Jesaja 4:6 'Een verberging tegen den vloed' ds. G.R. Procee

Leespreek over:

Jesaja 4:6
En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den  regen.

ds. G.R. Procee, Middelharnis.

Liturgie:

Psalm 11: 1,3
Psalm 123: 2
Psalm 121: 1,3,4
Psalm 40: 1
Psalm 85: 4
Jesaja 4

U hebt het misschien wel eens meegemaakt, dat u aan het fietsen was door de velden en dat er opeens een regenbui losbarstte en dat u maar wat graag ergens wilde schuilen. Maar als je midden op het veld bent dan is dat moeilijk. Zo heeft elk mens in het leven een schuilplaats nodig. Vooral heeft een mens bescherming nodig tegen al de kwade invloeden in onze wereld. Er zijn verwoestende krachten aan het werk. Dan heb je een schuilplaats nodig. Zoals iemand in het veld, die overvallen wordt door een onweersbui, een hut nodig heeft.
Dit beeld van een hut is een beeld dat de mens bescherming nodig heeft tegen de zonde, de vloek, en de straf van God over onze zonden. Wij hebben bescherming nodig tegen de aanvallen van de duivel. Die Schuilplaats wordt ons geboden in de Heere Jezus Christus.

Dan willen wij over mediteren aan de hand van wat wij vinden in Jesaja 4:6. Daar lezen wij: En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.

Hier wordt geprofeteerd van de rust en de bescherming die ontvangen worden door Christus. Wij hebben Jesaja hoofdstuk 4 gelezen en daar spreekt Gods Woord over de zegeningen en de bescherming die Christus zal geven aan hen die alles verzondigd hadden. We willen nadenken over:
Christus voorgesteld als een hut. We zien:
1. De Noodzaak voor die hut.
2. De Heerlijkheid van die hut
3. De Veiligheid in die hut.

1. Dit gedeelte staat in de context van groot verval onder de inwoners van Juda. U leest in hoofdstuk 3 hoe de zonden van het volk vlijmscherp aangewezen worden. Het volk is verzonken in afgoderij en allerlei immoraliteit. Er zijn geen verstandige leiders meer onder het volk. Ze gedragen zich als kinderen en als zwakke vrouwen. Corruptie tiert welig. De mannen flirten met de vrouwen van hun naasten en de vrouwen proberen zo verleidelijk mogelijk er uit te zien. De Heere is daar vertoornd over en zal de vijanden in het land zenden. De gevolgen zullen vreselijk zijn. Mannen sneuvelen in de oorlog en vrouwen verliezen hun schoonheid en dolen radeloos rond. De rijkdom van het land wordt weggeroofd door de vijanden.

Heel het volksleven lijkt dan op een afgehouwen boomstronk. Wanneer u door een tuin wandelt, ziet u verschillende boomstronken, verborgen tussen de bladeren. Daar stonden eens prachtige bomen, maar die zijn tot op de grond toe afgezaagd. Nu is er alleen maar een half vergane boomstronk over. Je moet er echt naar zoeken, zo onbetekenend zijn ze. Het spreekt van vergane glorie. Het was eens heel mooi, maar al de schoonheid is weg.
Zo kunt u ook in het land weleens een boerderij zien die zeer vervallen is. Eens was dat boerenhuis een prachtige kapitale boerderij, maar nu staat het leeg, ongebruikt en het is in verval.
Dit zijn beelden van wat er terechtgekomen is van het prachtige Koninkrijk van Juda. Door de zonde en door de oordelen dreigt heel het volk te gronde te gaan. Het laatste vers van hoofdstuk 3 vertelt ons dat de poorten van Jeruzalem zullen treuren en de stad is leeg. Dit zijn de oordelen van God om hun ontrouw en om al de verbreking van Gods wetten.

Het eerste vers van hoofdstuk 4 laat zien dat het zo erg zal zijn, dat 7 vrouwen zullen vragen of ze bij 1 man mogen horen, omdat er zoveel mannen gesneuveld zijn. Het is smaadheid voor hen om geen man te hebben. Ze zijn zo wanhopig, dat ze voor zichzelf willen zorgen, zolang ze maar mogen horen bij een man. Het is allemaal bittere ellende. Naar de mens gesproken is er geen verwachting meer. En dan gaat de Heere werken.

