Mattheüs 8:16-17 'Onze krankheden op Zich genomen' prof.dr. A. Baars

Predikatie Prof. Dr. A. Baars Christelijke Gereformeerde Kerk (toentertijd nog hoogleraar), wonend te Woudenberg
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Damwoude
Datum: zondag 30 september 2007, 9.30

Votum en groet
Zingen Psalm 72 vers 6 en 7
Heilige Wet des Heeren
Zingen Psalm 6 vers 2
Schriftlezing: Jesaja 53 en Mattheüs 8 vers 1 tot 18
Gebed
Zingen Psalm 147 vers 2 en 6

Tekst: Mattheüs 8 vers 16 en 17:
16 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met het woord, en Hij genas allen die kwalijk gesteld waren;
17 Opdat vervuld zou worden wat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze ziekten gedragen.

Geliefde gemeente het gebeurde vele jaren geleden maar het zou zomaar ook in onze tijd weer kunnen gebeuren. De moeder van een klein meisje was heel erg ziek en ze moest een levensbedreigende operatie ondergaan. De kleine meid van een jaar of 6, 7, bad iedere dag heel kinderlijk of de Heere moeder wilde bewaren, beschermen, beter wilde maken. En op haar eigen kinderlijke manier vertrouwde ze ook dat dat zo zou zijn. De Heere kon dat toch? Maar het liep anders. Moeder overleed aan de gevolgen van de operatie. Heel haar wereld stortte in. Heb ik niet goed gebeden? Luistert de Heere eigenlijk wel naar gebeden van meisjes van 6 jaar? Waarom moest mijn moeder sterven? Gemeente misschien zijn de omstandigheden in uw en jouw leven heel anders. Maar u kunt er misschien iets van herkennen of iets van meevoelen. En als zulke dingen gebeuren hebben wij geen concrete antwoorden op alle vragen. Die ga ik nu ook niet geven. Maar wij hebben wel Het Woord van God wat ons juist op dit soort diep ingrijpende vragen, de weg wijst. En vanuit onze tekst zal ik niet alle vragen kunnen beantwoorden maar wel richting kunnen geven omdat de Heere dat Zelf in Zijn Woord aan ons voorhoud. En er is één ding wat u en jij heel goed moet onthouden: dat de Heere Jezus Christus inderdaad een Geneesheer is. Alle zieken die men bij Hem bracht op die avond, genas Hij. Maar er hoort nog wat bij en dat wordt vandaag vaak vergeten. Hij is niet Geneesheer, Hij is ook Zieke. Alle kwalen en ziekten worden op Hem gelegd. Hij draagt ze. En zo komen we bij het thema van de preek:

Jezus Christus: Geneesheer en Zieke
- Zijn spreekuur (vers 16a)
- Zijn geneeswijze (vers 16 midden)
- Zijn lijdensweg (vers 17)

