Lukas 15:20 'De gelijkenis van de ontfermende vader - 1' ds. W.E. Klaver

Predikatie ds. W. E. Klaver Christelijke Gereformeerde predikant te Scheveningen
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Dordrecht Centrum
Datum: zondag 11 oktober 2015, 10.00
Votum en groet
Zingen Psalm 107 vers 1 en 3
Wet des Heeren
Zingen Psalm 6 vers 1
Schriftlezing: Lukas 15 vers 11 tot 24
Gebed
Zingen Psalm 147 vers 2 en 6
Geliefde gemeente wij luisteren dus naar die toch wel heel bekende gelijkenis van de verloren zoon. Zo noemen wij die gelijkenis tenminste toch ook doorgaans. Een gelijkenis die goedbeschouwd onderdeel uitmaakt van nog 2 andere gelijkenissen. Een gelijkenis van de verloren zoon is een onderdeel van een zogenaamde drielinggelijkenis. Dat begint al aan het begin van hoofdstuk 15: de gelijkenis van het verloren schaap en de gelijkenis van de verloren penning en direct daarop volgend de gelijkenis van de verloren zoon. Een drielinggelijkenis dat wil zeggen dat alle 3 de gelijkenissen als het er op aankomt wat de kern is van die 3 gelijkenissen, alle 3 hetzelfde is. En dat vindt je ook in een tekst die steeds weer terugkeert, namelijk dat er in de hemel of bij de engelen vreugde zal zijn over een zondaar die zich bekeert. In die gelijkenissen gaat het over wat verloren is. Daar lijkt het tenminste allereerst over te gaan. Want het gaat over het verloren schaap en de verloren penning en de verloren zoon. Maar toch is dat niet de spits van die 3 gelijkenissen. Die spits van die 3 gelijkenissen dat is dat er een God is Die zoekt naar het verlorene en dat Die het verlorene ook vindt! Alleen die 3de gelijkenis gaat niet alleen over een verloren zoon maar gaat ook nog over een andere zoon, de oudste zoon. We letten nu op het hart van de vader dat uitgaat naar die jongste zoon. En daarom schrijven we boven de preek:
De gelijkenis van de ontfermende vader
- Van wie afscheid genomen wordt
- Aan wie gedacht wordt
- Bij wie ontferming gevonden wordt
Van wie afscheid genomen wordt:
Een zeker mens had 2 zonen, vertelt de Heere Jezus. Een zeker mens, daarmee wordt hier de vader genoemd. Maar wat is eigenlijk het beeld van die vader en van die jongste zoon? Wat bedoelt de Heere Jezus daar eigenlijk mee? Nou de vader dat is het beeld van Wie God is. En dan moet u niet gelijk denken aan: ja u bedoelt natuurlijk de Eerste Persoon van het Goddelijk Wezen: God de Vader. In het licht ook van de andere gelijkenissen is dat niet juist. In de andere gelijkenissen gaat het heel nadruk over de Heere Jezus Die zoekt naar het verlorene, in het beeld van de herder en van de vrouw. En in deze 3de gelijkenis dan? Ja in dat licht bezien mogen we zeggen dat het in de derde gelijkenis gaat over God Die zoekt naar het verlorene, naar de jongste zoon. God Die zoekt in en door Zijn Zoon de Heere Jezus Christus. God kan immers alleen een zondaar genadig zijn in Christus! En de jongste zoon is het beeld van de zondaren, van tollenaren, van hoeren! Dat zijn jongens en meisjes de mensen in de tijd van de Heere Jezus waarvan wij zouden zeggen: nou die horen
2
er echt niet bij! Die worden uitgestoten uit de samenleving, die zijn er echt heel ellendig aan toe! Maar daar voel je je ook te groot voor, dat zijn mensen waar je je niet over ontfermt! En de Heere Jezus Die vertelt deze gelijkenis nou juist aan de Farizeeën en Schriftgeleerden om aan hen uit te leggen waarvoor Hij nou in deze wereld gekomen is, voor wie het Koninkrijk van God is gekomen als eerste! Dat staat toch ook heel duidelijk in het evangelie en dat zegt toch ook de Naam van de Heere Jezus dat Hij gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren was? Nou hoe was het dan met de jongste zoon?
