Markus 8:34 'Zo wie achter Mij wil komen' ds. A. Hoekman

Predikatie ds. A. Hoekman Markus 8 vers 34 De oproep om achter de Heere Jezus te komen
1
Predikatie ds. A. Hoekman Christelijke Gereformeerde predikant te Alphen aan de Rijn
Locatie: Christelijke Gereformeerde Kerk te Alphen aan de Rijn
Datum: zondag 5 juli 2015
Votum en groet
Zingen Psalm 23 vers 1
Wet des Heeren
Zingen Psalm 84 vers 4
Schriftlezing: Markus 8 vers 27 tot 38
Gebed
Zingen Psalm 91 vers 1 en 2
Tekst: Markus 8 vers 34:
En tot Zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen, zeide Hij tot hen: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en volge Mij.
Het volgen van de Heere Jezus dat geeft geen rust. Dat kan geen uitstel lijden en daarbij moeten we niet achterom maar vooruit zien. Er kwam een wetgeleerde bij de Heere Jezus die wilde volgen en de Heere vertelde over Zichzelf dat de Zoon des mensen geen rustplaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen. Dat betekent geen kalme reis maar wel een behouden aankomst. Want een rustplaats vond de Heere Jezus aan het kruis waar Hij Zijn hoofd boog, neerlegde. Dus geen kalme reis, geen garantie van rust maar wel een behouden aankomst. De rust die overblijft voor het volk van God. Dat was die eerste les als het gaat over het volgen. Een tweede les dat de Heere Jezus zomaar iemand aanspreekt en roept: kom achter Mij, en die man uitvluchten had. Maar het kon geen uitstel lijden. Nee niet je vader eerst begraven. Niet eerst nog ruimte en tijd voor jezelf opeisen. Nu. Is het ook al gehoord door u? dat er haast bij is. Haast u tot Mijn hulp en red. Psalm 70, die uitgeknipte Psalm van Psalm 40. Misschien hebt u hem wel uitgeknipt en aan een prikbord gehangen. Dat het ook voor u een zaak van haast werd, van nood. En dan is er weer iemand die bij de Heere Jezus komt. Ik wil U volgen maar sta mij toe om eerst afscheid te nemen. Nee niet achterom zien, vooruitzien. Dat is de Heere Jezus zien, de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs. 3 belangrijke lessen als het gaat over het volgen van de Heere Jezus. 3 personen die het ook aanging, die het betrof. Nu dan één tekst waarbij de Heere Jezus 3 voorwaarden noemt, dé 3 voorwaarden van het volgen. De voorwaarde van het jezelf verloochenen, van je kruis opnemen en van het volgen van Hem. We schrijven bij de tekst:
De oproep om achter de Heere Jezus te komen
- Voor wie deze oproep is
- Wanneer deze oproep klinkt
- Wat deze oproep inhoud
Voor wie deze oproep is:
Vers 34 is daar heel duidelijk in. Het is niet alleen voor de discipelen die geroepen worden achter Hem te komen. Hier staat dat de schare ook geroepen wordt. En tot Zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen, zeide Hij tot hen. Dat is tot de discipelen en die schare. Daar wordt niemand van uitgesloten. Daar wordt
Predikatie ds. A. Hoekman Markus 8 vers 34 De oproep om achter de Heere Jezus te komen
2
niemand gepasseerd. Dat is een les! Dat is een hele belangrijke les. De Heere Jezus sluit niet uit maar roept achter Hem te komen. En dan is het de hele schare die hoort, alle hoorders, allen die van heinde en ver of van dichtbij gekomen zijn om te kijken naar de wonderen en te horen wat de Heere Jezus te zeggen heeft. Al die mensen met alle verschillende motieven, ook Petrus, ook Johannes, ook Judas met al hun eigen motieven, ze worden geroepen achter de Heere Jezus te komen. Ook zij die alleen maar om het wonder komen! Ook zij die alleen maar belangstelling hebben om wat nieuws te horen. Allen worden genodigd! Ja zo ruim komt het evangelie. En dat is niet een dominee die het ruim maakt maar het is de Heere Jezus Zelf Die roept de schare! Zo wie achter Mij wil komen! Hij roept niet alleen een enkeling of een bijzondere groep die al enigszins gewillig is om te volgen, maar heel die schare wordt benaderd, aangesproken om achter Hem te komen. Ja wat mag ik