Zijn spreekuur:
Opmerkelijk dat in dit samenvattende woord aan het einde van een aantal genezingen, dat zo gezegd was: toen het laat geworden was. Daar moeten we niet overheen lezen. Dat is niet zomaar alleen een aanduiding van tijd. Daar zit wat meer achter. Laten we eens even kijken wat de Heere Jezus Christus op die dag gedaan heeft. Het was een drukke dag. In de morgen is Hij met de discipelen en de scharen naar een berg gegaan en heeft Hij de Bergrede gehouden. Die Bergrede wordt door Mattheüs beschreven in de vorige hoofdstukken: 5, 6 en 7. En dat is wat. U weet het misschien niet maar preken is vermoeiend werk, voor je geest en soms ook voor je lichaam. Vandaar dat soms predikanten na het preken eigenlijk liefst maar even alleen zouden willen zijn. De Heere Jezus is Mens als wij geweest, ook al had Hij geen zonde. Vermoeid maar men laat Hem niet met rust. Hij is nog onderweg van de berg af of die melaatse komt al, valt aan Zijn voeten en zegt: indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen. En even verder dan is Hij in Kapernaüm en dan wordt Hij geconfronteerd met de ziekte van die huisslaaf van de Romeinse centurion, de hoofdman over 100. En nog weer even later komt hij in Kapernaüm in huis bij Simon Petrus. En blijkbaar woonde de schoonmoeder van Petrus bij Petrus en zijn vrouw in. Die vrouw is ernstig ziek, met zware koortsen ligt ze te bed. Hij raakt haar aan en volgens Lukas spreekt Hij ook een woord, bestraft Hij de koorts en ze wordt genezen. En dan wordt het avond en nog is er geen rust voor de Heere Jezus Christus. Tot laat in de avond, Het Woord duid aan dat het bijna nacht is, brengen ze van heinde en verre mensen die van de duivel bezeten zijn en die kwalijk gesteld zijn. Dat betekent: mensen die aan alle mogelijke kwalen lijden. Die brengen ze tot Hem en Hij geneest ze allen. Dat betekent: Hij heeft aandacht voor ieder, Hij heeft een woord voor ieder, Hij vergeet Zichzelf, Hij vergeet Zijn vermoeidheid, Hij is de Geneesheer van zieken en de Zaligmaker van zondaren!
Daar zit al een geweldige gedachte in gemeente die ik alleen maar even aanstip. Dat de Heere Jezus Christus hier tijdens Zijn leven op aarde, Zichzelf vergat, Zijn vermoeidheid vergat, Zichzelf ook niet zocht, maar dat Hij de Man van smarten, dacht aan zondaren, aan zieken, aan van de duivel bezetenen, aan mensen in hun zonden en ellenden zoals we zongen uit de oude Psalm. En zo is Hij nóg. Ook al is Hij niet meer op aarde. De Heere Jezus Christus Die nu in de hemel is, op de troon in heerlijkheid, is geen andere Heere Jezus dan Degene Die hier op aarde het verlorene zocht, het arme opzocht, doden opwekte en zieken genas. En daarom vraagt Hij van jou en van u en van mij, daarom nodigt Hij ons zondige mensenkinderen uit om met onze zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing te wenden! Doen we dat? Is dat wat ons gebedsleven kenmerkt dat we de Heere in alle dingen nodig hebben? Iemand vraagt misschien: mag dat dan? Mag je naar de Heere vluchten in het gebed rondom problemen die je hebt met je opleiding, met een examen, een moeilijk tentamen? Mag je de Heere in het gebed lastigvallen als het gaat om kleine en grote kwalen? Ja dat mag. We hoeven voor God ons niet flinker en steviger en krachtiger voor te doen dan we zijn! We mogen komen zoals we zijn! Die met hun zonden en ellenden, tot Hem zich ter genezing wenden. Stort voor Mij uit, zegt de Heere, uw ganse hart.
Ja maar dan gaat het toch speciaal om de geestelijke dingen? Ja dat is wel het allerbelangrijkste. En dat moet ook in ons leven het aller voornaamste worden. Maar niet alleen. We mogen met alles naar de Heere vluchten. Dat kleine meisje over wie ik vertelde, ze mocht ook met de vragen over de gezondheid van moeder naar de Heere vluchten. En u, moeder van een opgroeiend gezin met de kleine en grote zorgen die dat in onze tijd met zich meebrengt. En jij met de problemen die je hebt, misschien wel iets wat je meedraagt en waar niemand van weet. Alle dingen!
Verhoort de Heere dan ook? Want je leest hier: ze brachten toen het laat geworden was, alle zieken tot Hem en van de duivel bezetenen. Niet één werd er weggestuurd! Gemeente dat is een vraag die niet zo makkelijk te beantwoorden is. Laten we vooropstellen dat de Heere ook vandaag nog op het gebed mensen geneest. En misschien zijn er wel voorbeelden in uw eigen familiekring of binnen de gemeente, soms wonderlijk. Maar God gaat soms ook andere wegen. Dat staat ook duidelijk in het evangelie. Allen die tot Hem gebracht werden worden op deze avond genezen. Maar ergens anders lezen we dat de Heere Jezus Christus herinnert aan Elia en Elisa en zegt: in de tijd van Elia en Elisa waren er vele weduwen in Israël. Maar alleen van die weduwe van Sarfath lees je dat ze geholpen wordt. Er waren in de dagen van de Heere Jezus Christus ook mensen die blind waren en kreupel waren, en die niet geholpen werden. En alleen van enkelingen lezen we dat ze uit de dood werden opgewekt. Maar er zijn in de dagen van de Heere Jezus Christus ook veel mensen gestorven.

