Johannes 10:27 'Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij' ds. A.J.T. Ruis

Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
1
Predikatie ds. A. J. T. Ruis Christelijke Gereformeerd predikant te Rotterdam Kralingen
Locatie: Christelijke Gereformeerde Bethelkerk te Sliedrecht
Datum: zondag 27 september 2015, 18.00
Votum en groet
Zingen Psalm 119 vers 88
Geloofsbelijdenis
Zingen Psalm 23 vers 1
Schriftlezing: Johannes 10 vers 22 tot 30
Gebed
Zingen Psalm 95 vers 2 en 4
Tekst: Johannes 10 vers 27:
Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.
In gedachten gemeente gaan wij naar een schaapskooi uit het land van de Bijbel. Zo’n schaapskooi was eigenlijk nog wat anders dan dat wij het weleens hebben gezien in Elspeet of een andere plaats in ons land. Eigenlijk was een schaapskooi in de tijd van de Bijbel niet meer dan een plaats in de open lucht omgeven door 4 eenvoudige muren, aarden wallen of eenvoudige stenen muren. Maar binnen die 4 muren vonden de schapen `s nachts een betrekkelijke veiligheid. Elke avond tegen het invallen van de duisternis brachten verschillende herders hun schapen, hun kudden bijeen in dezelfde schaapskooi en gaven ze soms ook de zorg van hun schapen voor de nacht over aan degene die aan het begin van Johannes 10 genoemd wordt: de deurwachter. En dan vond er `s ochtends na een lange donkere nacht met al zijn gevaren en met al zijn duisternis, een indrukwekkend tafereel plaats bij de deuropening van de schaapskooi. Want dan kwam daar `s ochtens de herder en hij stelde zich in de deuropening van de schaapskooi en hij zag te midden van al die schapen behorend tot verschillende kudden die daar door elkaar heenliepen, zijn eigen schapen want die schapen kende hij. En dan liet de herder in de deuropening zijn stem horen. En op de stem van de herder kwamen de schapen die zijn eigendom waren, die tot zijn kudde behoorden, te midden van al die andere schapen, naar de deuropening toe en dan liet de herder die schapen één voor één onder zijn staf doorgaan en terwijl dat gebeurde noemde hij de naam van de schapen. Want de herders in het land van de Bijbel gaven hun schapen vaak een naam naar het uiterlijk van die dieren. En als dan alle schapen van de kudde uit de schaapskooi gedreven waren, dan ging de herder voorop en gaf hij leiding aan de kudde en volgden de schapen de herder. Dat is het beeld wat de Heere Jezus voor ogen had toen Hij de woorden sprak die onze tekst zijn: Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken dezelve en zij volgen Mij. En naar de boodschap van die woorden willen we met de hulp van de Heere gaan luisteren. We schrijven bij de woorden van onze tekst:
De schapen van Christus
- De schapen van Christus en de stem van hun Herder
- De schapen van Christus en het hart van hun Herder
- De schapen van Christus en het spoor van hun Herder
De schapen van Christus en de stem van hun Herder:
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
2
De Schriftlezing van deze avond gemeente brengt ons in de tempel van Jeruzalem. Daar wordt op zeker moment, het is in de wintertijd, het feest van de vernieuwing van de tempel gevierd, zo zegt vers 22. Dat is een feest dat in Israël gevierd werd ongeveer vanaf 160 voor Christus. In het jaar 168 voor Christus was er iets heel aangrijpends gebeurd. Toen was de vijand, de koning van Syrië het heilige gebied van de tempel binnengedrongen en hij had de tempel op een verschrikkelijke manier ontheiligd, onder andere door daar een altaar te plaatsen voor de Griekse god Zeus. En dat was voor de gelovige joden in die tijd een verschrikkelijk gebeuren. Maar 3 jaar daarna was er onder leiding van een zekere Judas de Macabeeër een opstand gekomen en deze Judas de Macabeeër heeft de vijand weten te verdrijven en heeft het altaar dat aan Zeus gewijd was uit de tempel verwijderd en hij heeft de tempeldienst gereinigd van alle overblijfselen van afgoderij, gezuiverd en weer in dienst genomen. En dat is de vernieuwing van de tempel. En toen dat gebeurde hebben de joden zich voorgenomen om dat feest van de vernieuwing van de tempel dat ook vandaag nog bekend is onder de naam: Chanoekafeest, of Lichtenfeest, ingesteld. Wel, ter gelegenheid van dat feest is de Heere Jezus ook in Jeruzalem in de tempel. Hij wandelt, zo zegt vers 23, in het voorhof, (dat is een overdekte zuilengang), van Salomo. Waarschijnlijk omdat de felle oostenwind voor de nodige kou zorgde en de Heere Jezus met Zijn discipelen in de betrekkelijke beschutting van die zuilengang toch wat bescherming zoekt tegen de kou en tegen de winterregen. En als de Heere Jezus daar dan is in de tempel, als de Heere Jezus daar is in de dingen Zijns Vaders dan gebeurt het. Dan komen daar op zeker moment een aantal joodse leidslieden naar Hem toe en ze gaan in een kring om Hem heen staan. Vers 24 zegt: de