We lezen van de jongste zoon: en de jongste van hen zeide tot de vader: vader geef mij het deel van het goeds dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed. Wat de jongste zoon hier vraagt moet u niet gelijk afkeuren alsof je hier gelijk al aan kan zien dat hij de verkeerde kant opgaat, want dat is niet zo. Wat hij hier vraagt is helemaal niet ongewoon in die dagen. Want in die dagen was er niet voor iedereen plaats en was er niet voor iedereen eten in het land om voor zichzelf te kunnen zorgen. Het was nodig in die dagen dat je wellicht in het buitenland een eigen bestaan ging opbouwen. Er was niet genoeg eten voor Israël omdat het volk toch zondigde tegen de Heere. De Heere was gekomen met Zijn straffen over Israël en de gevolgen waren daar nog steeds merkbaar van, ook in de dagen van de Heere Jezus. En daarom schetst de Heere Jezus een beeld wat heel gebruikelijk was. de jongste zoon vraagt alvast een deel van de erfenis op om met dat geld als startkapitaal (zouden wij zeggen vandaag de dag) een eigen bedrijf op te richten. En de vader die geeft daar gehoor aan. Waarom zou hij dat niet willen? De jongste zoon kan immers zijn bedrijf niet overnemen, dat is voorbehouden voor de oudste zoon, die heeft het eerstgeboorterecht. En daarom zal hij naar de gewoonte van die tijd de oudste zoon tweederde deel van de erfenis hebben gegeven en de jongste zoon één derde deel. Alleen waar het misgaat is dat die jongste zoon verkeerde bedoelingen heeft met dat geld. Want wat hij wil is dat hij van het vaderhuis weggaat. Waarom wil hij zo graag bij zijn vader weg? Nou niet om in het buitenland een eigen bestaan op te richten. Waarom dan? Was het niet goed thuis dan? Waren de regels te streng? Was er geen goede verhouding in het gezin? Dat kunnen we ons moeilijk voorstellen. Nee hij kon het thuis niet meer uithouden omdat hij zichzelf wilde ontwikkelen en zichzelf wilde ontplooien op een manier waarop hij zag dat het moest! En hij had geen oog voor het hart van zijn vader en geen oog voor de liefde van zijn vader. Alles draaide om de vervulling van zijn eigen verlangens. Het ging om zijn eigen ik, om zijn eigen leven en hij was op zo’n leeftijd gekomen dat zijn vader daar toch niks meer over te zeggen heeft! En in zijn leven draaide alles om het hier en nu! Over wat nu geërfd kan worden, over wat nu gedaan kan worden, wat nu beleefd kan worden en daar had hij genoeg aan! Dat blijkt wel uit het vervolg: en niet vele dagen daarna de jongste zoon alles bijeenvergaderd hebbende is weggereisd in een vergelegen land en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk. Alles bijeenvergaderd. Dat wil zeggen dat hij alle bezittingen die hij had heeft omgezet in geld en vervolgens met een grote zak geld van huis weg is gegaan! En we lezen niet dat er nog een uitgebreid afscheid heeft plaatsgevonden van zijn vader. Het afscheid zal ook niet zwaar hebben gevallen want ja zijn hart lag immers al in het buitenland. Hij verlangde ernaar eindelijk eens die dingen te kunnen doen die hij al zolang wilde doen! Zijn hart was daar waar zijn schat lag. In ieder geval niet bij zijn vader. Zie je hem gaan jongens en meisjes met dat zakgeld van huis weg? En zijn vader kijkt hem na. Maar de zoon merkt hem niet op, hij kijkt niet eens achterom. En als hij in het buitenland is aangekomen dan leeft hij overdadig. Hij brengt al zijn geld door! Heel zijn leven wordt gevuld met wat hij wil doen en dat wil hij beleven met zijn vrienden! En wat hij doet
3
past niet bij de gedachte aan thuis, daar past niet de gedachte aan zijn vader bij. Overdadig leefde hij. Dat wil zeggen dat hij genoeg had aan de vervulling van de verlangens van zijn hart. En als je overdadig leeft dan mis je ook eigenlijk niets. Hij miste zijn vader niet. Hij had de erfenis. En daar had hij genoeg aan. Dat die erfenis van zijn vader kwam daar dacht hij niet aan. En elke keer als hij weer wat geld uitgaf dan was elke keer als er geld over de toonbank ging een roepstem: van je vader gekregen! Van je vader gekregen! Maar die hoorde hij helemaal niet. Dat staat heel nadrukkelijk in vers 13: als hij zijn goed had doorgebracht. Het was niet van zijn vader, hij had het zich toege-eigend. Hij meende dat het helemaal van hem was!
