Mattheüs 22:11-14 'Genade op een koopje' lerend ouderling H. Bor

Predikatie Eerw. Hr. H. Bor Tekst: Mattheüs 22 vers 11-14 Thema: Genade op een koopje
1
Predikatie Eerw. Hr. H. Borg Christelijk Gereformeerd lerend ouderling te Poederoijen
Locatie: Christelijk Gereformeerde Kerk te Broeksterwoude
Datum: zondag 27 juli 2014, 16.15
Votum en groet
Zingen Psalm 95 vers 1 en 2
Geloofsbelijdenis
Zingen Psalm 108 vers 2
Schriftlezing: Mattheüs 22 vers 1 tot 14 en Openbaring 19 vers 6 tot 9
Gebed
Zingen Psalm 33 vers 6 en 7
Tekst: Mattheüs 22 vers 11 tot 14
Thema: Genade op een koopje
- De genodigden
- De verachting
- De verwerping
Als we deze gelijkenis lezen dan bekruipt ons het gevoel vooral de laatste tekst: velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren, dat het wel heel ruim begint, de nodiging, iedereen mag komen, de bruiloftszaal is vol en tenslotte loopt het toch verkeerd af. Iemand wordt buitengezet. Stel u voor dat hier in dit kerkgebouw iemand buiten gegooid moet worden. Dat zou toch een hele consternatie zijn. Dan zouden we zeggen: ik heb geen woord meer van de preek gehoord. Dan is alles bedorven maar zo lijkt het wel in deze gelijkenis dat het heel ruim begint en dat het heel smal afloopt. En toch, als de Heere Jezus deze gelijkenis aan ons vertelt vanuit Dit Woord dan doet Hij dat met een bepaalde bedoeling ook voor ons opdat wij het Koninkrijk van God niet zomaar binnen kunnen wandelen en dat genade niet zomaar een koopje is. Want als je de wereld en de zonde en alles wat je doet in dit leven niet vast kan houden en dat je dan zegt: ik kan mij nog bekeren op het laatste moment want de moordenaar aan het kruis riep om genade en kreeg genade en mocht de eeuwige heerlijkheid binnengaan. Zo zou de Heere mij toch ook de heerlijkheid binnen kunnen laten gaan? Maar willen we met zo min mogelijk dienst aan God het Koninkrijk van God bereiken? Maar geliefden een ernstige waarschuwing. Allereerst gaan we dan kijken naar
De genodigden:
Eerst die genodigden die allang, al eeuwenlang genodigd waren. Dat was natuurlijk het joodse volk. Andere volken moesten het getuigenis missen. Zij hadden de belofte van God ontvangen, zij waren uit Egypte gegaan, zij waren in Kanaän gekomen, zij hadden de profetieën, hun werd beloofd dat de Man zou komen Die de scepter tot in eeuwigheid had, dat was de Heere Jezus Christus. En dat zij daar deelgenoot van konden worden. De dingen werden in gereedheid gebracht voor het Koninkrijk van God om daar binnen te gaan. En zij hadden de uitnodiging gehad. Maar toen kwam werkelijk de uitnodiging, alle dingen waren gereed, het offer was gebracht, de ossen waren geslacht. Dat betekent: het offer van Christus is gebracht, gerechtigheid is toegebracht, nu was het ogenblik gekomen om Hem door het geloof te omhelzen en
Predikatie Eerw. Hr. H. Bor Tekst: Mattheüs 22 vers 11-14 Thema: Genade op een koopje
2
Hem door de nieuwe geboorte te leren kennen. Maar degenen die die uitnodiging gehad hadden, ze vonden het niet waardig! Ze gingen tot hun koopmanschap uit, ze hadden een juk ossen gekocht, ze hadden een vrouw getrouwd, dat staat in het Lukasevangelie, en ze verachtten de uitnodiging die tot hen kwam. En wat is het een belediging geliefden, stel u voor iemand van uw kinderen gaat trouwen en ze heeft alle kaarten klaar en ze heeft het allang gezegd tegen de mensen: denk erom dan en dan is de bruiloft! En ze stuurt de kaarten en er is niemand die komt! Dat zou toch verschrikkelijk zijn? Dat is een diepe belediging! En zo is de bruid de Kerk van Christus en Christus de Bruidegom Die Zijn bruidskerk werft en Die nodigt want er staat dat de koning voor zijn zoon een bruiloft had bereidt. Daar gaat het om Christus en Zijn bruid. En