Lukas 15:28 'De gelijkenis van de ontfermende vader - 2' ds. W.E. Klaver

Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
1
Predikatie ds. W. E. Klaver Christelijk Gereformeerd predikant te Scheveningen
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Dordrecht Centrum
Datum: zondag 11 oktober 2015, 17.00
Votum en groet
Zingen Psalm 95 vers 1 en 4
Geloofsbelijdenis
Zingen Psalm 103 vers 7
Schriftlezing: Lukas 15 vers 25 tot 32
Gebed
Zingen Psalm 133
We hebben stilgestaan bij de ontferming van de vader over de jongste zoon. En tot hiertoe lijkt de gelijkenis nog heel veel op de gelijkenis van het verloren schaap en de verloren penning. Waarom? Nou omdat het tot nu toe steeds gaat over dat God het is Die in Christus Jezus het verlorene zoekt. En dat was toch in het beeld van de verloren penning en het verloren schaap en de verloren zoon. In alle 3 de gelijkenissen gaat het daar over die zondaren, die hoeren en die tollenaren, mensen waar niemand meer naar omziet, die in maatschappelijk en ook in geestelijk opzicht er helemaal buiten vallen. En dat de Heere Jezus duidelijk maakt dat Hij in de wereld is gekomen om zondaren zalig te maken. Maar u moet bedenken dat de Heere Jezus deze drielinggelijkenis niet zomaar op een willekeurig moment spreekt. Dat staat altijd in een bepaald verband en dat is nu ook zo. Want tot wie spreekt de Heere Jezus eigenlijk deze gelijkenis? Nou Hij spreekt ze allereerst tot de Farizeeën en de Schriftgeleerden. Want als we dan zien dat de tollenaren en de zondaren tot de Heere Jezus komen om Hem te horen dan lezen we in vers 2: en de Farizeeën en de Schriftgeleerden murmureerden zeggende: Deze ontvangt de zondaars en eet met hen! En Hij sprak tot hen deze gelijkenis. En dan volgt de gelijkenis van het verloren schaap enzovoort. Dus de Heere Jezus spreekt allereerst tot de Farizeeën en Schriftgeleerden. Nu weet ik niet wat jullie denken van Farizeeën en Schriftgeleerden maar toen ik nog jong was had ik altijd een heel raar gevoel bij Farizeeën en Schriftgeleerden. Dat zijn mensen die niet goed zijn. Maar in de dagen van de Heere Jezus dachten de mensen daar echt anders over. Farizeeën en Schriftgeleerden die zijn het voorbeeld voor het volk. Dat zijn immers hun geestelijke leiders. Dat zijn immers degenen die de boeken van Mozes en de profeten uitleggen. Dat zijn degenen die hen voorgaan in wat nou geestelijk leven is. Wij zouden in onze dagen zeggen: dat zijn de predikanten en de ouderlingen. En aan hen gaat de Heere Jezus dan duidelijk maken waarvoor Hij in deze wereld gekomen is. en dan begrijpen die geestelijke leiders heel goed wat de Heere Jezus bedoelt als Hij het heeft over het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon. Ze begrijpen heel goed: dat gaat over die zondaren. En ze hebben geluisterd vol afschuw en ontzetting. Maar nu zijn zij nog niet aangesproken. Hoe is het nou met hen? Hoe staan zij tegenover de Heere? En hoe ziet God hen? En dan maakt de Heere Jezus na vers 24 niet dezelfde toepassing als we bij de andere gelijkenissen lezen namelijk dat er alzo vreugde zal zijn in de hemel over een zondaar die zich bekeert. Die tekst lezen we helemaal niet maar dan gaat de Heere Jezus verder en dan heeft de Heere Jezus het over die oudste zoon. En de Farizeeën en Schriftgeleerden zullen heel goed begrepen hebben dat het nu over hen gaat. En we willen daarnaar luisteren hoe ook in dat gedeelte de ontferming van de Vader blijkt. En daarom schrijven we ook nu weer boven de preek:
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
2
De gelijkenis van de ontfermende vader
- De zoon die weigert thuis te komen
- De vader die uitgaat tot zijn zoon
De vader die weigert thuis te komen:
Laten we eens gaan kijken wat er met die oudste zoon aan de hand is. Wat kunnen we van deze zoon zeggen? Allereerst wat van hem wordt gezegd is dat hij in het veld is. En daarmee is al de toon gezet van deze oudste zoon. In het veld is, daar mogen we gerust van uitgaat dat hij in het veld is om te werken. Of hij nou daartoe was uitgezonden door zijn vader of dat hij dat uit eigen beweging heeft gedaan dat lezen we verder niet maar feit is wel dat hij in het veld was aan het werk toen zijn jongste broer thuis kwam. En uit het vervolg wordt wel duidelijk dat het ook zijn lust en zijn leven is om in het veld te zijn. Het wordt wel duidelijk dat hij daar zelf voor heeft gekozen dat hij een hardwerkende zoon was van de vader en dat hij alles deed voor het bedrijf van de vader. Niets was voor