Waar is dat nou het beeld van? Nou gemeente dat is het beeld van een mens die leeft zonder God. Die leeft om het goed te hebben in dit leven. Dan streef je naar gezondheid en voorspoed, naar goed leven. Een mens die graag meegeniet en meepikt van de welvaart. Dat is het beeld van een mens die als hij een euro uitgeeft, er niet bij stilstaat dat die euro van God is gegeven. Hé hoe komt u daarbij dominee? Ik heb dat geld zelf verdiend, ik heb er zaterdag nog voor gewerkt! Ja maar vergeet het niet: dat is wel God Die je dat heeft gegeven hoor en dat zakgeld wat je krijgt is wel van God. Die kleren die je aanhebt heb je wel van God gekregen! En als je maandag naar de supermarkt gaat voor schooltijd om nog wat te kopen, bedenk wel: dat geld is wel van God gekregen hoor! En als u morgen de showroom binnengaat om een nieuwe auto te kopen, die betaalt u wel met het geld wat God u gaf. Alles wat u uitgeeft aan geld is geld van God gekregen. De verloren zoon gemeente is het beeld van een mens die genoeg heeft met wat we krijgen maar geen belang heeft bij Hem Die het hem heeft gegeven! Wel belang bij voorspoed maar niet bij de God Die de voorspoed schenkt. Dat is het beeld van u, van jou, van mij van nature. Hoe komt het dat wij zo snel vergeten dat het geld wat wij hebben van God is? Hoe komt het dat we zo tevreden kunnen zijn met de gaven en God vergeten? Hoe komt het dat ik zo weinig gedachten heb bij God en bij Zijn hart? Waarom ben ik zo gericht op dat ik het goed heb in dit leven en zo makkelijk vergeet dat ik een ziel heb voor de eeuwigheid? Hoe komt het dat ik een hart heb dat zó gericht is op de vervulling van de verlangens van mijn hart en zó weinig bezig is met de vervulling van Gods beloften, die veel verder reiken, die veel belangrijker zijn? Omdat ik net zo ben als die verloren zoon! Omdat ik van nature net zo ben als die rijke man in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Die rijke man in die gelijkenis, daarvan wordt gezegd dat hij zijn goed in dit leven heeft ontvangen. En als ons leven allereerst gericht is op de dingen van dit leven dan mis je God niet, dan heb je Hem ook niet nodig want je hebt genoeg aan wat je in dit leven krijgt! En dat kan ook zo geraffineerd gaan gemeente ook in de kerk, dat je leeft voor jezelf! Dat je je geld besteed naar eigen inzicht! En natuurlijk ik leef niet voor mijzelf hoor, ik denk ook aan God en ik ga ook trouw naar de kerk en ik lees ook elke dag uit de Bijbel en ik bid ook! Ja maar waar is je hart nou op gericht? Is je hart nou gericht op het hart van God? En als dat niet zo is dan ben je nog steeds verloren,dat maakt dat je verloren bent! Je bent verloren als God en Zijn Koninkrijk, als God en Zijn belofte niet bepalend zijn voor het leven hier en nu! Je bent verloren al ga je trouw naar de kerk maar je wil niet buigen onder de wil van de Heere. Als Hij je roept: bekeer je! En je doet het tóch niet! Als er nog teveel het gehalte is van: ja maar ik vind en ik denk en ik voel! Dan kan je nog uit de Bijbel lezen en trouw naar de kerk gaan, maar als je niet doet wat de Heere zegt, dan ben je precies als die jongste zoon en dat is dan je ellende! En dan zegt de Heere heel scherp maar met alle liefde en bewogenheid: jongen, meisje, oudere je bent nog verloren, je bent bezig als het niet verandert om jezelf rijk te maken voor de ondergang! Is u dat weleens tot nood geworden? Ik ben
4
een mens die in mijn denken, in mijn doen en laten zo gericht ben op mezelf! Wat is het nodig dat de Heilige Geest je ogen daarvoor opent want anders zie je het niet! Dan denk je: het valt wel mee. Dan ben je er blind voor. Weet je, die jongeste zoon had het ook helemaal niet in de gaten! Ook niet eens toen er tot overmaat van ramp honger kwam in het land waar hij was.
Want zo lezen we in vers 14: als hij alles verteerd had kwam er grote hongersnood in het land en hij begon gebrek te lijden! Hij had geen geld meer, hij had geen brood meer, hij had geen vrienden meer, die konden hem ook niet meer helpen. Toen kwam hij aan de grond te zitten.