En daarom moeten we altijd bedenken: wat betekenen die wonderen die in het evangelie beschreven staan, waar alle evangelisten zo breed over spreken, wat betekenen die wonderen nu eigenlijk? Wat bedoelt Mattheüs te zeggen als hij wijst op die melaatse die genezen wordt en die schoonmoeder van Petrus, en die huisslaaf van die Romeinse centurion? Laten we daar even dieper op ingaan want dat is belangrijk dat we dat weten. Kijk die wonderen van de Heere Jezus Christus moet je niet opvatten alsof de Heere Jezus zomaar een wonderdoener was. Die had je wel in die tijd in het Romeinse rijk. Ook in Palestina en in Syrië en de omringende landen, er waren wonderdoeners die van stad naar stad trokken, op de markten stonden en met wonderlijke brouwsels en wonderlijke spreuken en soorten van tovenarij, echt mensen leken te genezen. De meest wonderlijke verhalen kom je tegen. Zó is de Heere Jezus niet. Nee Zijn wonderen staan in een bepaald teken. Ze zijn de zichtbare bewijzen dat Hij de Messias is. Het was in het Oude Testament voorzegd: als de grote heilstijd zou komen, wanneer de Messias zou komen, dan zou je het zien aan Zijn tekenen. En wat behoorde bij die tekenen? Daar hoorde bij dat zieken werden genezen en dat bezetenen zouden worden bevrijd van hun demonische bezetenheid, dat doden zouden worden opgewekt en dat aan armen het evangelie zou worden verkondigd! Als u dat na wilt lezen dan moet u straks thuis maar verder bladeren in uw Bijbel. Aan het begin van Mattheüs 11, dat is de geschiedenis dat Johannes de Doper in de gevangenis zit. Johannes de Doper die straks onthoofd zal worden en hij heeft het moeilijk in de gevangenis want hij is de voorloper van de Heere Jezus, althans dat heeft hij altijd gedacht. En nu komt hij in de gevangenis terecht. Heel zijn innerlijke leven is geschokt, u kunt zich dat misschien wel voorstellen. En dan stuurt hij een paar van zijn discipelen naar de Heere Jezus toe. Blijkbaar hadden die discipelen de mogelijkheid nog om bij Johannes te komen, ook al zat hij in de gevangenis. En dan vragen die discipelen uit naam van Johannes de Doper aan de Heere Jezus: zijt Gij Degene Die komen zou of verwachten wij een ander? En wat is het antwoord van de Heere Jezus? Gaat heen en zeg aan Johannes wat gij ziet en hoort. Blinden worden ziende, kreupelen lopen, doden worden opgewekt, en aan armen wordt het evangelie verkondigd! Dit zijn de tekenen vanuit het Oude Testament die bewijzen dat Ik Degene Die komen zou, de Messias der Schriften ben. En nu moet u de woorden van de Heere Jezus in hun verband lezen en dan blijkt dit dat die eerste tekenen belangrijk zijn: blinden worden ziende, doden worden opgewekt. Maar het laatste is het allerbelangrijkste: en aan armen wordt het evangelie verkondigd! Dát is het meest wezenlijke. Want de Heere Jezus wil hier laten zien: Ik ben gekomen om de ellende weg te nemen. Ik bewijs in Mijn genezingen dat Ik machtiger ben dan de ziekte, dat Ik machtiger ben dan de duivel, dan de bezetenheid. Maar daar ligt onder, daar ligt achter: Ik ben machtiger dan de zonde! Ik ben gekomen om de zonde weg te doen en de gevolgen van de zonde! In de ziekte die genezen wordt en in de bezetene die bevrijd wordt uit de ketenen van zijn bezetenheid toon Ik dat Ik de Gezondene van de Vader ben. En daarom gemeente onthoud u dat: de wonderen van de Heere Jezus Christus zeggen niet in de eerste plaats iets over mensen. Vele mensen die genezen zijn in het evangelie, we weten niet eens hun naam. Maar ieder wonder zegt in de eerste plaats: Hij is het! En schrijft u dat maar met allemaal hoofdletters: Hij is Jezus Christus, Gods Zoon, de Zaligmaker Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken wat verloren was! En dan zijn we al bij de manier waarop de Heere Jezus wonderen doet.