hem te veel. Heel zijn leven bestond uit bezig zijn voor het goede doel! Een zoon waar je op kon bouwen, een zoon waar je op kon rekenen, een zoon die ook aanzien had bij de omstanders, waarvoor je respect had. Zelf zag hij zich ook zo al zou hij dat natuurlijk nooit zo van zichzelf zeggen want dat hoort niet. Maar in zijn hart zag hij zichzelf toch wel als een toonbeeld van de deugdzaamheid en als toonbeeld van gehoorzaamheid en als toonbeeld van arbeidslust, van trouw, van toewijding. Tegelijk was hij ook een voorbeeld in eenvoud, in soberheid en bescheidenheid. Hij zou nooit vragen om een beloning. Zo zag hij zichzelf. Immers we lezen in vers 29 als hij dan tot zijn vader antwoord: zie ik dien u nu al zoveel jaren en heb nooit uw gebod overtreden en gij hebt mij nooit een bokje gegeven opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn! Hij is wel heel bescheiden. Hij heeft er nooit om gevraagd, hij is altijd trouw geweest, hij heeft alles gedaan wat de vader van hem vroeg. Iemand waar je op kunt rekenen! Het zou zomaar iemand van u, het zou zomaar ik kunnen zijn. Zo’n kerkmens weet je wel, het zijn van die fijne mensen. In het bedrijf kun je op ze aan, ze zijn eerlijk, ze zijn gewetensvol, ze zijn betrouwbaar. En werken dat ze kunnen! Maar de Heere Jezus gaat nu ontdekken dat dat mooie gedrag, die lust en die ijver, die rechtvaardigheid en uiterlijke vroomheid toch niet meer is dan een vernisje, een witte kalklaag! Prachtig schoon gepleisterd maar achter die wand liggen doodsbeenderen, onreinheid! Dat is wat de Heere Jezus zegt van de Farizeeën en Schriftgeleerden: witgepleisterde muren, graven! En de vraag dringt zich op: wat doet die oudste zoon eigenlijk verkeerd? Wat is dan eigenlijk zijn zonde? Wat is er dan op geen enkel punt iets aan te merken dat je zegt: daar heeft hij gelijk in? Had hij dan geen gelijk dat hij al zoveel jaren voor zijn vader had gewerkt? En was het dan niet waar dat zijn vader nog nooit een bokje voor hem had geslacht om met zijn vrienden vrolijk te zijn? Nou dat zal heus wel waar zijn, het zal heus wel kloppen wat die oudste zoon zegt. Laten we de gelijkenis maar rustig langsgaan.
Hij is in het veld en hij hoort het gezang en het gerei van thuis. Gezang en gerei jongens en meisjes dat wil zeggen dat er geweldig veel vreugde is thuis bij de vader. Er is blijdschap, er is dankbaarheid en dat wordt uitbundig ook gevierd. Maar zal die oudste zoon echt geen vermoeden hebben gehad wat er thuis gebeurt? Hij is immers toch de oudste zoon? De eerste als het gaat over de opvolging, het eerstgeboorterecht? Hij is toch de voornaamste in het bedrijf van zijn vader, naast zijn vader? Zou hij dan niet hebben geweten wat er thuis besproken wordt? Zal hij niet hebben geweten waar zijn vader over inzat? Zou hij niet weten dat zijn vader
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
3
uitziet naar de komst van zijn jongste broer? Zal de oudste zoon ook niet hebben geweten dat er een kleed, een ring en schoenen klaarliggen voor de jongste zoon? Natuurlijk heeft hij dat geweten. Hoe komt u daarbij dominee? Nou omdat we straks de vader horen zeggen: gij zijt altijd bij mij! Hij wist wat er thuis gebeurde want hij was altijd bij zijn vader! Hij wist van de liefde van zijn vader! Maar die liefde van de vader was niet zijn liefde! Hij kende niet het verlangen dat zijn jongste broer thuis zou komen! Want hij had wel begrepen dat zijn jongste broer wel wat van het leven had gemaakt en dat hij dat op een zondige wijze had doorgebracht, dat hij elke dag de bloemetjes buitenzette. En ondertussen was hij elke dag maar trouw bij zijn vader aan het werk. En daarom zag hij niet uit naar de thuiskomst van zijn jongere broer. En hij zal misschien wel gedacht hebben: en als hij thuiskomt dan zal dat toch wel niet zomaar gaan!? En wanneer hij dan in het veld is en het gezang en gerei hoort als hij dan terugkomt van het veld, dan kan hij het bijna niet geloven: zou het waar zijn? Zou zijn broer thuis zijn gekomen? Nee dat vraagt hij niet aan zijn vader rechtstreeks maar dat vraagt hij aan één van zijn knechten. En daarmee is ook al heel duidelijk neergezet wat de verhouding is tussen die oudste zoon en zijn vader. Die oudste zoon heeft wantrouwen en daarom heeft hij geen rechtstreeks contact met zijn vader. Dat spreekt boekdelen. Wantrouwen in zijn hart. En één van de knechten geeft antwoord aan de oudste zoon in vers 27: uw broeder is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft. Maar de oudste