Habakuk 2:3b 'Zo Hij vertoeft, verbeid Hem.' ds. J. de Bruin

Preek over Habakuk 2:3b
(Advent en voorbereiding op het Heilig Avondmaal)

Psalm 146:4
Wet
Psalm 101:2
Habakuk 1:12 t/m 2:4
Psalm 130:3,4
Lofzang van Maria:6
Lofzang van Maria:3

Geliefde Gemeente,

Er is in het geloofsleven niets zo moeilijk als wachten.
Wachten op de HEERE.
Uitzien naar de vervulling van Zijn beloften.
En toch gaat de HEERE Zijn Kerk die les leren op de school van Zijn genade.
Want wachten of verwachten, is ten diepste een werkzaamheid van het geloof.
Alexander Comrie schrijft in zijn bekende boekje ‘Het ABC des geloofs’, wat verwachten betekent: Het aanhoudend, gegrond en ernstig uitzien van de ziel om God deelachtig te worden.
Wie zo gelovig uitziet naar de HEERE, is een geestelijke adventist geworden.
Die behoort bij het adventsvolk van God.
Ja, die zien uit naar Zijn komst in het hart.
Maar o, wat kan het wachten op de vervulling van de belofte soms lang duren.
Want de HEERE laat Zijn volk wel eens wachten.
Dat valt niet mee.
En toch heeft de HEERE daar Zijn wijze bedoelingen mee.
Dat blijkt ook uit de woorden van onze tekst: Zo Hij vertoeft, verbeid Hem.
Maar ondanks dat de HEERE vertoeft, één ding is zeker: Hij zál komen! Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.
Wat een troost voor een uitziend volk. Ook als het gaat om de bediening van het Heilig Avondmaal.
Het thema voor de prediking is:

De HEERE belooft dat Hij komen zal

1. Hij bepaalt de tijd van Zijn komst:
Want Hij vertoeft

2. Hij roept op tot gelovig wachten:
Hoor maar: Verbeidt Hem!

3. Hij houdt getrouw Zijn Woord:
Want Hij zegt: Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.

1. Hij bepaalt de tijd van Zijn komst

De profeet Habakuk leefde in de tijd dat het Tienstammenrijk vanwege de zonden weggevoerd was in de ballingschap.
Het zal niet lang meer duren of ook het Tweestammenrijk zal hetzelfde oordeel moeten ondergaan.
Dat gaat de profeet zeer aan het hart.
O ja, hij ziet wel dat Juda zich ook rijp maakt voor dat oordeel. Hij beseft ook heel goed dat de HEERE recht is in al Zijn weg en werk.
En waar bracht dat alles Habakuk?
Op zijn knieën voor zijn God. O, wat is hij bevreesd als hij ziet op de zonden van zijn volk. Wat heeft hij de HEERE gesmeekt om een omkeer. Wat heeft hij tot God geroepen om bekering van het zondige volk.
Zullen we eens luisteren wat Habakuk in zijn bidvertrek uitroept tot zijn God?
HEERE, hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet?
Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien en aanschouwt de kwelling?
Blijkbaar heeft de profeet al zo lang geroepen tot de HEERE. Maar steeds was er geen antwoord gekomen.
Hoort de HEERE Zijn knecht dan niet?
O ja, zeker wel. Maar de HEERE laat wel eens op Zich wachten. Daar zullen we zo dadelijk nog meer van horen.