joden dan omringden Hem. en dan stellen ze Hem vol ongeduld een vraag. We horen ze zeggen: hoe lang houdt Gij onze ziel op? Dat betekent: hoe lang houdt Gij ons in het ongewisse, in het onzekere? Hoe lang houdt U ons in spanning? Wat is het dan dat ze zo graag willen weten deze joodse mannen? Nou we horen hen vragen: indien Gij de Christus zijt, zeg het ons vrijuit! Ze willen dus weten of de Heere Jezus inderdaad de Christus is, of Hij de beloofde Messias is. We zouden zeggen: dat is een veelbelovende vraag. Dat zijn mensen die met een geestelijke vraag naar de Heere Jezus toekomen. Mensen die willen weten of Hij de Christus der Schriften is. En toch, het is anders. Deze joden stellen de vraag wel of de Heere Jezus de Christus is maar terwijl ze die vraag stellen zijn ze eigenlijk bezig om in vijandschap tegen de Heere Jezus een valstrik te spannen. Ze hopen dat Hij inderdaad openlijk, vrijuit zegt dat Hij de Christus is en dan zullen ze Hem aanklagen bij het Romeinse gezag. Dan zullen ze zeggen: onder ons volk is er één opgestaan, een zekere Jezus van Nazareth en Hij werpt Zich op als de Messias, als de Bevrijder van de Romeinen. Het is dus vanuit de vijandschap dat ze deze vraag stellen onder het mom van een bepaalde godsdienstige belangstelling. En dat heeft de Heere Jezus geweten. Met Zijn volkomen reine ziel die geen zonde kon verdragen heeft Hij de vijandschap van deze mensen geproefd. U moet zich dat even proberen voor te stellen. Wanneer wij als mensen in het gezelschap van andere mensen zijn en iemand anders is voor onze waarneming ons niet goed gezind, en er zijn zelfs meerdere van die mensen, dan kan dat haast verstikkend overkomen, dan kan dat benauwend zijn. Dan kun je opgelucht adem halen wanneer je uit zo’n gezelschap weer weg bent. De Heere Jezus is heel Zijn leven op aarde te midden van uitgesproken vijanden geweest. En Hij heeft niet alleen de uitgesproken vijandschap maar ook de verborgen vijandschap en de gecamoufleerde vijandschap in die vraag die aan de Heere Jezus hier gesteld wordt. Hij heeft die vijandschap geproefd, Hij heeft hem met eerbied gesproken aan Zijn lichaam en Zijn ziel ervaren. En dan is de
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
3
Heere Jezus zo onuitsprekelijk geduldig en goed dat wanneer een vraag met die bedoeling gesteld wordt, Hij tóch antwoord geeft! Misschien zijn er hier wel mensen in de kerk die een vraag hebben voor de Heere maar die zichzelf afvragen of ze die vraag ooit nog wel mogen stellen. Zie eens in de omgeving van onze tekst. Daar kwamen mensen met een vraag die gedragen werd door vijandschap. En ze stelden hem in hun vijandschap aan de Heere Jezus en de Heere Jezus is zo onuitsprekelijk geduldig en goed geweest dat Hij zelfs op die vraag nog een antwoord wilde geven. Zou u, zou jij je vraag niet aan de Heere bekend maken?
Ja en wat geeft de Heere Jezus dan voor antwoord op die vraag: bent U de Christus of bent U het niet? Zeg het ons vrijuit, zeg het ons openlijk! Dan gaat de Heere Jezus op 3 dingen wijzen. Het eerste waar Hij op wijst is Zijn woorden, wat Hij gesproken heeft. Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd. Dat is het eerste antwoord. Bent U de Christus of bent U het niet? De Heere Jezus zegt: Ik heb het u in allerlei toonaarden al verkondigd! Ik heb Mezelf bekend gemaakt als het Licht der wereld! Ik heb Mezelf gepredikt als de Goede Herder! Ik heb Mezelf geopenbaard als het Brood des levens! En in al die profetieën, in al die predikingen daar klonk eigenlijk in door: Ik ben de Christus, Ik ben de Beloofde Messias! Ik heb het u gezegd. Het tweede waar de Heere Jezus op wijst is Zijn wonderen. Dat staat ook in vers 25: de werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader die getuigen van Mij. Het is alsof de Heere Jezus wijst op al die wonderlijke dingen die Hij tijdens Zijn optreden op aarde gedaan heeft en Hij zegt: heb Ik het in die wonderen niet duidelijk laten zien en bewezen dat Ik de door God gegeven Messias ben? Ik heb toch de blindgeborene het licht in zijn ogen gegeven? En Ik heb de lamme te Bethesda toch de kracht gegeven zodat hij kon opstaan en kon lopen? Al die wonderen getuigen dat Ik de Christus ben! En als de Heere Jezus dan wijst enerzijds op Zijn woorden en anderzijds op Zijn wonderen, dan ligt daarin een dringende oproep aan degenen tot wie Hij spreekt: dat ze toch zouden luisteren naar Zijn Woord! En dat ze toch acht zouden geven op de wonderen die Hij gedaan heeft. Och had naar Mijn raad, zich Mijn volk gedragen! Dat is wat de Heere Jezus hier eigenlijk zegt. En Hij zegt het niet alleen in de wintertijd tijdens het feest van de vernieuwing van de tempel in Jeruzalem, maar Hij zegt het vanavond ook tegen ons! Heb Ik het u niet gezegd? Gemeente hoe vele keren is ons in de prediking van het evangelie de Heere Jezus