zoon is helemaal niet blij als hij dat hoort. Hij is vertoornd. Waarom? Nou de oudste zoon legt dat aan zijn vader uit en dan noemt hij verschillende redenen in vers 29 en 30: zie ik dien u nu al zoveel jaren en ik heb nooit uw gebod overtreden en gij hebt mij nooit een bokje gegeven opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn. Maar als deze uw zoon gekomen is die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht! Samengevat gemeente komt het hier op neer als hij heel nadrukkelijk aangeeft wat hij heeft gemist bij zijn vader en vervolgens zijn broer niet meer als zijn broer aanspreekt maar als die zoon van u! Nou daar klinkt een duidelijk verwijt naar zijn vader. Dan wordt het duidelijk dat deze oudste zoon geen liefde kende niet alleen niet tot zijn jongste broer, maar dat hij ook geen liefde kende tot zijn vader. En dat is de kern van het probleem van deze oudste zoon, van zijn zonde: er was geen liefde in zijn hart en dat was er ook nooit geweest! Want hij zegt: ik dien u nu al zovele jaren! Wat is dat voor een dienen geweest? Een kind die voor zijn vader werkt in de zaak dat is toch geen dienen alsof hij een slaaf is? Dat is toch niet een dienen als een werknemer? En hoe bedoelt hij: al zovele jaren? Was het hem zó zwaar gevallen en duurde het zó lang? Van Jakob lezen we dat hij 2 maal 7 jaar voor Rachel heeft gewerkt bij oom Laban. En dan lezen we van Jakob: ze waren in zijn ogen als enige dagen. Waarom? Dat staat er ook bij: omdat hij haar liefhad. Kijk wie nou waarlijk in liefde werkt die telt de uren niet, die telt de dagen niet en de jaren niet! Die vliegen als een oogwenk voorbij! Maar de oudste zoon zegt: het waren zovele jaren! Het was slavendienst voor hem. En hij heeft nog nooit een gebod overtreden. Hij had altijd netjes geleefd. Hij had de geboden onderhouden, de voorschriften van de vader van jongs af aan, net als die rijke jongeling. Maar het belangrijkste gebod dat vergat hij. Het gebod van de liefde. Hij vergat het gebod van Mozes: gij zult uw broeder in uw hart niet haten. Maar dat had deze oudste zoon wel gedaan. Niet alleen tegenover zijn jongere broer maar ook zijn vader. Nee van zijn vader had hij niet zoveel goede gedachten. Hij meent zelfs dat zijn vader het verkeerd ziet. Hoor maar hoe hij het zegt in vers 29b en 30: gij hebt mij nooit een bokje gegeven opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn. Maar als deze uw zoon gekomen is die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
4
gij hem het gemeste kalf geslacht. Zou vader wel weten wat zijn jongste zoon heeft gedaan? En mij, wat heeft vader mij nou gegeven? Nooit een bokje. Wat een wonderlijk verwijt, wat een aanklacht, wat een zelfmedelijden, zelfbeklag. En daarmee laat deze oudste zoon gelijk ook zien wat de dienst aan zijn vader eigenlijk betekende. De dienst aan zijn vader dat betekende voor hem iets verdienen. Hij had verwacht op z’n minst dat z’n vader hem op een dag bij zijn schouders zou pakken en zou zeggen: mijn jongen je bent zó trouw bij mij in mijn dienst! Kom hier heb je een bokje van mij jongen, ga maar met je vrienden feestvieren en wees vrolijk! Maar dat was nooit gebeurd! En daarmee hgeeft de oudste zoon gelijk eerlijk gezegd wat er in zijn hart leeft en wat hij verlangt. Hij verlangt ernaar om gelukkig te zijn met anderen. Hij verlangt ernaar om blij te zijn met vrienden. Maar wie zijn dan zijn vrienden? Daar hoorde blijkbaar niet zijn vader bij en zeker niet zijn jongere broer want hij kende geen liefde tot hen! En gemeente ik hoop dat u daarmee inmiddels ook hebt gezien dat het hart van deze oudste zoon op geen enkele wijze anders is dan het hart van de jongste zoon. Want de jongste zoon had het erfdeel van zijn vader voor zichzelf gebruikt, levende overdadig, zonder zijn vader, alleen op zichzelf gericht. Maar als deze oudste zoon spreekt over het krijgen van een bokje om feest te vieren met zijn vrienden, zegt hij eigenlijk hetzelfde: ik wil ook weleens de bloemetjes buitenzetten net als mijn jongere broer deed! Ik wil ook weleens onder het juk van vader vandaan en even vrij zijn, even niet vader te hoeven dienen, even van die last bevrijd te worden, even zelf bepalen wat ik wil doen, even toegeven aan mijn verlangens! En wat hij wil dat is nou hetzelfde wat hij zijn broer verwijt. Zowel die jongste zoon als die oudste zoon verlangde de ernaar om te leven, om vrolijk te zijn buiten dat vriendelijk aangezicht van de vader. Te leven buiten de zorg en de goedheid van de vader.