En je zou denken: nou ja nu zal die jongste zoon toch wel zijn ellende gaan inleven? Nu al hij toch wel zien dat het zijn eigen schuld is dat hij het hart van zijn vader vergeten is en dat hij daarom in de ellende is gekomen? Maar nee dat ziet hij niet! Zó diep is hij verloren dat hij er blind voor is. Wat gaat hij doen als er honger is? Dan gaat hij nóg zijn hoop stellen op een mens! Dan heeft hij nóg geen gedachte bij zijn vader! Dan denkt hij: die varkensboer die kan mij misschien helpen. En nóg heeft hij geen spijt van zijn ongehoorzaamheid, nóg is hij bezig om zichzelf te handhaven! En zo zakt hij nóg dieper weg in het moeras van zijn verlorenheid! Hij ging de varkens hoeden! Nou dominee is dat zo erg? Jazeker want dan moet je niet vergeten dat de Heere Jezus deze gelijkenis vertelt. En de mensen die het hebben gehoord hebben het met afschuw aangehoord: de varkens hoeden? Dat betekent: dan ben je bezig om jezelf te verontreinigen want een varken is een onrein dier! Varkens hoeden dat is een gruwel! Je mag je niet mengen met onreine dieren! Dieper kun je niet wegzinken! Je bent onrein en daarmee ook ongeschikt voor de dienst van de Heere. Nou verder weg kun je niet verwijdert raken bij God vandaan. Als je niet naar Hem luistert maar je vervolgens ook nog verontreinigt!
En dan tekent de Heere Jezus het beeld ook nog zo dat die verloren zoon er ook nog naar verlangt om zijn maag te vullen met het eten van die varkens! Dus hij wil eigenlijk eten met de varkens en samen eten dat is een beeld van intieme gemeenschap. Afschuwelijk! Wat een afschuwelijk beeld! Dat zelfs de nood van deze jongen hem niet tot inkeer brengt gemeente. We zullen maar weer even wat lijnen doortrekken.
Hoeveel roepstemmen klinken er in uw en jouw leven? Iedereen heeft een roepstem. Als je ziek bent of als er een sterfgeval is in je omgeving. Als er tegenslagen zijn of als er verdriet is. Allemaal roepstemmen van de Heere. Welke roepstem? Ze herinneren ons eraan dat wij leven in gebrokenheid, in een wereld zonder God. Dat de gevolgen van de zonde met de handen te tasten zijn in je eigen leven. En ze herinneren ons eraan: je hebt hier geen blijvende stad. Maar waar brengt je dat nou? Toen u ziek werd ging u naar de dokter en toen u het moeilijk had zocht u een vriend of een vriendin op! En toen u wel heel veel zorgen had probeerde u wat afleiding te zoeken. En begrijpt u mij goed: dan bedoel ik niet dat dat niet mag en niet goed is maar kwam u nou ook verder dan alleen dat? Want als je het niet bij God brengt en je het niet op de knieën brengt: o Heere wat hebt U hier nou mee voor? Wat wilt U tot mij zeggen? Dan zijn we net als die jongste zoon. En hij voegde zich bij één van de burgers van dat land! Zonder God in je leven blijf je in je ellende! Dan ben je, zo zegt de Heere Jezus, dood in jezelf! Zo horen we het immers de vader zeggen als de jongste zoon thuiskomt: hij was dood en is weder levend geworden, hij was verloren. De weg bij God vandaan leidt altijd tot de dood. Nee dat zie je niet zelf als je erop gaat. De jongste zoon zag het ook niet. Eerst had hij het geweldig naar zijn zin en toen hij in de problemen kwam zocht hij het nóg in eigen bedachte oplossingen. Hoe
5
wordt het dan anders? Gemeente dat is het wonder: als God je tegenkomt, als God gaat roepen dwars door de zonde en de diepte van de verlorenheid heen! Als God in gunst Zijn aangezicht tot je wend! Die verloren zoon zat aan de grond en toen greep God hem in de kraag. En toen kwam hij tot zichzelf! Wat betekent dat? Vers 17: en tot zichzelf gekomen zijnde. Nou tot jezelf komen dat is net zoiets als dat je veel hebt gedronken, (ik hoop niet dat je uit ervaring kunt spreken) en dat je niet meer weet wat je doet. En dat je dan de volgende morgen wakker wordt en dan voel je de leegte, dan voel je die kater die je ervan overhoudt. Dan kom je weer tot jezelf en dan denk je: wat heb ik eigenlijk gedaan? Nou zó is het ook met de zonde gemeente. De zonde bedwelmd ons zó dat we er zó dronken van worden dat we het niet eens meer zien. We zijn blind geworden voor onze ongehoorzaamheid en blind voor onze schuld. Maar God brengt deze jongste zoon tot het besef wat hij heeft gedaan. En dat kwam dus niet door zijn nood! God kon dat wel gebruiken om iemand wakker te schudden. Dus de tegenslagen in je leven kunnen wel een middel zijn van de Heere om je wakker te schudden. Calvijn zegt daar prachtige dingen over. Hij zegt: laten we niet menen dat God wreed handelt omdat Hij ons op die wijze juist gehoorzaamheid wil leren. Elke vorm van ellende die wij te verdragen krijgen is een middel in de hand van God om ons tot berouw te brengen.