Zijn geneeswijze:
Dat is ook zo anders dan al die vreemde genezers die in die tijd met heidense, occulte praktijken zich bezig hielden. Jezus Christus geneest een zieke en de bezetene door Het Woord, staat er. En Hij genas allen die kwalijk gesteld waren door Het Woord. Ja dat kun je heel duidelijk zien als we even terugkijken naar het begin van het hoofdstuk. Als de Heere Jezus van die berg komt dan komt die melaatse man door de schare heen. Dat mocht trouwens helemaal niet want die man was onrein. En de joden rondom de Heere Jezus zullen teruggedeinsd zijn toen ze die man zagen met de witte uitslag van de melaatsheid aan zijn handen, op zijn voeten, op zijn gezicht. Dat had die melaatse zijn leven kunnen kosten. Maar in de nood van zijn leven vlucht hij naar de Heere Jezus, valt aan Zijn voeten en zegt: Meester indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen! En hoe reinigt de Heere Jezus die man dan als Hij hem geneest? Dan spreekt de Heere Jezus: Ik wil, wordt gereinigd! Een woord met macht, met zoveel macht dat op het ogenblik dat de Heere Jezus die woorden uitspreekt, wordt de huid van die man blank. Misschien wel zo zoals van Naäman de Syriër staat: en zijn vlees werd weer het vlees van een kleine jongen, vernieuwd, verjongd. Wat betekent dat dat de Heere Jezus met macht spreekt? Dat Hij God is, dat bewijst dat wonder! Want van Wie wordt het in de Psalmen gezegd: Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er? Dat is God, de Schepper van alle dingen Die in den beginne sprak: licht, en er was licht! Scheiding tussen land en water, en er was een scheiding tussen land en water! God heeft maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er! Zo was het in de schepping en de Heere Jezus laat zien: zo is het ook in de bevrijding en de verlossing, in het werk van behouden worden! Eén woord met macht.

Kijk gemeente dat betekent dat wij ook in alle vragen van het leven, dat wij ook in alle momenten van zorg en van ziekte, van innerlijke, misschien wel psychische nood, daarop mogen pleiten, op de macht van de Heere en op het machtswoord van de Heere. Heere denk aan mij in die moeilijke situatie, zie op mij neer in dagen van strijd, van rouw en dagen van pijn. Want U hebt maar te spreken en het is er. Eén woord Heere! Kijk dat had die Romeinse centurio heel goed begrepen. Heere ik ben het niet waard! Hij belijdt zijn onwaardigheid voor Christus en ten diepste is dat zijn onwaardigheid voor God. Spreekt slechts een woord, één woord met macht.
Maar u bent mij al voor in gedachten gemeente. Dat is niet alleen in allerlei omstandigheden dat we mogen pleiten op de macht van de Heere en op het machtswoord van de Heere. Want dat is heel in het bijzonder zo in de allergrootste nood van ons leven. Ik hoop toch dat dat duidelijk is: de nood van de zonde, de nood van de schuld, de nood van de onbekeerdheid, de nood van het vervreemd zijn van God, dat is onze grootste nood toch? Dat belijdt u toch voor de Heere? Dat is toch iets wat u bezig houdt? Of leef je daar langsheen? Zeg je in je hart: ach ja in de kerk gaat het altijd over dat je bekeerd moet worden. Nou dat kan nog wel een poosje uitstel! Ik wil eerst leven, ik wil eerst genieten! Alsof er leven is, echt leven is zonder God!