Christus niet gepredikt als een volkomen Zaligmaker? Als een machtige Zaligmaker, een almachtige Zaligmaker, als een gewillige Zaligmaker? Hoe vele keren is Hij niet alleen maar aangewezen in de evangelieprediking en aangeprezen door de dienaren van Het Woord, maar zelfs (en dat is een geweldig groot voorrecht) aangeboden!? Heb Ik het niet gezegd? En dat andere wat de Heere Jezus zegt: de werken die Ik doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen ook van Mij. En misschien zijn er bepaalde werken die u of jij in je nabije omgeving hebt gezien. Nee dan denk ik niet allereerst aan opzienbarende genezingen, al kan de Heere ook vandaag nog grote wonderen doen op het gebed. Niet in allerlei gebedssamenkomsten en genezingsbijeenkomsten waar het wel lijkt of de soevereiniteit van God vergeten wordt en de genezing op bestelling gepland en afgenomen kan worden! Zo werkt de Heere niet in de Schrift en zo werkt Hij vandaag ook niet! Maar ik dacht ook nog aan iets anders. Ook aan het wonder van de bekering. Als u dat misschien in uw nabijheid hebt meegemaakt in het leven uit iemand van de familie die vertellen mocht hoe de Heere in zijn leven gekomen is en hem te sterk geworden is en ging onderwijzen in zelfkennis, in Godskennis, in Christuskennis, waar heeft het gemeente ons gebracht? De Heere wijst ons vanavond op Zijn woorden en Hij wijst ons op Zijn werken, Zijn wonderen. En dan het derde wat de Heere Jezus zegt, dat heel aangrijpende woord. Vers 25: Ik heb het u
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
4
gezegd en gij gelooft niet. En dan nog een keer in vers 26: maar gijlieden gelooft niet! Kijk daar staat de Heere Jezus Die Zichzelf (en dat blijkt in het evangelie wat we vanavond voor ons hebben heel duidelijk) zó vaak heeft aangeboden aan arme zondaren en Hij zegt het: Ik heb het gezegd, Ik heb Mijn daden getoond, Ik heb Mezelf als het Brood des levens en als het Licht der wereld aangeboden aan blinde zondaren, aan hongerige zondaren. Ik heb Mezelf gepredikt als de Opstanding en het Leven aan dode zondaren. En gijlieden hebt niet geloofd! Er is gemeente geen verontschuldiging voor de zonde, voor de verschrikkelijke zonde van het ongeloof! Als ik dat zeg dan bedoel ik dat niet in de oppervlakkige zin waarin u het vandaag de dag ook horen kunt: ongeloof is zonde dus je moet het geloven! En waarbij vergeten wordt dat geloof ook een gave van God is! Waarbij voorbijgegaan wordt dat als een mens in de nood en de schuld gebracht wordt daar toch ook ingeleefd wordt dat hij nog makkelijker de sterren van de hemel zal kunnen aanraken dan dat hij op eigen kracht geloven kan! Maar intussen eist Het Woord van God wel geloof en bekering! En het moest ons allen in de nood brengen. Heere U Die de Grote Werkmeester van het geloof bent, ik kan het geloof zelf niet maken! Mijn hart is zo vijandig dat ik U wantrouw en dat ik Uw woorden niet geloof, dat ik Uw woorden niet geloven kan op eigen kracht omdat ik ze ten diepste niet geloven wil. Maar Heere werkt U het geloof in mijn hart, in mijn leven! Gijlieden gelooft niet! Ja en als de Heere Jezus dat ziet bij die mensen waarmee Hij in gesprek is en de Heere Jezus weet als de Zoon van God op volmaakte wijze alle dingen! Hij weet ook wat er in het hart is! Dan spreekt de Heere die ontzaggelijke woorden: want gij zijt niet van Mijn schapen! U moet even letten op de volgorde. De Heere Jezus zegt eerst: gij gelooft niet, u verwerpt Mij, u wederstaat Mij, u acht Mij klein, u maakt geen gebruik van een Zaligmaker Die u zó na aan het hart gelegd wordt! En van daaruit komt de Heere Jezus bij die ontzaggelijke werkelijkheid: gijlieden zijt niet van Mijn schapen. U vertoont de kenmerken van Mijn schapen niet. U vertoont de kenmerken van een verworpene! Gemeente moet de Heere dat vandaag van u zeggen? Laat die vraag eens een ogenblik wegen op uw, op jouw hart. Moet de Heere dat nu van u zeggen: gijlieden gelooft niet? Gijlieden zijt niet van Mijn schapen? En dan bedoel ik het nog niet in die aller diepste zin van het woord maar dan bedoel ik het wel in deze zin: u toont de kenmerken van Mijn schapen niet! En als dat ontbreekt, ja dan is het andere toch ook waar: dan vertoont u nog de kenmerken van een bok. Van diegenen waarvan de Heere Jezus zegt dat ze op de laatste Dag aan Zijn linkerhand gesteld zullen worden! En dat Hij het tegen ze zeggen zal: ga weg van Mij want Ik heb u niet gekend! O gemeente dat zal ons in de nood moeten brengen wanneer we misschien zo rustig kunnen voortleven en kunnen zeggen: nee maar ik behoor nog niet tot die kudde! Weet u wat dat betekent als je dat nog gerust zeggen kan dat je nog onderweg bent naar dat moment dat je als een bok aan de linkerhand van Christus gesteld zult worden? En tegen die achtergrond is het dat de Heere Jezus gaat spreken over wie Zijn schapen wel zijn.