Ondanks de ontrouw van Zijn volk, gaat de Heere verder. Hij zal Reformatie bewerken. Er zal een herstel komen van het volksleven en Jeruzalem zal herbouwd worden en de bevolking zal weer groeien. Dat is alleen maar aan God te danken, omdat God blijft werken. God doet het alleen. Het is helemaal Zijn werk. Verlossing en zaligheid kunnen nergens anders vandaan komen, dan van God. Het is dankzij Gods genade, dat er verlossing zal komen. Zo was ook de komst van Christus in deze wereld Gods ingrijpen. Wij vroeger niet naar God, God kwam tot ons. God breekt door in onze wereld om de zaligheid en verlossing te geven. Het is allemaal Zijn werk alleen.

Het volk hier in onze tekst heeft een toevlucht nodig in al de nood die hen overkomt. Zo hebben wij ook een toevlucht nodig. Want wij hebben ook gezondigd tegen de Heere. Als God met ons in het recht zou treden, dan zijn wij ook verloren. Hebt u dat al eens gezien? Wij zijn die mensen uit onze tekst die God naar recht zou moeten oordelen.
U bent een kerkmens. Dat waren de mensen uit onze tekst ook. Zij gingen op naar de tempel in Jeruzalem, ze hadden Bijbelse namen en wisten wie de Heere was, maar ze gehoorzaamden Hem niet. Moet de Heere dat ook van ons leven zeggen? Wel naar de kerk gaan, maar toch Hem ongehoorzaam zijn. Toch ons eigen leven leiden voor onszelf, apart van God. Bent u er al aan ontdekt geworden? Dan ziet u, dat u ook verteerd moet worden voor God. Daarom is het ook voor u noodzakelijk dat u een schuilplaats hebt.

Denk maar aan de Israëlieten in het land Gosen, toen de verderfengel langskwam. Ze moesten daar achter het bloed schuilen. Gods oordelen komen en wij hebben een bescherming nodig. Dat is alleen maar te vinden in de Heere Jezus Christus. Zonder die bescherming wordt straks uw leven afgesneden en omgehakt. Zonder Christus hebt u geen toekomst. God moet werken, ook in uw en jouw leven. Zie deze werkelijkheid, dat u ook door Christus verlost moet worden. Dan zal de betekenis van de komst van Christus in deze wereld. Hij komt om het verlorene te zoeken en te behouden. Hij komt nog steeds, maar nu door Zijn Woord. En Hij roept u. Luisteren wij al?

2. De Heerlijkheid van die hut. We zien hier hoe Christus omschreven wordt als een sprietje dat opkomt uit de aarde. Vers 2 verwijst naar Christus als de Spruit van de Heere. Dat woord spruit betekent een klein begin, een sprietje, dat opkomt uit de aarde. In vers 2 zien we ook de uitdrukking: de vrucht der aarde. Dat betekent in feite hetzelfde. Er is hier sprake van een parallelle uitdrukking.
Het gaat hier erom dat Christus een klein begin zal hebben en als een rijsje en als een sprietje op zal komen uit de aarde. Het was maar een klein begin, maar dat de Heere Jezus zal zijn tot sieraad en heerlijkheid en tot voortreffelijkheid en versiering. Zo was Zijn begin klein in die stal. Niemand lette erop. Maar de engelen jubelden van vrede en welbehagen van God. Want nu zou er verlossing en zaligheid voor verloren zondaren komen.

In Christus ligt een uitbundige volheid van genade. Deze genade wordt weergegeven als vrucht van de aarde. Het beeld hier is dat de aarde woest en bedorven was. Zo is het volk van Juda geworden. Door hun goddeloosheid hebben ze een woestenij gemaakt van heel hun bestaan. Uiterlijk is er heus wel welvaart, maar geestelijk is het een dorre woestijn. Niemand heeft vrede en er is geen rust voor hun zielen. Nu gaat God toch zorgen dat temidden van deze woestenij vrucht zal voortkomen. Deze vrucht zal vrede en verlossing zijn door Christus.