Misschien hebt u het verhaal weleens gehoord van die oude man, die opa die 72 jaar werd. 2 jaar daarvoor was Hij door de Heere uit het donker van de onbekeerlijkheid en de zonde gehaald, en gebracht tot het licht. En toen kwam op zijn 72e verjaardag één van zijn kleinkinderen bij hem: opa 72, wat oud bent u! Toen begon hij te huilen en hij stak 2 vingers op: ik ben nog maar 2! Want al die 70 jaar zonder God geleefd, dat is geen leven, dat is de dood!
Gods goedheid, zegt de Psalmdichter, dat is mij meer dan het leven. Gods goedheid dat is het echte leven. Onze nood en onze schuld dat is het ergste, dat we tegen zo’n heilige God, zo’n goede God zondigen. Kijk als dat de grootste nood van je leven wordt dan ga je zoeken. Aan de ene kant, zeiden de oude vromen vroeger, moet je God vrijlaten omdat je niets verdiend heb! Ik ben niet waardig! Maar aan de andere kant kun je God niet loslaten. Ontferm U over mij! Spreek slechts één woord, één woord met macht en voorbij is der zondenacht. En misschien zeg je: ik bedel al zolang aan de troon der genade: Heere spreek tot mijn ziel: Ik ben uw heil! Maar de hemel is zo donker, net zo nevelig en donker als het vanmorgen was. Misschien zegt u wel: mijn gebeden komen er niet doorheen, de hemel is van ijzer of koper. En toch maar blijven bedelen want de Heere Jezus Christus is, ook al is het laat geworden in de tijd, al zijn de laatste dagen aangebroken, gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid Dezelfde! Hij wil luisteren, zelfs naar het piepen van de raven, zegt de Psalmdichter. Zou Hij dan niet naar de bedelende stem van een arme zondaar willen luisteren? Heere spreek slechts een woord en zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil!

Maar er is nog iets waar we op moeten letten. Want onze tekst zegt zo kernachtig, en daarmee treft ze het hart van de zaak: Hij genas die ziekte, Hij bevrijdde van die bezetenheid, door Het Woord, door dat ene Woord te spreken met macht. Maar het gebeurt toch ook weleens, zoals we in dit hoofdstuk in elk geval zien, dat de Heere Jezus Christus niet alleen spreekt maar ook iets doet. Als die melaatse komt dan spreekt de Heere Jezus Christus: Ik wil, wordt gereinigd! Maar hij raakt die melaatse ook aan. En als in het huis van Petrus in Kapernäum zijn schoonmoeder dodelijk ziek ligt met koorts, dan bestraft Hij de koorts, zo zegt Lukas niet alleen, maar hij raakt ook haar arm aan. Wat betekent dat? Wel dan moeten we vooral kijken naar die melaatse. Bij die melaatse was het zo volgens de wetten uit Leviticus, dat die uitgestoten was uit de samenleving. Die moesten wonen in melaatsendorpen, in melaatsenkolonies. Want melaatsheid was vooral in een bepaald stadium van die ziekte, vreselijk besmettelijk. En als je in de buurt van een melaatse kwam was je onrein. Die mensen moesten ook anderen waarschuwen als ze te dichtbij kwamen: melaats, de plaag is op mij, onrein! En deze melaatse zondigt dus tegen de wet van de Heere doordat hij wel zich mengt onder de schare en de Heere Jezus te voet valt. En wat doet de Heere Jezus? Als Hij spreekt raakt Hij die melaatse aan, heel bewust. Weet de Heere Jezus dat dan niet dat als je een melaatse aanraakt, je besmet wordt door die vreselijke ziekte, dat je onrein bent volgens de wet? Ja dat weet de Heere Jezus wel. En Hij zegt als het ware met die eenvoudige aanraking: Ik wil Mij door jouw ziekte laten verontreinigen. Ik wil Mij door jouw onreinheid laten besmetten. Ik wil jouw onreinheid, melaatsheid op Mij nemen! Dat is het gemeente: Jezus raakt de onreine aan om de onreinheid van de onreine op Zich te nemen! En dat bedoelt de evangelist als hij hier deze woorden van Jesaja aanhaalt uit Jesaja 53. Hier zie je, zegt Mattheüs onder leiding van de Heilige Geest dat die oude profetie helemaal in vervulling gaat, helemaal vol wordt: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen. Hij heeft ze op Zich genomen, bewust. Laad je onreinheid maar op Mijn rug! Elke aanraking van de Heere Jezus in het evangelie laat daar iets van zijn. Dan kom je terecht bij die melaatse, dan kom je terecht bij die schoonmoeder van Petrus als de Heere Jezus die zware koorts op Zich laad. Dan kom je terecht in Lukas 7 bij die jongen uit Naïn die overleden is. Die enige zoon van zijn moeder die weduwe is. Hij wordt dezelfde dag nog begraven. Maar de Heere Jezus stopt de rouwstoet, Hij raakt de baar aan. Dan werd je onrein, besmet door de dood van de doden. Ook daarin wordt het duidelijk: Hij neemt de dood van de doden op Zich. Onze smarten heeft Hij gedragen. En dat kost Hem wat gemeente. Want daarin wordt zichtbaar dat de Heere Jezus Christus de krankheden, de ziekten, de gevolgen van de zonden op Zich laad. Maar ook de zonde en de dood inclusief de geestelijke dood zelf! Ziet u Hem gaan van de berg van de zaligsprekingen, via Kapernaüm naar de stad Jeruzalem? Ziet u Hem gaan wankelend onder de kruisbalk op weg naar de plaats van het gericht, buiten de poort, Golgotha? Ziet u Hem hangen aan het vloekhout van de schande: mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten? Jezus draagt de schuld, de zonde, en de gevolgen van de zonde. Want Hij heeft onze krankheden op Zich genomen! Prachtig gezegd in de berijming van Nicolaas Beets van Jesaja 53. Hij zegt het zo:

Het waren onze ziekten die Hij droeg
En onze smarten hebben Hem doorploegd
Het was onze schuld die Hem ten dode sloeg
Die Hem doorwonden.

Hij werd verbrijzeld wegens onze zonde
De vrede wacht.
Hij heeft de straf gedragen, wij zijn genezen door de felle slagen, Hem toegebracht.

Zijn lijdensgang:
Wat dat betekent, ook heel persoonlijk? Gemeente dat de Heere Jezus onnoemelijk geleden heeft onder onze zonden, onder onze plagen, onder wat wij door de zonde over ons halen! Weleens gezien misschien in de prediking tijdens de lijdensweken? Weleens ontdekt als de Heere u dieper gaat inleiden in wie u bent en wie u blijft? Ook wanneer u de genade van de Heere kent. Want nergens worden de zonden van Gods Kerk zó bitter, als wanneer we ze zien in het licht van de Gekruisigde Christus. Ik heb door mijn schuld Uw kroon gevlochten, Uw beker gevuld. En als u zegt dat u de genade van de Heere kent en het makkelijk met de zonden op een akkoordje kan gooien, ook als gesproken wordt wat de zonde Hem heeft aangedaan, kijk het dan nog maar eens na of het wel echt is! Want voor het levende geloof worden de zonden zo bitter. En er hoort nog iets bij: voor het levende geloof kan juist ook het lijden en sterven van de Heere Jezus Christus een bron zijn van overvloedige vertroosting, juist onder het lijden, juist bij het sterven!
Ik denk aan een oude broeder in mijn eerste gemeente. Groot en sterk was hij. Hij was al ver in de 80 maar zijn kracht was net als bij Mozes nog ongebroken zou je zeggen. En toen werd hij ziek, ernstig ziek, een kwaadaardig gezwel wat zijn krachten brak. En kort nadat dat bekend was zocht ik hem op. Hij zat nog op, had zijn klederdracht nog aan. Hoe is het? Och dominee ik heb het nog zo goed. Mijn vrouw zorgt voor me, mijn dochters zorgen voor me, het ontbreekt mij aan niets! En dan te bedenken dat Hij alles moest missen! Dat Hij geen plek had om Zijn hoofd neer te leggen! Onze ziekten en zonden heeft Hij gedragen! En 3 maanden later toen het echt heel slecht ging, zei hij bijna hetzelfde: ik heb het zo goed, ook al heb ik vaak pijn, want mijn Zaligmaker heeft veel meer geleden dan ik nu lijd. Ik mag troost vinden in Zijn wonden! Onze ziekten heeft Hij gedragen! Het was niet moeilijk om een tekst te zoeken voor de begrafenis, dat begrijpt u: onze ziekten, onze dood, onze zonden heeft Hij gedragen.