Aan wie gedacht wordt:
Want als hij tot zichzelf komt horen we hem zeggen: hoevele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood en ik verga van de honger? Zijn ogen gaan open voor zijn nood. Dat is het eerste wat we zouden kunnen noemen. Hij gaat beseffen: ik ben ten dode opgeschreven! Niets en niemand kan mij redden! Als er niets verandert dan sterf ik van de honger. Hij ziet zijn nood. Het tweede wat opvalt is dat hij niet alleen zijn nood gaat erkennen maar ook zijn schuld. Want zo lezen we in vers 18: ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal zeggen: vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U! Hij gaat ook zijn zonde belijden. En het derde wat opvalt als hij tot zichzelf komt is dat hij ook hoop heeft. Vers 18 en 19: vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u en ik ben niet meer waardig om uw zoon genaamd te worden. Maak mij als één van uw huurlingen! Waarom zegt hij dat? Waarom wil hij dat zeggen tot zijn vader? Hij heeft hoop dat zijn vader hem tóch nog weer zal opnemen al is het maar als een slaaf. Dat zijn vader hem toch genadig zal willen zijn. En gemeente dat is een belangrijke les. Deze 3 dingen horen bij de waarachtige bekering. Want daar gaat het hier toch over. Bij dat: tot jezelf komen. En dan wil ik nu het accent leggen op dat laatste element dat daarbij hoort een levende hoop. Hij heeft hoop dat het weer goed kan komen tussen hem en zijn vader. Daarvoor had hij geen Bijbeltekst gekregen, daarvoor kon hij ook niet zeggen dat hij nu een bepaalde mate van overtuiging van zonde had dat zijn vader hem dan nu wel zou willen aannemen omdat hij het zo voelt en zo ervaart dat hij zondig is. Waarom heeft deze jongen hoop dat hij terug kan naar zijn vader? Omdat hij goede gedachten heeft van zijn vader. Hij heeft goede gedachten van zijn vader. Immers zo zegt hij in vers 17: hoeveel huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood? Hij was allang niet meer thuis geweest maar hij wist: zó is mijn vader. O hij denkt ook aan het recht van zijn vader want hij weet dat hij heeft gezondigd en hij weet dat hij een kind niet waardig is. Maar als hij denkt aan de eigenschappen van zijn vader dan krijgt hij moed en dan krijgt hij hoop. Terwijl hij middenin de ellende is en ziet dat hij een bergenhoge schuld heeft. Maar als hij denkt aan wie zijn vader is, dan krijgt hij moed! En dat zet hem in beweging en daarom gaat hij staan en gaat hij terug naar zijn vader! Gemeente hoe keer je terug tot God? Hoe vindt de bekering plaats? Als je
6
goede gedachten van God krijgt! En als er geen verlangen in je hart komt dat het goed komt tussen God en je hart, dan komt het ook niet goed! Want waar begint nou de bekering gemeente? Niet de zondekennis alleen, helemaal apart. Maar als we bij onze zondekennis overdenken hoe groot mijn ellende is, ook grote gedachten van God hebben! Wat maakt je nou een berouwvol zondaar? Dat je er pijn van voelt, dat je verdriet hebt dat je zondigt tegen God? Als je bedenkt dat je gezondigd hebt tegen een goeddoend God! Als je bedenkt hoe goed God wel is! En dat maakt de zonde zó zwart en zo bitter! Als je bedenkt dat God een God is waarvan je moet zeggen: milde handen, vriendelijke ogen zijn bij Hem van eeuwigheid! En zó kom je tot diepe ootmoed en tot een oprechte schuldbelijdenis. En dat zien we bij deze jongste zoon. Hij vernedert zich diep. Hij voelt zich diep neergedrukt door zijn schuld. En dan neemt hij het nederigste plaatsje in wat hij aan zijn vader wil vragen, want hij erkent: vader u doet geen onrecht als u mij afwijst! Waar moet hij dan blijven? Moet hij blijven zitten als hij denkt: ja het kan ook zijn dat mijn vader mij afwijst, het zal terecht zijn? Nee dat kan hij niet, hij moet teruggaan! Hij komt overeind, hij kan niet anders dan tot zijn vader gaan! Dat is bekering gemeente. Niet alleen erkennen dat je zondaar bent. Daarmee kun je nog verloren gaan: denk maar aan de Farao, aan Judas, aan Bileam. Die erkenden ook dat ze gezondigd hadden, maar ze denken niet aan de goedheid van God! Ja maar misschien is mijn zondekennis dan nog niet diep genoeg en nog niet groot genoeg! Je zondekennis is groot genoeg als je het er niet langer meer in kunt uithouden! En wel tot de Heere terug moet gaan als je denkt aan de goedheid van de Heere, als je denkt aan de goedertierenheid van Hem en aan Zijn barmhartigheid en aan Zijn recht wat Hij in Zijn Zoon heeft volbracht! Dan vallen alle ja-maars weg. Dan smelten ze weg als sneeuw voor de zon. Hij gaat terug.