als er nou niemand komt? Als ze het niet waardig achten? Zelfs als de dienstknechten nog een keer gaan om de uitnodiging nogmaals te laten horen worden ze geslagen, worden ze geweld aangedaan! Een ontzettende belediging voor die heer zodat hij zelfs erover dacht om de stad in brand te steken! En trouwens, dat gebeurde in de geschiedenis, ik denk aan Karel de vijfde. De mensen in Gent hadden hun belasting niet betaald en hij zei: eigenlijk moet deze stad afgebroken worden. En het is ook gedeeltelijk gebeurd. Nou hier zegt God door Zijn dienstknechten dat Jeruzalem straks verwoest wordt. Dat zal gebeuren en het is ook gebeurd in het verleden. Maar zal er dan niemand komen tot die bruiloft? Zullen er dan geen gasten komen? Ja die bruiloftszaal zal vol worden. Het Koninkrijk van God gaat door in deze wereld. Geliefden al wordt de Kerk steeds minder en minder. Al zegt u misschien: wat zal er overblijven van onze gemeente of van de Kerk in zijn geheel in ons land? Maar weet dit dat het Koninkrijk van God komt. En als hier de Kerk misschien niet meer bloeit, als hier de Kerk ondergaat, misschien de kandelaar wel weggenomen wordt. Maar op andere plaatsen in deze wereld waar ze in de gevangenis zitten, waar mensen gemarteld worden, als de Kerk daar groeit en bloeit, met duizenden toegedaan wordt tot de gemeente die zalig wordt. Wij zijn genodigd en die heer zegt tegen zijn dienstknechten: ga uit in de wegen, vergadert allen die je vindt op de kruisingen van de wegen, roept ze allen! Nou daar gaan ze en ze roepen ze, de bedelaars, dieven, ja hoeren en tollenaren! Het schorremorrie van de stad! Lijmsnuivers, drugsverslaafden, ze worden genodigd! Ziet u ze gaan? Komt tot de bruiloft want de heer nodigt jullie, jullie zijn allemaal hartelijk welkom! Dwing ze om in te komen, staat er in het Lukasevangelie, met de dwang van de liefde. Want, staat er: en dezelve dienstknechten uitgaande op de wegen, vergaderden allen die zij vonden, beide kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten. De bruiloft zal vol worden! De Kerk van Christus zal vervuld worden, er zal er niet één achterblijven!
Maar hoe kun je nu die bruiloftszaal binnengaan? Dat is heel belangrijk. Je kon er niet zomaar binnenkomen want het was de gewoonte dat de genodigden zelf een wit kleed meebrachten ter ere van het bruiloftsfeest, ter ere van de bruid en de bruidegom. Ik moet denken aan de 5 wijze en de 5 dwaze maagden. Ze maakten zich klaar om de bruidegom te ontvangen. Zo moest iedereen zijn eigen kleed meebrengen en ze moesten dat kleed aantrekken. Maar als je geen kleed had, wat dan, als je arm was, als je berooid was en je had geen mooi kleed? Dan kon je een kleed ontvangen voor niets! Want in mijn gedachten zie ik die mensen binnenkomen door die grote poort naar de bruiloftszaal. Maar ondertussen worden ze weggeleid door dienstknechten die binnen de poort staan in de zijvertrekken. En daar gebeurt het wonder. Ze kwamen aan als arme verloren zonen en dochters die misschien helemaal geen goede kleren meer aanhadden en stonken en smerig waren. Maar
Predikatie Eerw. Hr. H. Bor Tekst: Mattheüs 22 vers 11-14 Thema: Genade op een koopje
3
daar moesten ze hun kleed aantrekken. Hun oude kleed uitdoen en ze moesten zich wassen en reinigen en ze kregen een nieuw kleed. En als ze dan met het nieuwe kleed de zaal binnengingen dan waren het hele andere mensen, helemaal verandert. Wilt u Dat Koninkrijk van God binnengaan? Dan moet u ook ontkleed worden en overkleed worden… Daarom staat in Openbaring dat je het lijnwaad van Gods gerechtigheid moet hebben. Want er staat in vers 8: haar is gegeven dat zij bekleed worden met een rein, blinkend fijn lijnwaad want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen. Wij