Wat gaat de HEERE Zijn knecht antwoorden? Hij laat Habakuk weten dat de Chaldeeën zullen komen om de goddelozen onder het volk te straffen.
O ja, dat zou verdiend zijn.
En toch, toch raakt Habakuk door dit antwoord van de HEERE nóg meer in verwarring.
Zal de HEERE Zijn volk gaan tuchtigen door zo’n wreed en meedogenloos volk als de Chaldeeën?
Een vijand die nog goddelozer is dan Juda?
Ach, dat kan Habakuk niet begrijpen.
En ook deze klacht brengt hij voor Gods aangezicht. Met die klacht zijn we de Schriftlezing begonnen: Habakuk 1:12-17.
Zijt Gij niet vanouds af de HEERE mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet sterven. O HEERE, tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en o Rots, om te straffen hebt Gij hem gegrondvest.
Met andere woorden: HEERE zult U Uw volk nu door deze wrede vijand verdelgen? Nee toch HEERE, wij zullen toch niet sterven?
Want als Juda er niet meer is, dan zouden Uw beloftenissen werkelijk haar vervulling missen.
Hoe zou dan ooit de Christus geboren kunnen worden?
Nee, o HEERE, laat dat wrede volk der Chaldeeën toch niet komen.
Gij zijt te rein van ogen dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen?
Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt die rechtvaardiger is dan hij?

Zo mag Habakuk zijn hart uitstorten voor zijn God. En als hij alles gezegd heeft, wordt hij stil voor God.
Wat gaat hij doen?
Hij vertelt het ons zelf in Habakuk 2:1, Ik stond op mijn wacht en ik stelde mij op de sterkte, en ik hield wacht om te zien wat Hij in mij spreken zou, en wat ik antwoorden zou op mijn bestraffing.
Habakuk gaat op wacht staan. Dat wil zeggen: Hij wacht op antwoord van zijn God.
In zijn hart leven de woorden van Psalm 85:3,

Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft;
Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft.

Waarom doet Habakuk dat?
Omdat hij uit ondervinding weet dat de HEERE een sprekend en verhorend God is.
Want hij wacht niet tot de HEERE tót hem spreken zal, maar hij wacht tot de HEERE ín hem spreken zal.

Komt de HEERE?
Is het wachten van Habakuk tevergeefs?
Nee, gemeente, de HEERE komt met een antwoord.
Aan Habakuk zal een gezicht getoond worden waarin duidelijk wordt wat de HEERE met Zijn volk zal doen én wat de HEERE met de wrede Chaldeeërs zal doen.
Dat gezicht mag Habakuk niet voor zichzelf houden. Maar hij moet dat op stenen tafelen schrijven en langs de weg neerzetten. Precies daar waar veel mensen langskomen, zodat iedereen kan lezen wat de HEERE bekend gemaakt heeft.
En wat is dat gezicht dan?
De wrede vijand zal inderdaad Juda gaan wegvoeren in de ballingschap. Maar daarmee zal het volk niet geheel ten onder gaan. Er komt een tijd dat de HEERE Zijn volk weer gaat verlossen uit de handen van de Chaldeeën. Ja, Hij zal Zich ook gaan wreken aan de Chaldeeën.
Gods volk zal verlost worden en Zijn vijanden zullen verdelgd worden.
Dát is de boodschap die Habakuk ontvangt. En die boodschap moet hij bekend maken aan het volk.
De belofte van verlossing en de bedreiging van de straf.

Maar, de HEERE wil ook dat Habakuk aan het volk bekend gaat maken in welke weg Hij dit gezicht zal gaan vervullen. Met name als het gaat om de verlossing van het volk uit de ballingschap.
Ook dat is te vinden op die stenen tafelen.
Hoe gaat de HEERE de belofte van de verlossing vervullen?
Hoor maar wat Habakuk daar als eerste over schrijven moet: Zo Hij vertoeft.
Wat betekent dat?
Dat betekent, Gemeente, dat de HEERE Zijn belofte niet direct zal vervullen.
Met eerbied gesproken: de HEERE neemt daar de tijd voor.
Hij heeft daar Zelf een tijd voor vastgesteld. Dat is de ‘bestemde tijd’ zoals er staat in vers 3.
Maar die tijd van de HEERE, is wel anders dan de tijd van Habakuk en het volk!
Gods klok loopt altijd anders dan de klok van Zijn uitziend volk!
Waarom laat de HEERE dan op Zich wachten?
Waarom vertoeft Hij?
Kan Hij het volk niet verlossen? O ja, want Hij is de Almachtige.
Wil Hij Zijn volk niet verlossen? O ja, dat wil Hij zéker wel. Hij heeft het toch gezegd: Ik wil en zij zullen?
Weet Hij dan niet hoe moeilijk Zijn volk het heeft onder de Chaldeeën? O ja, óf Hij dat weet. Hij weet alle dingen.
Waarom vertoeft Hij dan toch?
Dat heeft de maken met Zijn wijsheid, gemeente.
De HEERE is zo wijs in Zijn wegen en leidingen.
Ook als het gaat om de vervulling van Zijn beloften.
Het is dus Gods wijsheid dat Hij op Zich laat wachten.
Dat Hij op Zich laat wachten.