Maar voor we daar naar over gaan nog één woord want het zou ook kunnen zijn dat er mensen zijn hier in de kerk in de nood van hun leven, die hebben gehuiverd over dat woord: gijlieden zijt niet van Mijn schapen! Die daar zoveel strijd mee hebben in hun leven! Die zeggen: o nu vrees ik nog dat dat woord ook mij betreft! Ik vrees dat ik een verworpene ben! En daar kan de duivel op afkomen en daar kan de duivel al zijn preken aan toevoegen en dan kan de duivel ook met een preek die vanavond gehouden wordt daar allerlei dingen uithalen en uw hart mee bevechten en bestrijden en het zeggen: zie je nou wel? Er is voor u, er is voor jou geen hoop meer!
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
5
Gemeente mag ik u wijzen op nog een ander woord uit hetzelfde Bijbelgedeelte, Johannes 10? De Heere Jezus zegt op een andere plaats in ditzelfde hoofdstuk: Ik heb nog andere schapen die van deze stal niet zijn! En deze moet Ik ook toebrengen en zal worden één kudde en één Herder. Ik heb nog andere schapen. Schapen van buiten de schaapskooi, schapen ronddwalend in hun verlorenheid. Schapen die het moeten klagen: onbedacht, of misschien wel heel bewust de Herder verloren! Schapen die zichzelf alleen maar kunnen beschuldigen van de dwaalweg die ze zijn gegaan! Deze moet Ik ook toebrengen! Zou je dan je knieën niet buigen? Zou je dan je handen niet vouwen en zeggen: Heere U hebt het gezegd dat U nog schapen, nog verloren schapen moet toebrengen? En Heere nu klaagt alles mij aan en de duivel zegt: je bent er niet één van, je bent een verworpene! Maar Heere ik weet: ik ben een verlorene, maar zou U zo’n verloren schaap nog willen opzoeken en nog willen toevoegen tot die kudde die eenmaal zalig wordt?
En wat zijn dat dan voor schapen? De Heere Jezus noemt 3 kenmerken in onze tekst. Het eerste is: Mijn schapen horen Mijn stem. Ze horen de stem van Christus. Legt u uw leven er maar naast. Mijn schapen horen Mijn stem, wat betekent dat? Wat is dat: de stem van Christus horen? Dat is ook een vraag van het grootste belang. Dat is niet zomaar een hoorbare stem opmerken en horen wanneer je in de eenzaamheid bent. Dat kun je vandaag de dag wel op allerlei plaatsen lezen. Jongelui of ook wel ouderen lezen vandaag misschien wel romans uit Amerika vaak afkomstig en als je die boeken leest kun je soms lezen dat hoofdpersonen uit zo’n boek plotseling een hoorbare stem vernemen, een stem die tegen ze zegt: Ik heb je lief. En dat zo dan het spreken van de Heere zou zijn. Gemeente wij moeten één ding nooit vergeten en dat is dat als de Heere spreekt, als Christus spreekt, Hij altijd spreekt door Zijn Heilig Woord. Dat zijn niet zomaar mooie, sentimenteel aandoende woorden die in het luchtledige ergens klinken. Maar dat zijn woorden vanuit Het Woord. Daarom is het zo geweldig belangrijk om onder de prediking van Het Woord te komen. Daarom is het zo geweldig belangrijk om Het Woord voor jezelf te lezen en te overdenken. Maar zegt iemand, u wilt toch niet zeggen dat de stem van Christus horen hetzelfde is als Het Woord horen? Nee daar hebt u gelijk in want de stem van Christus wordt daar gehoord waar de Heere Jezus Christus door Zijn Geest Dat Woord kracht verleent. En dan kan het zijn dat je in een volle Bethelkerk zit maar dat er ten diepste maar twee overblijven: de Heere en je eigen ziel. Als de Heere Het Woord van de prediking, Het Woord wat ook vanavond aan de orde is echt met kracht tot je hart gaat spreken, als Christus Zijn stem laat horen, dan wijkt ook de dominee naar de achtergrond. Dan blijven er maar twee over. En dan weet u ook: deze keer is zo heel anders dan alle andere keren want de Heere sprak met kracht en het was een woord bestemd heel persoonlijk voor mij. Wel dat is wat onze tekst bedoelt: Mijn schapen horen Mijn stem! De schapen van Christus, ze hebben die stem ooit een keer voor het eerst gehoord. Toen de Heere met kracht ging spreken in hun leven en toen hebben ze het ondervonden: het verschil tussen al die keren dat ze Het Woord aanhoorden met interesse en met belangstelling en dat ze echt wel wat leerden van de preek, tussen al die keren dat ze Het Woord van de Heere aanhoorden met ontroering en met bewogenheid, en die keer dat Christus sprak met kracht! Weet u wat Dat Woord dat met kracht door de Goede Herder gesproken wordt, altijd doet? En dat is ook iets waaraan u het spreken van Christus herkennen kunt. Dat maakt een mens altijd klein. Dat maakt een mens niet groot, dat maakt je niet een bekeerd mens maar dat maakt een mens klein, dat brengt hem in de vernedering, dat brengt hem in de verbrokenheid van hart. Mijn schapen horen Mijn