staan voor God allemaal als een arme verloren zondaar die onbedekt voor God staan! Als Adam geroepen wordt door God: waar zijt gij?, dan kruipen ze weg! Dat is nou de mens, dat bent u en ik, we kruipen voor God weg! En God roept hem tevoorschijn: waar zijt gij? En dan zegt Adam: ik was naakt! Nou dat was hij toch altijd? God had hem toch zo geschapen? Hoe wist hij dat hij naakt was? Hij voelde het alziend oog van God, hij voelde in het diepst van zijn hart dat hij zo als hij nu was niet voor God kon verschijnen! Hij wilde dat bedekken met bladeren. Nu zó wil de mens zich bedekken voor God met zijn vroomheid, met zijn bidden, met zijn nette christelijkheid! Ik ben toch niet zo erg als mijn buurman die nergens aan doet? En we willen zo voor God komen. Hoeveel mensen die je op straat spreekt en vraagt: hoe denkt u erover: hoe moet u voor God verschijnen? Nou dat zal ik wel zien want ik zal dit zeggen, ik zal dat zeggen, ik heb altijd iedereen het zijne gegeven, ik heb altijd mijn best gedaan, ik heb nooit iets gestolen, ik ben altijd een braaf mens geweest! En zó wil de mens voor God verschijnen. Maar er zit nog meer achter. Men wil de wereld, de zonde vasthouden! Van nature hebben we ook de zonde lief, we hebben voor de zonde gekozen! Die mensen moeten dat allemaal kwijt, een totale vernieuwing moet er plaatsvinden! Dat oude kleed moet afgelegd worden, ze moeten gereinigd worden in het badwater van de wedergeboorte, vernieuwd worden! En ze moeten het kleed der gerechtigheid ontvangen om voor God te kunnen bestaan opdat ze tot eer van de Bruidegom daar zullen zitten aan de bruidsmaaltijd, het feest waar de ossen geslacht zijn en alles gereed is.
Nou is er een man die dacht bij zichzelf toen hij dat aanzag dat die mensen door die poort gingen en hij was ook genodigd maar hij denkt: ja wat denk je, ik laat mij niet uitkleden! Daar begin ik niet aan! Hoe hij binnengekomen is weten we niet. Want de Heere Jezus Die zegt dat die heer naar hem toekomt en vraagt: vriend hoe ben je hier binnengekomen? Dan krijgt hij geen antwoord, die man verstomde. Dus we weten niet hoe hij binnengekomen is. In ieder geval niet langs de Koninklijke weg. Hij is binnengekomen langs een andere weg, misschien door een zijpoortje. En hij heeft dat kleed niet nodig gehad. Hij heeft tegen de dienaren gezegd: nee hoor dat heb ik niet nodig, ik ben net genoeg en hij is doorgelopen en hij zit ook! Maar voor wie is hij gekomen? Wat denkt u? Voor wie bent u gekomen in Gods huis? Om uw plicht te vervullen? Om te zitten en zeggen: ja ik hoor bij deze gemeente en ik moet mijn plichten nakomen! Of bent u werkelijk voor God gekomen om God te ontmoeten? Dit is het ogenblik dat we voor het aangezicht van God komen, dat we Hem ontmoeten! Is dat ook de begeerte van uw hart geweest? Wat de dichter ook zegt: één dag in Uw huis is mij meer dan duizend waar ik U ontbeer. Ik waar liever in mijn bondsgods woning, een dorpelwachter dan gewend, aan de ijdele vreugd in `s bozen tent. Dat u het verlangen kent in uw hart vanuit Het Woord van God, Zijn Woord te horen? Ik heb het Zelf uit Zijnen mond gehoord? Is dat ook de begeerte van uw hart? Want de kerkdienst is ook al een begin van die Koninklijke bruiloft. Er zijn er velen genodigd. God heeft ons allen in het teken van de doop meegegeven: Ik wil je God zijn, Ik
Predikatie Eerw. Hr. H. Bor Tekst: Mattheüs 22 vers 11-14 Thema: Genade op een koopje
4
nodig je tot Mijn heil en Mijn heil en Mijn zaligheid wil Ik je schenken! Je hebt het niet verdiend, je hebt verdiend voor eeuwig verloren te gaan maar nu wil Ik je zalig maken, Ik wil je redden, Ik wil je het eeuwige leven geven. En wat doen we ermee? Nog zonder bruiloftskleed? De genodigden.