Kijk en dat heeft natuurlijk ook z’n betekenis voor de persoonlijke verhouding tot God. Want we mogen de Heere in alles zoeken. In onze gebeden vragen: Heere help mij, genees mij, red mij! Maar het gaat vooral om: genees mijn ziel! Red mij van mijn zonde! Schenk mij de waarachtige bekering, het ware geloof. Verlos mij in mijn aanvechtingen van de boze. En dan zegt onze tekst ook daarvan: dat heeft de Heere Jezus gedragen. En ik heb al aangestipt wat het de Heere Jezus gekost heeft om die ziekte, zonde, de duivel en zijn ganse rijk op Zich te nemen en te dragen, te tossen. Maar laat dan ook duidelijk zijn: Hij heeft het weggedragen! En dat is de weg naar het kruis ook, en dat bedoelt Jesaja, gezien de woorden die hij gebruikt: onze ziekten heeft Hij op Zich genomen en onze krankheden heeft Hij gedragen, weggedragen! Vergeet u het nooit gemeente: als de Heere Jezus ons in het evangelie getekend wordt als de Lijdende Man van smarten, de Lijdende Knecht des Heeren, het Lijdende Lam van God Dat de zonde der wereld wegneemt, dan draagt Hij het kruis en dan draagt Hij de last van de zonde, de last van de toorn van God tegen de zonde, op Zich. Maar Hij draagt het om het weg te dragen. En als Jezus sterft aan het vloekhout op Golgotha, dan is Zijn voorlaatste woord voordat Hij biddend de geest in de handen van de Vader geeft, geen klacht, geen wanhoopsschreeuw, maar een triomfwoord: het is volbracht! Het doel is bereikt, betekent dat letterlijk! Vrede is aangebracht! De schuld is verzoend! Aan het recht van God is voldaan. Volbracht, weggedragen. Wat een genade als je door het geloof dat mag zien. En door de kracht van Woord en geest dat geloven mag.
Nu weet ik, nu ken ik die waarheid zo diep als gewis, dat Christus alleen mijn gerechtigheid is.
Weggedragen. Zover heeft Hij om mijne ziel te troosten, van mij de schuld en zonde weggedaan.

Ja maar, vraagt u misschien, wat betekent dat dan in tijden van ziekte, in tijden van strijd? Het is natuurlijk een grote genade dominee, een machtig wonder als je weten mag dat de Heere je in genade heeft aangenomen en dat de Heere Jezus je zonden heeft weggedragen als het Lijdende Godslam. Maar er zijn toch altijd nog onverhoorde gebeden, ook in het leven van Gods kinderen die soms heel diep ingrijpen? U hebt dat voorbeeld van dat meisje verteld aan het begin maar ik zou nog wel een paar andere dingen kunnen noemen. Jazeker. Vergeet één ding niet: Jezus Christus heeft geleden en is gestorven om de schuld weg te doen en de straf te dragen. Maar Hij draagt ook de gevolgen van de zonde weg. Alleen, de gevolgen van de zonde worden in dit leven ook voor Gods kinderen nooit volledig weggedaan. Want vergeet maar niet: die jongeling van Naïn was opgewekt uit de doden door de Heere Jezus Christus, maar hij moest toch weer sterven. En die melaatse was weer genezen maar hij zou toch op een gegeven moment staan voor de Jordaan van de dood! En de schoonmoeder van Petrus is ook niet eeuwig blijven leven op aarde! De gevolgen van de zonde blijven hier in het gebroken leven. Dat de ziekte weggaat en de dood voorgoed is overwonnen, dat bewaart de Heere voor Zijn Kerk voor het eeuwige leven, straks als deze aarde en deze tijd, ook onze levenstijd, voorbij is. En het kan zo zijn dat iemand een echt kind van God is en zelfs dat hij in het geloof bidt, en toch niet het antwoord krijgt wat hij zelf graag zou willen. Wil je een voorbeeld? Paulus. Nou als er één man was die toch bediend was door de Heilige Geest, dan was het toch Paulus? U, jij en ik, wij kunnen in de schaduw van Paulus geestelijk niet staan. Paulus had een engel des satans, lezen we in 2 Korinthe 12, een engel des satans die hem met vuisten beukt, zegt de grondtekst. Bij iedere hardklop, bij iedere voetstap dreunde de vuist van satan in zijn lichaam of in zijn vlees. Een doorn in zijn vlees die hem voortdurend stak. Wat het geweest is? We weten het niet. Een ziekte? Psygische moeiten? Zware problemen met het feit dat hij ongetrouwd door het leven moest? Het is allemaal beweerd maar we weten het niet. Maar het was iets ergs. En Paulus bidt in het geloof: Heere neem die doorn weg! En zijn bedoeling was oprecht: dan kan ik U nog beter dienen! En wat zegt de Heere? Leest u het maar na in 2 Korinthe 12: Hij heeft tot mij gezegd… Wat? Paulus Ik genees je? Nee. Mijn genade is u genoeg! En dan gaat de Heere dat ook uitleggen. Paulus die doorn blijft, die ziekte of die psychische pijn, of die aanvechting van de boze, die blijft opdat je je niet verheffen zou. Dus de Heere verhoort dat gebed niet? Nee niet op de manier zoals Paulus het wilde maar Hij verhoort het toch. Want als in het geloof gebeden wordt dan verhoort de Heere altijd. Alleen niet altijd zoals wij het willen. Hoe verhoort de Heere dan? Mijn genade… en dan moet u goed lezen, er wordt nogal eens gezegd: zij u genoeg. Maar dat staat er niet. Want als God spreekt dan is het er. Mijn genade is u genoeg. Paulus ik geef je genoeg genade. En dan zal Paulus het best nog weleens moeilijk gehad hebben na die tijd met die doorn en met die satan. Hij zal het ook gezegd hebben: Heere Uw genade is overvloedig geweest, toch genoeg. Want als God met je gaat, aan God heb je altijd genoeg! En goed verstaan: van God krijg je nooit genoeg! Maar aan Zijn genade altijd genoeg! Gods kracht wordt in zwakheid volbracht.
Kijk gemeente als je daar iets van gaat beleven, ook in dagen van pijn en eenzaamheid en van strijd, nee dan zeg je dat niet goedkoop en ook niet makkelijk, want het lijden en de pijn, de weg kan zwaar zijn. En de waaroms kunnen als paddestoelen uit de grond komen. Maar als je zien mag op de genade van de Heere Jezus Christus, Hij mijn schuld weggedragen, Zijn genade is overvloedig! Dan kun je weer verder.