Gemeente wat zit de hoogmoed en de trots en de liefdeloosheid van Adam toch diep in ons hart! Want u hebt natuurlijk wel begrepen dat het in deze gelijkenis over de oudste zoon niet alleen gaat over de Farizeeën en Schriftgeleerden maar dan gaat het ook over jou en over u en over mij! Dat wat voor de jongste zoon geldt ook voor de oudste zoon geldt en dat betekent dat het ook voor mij geldt dat er in mijn hart geen liefde is tot de Heere en tot Zijn dienst! En dat wij net als Adam en Eva alles wat de Heere zegt in twijfel trekken! Gods bevel en Gods belofte! En daarmee werd in het paradijs al de liefde van God aangetast. En waar de liefde van God wordt aangetast daar beleef je ook niet de vreugde van het dienen van de Heere. Waar de liefde verdwijnt, dat is in een gezin ook zo, daar verdwijnt de vreugde en de vrolijkheid. Zo is het in geestelijk opzicht niet minder. Alleen weet u, het erge is dat wij daar van nature helemaal geen last van hebben, dat wij daar blind voor zijn. Het is zelfs mogelijk dat wij in ons leven, in onze ijver, in onze toewijding, in ons vele werken in de kerk menen Gode een eer te bewijzen terwijl het tegendeel waar is! Net als Paulus, hij heette toen nog Saulus, meende ook met de vervolging Gode een eer te bewijzen. De oudste zoon en de jongste zoon, ze hadden allebei geen oog voor het hart van de vader. De oudste zoon wilde ook niet leven bij de liefde van de vader. Want leven bij de liefde van de vader dat betekent: dan gaat er een streep door mijn zondige verlangens, dan gaat er een streep door mijn eigen ik, dan gaat er een streep door mijn hoogmoed en trots! En zo staat die oudste zoon buiten in het veld, op het erf van het verbond! Zijn jongere broer leeft dankzij de genade van de vader maar van die genade kent de oudste zoon helemaal niets! Herkent u de oudste zoon in uw leven, in jouw leven? Zeg mij eens heel eerlijk: wat betekent voor u de dienst aan de Heere? U leeft op het erf van het verbond en mag ik er van uitgaan dat u
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
5
allemaal gedoopt bent en het teken en zegel van het verbond draagt. De Heere omringt u dagelijks met Zijn trouwe zorg. U leeft onder de liefelijke klanken van het evangelie. Het is u toegezegd toen u er nog niets van wist dat God u wil omringen met Zijn Vaderlijke zorg. En al het kwaad dat in je leven gebeurt ten beste wil keren. Dat de Heere Jezus Christus je wil wassen en reinigen in Zijn bloed en dat Hij je heiligen wil, aan Zijn beeld gelijkvormig wil maken. Het is betekent en verzegeld dat de Heilige Geest dat wil toepassen aan je hart! Dat wat de Heere Jezus heeft verdiend ook voor jou wordt en je weer zult leven voor de Heere! Dat evangelie wat u elke zondag mag horen en dat klopt op de deur van uw hart, hebben we het gehoord en zijn we er verlegen om geworden? Is het ons verlangen dat de dienst van de Heere één en al liefde voor ons is? Is het een vreugde om naar de kerk te gaan? Is het een vreugde om uit het evangelie te horen? Is het een vreugde om te overdenken wie God is? Om te mediteren? Is het een vreugde om te leven in de liefde van God? Of is de dienst van de Heere een gewoonte omdat het nu eenmaal hoort, omdat het moet? Naar de kerk gaan, regelmatig Bijbellezen, christelijke principes erop na houden, staan naar een Schriftuurlijke, Bijbelse, bevindelijke prediking. Maar is er ook die hartelijke betrokkenheid? En als die ontbreekt dan ben je precies als die oudste zoon! We zijn als de oudste zoon als we in ons leven alleen maar kunnen klagen over moeiten en zorgen en heimelijk God de schuld geven! Als het geestelijk dor en doods is vanbinnen maar daar ook gewoon rustig onder door kunnen leven met de redenering van: ja de Heere is vrij en soeverein, de Heere moet het doen. Ik kan er verder ook niks aan doen, we wachten maar af. En we gaan weer verder en vervolgens hebben we er ook weer geen last van!