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
6
stem. Hebt u, heb jij, geef daar eens voor het aangezicht van de Heere vanavond eerlijk antwoord op: hebt U Zijn stem ooit wel gehoord? Als u Zijn stem nog niet gehoord hebt, o leg dan uw vinger maar bij Dat Woord: doden, geestelijk doden zullen horen de stem van de Zoon van God en die ze gehoord hebben zullen leven. Mijn schapen horen Mijn stem. Ja ze hebben die stem voor het eerst gehoord. Maar als ze geestelijk op hun plaats zijn dan zullen ze ook onder de prediking en tijdens het lezen van Gods Woord en tijdens de overdenking van Dat Woord hun oren spitsen om de stem van Die Herder opnieuw te vernemen. De schapen van Christus zullen ook het onderscheid weten tussen de preek en het lezen van Het Woord en die keren dat de Heere overkomt in Zijn Woord en spreekt. En z ekennen het verlangen: Heere zeg het nog eens tot mijn ziel: zie Ik ben uw heil! En als de Heere dan komt dan is het ook altijd weer verrassend en altijd weer beschamend. Is dat altijd zo bij de schapen van Christus? Is dat altijd zo bij een gelovige dat hij verlangt naar het spreken van de Heere? Door eigen schuld gemeente, door eigen schuld is dat niet altijd zo. Als ik dat ook even kort aanstip dan is dat om aan de ene kant de praktijk te tekenen van het geestelijke leven, maar als de praktijk getekend wordt betekent dat niet dat dat allemaal goed is. Dat Gods kinderen zich door eigen schuld weer van het spoor van de Herder vandaan begeven en afdwalen en dat er tijden kunnen zijn in het leven van een kind van God dat hij de stem van de Herder niet eens meer mist! Al is er op de bodem van het hart altijd een bepaalde onrust! Al is er wanneer hij op wegen gaat in het duister en op wegen waarin hij zichzelf verwond en bezeert, ook altijd een bepaalde onvrede. Maar die tijden kunnen er zijn, tijden van duisternis, tijden waarin dan zelfs het verlangen naar het horen van de stem van de Herder niet krachtig in het hart leeft. Wat een wonder dat de Heere als de Getrouwe Herder Zelf Zijn schapen dan wel weer zo laat vastlopen en zo in het duister brengt en zo zich laat bezeren dat ze Die Herder weer nodig krijgen en dat ze weer gaan roepen: ai zoek Uw knecht, schoon hij Uw wetten schond! De schapen en de stem van hun Herder. In de tweede plaats:
De schapen en het hart van hun Herder:
We komen bij het midden van de tekst: en Ik ken dezelve. Om dat te begrijpen moeten we nog even terug naar die deuropening in de schaapskooi in het land van de Bijbel. Als die herder daar stond in het vroege morgenuur en hij zag die schapen aankomen op het klinken van zijn stem, dan kende hij zijn schapen, dan wist hij van hun naam, dan wist hij van hun zwakheden, dan kende hij de schapen en dan kende hij ook de zwakste lammetjes van de kudde. Dan kende hij de schapen in hun vermoeidheid, in hun aparte neigingen en hij zorgde voor hen. Kijk dat is het beeld wat hier achter schuilgaat: en Ik ken dezelve. Daarmee zegt de Heere Jezus Christus over de schapen die God de Vader Hem gegeven heeft eigenlijk 3 dingen. Daarmee zegt de Heere Jezus allereerst: Ik erken ze als Mijn schapen. God de Vader heeft ze Mij gegeven en Ik zal Mijn leven voor deze schapen geven. En Ik zal in opdracht van Mijn Vader ze ook opzoeken als Die Goede Herder in hun verlorenheid en Ik zal ze leiden en Ik zal ze uiteindelijk brengen in de hemelse schaapskooi. Ik erken ze als Mijn schapen. Het tweede wat de Heere Jezus daarmee zegt dat is wat hier ook letterlijk staat: Ik ken ze, Ik doorgrond ze, Ik ken hun zwakheden, ik weet van hun dwaalzieke hart, Ik weet wat ze nodig hebben aan voeding, de lammeren andere voeding dan de schapen. Ik weet welke schapen op welke punten vaak gaan dwalen. Ik weet ook wel schaap het meer nodig heeft dan een andere dat Ik hem af en toe corrigeer. Ik ken ze.