Maar wat heeft de HEERE daar nu voor bedoeling mee?
Waarom hield de HEERE de Chaldeeën nu niet op afstand. Waarom moest het volk toch met deze wrede vijand meegevoerd worden?
Waarom vertoefde Hij in het vervullen van de belofte?
Waarom eerst zo’n diepe weg? Waarom toch eerst die ballingschap?
Opdat er een overblijfsel in de ballingschap zou zijn dat zijn zonden en vervloeking zou gaan overdenken voor Gods aangezicht.
De HEERE vertoefde dus opdat Zijn volk in de ootmoed terecht zou komen.
Sprak de profeet Hosea daar ook niet van?
Ik zal heengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.
Dus de HEERE maakt eerst plaats voor de verlossing, voor de vervulling van Zijn geschonken belofte.
Hij gaat van een ontdekte zondaar een adventsvolk maken, dat leert uitzien naar de Verlosser.
Daarom vertoeft Hij.
Hij gaat een zondaar leren waarom de komst van Christus nodig is.

Hebt u dat ook al leren verstaan?
Waarom moest Christus nu komen in deze wereld?
Waarom moest het Kerstfeest worden?
Omdat, Gods gerechtigheid eist dat de zonde, welke tegen de allerhoogste Majesteit Gods gedaan is, ook met de hoogste, dat is met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft worde.
Maar geen zondaar is in staat om aan die hoge rechtvaardige eis te kunnen voldoen.
Daarom is Christus gekomen.
Hij is Mens geworden. Hij is God gebleven.
Om zo te betalen voor de schuld met Zijn bloed!
Met die belofte is de HEERE in de wereld gekomen. Direct na de diepe val in het paradijs als.
O wat hebben Gods kinderen in het Oude Testament naar Hem uitgezien.
Maar wat was het moeilijk, dat de HEERE vertoefde.

En zo is er nog een adventsvolk dat uitziet naar verlossing, maar niet kan begrijpen waarom de HEERE vertoeft. Die met Habakuk soms uitroepen: HEERE, hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet?
Maar hoor dan eens welke wijze redenen de HEERE daar voor heeft.
Opdat u zou verstaan waarom Christus komen moest. Aan Gods gerechtigheid moet genoeg geschieden.
En om daar nu plaats voor te maken, leren Gods kinderen een vertoevend God kennen. Opdat zalig worden een wónder wordt. Opdat het komen van Christus een wonder wordt.
Is het u ook om Christus te doen?
Gaat uw ziel ook uit naar Hem als de schuldbetalende Borg?
Heeft de HEERE ook tot u gesproken dat Hij komen zal?
Maar, vertoeft Hij nog?
Laat de HEERE dan werken in u.
Laat de Geest u doen verstaan waarom u Christus nodig hebt.
Want als u dat leert verstaan, zult u ook begeerte krijgen om Zijn dood te verkondingen aan de tafel des Heeren.
Laat u dan maar door de HEERE leiden. Hij zal ook ten dis leiden op Zijn tijd.
Ook al vertoeft Hij in Zijn wijsheid.
Maar let eens op welk een wijs onderwijs de HEERE geeft aan Zijn uitziende volk.
Als Hij dan vertoeft te komen, verbeidt Hem dan. Onze tweede gedachte:

2. Hij roept op tot gelovig wachten

Dus als de HEERE vertoeft, dan heeft dat een doel. Hij neemt dan de tijd om plaats te maken voor Zijn komst.
Daarom laat Hij zien wie u bent voor God.
Een naakte zondaar.
Een arme zondaar.
Een blinde zondaar.
Een zondaar die niets heeft waarmee hij voor God kan bestaan.
Een zondaar die naar Gods recht sterven moet.
Maar, als de HEERE dan komt met Zijn troostrijke beloften die spreken van de komende Christus, dan zult u geestelijk honger en dorst krijgen naar Hem.
Dan zult u gaan verstaan:

Geef mij Jezus of ik sterf,
want buiten Jezus is geen leven,
maar een eeuwig zielsverderf.