hiervan zeggen? Een aantal dingen. Het eerste is: je hebt Jezus nodig. En dat maakt de Heere Jezus Zelf duidelijk door zo iedereen te roepen om achter Hem te komen. Maar dat is niet het enige wat ik zeg dat je Jezus nodig hebt. Dat zou een constatering kunnen zijn waarbij je het gevoel kan hebben: nu wordt ik met een kluitje in het riet gestuurd: ik heb Jezus nodig. Ja maar en nu dan? Nee wat hier uit blijkt dat de Heere Jezus ook de schare nodigt is dat de Heere Jezus ook beschikbaar is. Het is dus niet alleen: je hebt Jezus nodig, maar er is ook een Zaligmaker voor die schare waarbij niemand uitgezonderd wordt, wat voor motieven u ook had om naar de kerk te gaan. Misschien moest je wel. Het was warm, waarom nu? Maar je wordt genodigd. Misschien was er verlangen, het verlangen van Psalm 84: hoe branden mijn genegenheen, om `s Heeren voorhof in te treen. Je wordt genodigd. O Heere och wierd ik derwaarts weer geleid, ook dat kan het gebed geweest zijn. Je wordt genodigd om achter Hem te komen. En het is de Heere Jezus Zelf Die de nodiging laat uitgaan tot heel die schare en daarmee ook zegt: ziet hier ben Ik! Dus niet alleen de constatering: je hebt Jezus nodig, maar: er is ook een Zaligmaker voor zondaren, ja voor u! Of je nou walgt van jezelf of dat je middenin de zonde leeft, Hij is gewillig om u te roepen, achter Hem te komen. Dat brengt mij bij de tweede gedachte:
Wanneer deze oproep klinkt:
En dan ga ik toch even een stapje terug. De context waarin deze tekst staat ga ik er nu bij betrekken. Want wanneer verkondigt de Heere Jezus nu deze nodiging? Wanneer klinkt deze oproep? Wel op het moment waarop de Heere Jezus zojuist heeft uitgelegd dat Hij moet lijden en sterven. En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden, verworpen worden, gedood en na 3 dagen zal weder opstaan. Dat is het moment waarop deze nodiging klinkt. En dan heb ik het Oude Testament om te begrijpen, ja om te zien wat hier gebeurt. Dat heerlijk evangelie van Jesaja, Jesaja 53. Want dan is het ook als daar de evangelist Jesaja gaat vertellen, gaat verkondigen: doch het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen! Hij heeft Hem krank gemaakt. Als Zijn ziel zich tot een Schuldoffer gesteld zal hebben (dat is die gewillige overgave van de Borg zoals Hij ook hier spreekt in Markus 8 en Zijn dood verkondigt), als Zijn ziel zich zal overgegeven hebben tot een Schuldoffer zo zal Hij zaad zien. Hij zal de dagen verlengen en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. Het welbehagen, wat is dat? Dat God de duivel een eeuwigheid is voor geweest. Satan die de mens verwoest heeft, de mensenmoorder van den beginne. Maar dat God, de Drie-enige God van eeuwigheid gedachten heeft gehad van vrede om die mens die vallen zou, zalig te maken. Om mensen die tegen God hebben gekozen te verlossen. Dat zekere getal, om hen in de tijd toe te brengen.
Predikatie ds. A. Hoekman Markus 8 vers 34 De oproep om achter de Heere Jezus te komen
3
En dan ben ik hier bij vers 34. Want de Heere Jezus is hier bezig met dat toebrengen van dat zekere getal dat van de Vader aan Hem gegeven is, verloren zielen die aan Hem gegeven zijn, voor wie Hij zal sterven aan het kruis! Die Hij daarom ook roept, roept zonder onderscheid! Met het welmenende aanbod van genade. Daar wordt heel die schare genodigd. Niet alleen die uitverkorenen worden genodigd, nee heel die schare. We mogen het niet inperken. Het is het welbehagen van God dat door Zijn hand gelukkig doorgaat. En het welbehagen van God uit zich hier in dat u, dat jij genodigd wordt! Dat is wat! Ja daar zingt de Psalm ook van: welzalig die Gij verkiest, die Gij doet naderen om te horen. En zo mogen wij ook naderen tot het heiligdom, in de kerk zitten en dan mogen we het evangelie horen waarin we worden genodigd door de Heere Jezus Zelf. Daarin spreekt Zijn welbehagen, het Goddelijk welbehagen dat ze worden