Wat zal dat voor die jongste zoon zijn geweest gemeente? Nou ja het is maar een gelijkenis. In die zin: het is geen geschiedenis. Dus we moeten maar niet gaan bedenken wat die jongste zoon op zijn terugweg misschien wel allemaal heeft doorleefd. Want dan komt hij natuurlijk weer terug bij al die plaatsen waar hij zo zondig heeft geleefd. En zal dat zijn schuld niet nog dieper hebben gemaakt en nog groter hebben gemaakt? Gemeente laten we dat nou allemaal maar rusten. We moeten deze jongste zoon niet allemaal dingen laten beleven op zijn terugweg die niet in de Schrift staan! Daar gaat het ook niet om! Waar het om gaat is dat het komt tot een ontmoeting met zijn vader! Wat hield die jongste zoon allemaal tegen? Wat voor redenen zal hij wel niet hebben om tegen de ontmoeting met zijn vader op te zien? Zal het ooit goed komen? Zal zijn vader hem eigenlijk wel herkennen als zijn zoon? Zal zijn vader hem niet wegzenden? Zal zijn vader zich niet schamen voor zijn zoon? Alle reden om te wanhopen! Hoe zal de ontmoeting zijn? Ja gemeente wij kennen natuurlijk de afloop van de gelijkenis. Maar de eerste hoorders wisten niet wat de afloop was van deze gelijkenis en de Farizeeën en Schriftgeleerden hebben in ieder geval nooit kunnen bedenken dat de Heere Jezus zó de gelijkenis zou afsluiten! Hoe dan? Nou dat de vader dus wel naar die zoon zal omzien.
Bij wie ontferming gevonden wordt:
Vers 20: en opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was zag hem zijn vader en werd met innerlijke ontferming bewogen, en toelopende viel hem om zijn hals en kuste hem. Hier worden 5 werkwoorden genoemd over de vader: hij zag, hij is met innerlijke ontferming bewogen, hij liep toe, viel hem om zijn hals, en kuste hem. En hier had de verloren zoon nooit op durven hopen! Hij zou zijn vader altijd dankbaar zijn geweest als hij een knecht van zijn vader mocht zijn. Maar nu
7
ontvangt hij van zijn vader eerherstel, gemeenschap. Ja hij ontvangt het kindschap terug. Gemeente dat is het beeld van een verloren zondaar die bij God terugkomt. Dan valt het altijd mee! Hij ziet hem allereerst. Dat betekent dat de vader al op de uitkijk stond. De vader zag uit naar de terugkeer van de jongste zoon. Waarom? Nou niet om hem eens flink de waarheid te zeggen maar dat zien van de vader werd beheerst door het volgende werkwoord: met innerlijke ontferming bewogen. En dat is een heel diep woord gemeente. Daar gaat het over het diepste, innerlijkste gevoelens van het hart. Zacharias zingt daarvan bij de geboorte van zijn zoon Johannes: door de innerlijke beweging der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte. Gemeente de genade van God die komt uit Zijn hart! Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt zich de Heere over degenen die Hem vrezen. Hier vinden we het geheim van het oordeel van God over een verloren zondaar. Waarom het goed kan komen tussen God en een mens. Vanwege Zijn innerlijke ontferming. O zeker: God oordeelt ons allen en dat mag Hij doen als Schepper. Hij is de Rechter Die het beslist en Hij mag ons allen vernederen! Maar Hij is de God met innerlijke ontferming en dan valt het altijd mee als je tot Hem de Toevlucht neemt!