Wat opvalt in deze gelijkenis is dat die oudste zoon zoveel woorden gebruikt en dat hij vooral de mond vol heeft over zichzelf en dat hij verwijten maakt en dat hij geen goede gedachten van God heeft. Hoe is dat bij jou en bij u? Hoe is dat bij mij? Hebt u er ook weleens last van dat mensen je zo tegenvallen? Dat had ik nou nooit van hem gedacht! Hij is nog ambtsdrager ook! Hebt u er nooit last van van dat stemmetje? Ik snap de weg van de Heere niet, ik begrijp het niet. En eigenlijk kan ik er ook niet onder buigen! Waarin schittert nou in deze weg de deugden van God? Ik zie het niet! Of dat je tot zelfbeklag komt: het is zo moeilijk! Ik moet zo’n moeilijke weg gaan! Ik heb het zoveel zwaarder dan anderen! Maar bent u uzelf nou nooit eens tegengevallen? Bent u nou met uzelf al eens aan een eind gekomen? De oudste zoon viel zichzelf niet tegen! Hij zag niet dat hij persoonlijk ook schuldig stond tegenover zijn vader. Hij zag niet in dat hij zijn vader ook zo tekort had gedaan omdat hij geen goede gedachten van zijn vader had. Voor de oudste zoon was de dienst aan zijn vader niet meer dan het doen van een aantal plichten en het weten van heel veel dingen van zijn vader thuis. Maar het had zijn hart niet. Dat is het leven voor hem bij de vader. Maar ondertussen bleef zijn eigen ik nog gewoon op de troon. De dienst aan zijn vader was niet in zijn leven doortrokken van liefde omdat de liefde van zijn eigen ik domineerde! O wat is het nodig dat de Heilige Geest ons dat elke keer weer laat zien want we hebben maar een veertje nodig gemeente en ons eigen ik zit weer op de troon! Dan kan je leven vol godsdienst zijn en dan kan het aan de buitenkant zichtbaar zijn dat het je leven doortrekt want hij is zó principieel! Maar als God er niet in is dan mis je het belangrijkste, dan mis je ook de echte bekering, dan mis je ook de dagelijkse bekering! Wie zou ondertussen niet bang worden voor zichzelf? Daar had de oudste zoon in ieder geval geen last van. Waarom had hij daar geen last van? Omdat zijn hart niet teer was, niet fijngevoelig. En gemeente daaraan kunnen wij ook weten of wij nou zijn als die oudste zoon. Is er nou liefde in ons hart tot de Heere en Zijn dienst? Is er liefde en verlangen om Zijn wil te mogen doen?
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
6
Dan krijg je er zo’n last van dat je in je hart bent als die jongste zoon. Een hart dat zomaar meegezogen wordt door de verleidingen van deze wereld en de verleidingen van de zonde. Dan ga je ook steeds meer herkennen in die oudste zoon en dat wordt je ook bang van jezelf want ik heb zo’n hard hart en ik kan zó koud en ongevoelig zijn. Dan krijg je daar juist last van als de liefde van de Heere in je hart komt. Dat je zomaar een verkeerd oordeel van God hebt, dat je zomaar verkeerde gedachten van God hebt! Weet je wat je dan nodig hebt? De ontferming van God! De opzoekende liefde van God! En dat is het wonder dat we in het tweede deel van deze gelijkenis zien. De oudste zoon weigert thuis te komen. Het bericht is uitgegaan: komt laat ons vrolijk zijn want uw jongere broer was verloren en is gevonden! Maar de oudste zoon weigert! En wat is dan de reactie van de vader?