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
7
En het derde wat de Heere Jezus ermee zegt is: Ik heb ze lief. Want kennen in de Bijbel heeft op verschillende plaatsen de betekenis van: liefhebben. U weet dat wel en ook de jongeren weten dat wel vanuit het Oude Testament. Daar wordt in het Hebreeuws het woord `kennen’ soms gebruikt om de liefdevolle omgang tussen een man en een vrouw binnen het huwelijk aan te duiden. Abraham bekende zijn huisvrouw Saraï. Daar staat eigenlijk: hij kende haar. En dat betekent in de diepste zin van het woord: hij had haar lief. Wel zó bedoelt de Heere Jezus Christus het hier ook: Ik heb Mijn schapen lief. Gemeente wordt dat niet een wonder in het leven van de schapen van Christus? Juist tegen de achtergrond van het feit dat Hij ze kent, dat Hij hun zwakheid kent, dat Hij hun dwaalzieke hart kent! En als dat echt aankomt op een kind van God dan wordt het hart daar toch onder verootmoedigd? Dan zal iemand met genade zich toch voor het aangezicht van de Heere schamen? Heere U weet wat er is in mijn binnenste! En nu kent de Heere dat allemaal. Hij weet, zegt de 103e Psalm, wat van Zijn maaksel zij te wachten. Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten, en dat wij stof van jongs af zijn geweest. Nee dat is niet gezegd tot verontschuldiging van de zonde maar dat is wel gezegd opdat Gods kinderen met al hun zwakheden, met al hun tegenvallers en wat doen ze die tegenvallers voortdurend op in hun leven! Wat moeten ze zichzelf voor het aangezicht van de Heere steeds meer en steeds weer tegenvallen! Maar het is wel gezegd tot aansporing dat ze met al hun zwakheid en al hun tegenvallers voor het aangezicht zullen komen van Die Herder Die Zijn schapen kent. En Die het zegt ook met deze woorden: maak uw zwakheden en al uw afdwalingen nu toch bij Mij bekend. Wat is dat een wonder gemeente dat de Kerk van God zichzelf wel tegenvallen kan en ook andere mensen weleens hard tegenvallen kan! Maar dat Gods Kerk God nooit tegenvallen kan omdat Hij Zijn schapen kent. En als dat echt aankomt en op de goede plaats valt dan wordt dat gebed geboren wat David zingt in de 51e Psalm: bestuur mijn gang, daar Gij mijn zwakheid ziet. Dat is toch iets van het leven van een kind van God. Met zijn armoede, met zijn zwakheid iedere dag maar bedelen en schooien aan de troon van de genade. Heere U weet van mijn zwakheid, U weet dat ik Uw eer niet bedoelen kan, U weet van de hoogmoed en de vijandschap die er na ontvangen genade overblijft in het hart. En dat is als het goed is tot verdriet, tot smart, dat levert strijd op. Heere U weet het, wilt U toch geven wat ik nodig heb. Bestuur mijn gang daar Gij mijn zwakheid ziet. En dat is tóch een gelukkig leven, of niet? Allen die de Heere vrezen zullen dat toch instemmen, dat is toch een gelukkig leven. Een leven waarin je de Heere nooit tegenvallen kan. Waar je met al je zwakheden dagelijks voor het aangezicht van de Heere mag verschijnen en je hand weer mag ophouden, al is het met het schaamrood op de wangen.