Christus wordt hier aangewezen als vrucht der aarde. Dit beeldspraak lezen wij vaker in de Schrift als een aanduiding van de Heere Jezus. U kent allemaal de profetie in Jes 11:1, Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen. Daarnaast ziet u ook Psalm 85:12 De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van den hemel nederzien. Ook verderop in Jesaja 45:8, de aarde opene zich, en dat allerlei heil uitwasse, en gerechtigheid te zamen uitspruiten.
Deze woorden wijzen op een diepe geestelijke vreugde en leven. Dat zien we hier in vers 2, des HEEREN SPRUIT zijn tot sieraad en heerlijkheid, en de vrucht der aarde tot voortreffelijkheid en tot versiering degenen, die het ontkomen zullen in Israël. De vrucht der aarde moet gelezen worden als de geestelijke zegeningen die God over Zijn volk zal geven. Zo wordt hier verder gesproken, dat de Heere schulden zal afwassen en verlossing zal geven.

De Heere Jezus zal zijn tot vreugde, tot heerlijkheid en tot sieraad voor al Zijn kinderen. Net als de zon heerlijk schittert, zo zal Christus schitteren als de enige Verlosser. Zijn volk zegt van Hem: Al wat aan Hem is, is heerlijk en gans begeerlijk. Want voor hen, die Hem hebben leren kennen als hun Zaligmaker zal Hij tot sieraad en heerlijkheid zijn. De tekst noemt het woord voortreffelijk. Zo is Christus omdat in Hem de toorn van God gestild is en zaligheid verkregen wordt. Dat heeft Maria gezien en heeft zij samen met Elisabeth over gezongen.
Vers 2 spreekt ook over hen die ontkomen zullen. Dat zijn zij, die door Gods genade gespaard zijn. Dit is naar Zijn genadige verkiezing. Over hen zal de Heere Zich ontfermen en zal Zijn heerlijkheid en voortreffelijkheid over hen uitgieten.

De krachtige werking van Gods Geest leidt hen tot bekering. Zij zullen Christus omhelzen. God heeft hen uitverkoren om het eeuwige leven te ontvangen. Uit vrije liefde, zou God onwaardige zondaren redden en zaligen. Nu mag niemand denken dat er voor hem of haar geen genade is. Want de Heere nodigt en roept door de prediking van Zijn Woord. Hij roept zondaren tot Hem te komen en zij zijn welkom. In de praktijk zal het zo zijn, dat niemand wil komen. Dan gaat God uit vrije genade Zichzelf een volk vergaderen. Zij ontvangen Gods heerlijkheid.

Calvijn wijst hier tweemaal in zijn commentaar erop, dat de heerlijkheid van de kerk niet bestaat uit de menigte, maar uit zuiverheid. Wanneer God de heerlijke werkingen van Zijn Geest uitgiet op mensen, en zij van harte de Heere vrezen, dat definieert de heerlijkheid van de kerk. Mensen begeren altijd een grote massa kerkgangers, maar het is beter, zegt Calvijn om minder in aantal te zijn, maar dat de heerlijkheid van God in hen werkt.

De heerlijkheid van Christus wordt hier uitgestort op hen die overblijven zullen uit de oordelen van God. Goddelozen zullen uitgeroeid worden van de aarde maar Gods uitverkorenen zullen heilig genoemd worden en zij worden opgeschreven ten leven. Hun namen staan opgetekend in het Boek des levens. Dat is de ware vreugde. Daarom zegt Christus tot Zijn apostelen in Lukas 10: 20, verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen. Daarom is Christus gekomen in deze wereld om Zijn volk, dat Hem gegeven was door de Vader te behouden. Het is voor hen, dat Christus Zijn leven zal afleggen. Daartoe was Hij gekomen. We zien de schaduw van het kruis al over de kribbe van Bethlehem.
Dit hoofdstuk spreekt over zowel het oordeel als de verlossing. U leest over de smaadheid in vers 1, en over de verlossing in de volgende verzen. God openbaart Zich hier als Rechter en als Zaligmaker.
In vers 4 lezen wij dat de Heere de drek van de dochter van Sion zal afwassen. In plaats van al de schoonheidsartikelen, die we lezen in hoofdstuk 3, belanden die vrouwen in schande, in de modder en de drek. De Heere spreekt over de bloedschulden van de mannen van Jeruzalem. De Heere gaat de zonde in het leven aanwijzen en straffen. Zo komt Hij met Zijn rechtvaardig oordeel, maar door de verlossing in Christus, is er ontkoming aan dat oordeel en worden die bloedschulden en al het vuil afgewassen.
Gods geest gaat die zonden uitbranden. Dat is het heerlijke heiligende werk van Gods Geest. In het werk van de bekering, gaat de Heere niet alleen de zonden vergeven, maar ook de mens die zonden afleren. Zo is Christus de ware Zaligmaker.