En dan die andere 3 werkwoorden: toelopen, om de hals vallen en kussen. Dat zijn 3 werkwoorden die alle 3 gaan over het zoeken van gemeenschap, intimiteit. Nou gemeente wat hier gebeurt is ook nog eens een keer het tegenovergestelde van wat gewoon is in het Oude Oosten. Dat de meerdere na de mindere komt en dat hoort niet zo: de mindere hoort na de meerdere te gaan. Maar hier komt de vader naar de zoon toelopen! Dat is vernederend! Maar voor de Heere is dat anders. Het is voor Hem niet vernederend om Zich over te buigen over een zondaar die in de diepte van ellende is gezeten. Ziet u dat het echt alleen maar mee kan vallen wanneer wij met onze zonden terugkeren tot God? Of verdien je het oordeel? Of verdien je de eeuwige straf? Want de barmhartigheid van God is veel groter dan u zou durven denken en hopen! De barmhartigheid van de Vader gaat zelfs vooraf aan de schuldbelijdenis van de jongste zoon. Dat is een kleine wenk in deze gelijkenis maar daar mogen we niet overheen lezen. Die vader oefent die gemeenschap met zijn jongste zoon al voordat die jongste zoon de schuld heeft beleden! Zult u dat niet vergeten als u zich afvraagt of u wel welkom bent bij God en of het voor u wel zou kunnen? De Heere is met innerlijke ontferming bewogen als Hij naar een zondaar omziet! De Heere schenkt niet pas Zijn barmhartigheid nadat iemand zijn schuld heeft beleden. Het is door Gods barmhartigheid dat Hij zondaren ontvangt en een zondaar ervaart, ja een zondaar ervaart de barmhartigheid van God in de weg van schuldbelijdenis. Dat is waar. Maar de zoon wordt door de vader onthaald. Hij is meer dan welkom. En dat heeft die jongste zoon gemerkt ook. Hij merkt dat er barmhartigheid is bij zijn vader. Maar dat is voor deze jongen verre vanzelfsprekend. Hij redeneert niet: o nu voel ik dat mijn vader barmhartig is, nu hoef ik die schuldbelijdenis ook niet meer te doen! Nee. Welnee. Juist vanwege die barmhartigheid van zijn vader breekt zijn hart nog meer en moet het er wel uit! Hij wil zijn schuld belijden voor zijn vader. Hij loopt met zo’n zware last en daar moet hij van verlost worden. En dan moet hij in ootmoed buigen en doet hij belijdenis van zijn zonde. Vers 21: en zijn zoon zeide tot hem: vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, en ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden! En een oplettende jongere zegt: hij maakt zijn belijdenis niet af. Want hij zegt niet: maak mij tot één van uw huurlingen! Waarom is dat? Bedacht hij zich? Vond hij dat toch wel té vernederend om dat te belijden? Nee zo mag u niet lezen. U moet het zo lezen dat die jongste zoon niet eens de kans krijgt om zijn belijdenis af te maken. Want terwijl
8
hij nog bezig is zijn belijdenis te doen neemt de vader het woord en zegt: breng hier het beste kleed en doe het hem aan! En geef hem een ring aan zijn hand en schoenen aan de voeten en brengt het gemeste kalf, en slacht het, en laat ons eten en vrolijk zijn!
Zo is de vader met innerlijke ontferming bewogen en is hij gereed om zijn barmhartigheid te bewijzen en zijn gunstbewijzen te schenken, zijn zegeningen. Een kleed, een ring, schoenen. Het zijn allemaal symbolen van eer en waardigheid. Want aan het kleed en de ring en de schoenen van iemand kun je iemands waardigheid aflezen, kun je zien wat iemands status is, iemands stand is. de jongste zoon ontvangt de mooiste spullen en hij wordt in eer hersteld. En dat gemeste kalf en dat eten en drinken en vrolijk zijn, dat gebeurde als er iets bijzonders was, als er reden was tot grote blijdschap. Nou die reden was er volgens de vader! Want zijn zoon is weer thuis! En nog meer dan dat. Die jongste zoon was dood en is levend, hij was verloren en is gevonden. Er is weer gemeenschap tussen de vader en de zoon, het beeld van de gemeenschap tussen God en de zondaar. En er is vreugde in de hemel over een jongen of een meisje, over een man of vrouw die zich bekeert!
Iemand zegt: dominee nu hebt u gezegd dat het weer goed is tussen die vader en die zoon. Maar ik mis Golgotha. Ik hoor hier helemaal niets over het werk van de Heere Jezus. Het lijkt wel alsof de vader zomaar verzoend is met zijn zoon! Dat kan toch niet? God stapt toch niet zomaar over de zonde heen? Nee dat is helemaal waar. En God stapt toch ook niet over de zonde heen als je belijdenis hebt gedaan van je zonde? Dat God zegt: nu is het wel goed? Nee. Maar we moeten er wel op letten wat de spits is van de gelijkenis. Kijk een gelijkenis vertelt ons nooit het hele evangelie. De spits van de gelijkenis is, is wat het geheim is van de zaligheid van zondaren! En het geheim van de zaligheid van zondaren ligt in het hart van God! En daarom is er hoop voor de grootste zondaar om zalig te worden. Omdat God in Christus Jezus met deze wereld bewogen is. De diepste gevoelens van God komen in beweging om verlorenen zondaren, zonen en dochters zalig te maken. Dat doet God vanuit de diepste innerlijke gevoelens van zijn hart. En dat heeft de Heere geopenbaard in Zijn Zoon: de Heere Jezus Christus! Opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe!
