze verliezen niets, maar zij ontvangen overvloed van zegening en voedsel.

Dan zegt de Heere Jezus tenslotte in vers 10 De dief komt niet, dan opdat hij stele, en slachte, en verderve; Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben, en overvloed hebben.

Want u wordt geleid door iemand, het is of de Heere Jezus of het is de duivel. De duivel is de dief en moordenaar van den beginne, de leugenaar. Als u hem volgt, hebt u misschien een gemakkelijk leven, maar u komt in de eeuwige honger en in de eeuwige ellende terecht. Hij wil graag dat u helemaal kapot gaat. Zolang u buiten Christus staat, buiten die Deur, dan word je geleid door de duivel en vroeg of laat pakt hij alles van je af.

Het is net als met een drugsverslaafde die niets meer heeft, zijn geld is weg, zijn gezondheid is weg en met doffe ogen kijkt hij in het niets en tenslotte sterft hij, om voor eeuwig verloren te gaan. Dat is een beeld van iemand die niet door de deur binnengaat. Hij ontvangt eeuwige ellende.

Wat een liefde van de Heere Jezus dat Hij zegt: Indien iemand door Mij binnengaat, hij zal ingaan, uitgaan en weide vinden. Hij zal overvloed hebben. Dan wordt u geleid in de grazige weiden van Gods Woord. U wandelt in Zijn licht en u verdwaalt niet. Hij is dan uw Herder, u ziet Hem als uw ware Herder. U krijgt Hem lief, dat Hij naar u omzag en dat Hij u riep met kracht en dat Hij u gaf te ervaren, dat Zijn juk zacht is en Zijn last licht en dat Hij u overvloed geeft. Heerlijk om deze Zaligmaker te kennen. Hij is waarlijk de Goede Herder. AMEN.