toegebracht en daarom door de prediking worden uitgenodigd om achter Hem te komen. We moeten niet eerst gaan redeneren: dan moet ik weten een uitverkorene te zijn! Nee niet gaan redeneren. Verlorenen worden genodigd, de schare wordt genodigd, omdat de Heere Jezus Zijn leven aflegt en weer opneemt! Omdat het de Heere behaagd heeft Hem te verbrijzelen, daarom zal door Zijn hand het welbehagen, de prediking, de nodiging tot het heil door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. De nodiging is van Christus. Hij is het Die nu spreekt. Dat is de boodschap die tot ons komt. De Heere Jezus nodigt! Daarom is het moment waarop die nodiging klinkt zo belangrijk. Het is de Christus Die Zijn leven aflegt en opneemt, Die zondaren nodigt tot Hem. Dat brengt mij bij de derde gedachte:
Wat deze oproep inhoud:
Zo wie achter Mij wil komen. Achter de Heere Jezus komen, dat is dus de zaak. En de kinderen weten het wel wat dat betekent. Dan denk je aan de discipelen. Ze werden geroepen door de Heere Jezus. Ze waren aan het vissen bij het meer van Galilea. Ze werden geroepen: kom achter Mij. Ze lieten de netten achter, de boot lieten ze achter en ze gingen met de Heere Jezus mee om van Hem onderwijs te krijgen, te leren maar ook te zien Wie Hij is. Dat Hij wonderen deed. Discipelen, het woord zegt het ook: volgeling. Is dat nu wat de Heere Jezus bedoelt dat we allemaal alles nu moeten verlaten en dat we achter de Heere Jezus moeten komen als een discipel? Nee dat is niet wat hier zo wordt bedoeld dat we net als Johannes en Mattheüs moeten volgen en moeten meegaan. Maar wat bedoelt de Heere Jezus dan wel? Achter Mij komen, achter de Heere Jezus komen. Wel dat betekent dit: dat je je laat leiden door de Heere Jezus. Dat Hij het voor het zeggen krijgt. Dat Hij beslist in je leven. Dat je Hem ook laat dwingen. Die momenten zijn er ook voor de volgelingen van de Heere Jezus, dat ze gedwongen worden. Dat ze het niet begrijpen maar toch die liefdesdrang van de Heere Jezus bijvoorbeeld als ze in het schip worden gedwongen. En Hij dwong hen in het schip te gaan. En dan gaan ze echt geen makkelijke tijd tegemoet. Dan komt er een storm. Dan wordt het moeilijk, dan wordt het donker. En Hij dwong hen in het schip te gaan. Maar dat alles hoort bij het achter Jezus komen. Omgaan met Hem, leren van Hem, je aan Hem verbinden. Ja dat is het: achter Hem te komen. Ja hoe doe ik dat nu dominee? Want nu wordt ik genodigd, u hebt het uitgelegd in de eerste gedachte: de schare en de discipelen. Ik heb het opgepikt dominee, het is uitgelegd. Zelfs ik die geen zin had naar de kerk te gaan wordt genodigd. Dat ik middenin de zonde leef en dat ik mij daar goed in voel, ik wordt genodigd. En ik heb ook gehoord dat het de macht en het gezag van de Heere Jezus is, het welbehagen des Heeren dat door Zijn hand gelukkig voortgaat. En daarom is het dat de Heere Jezus het is Die mij nodigt, dat Zijn huis vol worde.
Predikatie ds. A. Hoekman Markus 8 vers 34 De oproep om achter de Heere Jezus te komen
4
Maar hoe doe ik het? Hoe doe ik het? En wat zijn de kenmerken van het volgen van de Heere Jezus? Nou de Heere Jezus wil het u laten weten. Wij worden niet met een kluitje in het riet gestuurd om het zelf maar uit te zoeken wat het volgen van de Heere Jezus inhoud. Als ik er maar een goed gevoel bij heb en als anderen maar hun zegenende handen erover uitsteken dat het dan goed is. Nee het moet zijn naar Het Woord. Het moet zijn naar het onderwijs van de Heere Jezus, daarmee in overeenstemming zijn. Ik moet het uit Zijn mond zelf horen. Is dat ook uw vraag? Als die vraag binnenkomt: hoe volg ik U dan Heere? Hoe moet het dan? Is er dan ook een diep verlangen: Heere mag ik het van U horen wat het is om te volgen? Allereerst dat ik het mag horen maar dan ook met mijn hart verwerken. Nou die twee lagen wil ik er nu in aanbrengen. Allereerst dat ik het horen mag.