Dan wordt u een bidder aan de troon der genade. Dan wordt u –net als Habakuk- een wachter die zijn ogen opheft naar God.
Dan wordt u een klopper aan de genadedeur en leert u als een rechteloze in uzelf, pleiten op Gods beloften. Dat heeft de HEERE toch gezegd?
Klopt en u zal opengedaan worden?
Zoekt en gij zult vinden?
Bidt en u zal gegeven worden?
Ja, dat doet u uitroepen:

Gedenk aan ’t woord, gesproken tot Uw knecht,
Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven;

Dan bent u werkzaam gemaakt met de beloften van de HEERE. Ja, daar roept de HEERE Zelf toe op in onze tekst: Verbeid Hem!

Wat wil dat zeggen?
Habakuk gebruikt een bijzonder werkwoord. Het kan vertaald worden met ‘uitzien’ of ‘verwachten’.
Maar toch is het meer dan dat. Het Hebreeuwse woord voor ‘verbeiden’ is nauw verwant aan het Hebreeuwse woord dat ‘(door)boren’ betekent.
Ik denk dat dát woord nu precies de diepe betekenis van ‘verbeiden’ aangeeft.
Het roept het beeld op van iemand die een gat boort in een steenrots, in hout of in de grond.
Door middel van boren wil je ergens bínnendringen. Toen ik dit overdacht, moest ik denken aan de wijze bouwer. Die wilde zijn huis niet op zandgrond bouwen, maar begon met graven in het zand.
Hij ‘boorde’ als het ware een gat in het zand om iets te vinden dat hij echt nodig had. Hij moest een steenrots hebben om op te bouwen.
Dus ‘verbeiden’ wil ten diepste zeggen: uitzien naar iets wat echt komen moet.
Is dat nu niet precies het leven van de Adventskerk?
Want wat moet Habakuk op de stenen tafelen schrijven?
Verbeid Hem.
Deze oproep kan ook vertaald worden met: Verbeidt het.
Wat is dat?
De vervulling van het gezicht dat Habakuk ontvangt van de HEERE.
Het is de vervulling van de belofte.
Maar Wie is de Inhoud van de beloften die spreken van de verlossing van een zondaar?
Dat is Christus.
Daarom hebben onze Statenvertalers ook gekozen voor de vertaling: Verbeid Hem.
Ja, dat is Christus.
En wat wordt het een wonder als de HEERE licht geeft over Zijn toezeggingen. Als Hij doet verstaan dat de belofte -die Hij aan Zijn volk in de benauwdheid geeft- spreekt van Christus, de komende Verlosser.
Wat zegt ons Avondmaalsformulier daar ook alweer van?
Waar komt het op aan in de ware zelfbeproeving?
Niet alleen op het overdenken van uw zonden en vervloeking. Maar ook op de overdenking van het bittere lijden en sterven van Christus!
Want aangezien de toorn Gods tegen de zonden zó groot is, dat Hij die (eer Hij ze ongestraft liet blijven) aan Zijn lieven Zoon Jezus Christus met den bitteren en smadelijken dood des kruises gestraft heeft.
Door middel van de beloften Gods gaat de HEERE dit bekend maken aan Zijn verbeidend volk.
En waar komt het dan op aan?
Dat u de komende week uw hart voor Gods aangezicht onderzoekt of u door genade deze gewisse belofte Gods gelooft.
Ja, dat uw ziel uitgaat naar de vervulling van die belofte, namelijk dat al uw zonden, alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus, vergeven zijn, en de volkomen gerechtigheid van Christus u als uw eigendom toegerekend en geschonken is, ja, zo volkomen, alsof u zelf in eigen persoon voor al uw zonden betaald, en alle gerechtigheid volbracht had.
Dat geeft een verbeidend leven.
Dan moet u Hém hebben.
Anders is het een verloren zaak.