De verachting:
Eerst die zomaar voortleefden, de joden die Abraham hadden en Jakob en Mozes en de profeten, die genoeg hadden aan hun godsdienst. Ze hadden dat kleed niet nodig en ze hadden zelfs die bruiloft niet nodig. De anderen die allemaal binnengekomen waren, die ene man die vertegenwoordigt heel veel mensen! Want dat wil de Heere Jezus in Zijn gelijkenis zeggen: die ene man die genoeg had aan zijn eigen kleed! Dat was de man zonder bruiloftskleed. Hij verachtte de genade van de Heere Jezus Christus. Hij verachtte de heilsgoederen, gerechtigheid, heiligheid, al de goederen die God in Christus wil schenken! Waarom? Er is maar één manier om dat te verachten: omdat je de wereld vasthoudt! Omdat je de wereld lief hebt! Omdat je de zonde lief hebt! Omdat je het Koninkrijk van God niet ziet, je ogen daarvoor gesloten zijn. Maar genade als in je leven de ogen geopend worden. Ik zal proberen het in een eenvoudige gebeurtenis te vertellen. Er was een dienaar van het evangelie maar waar ik opgegroeid ben was hij voorganger en hij vertelde het volgende.
Ik was een jongen van een jaar of 15, 16, ik was gek op voetbal en zondags zat ik meer op het voetbalveld dan in de kerk. En op een zondagmiddag kom ik thuis en de Heere had mij al gewaarschuwd door mijn vader en moeder. Toen lag mijn moeder ziek op bed en daar hield ik zoveel van. En hij schrok geweldig. Toen ging hij naar zijn kamertje en ging bidden. Hij zei: Heere wilt U alstublieft mijn moeder beter maken? Wilt U alstublieft haar genezen, dan zal ik nooit meer naar het voetbalveld gaan, ik zal naar de kerk gaan! Hij beloofde alles aan God. En het gebeurde, moeder werd beter. En hij moest zijn belofte vervullen, hij ging naar de kerk maar niet va harte want dat voetbalveld kwam toch weer terug. Langzaamaan na weken stond hij weer op het voetbalveld. Toen gebeurde het. Op een avond kwam hij thuis, een zondagavond, het was Adventtijd en zijn vader had net het scheurkalenderblaadje van de kalender afgetrokken en gelezen en schoof dat over de tafel in zijn richting. En uit balorigheid las hij het ook. En toen las hij deze woorden: alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gezonden heeft, opdat een ieder die in Hem geloofd niet verderve maar het eeuwige leven hebbe! En op datzelfde moment met die woorden grijpt God hem in zijn hart en dan gaat hij weer naar boven en dan zegt hij tegen God maar een paar woorden: Heere hier ben ik! Hij had geen beloftes meer te vervullen! Hij had ook geen beloftes die hij ging voorleggen aan de Heere maar hij leverde zichzelf uit! Heere hier ben ik! Toen kwam God met Zijn liefde en brak zijn hart in 1000 stukken. Toen was het niet meer moeilijk om van het voetbalveld vandaan te blijven. Toen was dat ondeelbaar moment gekomen dat die heilige keus in zijn leven kwam God lief te hebben. Toen kreeg God waarde, toen kreeg het Koninkrijk van God waarde en zag hij God door het geloof. Zien wat een ander niet ziet.