De Heere Jezus zegt het: jezelf verloochenen, je kruis opnemen, Mij volgen. Je mag het horen wat het is om Hem te volgen. Dat is niet met behoud van jezelf maar met verlies van jezelf. En wat houd dat in dominee: verlies van jezelf? Je verloochening, je eigen verloochening. Hoe gaat dat dan? Wel je kan niet met je ouden `ik’ achter Jezus komen. Je oude `ik’ dat is je natuurlijke bestaan waarin de Heere Jezus geen plaats heeft en de prediking van de Heere Jezus geen plaats heeft. De prediking van de Heere Jezus is de prediking van de Gekruisigde, van de veroordeling van alle zonden. En mijn `ik’, mijn oude `ik’ heeft geen last van de zonde en heeft daarom ook geen Borg nodig voor de zonde. Die ziet zijn zonde niet en het is wel goed zo. Dat kan heel ver gaan, die oude `ik’. Je kan zelfs leven in de zonde, de zonde niet voelen en toch je bezighouden met godsdienstige zaken. Ja dat je heel druk bent met de wet. Dat je heel druk bent met jezelf op te knappen voor de Heere, met behoud van je eigen `ik’, met behoud van je zondige leven. En toch proberen God aan je kant te krijgen! Ik zal iemand noemen die daar heel ver in gekomen is. dat is Paulus. We horen Paulus immers roemen in de Filippenzenbrief. Dan roept hij het uit dat hij een Hebreeër is uit de Hebreeën. Dat is: de bovenste plek heeft. Inderdaad besneden op de 8ste dag. Dat is wat, dat is echt een jood. En hij hield al de geboden, niets op aan te merken. En zo is hij gegroeid, zo is hij vroom geworden. Maar dan zegt hij het in Filippenzen 3 vers 7: maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus wil schade geacht, ja gewisselijk ik acht ook alle dingen schade te zijn om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus mijn Heere, om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen! Daar heb je de zelfverloochening, daar heb je het sterven van de oude `ik’, dat je ook met al je wetsgetrouwheid en je vrome leven niet meer kan bestaan voor God! Alles afkeuren om Christus te mogen gewinnen! Jezelf verloochenen, dat je nergens anders meer op vertrouwen kan als het gaat om de verlossing. Want iemand kan gewoon in de zonde leven en zeggen: het loopt zo’n vaart niet, God is toch een God van liefde? Dan ga je er vanuit: het komt wel goed. God is toch een God van liefde? Je kan met de wet in de hand je eigen gerechtigheid proberen op te bouwen maar je vertrouwt op jezelf en niet op God. Paulus geeft ons een voorbeeld wat het is jezelf te verloochenen. Alles schade en drek te achten om de uitnemendheid van Christus. Mag het zo bij u leven? Alles? Ja dat je gaat zien: die zonde die moet worden weggenomen want die zonde dat is schuld! Dat je gaat zien: die zonde die er is daar kan ik niet langer omheen praten en leven, God ziet het! En ik voel het dat ik niet kan bestaan voor Gods heilig oog! Ja dan wordt het benauwd. En ook al probeer je het dan met kerkgang en Bijbellezen op te lossen, Christus moet het oplossen. Daarom: jezelf verloochen, dat is omkomen, dat is sterven en opstaan in dat nieuwe leven, dat
Predikatie ds. A. Hoekman Markus 8 vers 34 De oproep om achter de Heere Jezus te komen
5
is Christus overhouden daar waar ik alles van mezelf verloor! Ik boog en geloofde en God sprak mij vrij. Ja dat is het eerste.
Niet zomaar het eerste. Begrijpt u ook waarom dit het eerste is wat de Heere Jezus noemt? Zichzelf verloochenen, dat is: er moet een streep door mij heen en een uitroepteken achter de Heere Jezus! Maar dan kan het tweede ook gebeuren: Zijn kruis dragen. Dat is niet het kruis van de Heere Jezus. Wie zichzelf verloochent heeft een streep door zichzelf gehaald en heeft de Gekruisigde en Opgestane Christus mogen overhouden. Dat tweede wat hier genoemd wordt: Zijn kruis dragen, gaat dan ook om ons kruis, waar je eigen naam op is geschreven! Het was voor de hoorders hier in de dagen van de Heere Jezus een afschrikwekkende werkelijkheid, een beeld wat op het netvlies gebrand staat. Hebben wij ook zulke beelden gemeente die we gezien hebben? Hoe christenen vermoord worden. Dan kan er afschuw vanbinnen komen. Of we lezen ervan: christenen die onthoofd zijn door een mens, een hele gruwelijke manier. Dan huiver je toch als je die berichten hoort of je hebt er iets van gezien? Welnu, zo was het ook hier. Die kruisdood was een werkelijkheid in de dagen van de Heere Jezus. Dat was een realiteit voor de mensen, dat zagen ze, daar werden ze mee geconfronteerd misschien wel in hun nabijheid meegemaakt: de kruisdood van een familielied of van een buur. En nu gebruikt de Heere Jezus dit afschrikwekkende voorbeeld: die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op.