De vader die uitgaat tot zijn zoon:
Horen we hem zeggen: o komt hij niet? Nou ja hij is gevraagd, hij weet dat hij welkom is! Wil hij niet komen, nou ja dan maar zonder hem. Nee dat horen we hem niet zeggen. Nee we zien hier de vader precies dezelfde beweging maken als dat hij maakte bij die jongste zoon. Want de vader gaat uit naar zijn zoon! En de vader laat zijn zoon niet bij hem roepen: ik moet hem eens spreken! Maar ook hier zien we dat het gaat tegen de gewoonte in dat de meerdere naar de mindere gaat! En niet andersom. De vader daalt af en zoekt zijn zoon op, die oudste zoon die helemaal vastzit in zijn trots en in zijn hoogmoed, in zijn zelfmedelijden en in zijn eigengerechtigheid. Maar als de zoon daarin vastzit dan komt de vader naar hem toe om hem te lokken. Waar de oudste zoon niet meer vragen kan en wil, daar komt de vader tot hem om hem te bidden! Waar een mens aan het einde is daar is de Heere aan het begin. Wat een wonder dat die vader hem geen uitbrander geeft, dat hij niet boos wordt maar dat hij hem liefdevol in ontferming aanspreekt. De vader verlaat de vreugde van het huis om zijn oudste zoon op te zoeken die buitenstaat. En we zien opnieuw iets van die opzoekende liefde van de Heere Jezus Christus in Wie God zondaren opzoekt. De Vader verlaat het huis en de vreugde om die koppige zoon, dat verbondskind dat leeft op het erf van het verbond binnen te roepen! En in welke vernedering is de Heere Jezus gekomen om ook hardnekkige verbondskinderen op te zoeken. Hoe werd Hij bespot en gehoond voor mensen die de eeuwige dood verdienen! De vader zoekt zijn beide zonen op die dood zijn in zichzelf! De dienstbaarheid van de oudste zoon kon hem niet helpen. Zijn ijver voor zijn vader maakte hem niet gelukkig, net zomin als dat de inkeer van de jongste zoon en de schuldbelijdenis van de jongste zoon, de terugkeer van de jongste zoon reden was waarom hij thuis kon komen. En gemeente het kan alleen maar goed komen vanwege die innerlijke ontferming van de vader. De moeite die hij neemt om die jongste zoon en die oudste zoon thuis te halen. Het staat er zo eenvoudig: en hij bad hem. nee de vader ligt niet op de knieën voor de oudste zoon en te smeken om binnen te komen, zo mag u dat niet lezen. Maar bidden betekent hier in het Grieks zoveel als: vermanen, dringend verzoeken, met klem betuigen. Dat is hetzelfde woord wat wordt gebruikt als het gaat over het werk van de Heilige Geest. Die doet Voorspraak bij de Vader, Die vermaant zondaren. Er is Geesteskracht voor nodig om deze zoon te overtuigen, dit verbondskind! Hij moet aangegrepen worden om niet in het veld te blijven, op het erf van het verbond maar in te gaan opdat hij zijn eigen ik kruisigt en zijn eigen gerechtigheid verliest!
Hoor hoe de vader zijn zoon vermaant: kind, kind gij zijt altijd bij mij en al het mijne is het uwe! Kind, terwijl die oudste zoon zich gedraagt als een brutale knecht. Alsof het
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
7
leven bij de vader zoveel betekent als verplichtingen doen. Maar de vader als die hem aanspreekt, corrigeert hij hem liefdevol en beslist: kind. De vader laat hem weer zien in welke verhouding het werkelijk staat. En daarin geeft de vader hem onderwijs, vermanend onderwijs waarin ook een aanklacht klinkt: je leeft toch op het erf van mij? Op het erf van het verbond? Maar waarom gedraag je je dan niet als een kind? Dat doet ons denken aan de aanklacht die God heeft tegen Zijn volk Israël in Maleachi. Een zoon zal de vader eren en een knecht zijn heer. Ben ik dan een Vader? Waar is mijn eer? Ben ik een Heere? Waar is mijn vreze? De oudste zoon meent dat de vader hem tekort doet maar hij is er blind voor dat hij zichzelf en zijn vader tekort doet! Hij is er blind voor dat alles wat de vader heeft ook voor hem is! Dat de vader hem zulke rijke beloften heeft geschonken maar hij verlangt er niet naar! Het wordt openbaar hoe het er werkelijk met hem voorstaat. Hij heeft geen echte kennis van wie zijn vader is. Hij heeft geen echte kennis van wat de belofte van zijn vader is. Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet!