En er ligt nog iets in dat woord: Ik ken dezelve. Ons kennen, ook het kennen van zichzelf in het leven van de genade is zo ten dele. En toch is het ook iets wat steeds verdiept moet worden en wat steeds moet voortgaan. En als de Heere Jezus nu zegt van Zijn schapen: Ik ken dezelve, dan ligt daar ook een aansporing in tot het gebed van de 139e Psalm: doorgrond me en ken me Heere, beproef me en zie of er bij mij een schadelijke weg is. En als die weg er is, ontdek mij eraan en maak die weg aan mij bekend en leid mij op de eeuwige weg. Ik ken dezelve. Ja en dan de troost dat de Heere Jezus van Zijn schapen zegt ondanks al hun zwakheden: Ik heb ze lief. En dat is een woord wat uiteindelijk zijn wortels heeft in de eeuwigheid. Christus heeft Zijn Kerk lief. Waarom? Omdat God de Vader die Kerk al in de eeuwigheid gegeven heeft aan Zijn Zoon. En omdat de Heere Jezus Christus het heeft gezegd tegen Zijn Vader: Vader Ik kom om die verloren schapen voor eeuwig zalig te maken, Ik ken de Mijnen
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
8
en Ik wordt van de Mijnen gekend! En dat zijn de schapen van Christus en het hart van hun Herder. En dan tenslotte nog iets over:
De schapen van Christus en het spoor van hun Herder:
Het slot van de tekst: en zij volgen Mij. Ik roep het nog even in uw herinnering terug, dat beeld wat we aan het begin van de preek hebben gezien. Als al de schapen vanuit de schaapskooi gedreven zijn dan zoekt de herder een plaats op en de herder in het land van de Bijbel zocht die plaats niet achter zijn kudde maar vooraan de kudde. De herder ging voor de schapen uit. Zo staat het ook in het begin van ons teksthoofdstuk: de schapen volgen Hem (zegt het 4e vers) en daar staat ook dat de Herder voor hen heengaat. Daar gaat de herder. De staf in de hand om leiding te geven. De knots of de stok in zijn hand om zijn kudde te beschermen tegen alle gevaren die de weerloze schapen en de lammeren kunnen bedreigen. En de schapen volgen hem. Dat is het derde kenmerk wat de Heere Jezus noemt van Zijn schapen. Het zijn schapen die het Lam volgen, die gaan in het spoor van de Herder. Dat betekent: ze volgen de aanwijzingen in Het Woord van de Heere, dat is het eerste. Dat is ook het eerste kenmerkende van het spoor van de Herder. Dat is een spoor wat overeenkomt met het spoor van Gods Woord want de Heere leidt Zijn kinderen nooit buiten Het Woord om. Ze gaan als het goed is in het spoor van de Herder, ze volgen Hem. dat betekent ook: ze letten op de aanwijzingen van Zijn voorzienigheid.
Dat is ook even iets om bij stil te staan. Het volgen van Christus in het leven van de genade is ook het volgen van de aanwijzingen van Zijn voorzienigheid. Wat wordt daarmee bedoelt? Nee niet zomaar op een makkelijke manier zeggen: de Heere heeft het zo geleidt dus zo is het ook goed. Want onze weg zal wel altijd in overeenstemming moeten zijn met Het Woord van God. Dat is al het eerste. Maar dan kunnen er ook op de levensweg allerlei tweesprongen zijn, allerlei kruispunten zijn waarbij een mens staat bij de vraag: en welke weg zal ik ingaan? Misschien wel ten aanzien van een bepaalde keuze op het werk, ten aanzien van een andere belangrijke levenskeus. Wat is de weg die de Heere wil dat ik ga? Een kruispunt van twee wegen waarvan je eigenlijk moet zeggen: de ene, noch de andere weg lijkt op gespannen voet met Het Woord van de Heere te staan. Wat is wijsheid? Wel wat is het een troost voor de schapen van Christus dat ze in die omstandigheden hun weg ook voor de Heere mogen neerleggen en op de Heere mogen wentelen en dat ze mogen bidden wanneer het hen onduidelijk blijft: Heere wilt U het zó leiden in mijn leven dat bepaalde wegen in Uw leiding worden toegesloten en dat andere wegen worden geopend, zodat in de weg van Uw voorzienigheid duidelijk mag worden wat de goede weg in dit geval is! Ik denk bijvoorbeeld heel concreet aan het ondergaan van een bepaalde medische behandeling. Het kan zijn dat je met bepaalde dingen geconfronteerd wordt, u geconfronteerd wordt op oudere leeftijd. Moet ik die weg nog gaan of niet? Het ene is volgens Het Woord van de Heere in dat concrete geval geen duidelijke zonde, niet verkeerd en het andere ook niet. Om het dan maar voor de Heere neer te leggen en te zeggen: Heere zou U de keuze willen maken en zou U wegen willen toesluiten die niet goed zijn en wegen willen openen die ik te gaan heb? Maar dan altijd wel zo dat die wegen in overeenstemming zijn in de waarheid van Gods Woord want daar moeten we het altijd aan toetsen. Zij volgen Mij. In de aanwijzingen van Het Woord. In de aanwijzingen van de voorzienigheid van God. Ja en vooral: zij volgen in het spreken van Gods Geest: ik neig het oor daar ik op Gods inspraak wacht. Dat is het derde kenmerk van de schapen.