Deze mensen die daar binnen gekomen zijn die hebben de heerlijkheid van de zaal gezien, die hebben de roepstem gehoord en alles, alles wat er moest gebeuren dat hebben ze gedaan. Ze hebben zich ontkleed, ze zijn naakt gekomen en ze hebben zich laten wassen en ze hebben zich laten kleden. Dat is eigenlijk het kleed der gerechtigheid wat we ontvangen. Het sterven van ons oude leven. Dat is waarachtige
Predikatie Eerw. Hr. H. Bor Tekst: Mattheüs 22 vers 11-14 Thema: Genade op een koopje
5
bekering, het afleggen van het oude leven en het opstaan tot een nieuw leven. Een hartelijke droefheid naar God en een hartelijke vreugde in God. Geliefden dragen wij ook dat kleed of loopt u nog steeds rond in die oude plunje met uw eigen gerechtigheid voor God en dat u zegt: nou ja ik ben toch een best mens? Wat mankeert er aan mij? Je moet het toch geloven? Je moet het aannemen, je bent toch gedoopt, je bent toch een nette christen! Ja wat zal er aan mij mankeren? Er mankeert niks aan! U kunt niks vinden wat verkeerd is! Dat is nou die oude plunje, dat is die man die in die zaal zit! Maar als genade gaat werken, als de Heilige Geest gaat werken, Die overtuigt je van zonde, gerechtigheid en oordeel, laat je zien wie je bent voor een heilig God, een vuile smerige zondaar die niets anders kan dan de goedertierenheid van God overtreden, zonde op zonde stapelen. En dat wordt de droefheid van je hart en daar wil je vanaf, hoe eerder van die plunje af, hoe eerder van die vuiligheid af, om verlost te worden, om gereinigd te worden door het bloed van Jezus Christus! En daar zit die man met dat kleed aan, zijn eigen kleed! Hoe komt u hier binnen? Hij overziet de gasten, hij ziet al die blijde gezichten. Geliefden het Koninkrijk van God is niet iets van somberheid hoor! Sommige jonge mensen denken dat dat maar een sombere boel is. Dan mag je dit niet en dat niet. Er was eens een man die kwam bij mijn moeder. Vroeger werd de stroom netjes opgenomen. Dan kwam er een man aan de deur en die had zo’n meter bij zich en dan schreef hij alles netjes op. En die zegt tegen mijn moeder: vrouwtje mogen jullie niet naar het voetbalveld op zondag? En mogen jullie niet naar de bioscoop? `t Is toch wat, elke zondag 2 keer naar de kerk! En toen zei mijn moeder: joh jij ziet het verkeerd, wij mogen alles maar we willen niet alles meer! We willen alleen maar de Heere dienen! Ik hoop dat je dat ook eens mag zien, dat er iets van die liefde van God in je hart komt, dat je Hem gaat dienen, dan wordt het een liefdedienst, een vreugdedienst! Want Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten!
Nou daar zit die man en dan komt die heer op hem af en dan moet u eens opmerken hoe de Heere hem aanspreekt. Vriend hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aanhebbende? De Heere Jezus toen Hij Judas ontmoette in de hof van Gethsémane toen zei Hij: vriend verraad gij de Zoon des mensen met een kus? Wat een liefde! Vriend! De Heere Jezus blijft tot het allerlaatste nodigen met Zijn liefde en spreekt de mensen ook aan als vriend terwijl ze een grote vijand van Hem zijn! En zo spreekt de koning ook: vriend hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aanhebbende? Weet u dat dat de grootste belediging is voor God Zelf? Weet u dat het de grootste belediging is voor God dat u nog onbekeerd op aarde rondloopt? Weet u dat? De Heere vraagt van u dat bruiloftskleed aan te trekken en dat de wereld het kan zien dat u dat kleed draagt! Kan de wereld het zien dat u dat kleed draagt? Wij noemen ons toch christenen? Die naam dragen we toch met eer? Maar bent u ook werkelijk een christen? Bent u ook iemand die werkelijk een bruiloftskleed draagt en dat mensen het zien?