De Heere kwam met Zijn oordeel en straffen over Jeruzalem en het volk van Juda. Maar nu zal God ook komen om verzoening en zaligheid te bewerken. Daartoe is de Heere Jezus gekomen in onze wereld. Het volk dat in duisternis is gezeten zal een groot licht zien. God komt tot redding en behoud. Daarom zal hij de bloedschulden van Jeruzalem afwassen, vers 4. Dat kon alleen maar door de komst van Zijn Zoon in deze wereld. Hij kwam als de lijdende Knecht des Heeren. De Heere Jezus zou Zijn levendmakende Heilige Geest verdienen, waardoor zondaren in het hart geprikt en hun levens vernieuwd worden. Door de Geest der genade gaat de Heere omzien naar Zijn volk. De Heere zal werken, niet door macht, en niet door kracht, maar door de Geest van de Heere. Hij zal hun verstand verlichten en hun gewetens weer gevoelig maken.

De mensen dachten aanvankelijk niet dat ze reiniging nodig hadden. Want ze vonden zichzelf wel rein en ze dachten dat ze het goed deden. In hen werd vervuld wat wij lezen in Spreuken 30: 12 Er is een geslacht, dat rein in zijn ogen is, en van zijn drek niet gewassen is. Zo is het nog steeds, onze welvaart, onze goede werken, al onze activiteiten en inspanningen zijn zonder God vuilnis in de ogen van de Heere.
Maar dan gaat de Heere aan het werk om te verlossen, door deze mensen hun zonden te laten zien en hen te verootmoedigen voor Hem want de Heere zal een Fontein openen voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid (Zach. 13:1).

Die verlossing is gekomen toen Christus deze wereld binnenkwam. Johannes getuigde van Hem dat Degene die na hem komen zou, dopen zou met de Heilige Geest en met vuur. Dat zal het vuur zijn van de uitbranding. De zonde en het kwaad worden uitgebrand. Zo worden mensen gereinigd en tot bekering gebracht.
Vers 3 spreekt over de overgeblevenen in Jeruzalem en zij zullen heilig geheten worden. Dat betekent zij zullen de Heere toegewijd zijn. Deze verlosten zullen in gemeenschap leven met God en dat zij niet langer door middel van een aardse hogepriester de Heere zullen dienen, maar nu zal heel Gods volk toegewijd zijn aan de Heere. Zij zullen Hem rechtstreeks mogen dienen.

Toen de Heere Jezus geboren werd, werden de hemelen letterlijk geopend. De herders hebben het gezien en ze konden er niet van zwijgen. Vanuit de hemel grijpt God in, in deze wereld door Zijn Zoon, Jezus. Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Daarom is Zijn komst vol blijdschap en leven en uitzicht voor arme zondaren. Christus heeft een nieuwe en levende weg geopend naar het Heiligdom in de hemel. Nu worden al Gods kinderen toegewijd aan de Heere. Zij zullen heilig genoemd worden en zo zal er voor hen een toegang zijn tot de Heere.

Zie toch hoe heerlijk deze Christus is. Er is in geen andere naam zaligheid te vinden. Zonder dit werk van de Heere zijn wij gedoemd tot eeuwige ondergang. U en ik hebben reiniging en behoud nodig. Christus behoort onze Rechter te zijn en nu komt Hij tot ons als onze Zaligmaker. Zo wijst de profeet Jesaja het volk op de heerlijkheid en de schoonheid van deze Christus.