Misschien mag ik dat nog heel even illustreren met een klein voorbeeld. Het gebeurde in het laatste oorlogsjaar. Twee broers werden tewerkgesteld in Hamburg voor de bezetter. De oudste van de twee werd door ontbering ernstig ziek. Hij had een open been, koorts. En ze moesten omdat Hamburg gebombardeerd werd door de geallieerden soms ineens plotseling weg uit het kamp. En dan strompelde hij maar wat, leunend op zijn jongere broer. En op een gegeven ogenblik, het was koud en winter, ze waren ondervoed en de koorts klopte door zijn lichaam en lopen kon hij bijna niet meer, hij zegt tegen zijn jongere broer: laat mij hier maar liggen, laat mij hier maar sterven. Maar zijn broer zei tegen hem: en ze dwongen een Simon van Cyrene dat hij het kruis achter Jezus droeg. Laten we dan maar verder gaan. Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Kruis dragen achter Jezus want dan geeft Jezus kracht! En dat is eigenlijk het diepste van de tekst, en dat is ook het laatste wat ik zeg. Dat dat lijden van de tegenwoordige wereld, waar Paulus over spreekt in de brief aan de Romeinen, ons ook moet uitdrijven en voorbereiden op de heerlijkheid die daarna volgt. Want Jezus heeft niet alleen de zonde weggedragen maar ook de vloek en de ziekte. En dat is de garantie dat straks in het eeuwige, hemelse Koninkrijk van de Heere Jezus Christus, niemand ziek zal zijn, niemand eenzaam zal zijn, niemand vanbinnen gekneusd en verscheurd zal zijn! Want daar is de zonde weg, daar is de ziekte weg, weggedragen! Daar is de dood weg! Zoals professor Wisse het ergens zo kernachtig zegt: in het nieuwe Jeruzalem zal goed verstaan slechts één graf zijn. En daar staat op geschreven: hier ligt de dood begraven want Jezus draagt de duivel, de dood en de zonde voorgoed en volkomen weg! En daarom zingen we van Hem: geen brandofferen van mensen, maar alleen Zijn gehoorzaamheid! Ik kom om Uw wil te doen, die redt van de dood!
AMEN

Zingen Psalm 40 vers 4
Dankgebed
Zingen Psalm 103 vers 2
Zegen des Heeren