Wat verstaat de oudste zoon niet? Dat alles wat van de vader is voor hem is. de oudste zoon is altijd bij de vader, hij ontvangt eten, drinken, vrede en rust. Alles is voor hem, alles. En het is hem in de belofte geschonken. En zo wil de Heere nou ook betuigen dat Hij alle dingen wil schenken en dat al het Zijne ook voor Zijn volk en kinderen is. En welke rijke belofte heeft Hij niet aan Zijn verbondsvolk geschonken? Weet jij welke rijke belofte God aan jou heeft geschonken? Ik noemde ze al: dat God je tot een Vader wil zijn. Dat Jezus Christus je zonde kan en wil vergeven. En dat de Heilige Geest je hart kan en wil vernieuwen. En wat denk je, als de Heere dat toezegt en dat met een eedzwering doet, zou de Heere het dan zeggen en niet doen? Zou de Heere één van Zijn woorden leeg ter aarde laten vallen? Nee de Heere zal Zijn belofte vervullen. Al het mijne is het uwe. Maar de oudste zoon leeft daar niet bij. Hij leefde er overheen. Hij had andere dingen. Hij leefde niet uit de belofte van zijn vader. Hij verlangde niet naar de liefde van de vader. Hij verlangde niet naar de gemeenschap met de vader. Daar had hij zich voor afgekeerd, zijn hart toegesloten. Wel de belofte maar niet verlangen naar de vervulling ervan? Geldt dat voor jou? Voor u? De vader doet opnieuw een appel op het hart van de oudste zoon: kind bedenk toch in welke bijzondere positie je staat! Je kunt altijd in mijn omgeving verkeren, je kunt alles van mij ontvangen wanneer je leeft in gemeenschap met mij! Maar voor de oudste zoon geldt: hij heeft niet gewild! En de Heere Jezus beklemtoond in deze gelijkenis net als in de andere 2 gelijkenissen waarvoor Hij in deze wereld gekomen is en dat er geen enkel excuus is om verloren te gaan! Ja dat de Heere naar het geheim van Zijn taai geduld en trouw ook Zijn afkerig verbondsvolk opzoekt! Het wederhorig volk! Ze opnieuw weer opzoekt, ernstig en in liefde vermaant. Kom toch binnen, deel toch in de vreugde die Ik je schenken wil! Deel in de vreugde die er is voor een zondaar die zich bekeert! Laat Mijn liefde uw liefde zijn, Mijn vreugde uw vreugde zijn!
En met dat appel eindigt de vader het gesprek met de oudste zoon. Vers 32: men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn want deze uw broeder was dood en is weder levend geworden, en hij was verloren en is gevonden. `Men behoorde dan’, dat moet u niet opvatten als: het zou beter zijn als. Maar zó staat het hier niet. Het staat hier als een bevel. Het betekent zoveel als: dit is Mijn gebod. Dit is Mijn wil! Dit is de wil van God om met Hem blijde te zijn, met Hem te leven! Dat is niet een aandrang alleen maar een bevel, een gebod: Ik wil! Gemeente zó diep daalt de Heere nou neer tot kinderen van het verbond, tot wederhorigen. Verbondskinderen die zó dicht leven bij het Vaderhuis, levend onder de verkondiging van het evangelie en tóch buiten op
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
8
het veld blijven! Hoe komt dat toch? Omdat de vreugde van het huis niet hun vreugde is en omdat de liefde van de Vader in het hart ontbreekt! Zeg nou eens: waar wordt u nou werkelijk blij van? Wat geeft nou vreugde in uw leven? Heeft u er vreugde in om de Heere te zoeken? Is het uw vreugde om de Heere te mogen kennen? Is dat waar u naar verlangt? Waar u naar uitziet? Waar u op wacht? En wat u verwacht? Verheugd in God, naar waarde nooit te danken! Is het je een vreugde dat God naar je omziet en is het je verlangen om de Heere met alles van je leven te mogen dienen? Al is het hier ten dele en al wordt het hier aangevochten en bestreden. Maar om dat straks ten volle te mogen doen, God alles en in allen! Hem te mogen kennen in al Zijn deugden, in al Zijn eigenschappen en je daarin te verblijden. Gemeente het is hier niet een oproep om maar eens wat blijer te zijn in de kerk en niet allemaal van die bedroefde gezichten te hebben. Daar gaat het hier natuurlijk niet om. Het gaat hier over vreugde hebben in God, in Wie Hij is en in wat Hij doet. En ken jij ook zulke mensen in je omgeving dat u goedspreekt van de Heere? Want de geestelijke duisternis en de verzuring van het geestelijk leven is soms met de handen te tasten omdat het zo vaak toegesloten is en omdat we zo druk zijn met onszelf en dat er zo weinig verteld kan worden over het doorbrekende werk van de Heere! Verlangt u ernaar? Kent u de vreugde van het werk van de Heilige Geest in uw leven? De oudste zoon wil niet want dan moet hij buigen. Dan moet hij zijn jongste broer erkennen als zijn