En dat gebeurde waar de Heere Jezus kwam, waar arme zondaren aan Zijn voeten lagen, waar ze gemeenschap met Hem hadden. Ze waren verloren en zijn gevonden, ze waren dood en zijn gevonden! Maar de Heere Jezus is nog altijd Dezelfde! Ook vandaag zoekt Hij verloren zonen en dochters, kinderen van het verbond die moeten erkennen en belijden: ik heb de vervulling van Gods belofte verzondigd en dat is verschrikkelijk! Maar God, zó is de prediking in deze gelijkenis: maar God is met innerlijke ontferming bewogen! En dat is de spits! Er is een God Die zoekt naar verloren zondaren! God Die Zich openbaart in het paradijs. Waar God de weggelopen mens opzoekt: Adam waar zijt gij? En in het Nieuwe Testament heeft de Heere op het heerlijkst geopenbaard dat hij het verlorene zoekt! Dat Hij in het zoeken het liefste wat Hij had ervoor over had: Zijn Eniggeboren Zoon. Die heeft Hij weggezonden in de verlorenheid, in de diepte van uw en jouw en mijn bestaan, tot de vloek, tot de helse pijn! Opdat de straf die verloren zonen en dochters verdienen, door Hem betaald zouden worden! Opdat ze gevonden zouden worden! Opdat ze van dood levend zouden worden, van verloren weer gevonden worden! Zo horen we het de Heere Jezus zeggen in deze gelijkenis: want deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden, en hij was verloren en is gevonden. En zij begonnen vrolijk te zijn! Ziet u? Daar vindt u het geheim: hij is gevonden! Maar die jongste zoon is
9
toch zelf teruggekeerd? Ja maar dat is omdat zijn vader hem had gevonden. De vader was al bezig te trekken met koorden van liefde. Zoals we het lezen in Jeremia: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. De ontferming van God die gaat aan je bekering vooraf! Dat is Gods liefde! Dat is eeuwige liefde waardoor een zondaar behouden wordt! En daarom kan het voor de grootste zondaar! En daarin ligt ook een belangrijke les voor degenen die niet durven te geloven dat het bloed van de Heere Jezus Christus ook voor hen gestort zou kunnen zijn! Dat God nou ook op hem, op haar in gunst zou willen neerzien! Want er zijn zoveel bezwaren. Nou daar ga ik ook helemaal niks van af doen. De bezwaren die u noemt, ik weet ze niet maar ze zullen wel waar zijn. U hebt gelijk als u zegt: de Heere doet geen onrecht als Hij mij laat liggen. Maar weet u wat het geloof leert? Om niet alleen te zien op de zonden en ellenden. En die moeten wel gezien worden, nou en of. Maar dan ook te zien op het hart van de Vader! Kijk en daarom alleen kun je moed krijgen, kun je hoop krijgen als je ziet dat God een God is Die met innerlijke ontferming bewogen is. Als u bedenkt dat God een eeuwige liefde heeft! Als u bedenkt dat God gedachten van vrede heeft! Gemeente daar vindt u nou de grond van de hoop op uw zaligheid. En waar kun je die beter vinden dan dat je die grond in God vindt? En dat je dat tot een ootmoedig gebed brengt: o Heere wilt U toch in ontferming op mij neerzien om Wie U bent! Om Uw goedheid wil, om Uw goedertierenheid wil! O als je denkt aan het hart van God, zou je dan geen moed krijgen? De Heere Jezus maakt duidelijk in deze gelijkenis wat er leeft in het hart van God. Alles is in beweging om verloren zonen en dochters Thuis te halen! Hij klopt op de deur van je hart: doe Mij open, doe Mij open! Bekeer je, stel niet uit! Er is haast bij! Hoe vaak komt God al niet tot u in Zijn Woord? Komt Hij met Zijn rijke belofte: wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen! Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven! Is er nog reden om te dralen? Is er nog reden om te denken dat u bij Hem niet welkom bent? Is dat omdat u geen goede gedachten van God hebt? Laat het daarom uw gebed zijn: leer mij U kennen zoals U bent. Denk aan mij in genade om Uw goedheid wil!
AMEN
Zingen Psalm 32 vers 3
Dankgebed
Zingen Psalm 4 vers 4
Zegen des Heeren