Dat wordt ook persoonlijk ondervonden. Wanneer Gods Geest in u werkt, dan wordt u ook de zondaar. Dan ziet u ook dat u de Heere smaadheid hebt aangedaan en dan hebt u ook geen heerlijkheid of sieraad meer. Maar dan staat u schuldig. Wanneer u uw schuld ziet en erkent, dan wil God in Christus u tot heerlijkheid en sieraad zijn. Zo is Christus een hut, een bescherming voor de rechtvaardige toorn van God. Zo wordt Christus noodzakelijk, liefelijk en heerlijk. En in Christus bent u ook veilig. God heeft speciale zorg voor Zijn kinderen en dat zien wij verder wanneer we nadenken over:

3. De Veiligheid in die hut. De tekst spreekt erover dat de Heere als een wolk zal zijn overdag en als een vlammend vuur ‘s nachts en dat de Heere zo zal waken over Zijn volk. Dat volk dat door hem is vrijgesproken van straf en oordeel, het volk dat door Christus verlost wordt, wordt door de Heere beschermd. En onder Gods bescherming zal alles daar heerlijk zijn want de Heere Zelf zal een beschutting wezen, zegt vers 5. Het is veilig om in Christus te zijn. Het is veilig om door de Heere bewaard te worden. Dan komt alles goed.
De wolkkolom en de vuurkolom wijzen heen naar de woestijnreis van de kinderen van Israël. De wolkkolom was een gids voor Gods volk om hen door het leven en door de woestijn te leiden. Het was ook een bescherming. Deze wolkkolom stond tussen de Egyptenaren en het volk Israël bij de Rode Zee. Het was ook het teken van Gods nabijheid, want de wolk bedekte de tent der samenkomst. God was bij Zijn volk. Nu is de Heere in Christus als een wolk: voor Zijn volk om hen te leiden en hen te beschermen en in Christus, is de Heere ook bij Zijn kind en woont Hij zelfs in Zijn kind.
De Heere wordt hij niet alleen voorgesteld als een wolkkolom overdag, maar ook als een vlammend vuur ‘s nachts en dat betekent licht. De Heere geeft licht. Het volk van God zal niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht des levens hebben. Bij de Moerdijk is hier een raffinaderij met een grote vlam. Dat geeft zo’n fel licht, dat u dat vanaf grote afstand heel duidelijk kunt zien, zo duidelijk is het, dat u denkt er daar in de verte brand is. Het geeft een hel schijnend licht. Zo is de Heere een licht om Zijn volk de weg duidelijk voor ogen te stellen.

In vers 5 wordt er ook gesproken over een beschutting. U kunt denken aan een bedekking als een schaduw tegen de hitte en als een bescherming tegen regen. Bij Joodse trouwerijen, houden mensen boven het bruidspaar een soort doek als een bedekking boven hen. Dat is zinnebeeldig van de bescherming van de Heere die zij het bruidspaar toewensen. Zo zal de Heere een bescherming zijn en een beschutting voor Zijn volk.

Wat heeft een mens toch een bescherming nodig. Er zijn vele gevaren in het leven. Geestelijke vijanden willen uw ziel vernielen en u tot wanhoop drijven en mensen duwen in opstand tegen God. Nu kan God alleen uw bescherming daartegen zijn. Hij behoedt uw gedachten en Hij leidt u opdat u met Hem leeft. Wij zien hier ook het beeld van een hut die herders gebruiken, wanneer ze op het veld zijn en beschutting nodig hebben, dan kunnen ze in zo’n hut schuilen.

Zo zien hier ook het beeld van een schaduw. Wanneer u ooit in warme landen geweest bent, dan weet u hoe belangrijk het is om schaduw te hebben. Wanneer de zon op u brandt dan is de schaduw een heerlijke uitkomst. Reizigers door de woestijn zijn dankbaar als ze in de schaduw van een zware rotssteen mogen reizen.
Dat de Heere een hut zal zijn voor Zijn volk, en dat is niet alleen een plaats van bescherming, maar ook een plaats van afzondering, waar men in het verborgen de Heere zoekt en daar ook gemeenschap met de Heere ervaart. Daar in de eenzaamheid voor de Heere, ontvangen Gods kinderen kracht en troost en moed om verder te gaan.

