Word geen dominee!

1 Koningen 19:19

Zo ging hij vandaar en vond Elísa, den zoon van Safat; diezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich heen, en hij was bij het twaalfde; en Elía ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

 

Het is alweer jaren geleden dat een jonge broeder een gesprek met mij wilde. Hij meende dat hij door de Heere geroepen was om dominee te worden. Ik heb toen gedaan wat ik eens bij de bekende Engelse dominee C.H. Spurgeon las. ‘Wanneer een man denkt dat hij tot de bediening geroepen wordt, zal ik hem tarten en proberen om zich ervan te onthouden.’ Ik zei tegen hem: ‘Probeer de preekstoel uit je hoofd te krijgen en word geen dominee!’ De jonge broeder ging terneergeslagen naar huis. Ik had met hem te doen. Want ik had in zijn woorden en houding iets geproefd van de oprechte begeerte tot het ambt. Maar ik dacht: als het van de Heere is, komt hij terug. Spurgeon had namelijk nog iets gezegd: ‘Een man die de echte roeping van de Heilige Geest heeft, moet en zal gaan, hij kan er niets aan doen. Hij moet prediken.’ En dat gebeurde. Enkele maanden later zat hij weer bij mij en toen durfde ik hem niet meer weg te sturen. Jaren later heb ik hem mogen bevestigen in het ambt…

Elia gaat terug naar Israël. Uiteindelijk komt hij bij het land waar Elisa met zijn knechten bezig is met ploegen. Elia loopt de ploegers voorbij en als hij bij Elisa komt, dan werpt hij zijn mantel op Elisa en zonder iets te zeggen loopt hij ook weer door.

Maar Elisa begrijpt onmiddellijk de bedoeling van dit gebeuren, namelijk dat Elia hem hier als zijn opvolger aanwijst. Want dat kwam meer voor dat men de kleding van de voorganger aantrok, denk maar aan het hogepriesterlijke kleed van Aäron, dat moest hij uittrekken en dat werd aan zijn zoon Eleazar gegeven, als teken van zijn opvolging.

Dat is geen initiatief geweest van Elia. Elia heeft niet gedacht: ik word nu toch wat ouder en wie zal mij nu moeten opvolgen? En dat hij op zoek gegaan is en dacht: ‘Die Elisa, dat lijkt een godvrezende knaap te zijn, laat ik hem maar kiezen.’ Nee, zo ging het niet, want het ambt is geen menselijke uitvinding. Paulus schrijft in de Efezebrief zo heel indringend: En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; En dat mogen we wel onderstrepen: Dezelve heeft gegeven…

De manier van de roeping kan wel verschillend zijn. Sommigen worden op oudere leeftijd midden onder het werk geroepen, zoals Elisa en later Amos. Anderen worden van jongsaf voor de Heere en Zijn dienst afgezonderd, denk aan Samuël en Jeremia. Maar hoe verschillend de roeping tot het ambt ook is, ze worden allemaal door de Heere Zelf geroepen.

En roeping tot het ambt betekent tenminste drie dingen. Allereerst is dat dat je een persoonlijke roeping krijgt tot de genade van de Heere. Want hoe kun je een dienstknecht van God zijn als je geen kind van God bent? Dat zien we ook in het leven van Elisa. Uit de gegevens in de tekst blijkt dat Elisa grootgebracht is door godvrezende ouders. Je kunt het al afleiden uit zijn naam. Elisa: mijn God is heil. Dit en andere dingen wijst erop dat zij tot die zevenduizend behoorden, evenals Elisa zelf.  

En het tweede wat kenmerkend is voor de roeping, is dat het je hele leven opeist. Elisa laat zijn ploeg in de steek en gaat met Elia mee. En ten derde krijgt hij de mantel van Elia opgelegd. Daarmee symboliseert Elia datgene wat Paulus later zal zeggen, in 1 Korinthe 9: want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!

En dat zijn enkele kenmerken van de roeping. Als er jongens of mannen zijn die worstelen met de roeping tot het ambt, dan kun je hier bepaalde hoofdlijnen zien hoe de Heere roept. Al is er natuurlijk verschil tussen toen en nu. Maar dit is altijd hetzelfde: Hij roept je tot bekering en Hij roept je tot het ambt. En Hij eist je hele leven op. En Hij legt de nood van zielen op je hart.

En al wil je anders, je kunt niet meer anders. Al zou je soms die zware profetenmantel van je willen afschudden, toch zeg je met Paulus: wee mij indien ik het Evangelie niet verkondig.

Is er iemand die dit herkent?

Ds. M.A. Kempeneers

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.