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
9
Nog een keer de vraag: is dat nu altijd de praktijk in het leven, in het schapenleven, in het lammerenleven van iemand die de Heere kennen mag? Vraagt u het maar, vraag jij het maar aan iemand die de Heere vreest. Hij of zij zal het moeten zeggen: het is in mijn leven zo vaak anders. Gelijk een schaap heb ik gedwaald in het rond. Maar dan heeft de Heere toch als Die Getrouwe Herder Zijn middelen wel om Zijn schapen toch weer in het spoor te brengen. Hoe ging dat in het leven van de Bijbelse tijd als een schaap afgedwaald was of een lam afgedwaald was? Dan was het soms zo dat die herder daar een hele weg voor moest gaan. Maar op zeker moment had hij dat schaap in zijn verlorenheid, in zijn afdwaling gevonden. En dat schaap vreesde misschien al wel te zullen moeten omkomen in de duisternis te midden van de roofdieren. Maar de herder zocht dat schaap weer op. En als dat schaap dan op een gevaarlijke plaats was, misschien wel ergens in een ravijn, dan gebruikte de herder soms zijn staf. Bovenaan die staf was een soort kromming en die kromming legde de herder dan heel voorzichtig om de hals van dat schaap dan trok hij dat schaap weer naar zich toe en bracht hij het terug in het spoor. U kent wel andere voorbeelden uit het Herderleven. Het was zelfs weleens nodig dat van een onwillig schaap het pootje gebroken moest worden. En er waren momenten dat de schapen of de lammeren zo zwak waren dat ze niet eens meer konden volgen. Dat kan toch ook de praktijk zijn in het leven van Gods kind dat hij zegt: Heere ik zou U wel willen volgen maar hoe moet het? Ik kan maar niet achter U aankomen! Dan zegt Jesaja 40: Hij zal de lammeren in Zijn schoot dragen. Dat waren die zwakste dieren van de kudde. En dan nam de herder zijn riem, een breed stuk ruw doek en dat vouwde hij dubbel en knoopte dat om zijn middel en in de plooi van die riem daar legde hij dan zo’n zwak, pasgeboren lammetje. En de dieren die het zwakst waren en die nog niet konden gaan in dat spoor, ze werden het dichtst bij het hart van de herder gedragen. Zij volgen Mij. Gemeente dat is uiteindelijk een woord dat helemaal op rekening staat, nee niet van de schapen, niet van de lammeren al is het wel de heilige opdracht in het leven van de heiligmaking, maar het is een woord dat op rekening staat van de Goede Herder Die Zijn schapen, ook Zijn afgedwaalde schapen weer terugbrengt in het spoor! En Die ze draagt wanneer ze niet verder kunnen en Die ze uiteindelijk voor eeuwig Thuis brengt! Dat waren zomaar 3 kenmerken van de schapen. De schapen en de stem van hun Herder. Het hart van hun Herder. En het spoor van hun Herder. En nu tenslotte gemeente de vraag: behoor ik al, behoort u al, behoor jij al tot deze kudde? Want als het niet zo is, wat ben je dan eigenlijk nameloos ongelukkig! Als je vanaf deze zondag straks morgen, overmorgen weer verder moet dwalen door de huilende wildernis van dit leven zonder een Herder Die zorgt voor je ziel, dan hoop ik dat er vanavond jongens, meisjes, mannen, vrouwen, heilig jaloers zijn geworden op het volk dat Deze Herder mag hebben tot hun Herder en dat het mag zeggen met David: de Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken! O dan zal ik vanavond ook maar één plaats kunnen aanwijzen dat is de plaats van het gebed. Heere gaat U nog uit als Die Goede Herder Die het verlorene zoekt en zoek ook mij op en laat mij van Uw grote kudde toch een heel klein schaap mogen zijn door Uw genade! Heere Jezus Christus U Die Zichzelf hebt willen laten slaan als de Herder toen God de Vader het sprak: zwaard ontwaak tegen Mijn Herder en tegen de Man Die Mijn Metgezel is, Ik zal de Herder slaan! Vragen en als een boeteling pleiten op die verdienste van Deze Geslagen Herder. En u die Hem kennen mag, die met alles wat u aanklaagt ook aan afdwalingen, toch niet ontkennen mag dat Zijn stem u opgezocht heeft, dat Die Herder u opgezocht heeft, zoek toch de stem van uw Herder opnieuw te vernemen! Laat het toch in uw leven het pleiten zijn op de zorg van de Heere! Verdiep u toch in
Predikatie ds. A. J. T. Ruis uit Rotterdam Tekst: Johannes 10 vers 27 Thema: De schapen van Christus
10
de troost die er ligt in het midden van onze teks: en Ik ken dezelve. Opdat in uw leven de roemtaal van het geloof gehoord zal mogen worden. Ook in de kring van uw familie en in de kring van uw kinderen en in de kring van uw collega’s of woonomgeving: de Heere is door genade van zo’n afdwalend schaap en zo’n verloren mensenkind als ik in mezelf ben, tóch de Herder geworden en tóch onbegrijpelijk wonder van genade: de Herder gebleven! En daarom: mij zal niets ontbreken!
AMEN
Zingen Psalm 31 vers 3
Dankgebed
Zingen Psalm 79 vers 4 en 7
Zegen des Heeren