broer! Dan moet hij leven met hem wie de grootste zondaar is! Dan moet hij leven van de liefde van de vader en dan moet hij leren dat hij van zichzelf helemaal niets is en niets kan. En dat al de werken die hij heeft gedaan niet meer zijn dan een wegwerpelijk kleed! Ze kunnen hem niet binnenbrengen! Hij kan niets verdienen, alles is schade en drek! Hij moet leven van de genade van zijn vader. Van de liefde van zijn vader. Hebt u het geleerd om alles voor de Heere te verliezen? Om te leven van de genade van de Heere Jezus Christus? Van de liefde die God in Hem heeft geopenbaard? Die leer je alleen kennen als je leert sterven aan jezelf! Sterven aan jezelf! Dan is er plaats voor Christus, dan is er plaats voor vrede, dan komt er plaats voor de liefde. Dan moet u erkennen: er komen scheuren in die witgepleisterde muur van mij waarachter doodsbeenderen zijn, de onreinheid in mijn hart. Ik kan voor God niet bestaan tenzij dat God tot mij komt en mij in mijn nood en mijn strikken opzoekt en mij verlost van mijn hoogmoed en mijn trots opdat ik leer buigen voor Hem! De oudste zoon moet erachter komen dat hij niet beter is dan de jongste zoon. Ja hij moet leren dat de jongste zoon hem zelfs is voorgegaan, voorgegaan in de bekering. In ootmoed, in zelfkritiek, in de belijdenis: Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u! Dat hij niet meer positief van zichzelf kan spreken maar dat hij het moet erkennen: ik ben de grootste zondaar. Ziet u gemeente waar het op vast kan zitten dat we niet willen buigen voor de Heere? Ziet u de overeenkomst en het verschil tussen de oudste en de jongste zoon? Dat ze beiden niet leven bij de liefde van de vader en dat de vader naar hen beide uitgaat en dat het de wil van de vader is dat ze beide thuiskomen want ze horen vrolijk te zijn en blij te zijn! De vader gaat uit naar de oudste zoon! Achter zich de geopende deur. De oudste zoon kan de feestvreugde op een afstand zien. En tussen hem en die geopende deur staat de vader in zijn ontferming. Trekt u de lijnen door? God staat in Jezus Christus voor u en roept u met bevel van geloof en bekering: kom binnen! Wat u nou niet kunt dat kan God in Jezus Christus wil!
Hoe zou het zijn afgelopen met die oudste zoon? Gemeente de gelijkenis heeft een open einde. Wat is vervolgens de reactie geweest van de oudste zoon? We weten het niet. De Farizeeën en Schriftgeleerden wisten het wel en de meesten leven in het
Predikatie ds. W. E. Klaver Lukas 15 vers 25 tot 32 De gelijkenis van de ontfermende vader
9
veld. Behalve Nicodémus en nog een ander die tóch zocht binnen te gaan, die ging buigen voor de Heere Jezus Christus en die zondaar werd voor God. Jezus Christus erkennen als de van God Gegeven Zaligmaker. Gemeente er zijn maar 2 mogelijkheden. Of komt u nu met al uw ja-maars en al uw bezwaren? Of komt er wrevel in uw hart? Bent u het in uw hart er niet mee eens? Wie bent u? Als de oudste zoon? Als de jongste zoon? Of bent u bang dat u het allebei bent? Nee dan hoeven we niet perse een leven te hebben gehad als de jongste zoon. Dan is ons leven in uiterlijke zin misschien meer als de oudste zoon. Geleefd op het erf van het verbond maar altijd nog dood in zonden en misdaden? Leren we het om te worden als de jongste zoon dat genade alleen mij vrij kan kopen? Dat alleen de ontferming van God mij zalig kan maken! Dat het hopen op de Heere en het verwachten van Hem alleen overblijft. De Heere laat Het Woord weer uitgaan opnieuw, in bewogenheid, in ernst. Verhard u niet maar laat u leiden! Jezus Christus komt in het gewaad van Het Woord naar u toe en vermaant u: kom binnen! Wat moet de Heere nog meer doen in uw leven? Eens gaat die deur van het Vaderhuis dicht en dan zal het klinken door die oudste zonen die leefden op het erf van het verbond: Heere doe ons open, doe ons open! We hebben in Uw Naam geprofeteerd! We hebben in Uw Naam duivelen uitgeworpen! We hebben met U Avondmaal gehouden! Ik heb belijdenis gedaan van het geloof! Ik ging trouw naar de kerk in Dordrecht! En Hij zal zeggen: Ik heb u nooit gekend! Moet het zover komen? En waarom zou Hij u dan nooit gekend hebben? Omdat de liefde van de Vader ontbrak? Omdat we de liefde van God niet hebben gekend en we ons daar nooit hebben verheugd? Moet dan straks de deur gesloten worden of zoekt u het nou bij Deze God Die tot op de dag van vandaag in ontferming tot u komt? Kom toch binnen! Wie heeft lust de Heere te vrezen?
AMEN
Zingen Psalm 25 vers 6
Dankgebed
Zingen Psalm 32 vers 6
Zegen des Heeren