Laten we nog eens kijken naar zo’n man die zijn kruis moet opnemen. Hij draagt de dwarsbalk. Hij moet naar de plaats van de executie. Hij neemt zijn kruis op zich. De soldaten lopen er omheen. Doet hij het gewillig? Nee hij moet. Hij weet dat hij een gruwelijke dood tegemoet gaat. Misschien wel getuige van geweest en nu hijzelf. Gedwongen moet hij naar de plaats van de executie.
Dit beeld gebruikt de Heere Jezus: een kruiseling die zijn kruis heeft opgenomen. Maar nu zegt de Heere Jezus nadat Hij gesproken heeft over het: jezelf verloochenen, nu zegt de Heere Jezus en spreekt Hij over dit beeld nadat Hij het heeft gehad over het verlies van alles van jezelf en Christus over te houden, daar is het geen zaak meer van dwang gemeente! Ook is het een afschrikwekkend beeld wat de Heere Jezus gebruikt. Maar dan is het geen zaak van dwang maar van gewilligheid. Het vloeit namelijk uit dat eerste voort, dat kan mijn verstand totaal niet begrijpen. Wie doet dat nu: je kruis opnemen? Inderdaad zonder dat eerste: jezelf verloochenen? Zal het er ook niet zijn gemeente dan heb je niets voor de Heere Jezus over: geen pijn, geen lijden, geen schaamte, geen vervolging. Dan kun je niet lijden voor Hem! Maar wie zichzelf verloochenen mag, alles heeft prijsgegeven en Hem overgehouden, ik las het nog bij Kohlbrugge in een preek over Zondag 1: ik zal al mijn preken willen prijsgeven voor dat ene formulier van de kinderdoop. Want de preek van het formulier van de kinderdoop is zó rijk, schrijft Kohlbrugge. En inderdaad want daar lees ik ook deze ene zinsnede: Zijn kruis vrolijk dragende. Dat is wat: je kruis vrolijk te dragen! Dat verschrikkelijke kruis waar je voor terugdeinst, innerlijk vol afschuw, vrolijk te dragen! En nu zien we hier het geheim in Markus 8: dat is jezelf te verloochenen, Christus over te houden. Dan is het vrijwillig, door niemand gedwongen, gewillig. Het is een kenmerk dat ik de Heere toebehoor! En wat is dan mijn deel? Wat accepteer ik dan? Dan accepteer ik de pijn die het met zich meebrengt: het volgen van de Heere. Doet dat dan pijn? Ja. Oude vrienden met wie je kon lachen, waar je mee kon leven, mee kon lezen en schrijven, het gaat niet meer, je neemt afscheid. Dat groeit ook. Ook door hun blikken. Je doet namelijk niet meer mee. Er is een breuk. Ja die pijn. Maar je kan het vrijwillig dragen. Dat is vrolijk.
Predikatie ds. A. Hoekman Markus 8 vers 34 De oproep om achter de Heere Jezus te komen
6
Weg wereld, weg schatten, gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel ben. Ik heb alles verloren, Christus verkoren, Wiens eigen ik ben! Ja je bent vroom geworden! Het is naar je hoofd gestegen! Och ook de schaamte die bij het kruis hoort, het is een erelidteken. Wat ze ook naar mijn hoofd slingeren, en blikken kunnen ook naar je hoofd worden geslingerd en genegeerd te worden, je kan het voelen. Maar het is vanwege het kruis. En daarom is het zoet. Vervolging. Letterlijk het lijden van Christus. De Heere geeft onderwijs doormiddel van Zijn knecht Paulus in de 2de Korinthebrief. Hij heeft het kruis gewillig gedragen ook in vervolging. Want dan zegt daar Paulus in 2 Korinthe 1 vers 5: want gelijk het lijden van Christus, de smarten van Christus, dat zijn de littekens die ik ontvang vanwege het belijden van Christus. Want gelijk het lijden van Christus overvloedig is. Niet een klein beetje, niet in een hoekje van mijn leven maar heel mijn leven doortrekt! Want gelijk het lijden van Christus overvloedig is in ons, alzo is ook door Christus onze vertroosting overvloedig! Dat is het geheim van het vrolijke kruis dragen. We lijden smarten van Christus en de vertroosting door Christus. Ze zijn overvloedig. Daarom is er een vrolijk dragen.