In Gent was een vrouw tot bekering gekomen en die woonde in een heel groot flatgebouw. En ze liep er vroeger niet bij! Een beetje sjofel! Maar toen de Heere haar bekeerde toen ging ze er heel netjes bijlopen. En ze kwam de buurman tegen. Hij zegt: buurvrouw heb je geërfd soms? Hoezo? Nou ik zie je tegenwoordig zo deftig gekleed, een mooie hoed op, een rok aan! Hebt u soms een erfenis gekregen? Ja, zegt ze, ik heb geërfd van mijn Oudste Broeder Jezus Christus en Hem wil ik eren ook in mijn dagelijks leven, het kleed der gerechtigheid te dragen. Dat is Hij waard. Maar nu innerlijk dat we bekleed worden want wie dat kleed niet draagt is naakt voor God, die staat voor eigen rekening. Maar wie dat kleed draagt van de gerechtigheid
Predikatie Eerw. Hr. H. Bor Tekst: Mattheüs 22 vers 11-14 Thema: Genade op een koopje
6
wat Bunyan zo prachtig beschrijft dat hij dat pak van zonde op zijn rug had en dat hij op weg was naar het kruis toen hij door die enge poort gegaan was. En ze hadden al een keer tegen hem gezegd: haal dat pak van zonde toch weg! Maar ik kan dat niet! En dat hij bedroefd over de wereld liep en op weg was naar het kruis. En toen keek hij naar boven naar het kruis van Christus en toen zag hij Hem hangen voor zijn zonde! En toen werd hij bedroefd. En wat gebeurde daar? Daar werden de banden van het pak der zonde doorgesneden en hij rolde in het graf van Christus en de engelen kwamen en omhingen hem met de klederen des heils en de mantel der gerechtigheid. Daarmee was hij bekleed geliefden. En dat ondeelbare ogenblik in je leven dat je die mantel ontvangt, bekleed met die gerechtigheid. Deze man miste dat want hij was een belediging voor de bruiloft en voor de bruid en de bruidegom.
De verwerping:
En wat moet dan de heer doen? Want we komen aan het einde van deze tekst: velen zijn geroepen maar weinigen zijn uitverkoren. Wat moet de Heere doen? Die zijn Koninkrijk veracht, die het bruiloftskleed niet acht? Hij kan niet anders doen dan hem buiten werpen! Want hij zegt het tegen zijn dienaren: bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, werp hem uit in de buitenste duisternis! Geliefden op de vraag van de Heere Jezus Christus als Hij wederkomt op Zijn Rechterstoel dan zullen we op al de vragen geen antwoord weten, dan zullen we verstomd zijn als we dat kleed niet hebben! Dan zullen we geen antwoord hebben! Dan zal het klinken: bindt hem en werpt hem uit in de buitenste duisternis waar zal zijn wening en knersing der tanden! Dat is de plaats die zonder God is, waar geen hoop is! Geliefden hebt u weleens in je gedachten gebracht wat de hel is? De plaats zonder God! Van nature leven we ook zonder God, ieder mens! Maar als hij wedergeboren wordt dan leert hij God kennen en dan kan hij niet meer zonder God want dan heeft hij God lief! Maar velen leven zonder God en die zijn nog niet in de hel. Waarom niet? Omdat we nog in het heden der genade zijn, omdat Gods goedertierenheid ons elke dag nog omringt! En dan is een ogenblik in die buitenste duisternis geworpen te worden waar Gods genade niet meer is, alleen de eeuwige toorn van God! Dat zal vreselijk zijn! Geliefden daar worden de mensen geworpen die met hun eigen kleed de bruiloftszaal zijn binnengekomen, die nooit die vernieuwende genade van God kenden, die de liefde van God niet kenden, die God niet kenden, die buiten God leefden! Al was het dan met hun eigen gerechtigheid en met hun vrome leven en zich wel christen noemden maar buiten Dat Koninkrijk van God stonden! De engelen staan klaar, trouwe dienaren van God zoals Lazarus door de engelen gedragen werd in de schoot van Abraham, zo zijn de engelen bezig om ze te boeien aan handen en voeten. Ik werk in de gevangenis en soms moet er ook één afgevoerd worden. En als het een erg gevaarlijke is dan binden ze niet alleen de handen vast maar dan worden ze ook in een soort broek gestoken zodat ze zich niet meer kunnen bewegen en maar hele kleine stapjes kunnen doen zodat ze maar niet zouden weglopen, gebonden. Zo zal het zijn geliefden, eeuwig gebonden om nooit meer los te komen, waar wening is en