Dat verbeiden van Hem, is een geloofszaak. Vandaar dat Habakuk ook in vers 4 spreekt over het leven door het geloof.
En dat geloof richt zich op de inhoud van de belofte. Dat heeft Christus als Voorwerp.
O, wat komt er liefde tot Hem als Hij Zich openbaart in de beloften van het Evangelie.
Kent u ook zo’n liefdesbetrekking op Hem?
Raakt het je ziel als Hij voorgesteld wordt als de Liefste Die blank en rood is en de banier draagt boven tienduizenden?
Hebt u ook zo’n heimwee naar Jezus?
Verstaat u Zijn oproep: Verbeid Hem?
Bestaan uw werkzaamheden daar uit?
Nee, het ware adventsvolk bestaat niet uit lijdelijke mensen. Maar die kennen een heilige activiteit in hun uitzien naar Christus’ komst in hun hart.

O ja, dat uitzien brengt wel strijd met zich mee.
Het verbeidend leven is ook een strijdend leven.
Zie maar naar de ballingen tot wie deze oproep komt. Ze worden benauwd van alle zijden.
Gods volk kent de aanvallen van de geestelijke Chaldeeën.
Die werpen u zo graag in: Is het wel waarheid in uw hart? Denk maar niet dat de vervulling ooit komt. Let maar op: wat er allemaal in je hart omgaat, gaat toch een keer over. Zie je wel dat de HEERE niet komt. Hij laat toch niet van Zich horen.
O, die helse verdenkingen in de wachtenstijd.
En toch, tóch zal de Heilige Geest op verborgen wijze dat verbeidende leven in stand houden.
Blijf dan op uw wachtpost, uitziend volk.
Ga geen eigen wegen bewandelen. Ga de HEERE niet voor de voeten lopen. Probeer de beloften niet zélf te gaan vervullen.
Maar, zo Hij vertoeft, verbeid Hem.

Mag ik met een Bijbels voorbeeld nog een keer duidelijk maken wat Christus verbeiden is?
Voor het eerst, maar ook weer opnieuw?
Dan denk ik aan Ruth de Moabitische.
Het was Goddelijke leiding in haar leven toen ze op één van de akkers van Boaz terecht gekomen was.
Wat een goede tijd heeft ze daar gehad. Wat een aren heeft ze mogen rapen. Wat een wonderlijke ontmoeting met Boaz. Wat een vriendelijke man was dat toch.
Wat een kostelijk voedsel kreeg ze bij de middagmaaltijd.
Zo is het gebleven zolang het oogsttijd was.
En daarna?
Ja, toen kon Ruth samen met haar schoonmoeder nog wel een poosje van de aren leven.
Een poosje ja, maar de voorraadkast in het kleine huisje van Naomi raakte toch een keer leeg.
Waar moest tóen het eten vandaan komen?
Toen heeft Naomi tegen Ruth gezegd: Je moet naar Boaz gaan. Hij is toch één van onze lossers? Ga dat maar tegen hem zeggen. Hij is nu op de dorsvloer. Ga naar hem uit.
En Ruth ging!
Ze werd werkzaam met de woorden van Naomi.
O ja, haar hart ging uit naar Boaz. Ze was verliefd op hem geworden.
Wat zou het een wonder zijn als ze zijn vrouw kon worden!
Wat zou het een wonder zijn als hij haar lossen wilde!
En zo is ze gaan liggen aan Boaz’ voeten.
Als een uitziende vrouw. Met een hart vol verwachting.
Ja, ze drong door tot Boaz.
Daar hebt u het verbeiden.
En werd Ruth beschaamd?
Nee, want Boaz liet haar weten dat hij haar lossen wilde.
Zo is Ruth weer naar huis gegaan. Was toen het verbeiden voorbij?
Nee, dat ging door. Want met de belofte dat Boaz haar losser zou zijn, was ze nog niet daadwerkelijk door hem gelost.
Toen moest Ruth opnieuw leren hem te verbeiden.
Hoe?
Zit stil mijn dochter want die man zal niet rusten voordat hij die zaak voleind zal hebben, had Naomi in haar wijsheid gezegd.
Hoort u dat, uitziende zondaar.
Zo Hij vertoeft, verbeid Hem.
Want, Hij zal gewisselijk komen en niet achter blijven. Onze laatste gedachte:

3. Hij houdt getrouw Zijn Woord

Ja, het verbeiden van de Heere is een heilige activiteit in het leven van de Adventskerk van Christus. Het zijn geloofswerkzaamheden die steeds weer terugkeren in het geloofsleven.
Want het is hen steeds weer om Hém te doen.
Ligt het zo ook bij u en bij jou?
Hoort de Heere u verbeidend zuchten: Wanneer zult Gij, mijn Bondsgod, tot mij komen?
Ja, roept u het ook zo dikwijls uit in uw wachten op Hem:

Ik ben nooddruftig, arm en naakt;
O God, mijn Helper uit ellenden,
Haast U tot mij; wil bijstand zenden;
Uw komst is ’t, die mijn heil volmaakt.

Laat dit dan tot troost zijn: Hij zal gewisselijk komen. Hij zal niet achter blijven.

Letterlijk staat er: komende zal Hij komen. Dat laat allereerst de zekerheid zien van Zijn komen. Hij komt echt. Hij heeft het beloofd en zou Hij het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken?
Ja waarlijk, Hij zal gewisselijk komen.
Maar deze woorden laten nu ook zien hóe Hij komt.
Hij is onderweg. Hij komt steeds dichterbij. En hoe dichterbij Hij komt, des te helderder zal Hij worden voor een uitziende zondaar.
Komende zal Hij komen.
Het is net als met de zon, zoals Maleachi tekent in zijn laatste adventsbelofte. Christus is de Zon der gerechtigheid en Die zal ópgaan.
Nee, de zon staat niet direct op de middaghoogte. Maar die gaat óp. Zo zal Christus steeds groter, steeds heerlijker, steeds gepaster en noodzakelijker worden in het geloofsleven.
En steeds weer als Hij komt, zingt de Kerk in verwondering: Dat is de stem mijns Liefsten, zie Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen.

Weet u waarom Christus komende zal komen?
Omdat Hij gezonden is door de Vader.
Omdat Hij gehoorzaam wilde zijn aan de opdracht van Zijn Vader.
Ja, omdat Hij Zijn bruidskerk zo hartelijk lief heeft.
Daarom is Hij gekomen in de stal van Bethlehem.
En daarom komt Hij nog steeds in het hart van een uitziend volk.
Hoe komt Hij dan?
Door de prediking van het Woord. Hij laat van Zich horen, ja Hij gaat Zélf spreken tot het hart dat schreiend tot Hem vlucht.
Hij komt tot arme zondaren die niets meer hebben dan schuld. Waar alles vuil is door de zonde.
Hij werd toch in een beestenstal geboren?
Hij werd toch in de kribbe neergelegd?
In gelijkheid van uw zondige vlees, o uitziende zondaar.
Om uw zonden weg te dragen.
Om u zalig te maken.
Daar wil Hij u, arm adventsvolk, mee vertroosten.
Daarom zal Hij komende komen.
Niet alleen door het Woord, maar ook door het sacrament.
Hij wil aan Zijn tafel uw hongerige en dorstende zielen spijzen en laven.
Wat zou het groot zijn als u Hem mag verbeiden. En dat u aanstaande zondag mag beleven: Hij zal gewisselijk komen en niet achterblijven. Want Hij heeft na lang geduld, met goederen vervuld, de hongerige monden.

AMEN.