Allerhande moeite kan er in het leven van een kind van God zijn. Dan lijkt het alsof er watervloeden, stormen en stortbuien over het leven komen en dat u in de hitte van de beproeving bent. Maar in dit alles is de Heere een bescherming en beschutting.
Wie kan u beschermen van de verleidingen tot zonde? Wie kan u redden van de zondige neigingen van uw eigen hart? Wie is er bij u als stormen door uw leven razen en u in verdriet gedompeld wordt en er ziekte komt of andere nood? Wie helpt u dan? Dan is alleen de Heere Jezus Christus met Zijn macht, liefde, zorg en barmhartigheid. Hij is de enige Bescherming. Hij zegt nog tot Zijn volk, door Jesaja 43:2, Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de  rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult  gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israëls, uw Heiland.

De Heere zal Zijn volk bewaren, door heel hun leven heen. Hij zelf zal ervoor zorgen dat ze straks in de eeuwige heerlijkheid zullen komen. Zo God voor hen is, wie zal tegen hen zijn. Zo werden de discipelen door de Heere Jezus bewaard en van allen die de Heere Hem gegeven had, heeft Hij niemand verloren. Hij zal niemand verliezen, want ze zijn veilig in Zijn Hand. Zo geeft de Heere bewaring aan Zijn volk. De Naam des Heeren is een sterke toren. In alle veranderende omstandigheden van het leven, mag een kind van God te weten: Ik ben veilig in Zijn Hand.

Deze bescherming kwam ook openbaar in het leven van Jozef en Maria. Ook zij werden door moeiten heen geleid, Maria hoogzwanger en die lange reis aanvaarden naar Bethlehem en dan geen plek te hebben om haar Kindje te kunnen baren. Daarna wegvluchten naar Egypte en vandaar zich vestigen in het armoedige Nazareth.
Later gaf de Heere Jezus zulk een heerlijke bescherming aan de discipelen en nog later toen zij als apostelen uit moesten gaan. Ondanks druk en vervolging die ze meemaakten, werden ze toch door God beschermd, totdat hun taak op aarde was afgelopen. Zo heeft de Heere Jezus ook Zijn kerk bewaard en beschermd en dat al de eeuwen door tot op de huidige dag.

Zo geldt het in het leven bij al de veranderende omstandigheden, dat de Heere altijd Dezelfde is in Zijn bescherming en bewaring. Dat geldt zelfs dwars door de dood heen. Daarom kind van God, vertrouw op uw Heere en weet dat Hij voor u een hut zal zijn. Hij zal u zijn tot een verberging tegen de vloed en tegen de regen. Voor u geldt het, wat we lezen in Psalm 121:6,7 De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts. De HEERE zal u bewaren van alle kwaad.

Het is waar dat zowel goede mensen als slechte mensen in moeiten komen, maar het verschil is dat zij die zonder God te leven, geen toevlucht hebben, maar zij die door het geloof leven in de Heere, zij hebben wel een toevlucht. Zalig om deze Heere te kennen als uw toevlucht en verberging.

Zij die zonder de Heere leven hebben geen toevlucht, ze worden nog geroepen en uitgenodigd om te vluchten tot deze enige Toevlucht. De Heere wil ook voor u een hut zijn ter bescherming. Daarvoor is Hij gekomen in deze wereld. Leef niet verder zonder Hem. Laat Hij de hoogste plaats in uw leven mogen ontvangen.
Belijdt uw zonden en buig voor Hem en roept Hem aan, dat Hij ook over u een schaduw zal zijn en uw toevlucht. Verwacht Hem. O laat er toch een uitzien mogen zijn naar Hem en naar Zijn komst in uw leven. Dat is de verwachting naar de komst van Christus in uw hart en ziel. Want bij Hem alleen is veiligheid, want Hij zal Zijn volk verlossen van al hun zonden en ongerechtigheden. AMEN.