knersing der tanden. Want velen zijn geroepen. Ja wat moeten we met deze tekst? De duivel heeft zijn duizenden verslagen en misschien zit u ook wel in die klem dat de duivel zegt: kijk nou ben je wel christen en je kan bidden wat je wil maar als je niet uitverkoren bent dan kom je er toch niet! Want alles staat vast! Daar heeft de duivel nog gelijk in ook. Maar hij verzwijgt wat. Hij verzwijgt de belofte van God: bidt en u zal gegeven worden, klopt en u zal worden opengedaan! De Heere Jezus wil hier zeggen: er zijn velen geroepen! Die roepstem die klinkt over de ganse wereld! God slaat niemand over! Ja maar de heidenen dan? Lees de Romeinenbrief maar, daar
Predikatie Eerw. Hr. H. Bor Tekst: Mattheüs 22 vers 11-14 Thema: Genade op een koopje
7
staat het heel duidelijk in dat ze door hun ongerechtigheid de waarheid hebben ondergehouden! Ook zij hebben iets van dat beeld van God gekend maar door de ongerechtigheid houden ze dat onder! Ze zijn niet te verontschuldigen, ze worden geoordeeld naar dat ze weten! Velen geroepen en dan zeker wij als christenen worden geroepen, velen! Daar doet God niet tekort aan. Maar aan dat andere, zegt u, maar weinigen uitverkoren. Wat betekent dat? Wat wil eigenlijk de Schrift zeggen met die weinigen die uitverkoren zijn? Er staat eigenlijk een woord dat betekent: uitgeroepen uit deze wereld. Ik zal een voorbeeld geven. U hebt een zoon die zit op een verkeerde plaats, in een café waar je hem liever niet hebt. En wat gebeurt er? Dan ging vader naar het café en die zoon zat net te pimpelen en die vader komt ineens op het toneel en die zegt: kom jij eens mee! Die zoon krijgt een rood hoofd en die staat op en die volgt. Ik weet niet of dat tegenwoordig nog gebeurt maar vroeger gebeurde dat nogal eens. Dat is dat uitroepen uit deze wereld dat God uit dei grote mensenmassa nog mensen trekt en zegt: kom jij maar eens, Ik moet jou hebben! Ik heb je liefgehad met een eeuwige liefde en daarom zal Ik je trekken met de koorden van Mijn liefde! Dan kom je met schaamte naar buiten zoals zo’n jongen die komt met schaamte naar buiten. Hij schaamt zich voor zijn vrienden. Maar als het goed is gaat hij zich schamen voor God en voor zijn vader. En dat is wat de Heere doet, Hij roept zondaren uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. En in het grote geheel dan zijn het er weinig maar Ik zag een schare die niemand tellen kan uit alle geslachten, natiën en tongen! Maar dan is het ook belangrijk: is die vinger ook al eens naar u uitgegaan? Kom jij eens mee! En dat je niet meer verder kon leven, dat er een moment kwam in je leven dat je zegt met die man: Heere hier ben ik! Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren. Daar zit ook evangelie in! Je kan het ook omdraaien: uit die grote mensenmassa die je dagelijks om je heen ziet dat God ons er nog uitgeroepen heeft en apart gezet zijn. Daarom worden we christenen genaamd. En God wil ons hele hart, heel ons leven. Daarom die ernstige waarschuwing dat genade niet op een koopje is maar genade wordt verkregen onverdiend! Want denk eens aan deze mensen, aan die schooiers die daar binnenkwamen, drugsverslaafden, dronkaards, dieven, het minste allooi die op de straat leefden! Ze kunnen het zelf niet meer begrijpen. Ben ik het nou? Heb ik dat mooie kleed aan? Een uur geleden lagen ze misschien nog op de straat en nu in het huis van die heer met een prachtig wit kleed aan! En het feest kan beginnen. Nu is de grote vraag: begint voor u ook het feest? En dat kan nu beginnen want als u gaat zeggen met die man: nu Heere hier ben ik, dan begint het feest, u krijgt een kleed terstond, u wordt gereinigd! Dan ben je rein en je krijgt een kleed van de lof en de heerlijkheid van God en je draagt het en de wereld ziet het, je buurman ziet het. Of ziet je buurman het niet dat je christen bent? Dat je de Heere vreest als het Allerhoogst en eeuwig goed? Dat God je Leidsman is? Dat je met Hem leeft? Dat je zonder Hem niet kan? Dat is het kleed van die gerechtigheid.
AMEN
Zingen Psalm 81 vers 13 en 14
Dankgebed
Zingen Psalm 65 vers 2
Zegen des Heeren