Maar kijk eens, dat derde. Achter Mij, zegt de Heere Jezus. Geen centimeter uit dat spoor. Achter Hem. En zo zien we hier ook een hele duidelijke orde die de Heere aangeeft. Allereerst jezelf verloochenen en dan is het je eigen kruis op te nemen. Maar dan ook achter Hem. En daar mag gevolgd worden in Zijn voetspoor. 1 Petrus 2 vers 21: want hiertoe zijt gij geroepen dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zou navolgen. Zonder Hem ben ik niets. Door Hem ben ik meer dan overwinnaar! Als ik zwak ben maar ik ga in Zijn voetspoor, o dan ben ik zo machtig. Gehoorzaam aan Zijn stem, gehoorzaam horen Zijn staf die Hij laat klinken, laat tikken in het dal van de schaduw des doods, van angst, van het niet meer weten hoe ik verder moet! Gehoorzaam aan Zijn Woord, aan Zijn stem, aan Zijn leiding, gehoorzaam aan Zijn bevel. Daarom ook onder Zijn Woord, daarom ook onderwijs ontvangen! Want ik heb het nodig om gewezen te worden op Hem, om Hem te zien zodat ik Hem kan volgen. Gij zijt Mijn vrienden zo gij doet wat Ik u gebied. Ja zo ga ik in Zijn voetspoor door niet te luisteren naar wat anderen zeggen of wat ik denk en voel, maar door mij te laten leiden door Hem. Dat is het volgen, achter Mij.
We hebben het gehoord gemeente. De oproep om achter de Heere Jezus te komen. Voor wie deze oproep is. Wanneer deze oproep klinkt. Wat deze oproep inhoud. Leg je leven er zo naast en u hebt het al gedaan al luisterende. Dat merk ik tijdens het preken dat u meeluistert en ook voor uzelf ziet: waar sta ik? Maar geef nu ook eens antwoord nu we gaan afronden: ben ik nu achter de Heere Jezus gekomen? Met andere woorden: heb ik mezelf verloochend? Ken ik iets van dat vrolijke kruis dragen? Ben ik achter Hem of niet? Geef eens antwoord. Iedereen werd genodigd! Ja ook een discipel, een Judas die al zoveel heeft meegemaakt, zoveel heeft gehoord en toch niet van harte achter de Heere Jezus. O gemeente zo kunnen we bepaalde stappen zetten en dingen in ons leven opgeven voor de Heere Jezus en toch niet dat zelfverloochen, toch niet die streep door jezelf en alles in Hem! O dat was Judas. Gaat het over u? Over jou? Petrus, nog zo’n volgeling. Wat doet Petrus? Petrus begrijpt het niet als de Heere Jezus over Zijn lijden spreekt in vers 31 van Markus 9: en Petrus tot Zich genomen hebbende begon hem te bestraffen. Nee Heere niet zó! Niet door het kruis! Geen lijden, geen sterven! Petrus begint Jezus te bestraffen en daar moet ook dit kind van God leren dat alles in Christus ligt, of het is ook voor hem alles verloren! Want Jezus bestraft Petrus: ga heen achter Mij satanas
Predikatie ds. A. Hoekman Markus 8 vers 34 De oproep om achter de Heere Jezus te komen
7
want gij verzint niet de dingen die Godes zijn maar die der mensen zijn. O dit onderwijs klinkt op dit ogenblik nadat Petrus zo terechtgewezen is. Juist Gods kind kan zo in de duisternis tasten. Door eigen ongeloof en hardigheid van het hart en niet zien Wie de Heere is. Daarom ook die oproep ook voor Petrus: verloochening man, jezelf verloochenen en Mij overhouden! Ja dat hebben we nodig: Christus overhouden! Dat geldt voor Judas ook: vriend verraad gij de Zoon des mensen met een kus? Vriend, de Heere Jezus zoekt het verlorene. Petrus ga achter Mij. Verloochening van jezelf Petrus. Heel die schare of het nu warm is koud, of je nu zin hebt of niet om te luisteren, genodigd! En laat dit overblijven: ik moet eraan en Christus moet overblijven. Zeg daar nu eens `amen’ op!

AMEN
Zingen Psalm 62 vers 5
Dankgebed
Zingen Psalm 23 vers 2
Zegen des Heeren