Jesaja 50:10 'dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN en steune op zijn God' prof. dr. A. Baars

Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
1
Predikatie Prof. Dr. A. Baars Christelijk Gereformeerd emeritushoogleraar wonend te Woudenberg
Locatie: Christelijk Gereformeerde Bethelkerk te Sliedrecht
Datum: zondag 10 mei 2015, 18.00
Votum en groet
Zingen Psalm 77 vers 6 en 7
Schriftlezing: Jesaja 50
Geloofsbelijdenis
Zingen de Lofzang van Maria vers 3
Gebed
Zingen Psalm 42 vers 1, 3 en 5
Tekst: Jesaja 50 vers 10:
Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN en steune op zijn God.
Ik weet niet hoe het u vergaat gemeente maar je kan soms danig in de war raken wanneer je leest wat er op breed kerkelijk erf zich afspeelt. Wat een meningen, opvattingen en gedachten! En ik kan me zo voorstellen dat jonge mensen soms in de war raken. Hoe is het nou? Je zou twee uitersten kunnen noemen. Je hebt mensen ook in onze eigen kringen die heel sterk de nadruk leggen dat het geestelijke leven een leven van strijd is. En dat is waar. Maar dan hoor je vaak die ene tekst eruit gelicht: de dagen van de duisternis zullen vele zijn. En dan kan ik mij voorstellen dat iemand de vraag zou stellen: is het bij u dan nooit eens licht? Nou als het nooit eens licht geweest is dan klopt het niet hoor! En aan de andere kant zijn er veel mensen die onder de invloed van evangelicale stromen uit Amerika die over komen waaien, heel sterk zeggen: ik wandel in het licht want God is een Licht en in Hem is gans geen duisternis! Sommigen van u waren in de duisternis van het heidendom maar nu bent u kinderen van het licht, wandelt dan in het licht. Hoe zit dat? Dagen van duisternis vele, altijd licht? Onze tekst geeft een Oud-Testamentisch antwoord. Maar laten we meteen maar zeggen: een antwoord wat helemaal in de totaliteit van de Bijbel staat. Oude en Nieuwe Testament spreken op dit punt één taal. Geloven tussen donker en licht dat is het thema van de preek:
Geloven tussen donker en licht
- De omstandigheden die de duisternis veroorzaken
- De weg naar het licht aangewezen
De omstandigheden die de duisternis veroorzaken:
Dit hoofdstuk is niet het aller meest bekend uit het tweede gedeelte van de profetieën van Jesaja. U weet: het tweede gedeelte van zijn profetieën begint bij hoofdstuk 40, wij noemen dat wel het troostboek van Jesaja, na allerlei profetische woorden waarin de ondergang van het kleine koninkrijk van Juda wordt aangezegd als straf op de goddeloosheid, komt er in hoofdstuk 40 een geweldige wending met die prachtige woorden: troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen, spreek tot het hart van Jeruzalem en roept haar toe dat haar ongerechtigheid verzoend is en dat zij van de hand des Heeren dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden. En vanaf hoofdstuk 40, een bijna onafzienbare rij van vermaningen, dat ook, maar vooral van beloften
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
2
dat de Heere Zijn volk zal troosten. Wat bedoelt Jesaja? Wat heeft hij op het oog als hij onder leiding van de Heilige Geest in het tweede deel van zijn profetieën zulke andere tonen aanslaat? Wel vrij algemeen is men van mening dat Jesaja hier spreekt over de tijd dat het oordeel voltrokken wordt of voltrokken is. Het gaat ook over de ballingschap en over de benauwenis van de ballingschap. En Sion, de burcht Sion en de tempel van Jeruzalem zijn dan verwoest als de ballingschap is aangebroken, Sion dat is eigenlijk maar een klein arm hoopje volk dat de Heere vreest en dat ver weg in Babel de harpen aan de wilgen heeft gehangen. En God heeft als het ware dat woord van de profetie al voor die tijd gereed gelegd ter bemoediging van de aangevochten ballingen en de mensen die Hem vrezen. Hij heeft het van tevoren al klaargelegd want God is altijd de Eerste. Misschien heeft u daar in uw leven ook wel kennis aan. De Heere is ons altijd voor. Dat is een geweldige gedachte. En Jesaja is instrument in Gods handen om de ballingen in later eeuwen te vertroosten en zelfs in onze eeuw spreken zijn woorden nog in zijn profetenboek. En in die profetieën over wat er gebeuren zal in de ballingschap en uitreddingen die er zullen zijn en over beloften die de Heere geeft, komen dan 4 liederen voor. Ja misschien bent u niet gewend ze zo te noemen maar zo heten ze officieel wel. Het bekendste is natuurlijk Jesaja 53 waar het gaat over de lijdende Knecht des Heeren. Als een Lam is Hij ter slachting geleidt en als een schaap dat stemmeloos is voor het aangezicht van die die het scheert, alzo deed Hij Zijn mond niet open. Een duidelijke profetie die heen wijst naar de komende lijdende Messias zoals het Nieuwe Testament overduidelijk maakt. Maar er zijn nog meer Knechtsliederen. Jesaja 42: ziet Mijn Knecht zal verstandig handelen. Jesaja 49: U bent Mijn Knecht. Jesaja 50, ons hoofdstuk en Jesaja 53. Wie is de Knecht? Nou u zegt: dat is toch duidelijk dominee? Dat heeft u net zelf gezegd. Dat slaat op de Heere Jezus Christus! Ja dat is de diepste vervulling van alle profetenwoorden van Jesaja als het gaat over de Knecht des heeren. Dat is in de Bijbel volstrekt helder. Alleen moet u bij de profetenwoorden altijd dit bedenken dat vaak de profetische woorden van alle profeten in het Oude Testament meer dan één vervulling hebben. Jesaja spreekt deze woorden allereerst in zijn eigen tijd voor mensen die in die tijd leefden en die hebben in zijn tijd ook steun aan die woorden kunnen ontlenen. Ze krijgen een nadere vervulling als Israël uit de ballingschap wordt verlost, een bevrijding die door Jesaja wordt vergeleken bij de bevrijding uit Egypte, zoveel eeuwen daarvoor. En ze krijgen nog weer een verdere vervulling in de komst van de Heere Jezus en in de uitstorting van de Heilige Geest en zelfs in de wederkomst. Je zou het zo kunnen vergelijken als ik het zo mag gebruiken. We zijn allemaal weleens in een natuurhistorisch museum geweest en dan heb je van die glazen bakken met allemaal aardlagen boven elkaar en van elke aardlaag wordt dan gezegd wat het precies bevat en misschien hoe oud het is. Kijk zó is het met de Oud-Testamentische profetie. Je hebt de bovenste laag, dat is de boodschap in de tijd waarin de profeet zelf leefde. Maar in de loop van de heilsgeschiedenis blijkt deze profetie een diepere beduiding te krijgen: bevrijding uit Babel. Of nog een diepere betekenis: de komst van de Messias, de Grote Bevrijder. En zo kunnen we doorgaan.
Wie is de Knecht des Heeren? Ik noem u 3 opvattingen. De joodse opvatting is: Israël is Gods Knecht. Als u met een orthodoxe jood in gesprek zou raken zou u dat zomaar kunnen vinden, want dat staat in Exodus 4: israël Mijn knecht, en het wordt herhaald in Jesaja 49: Israël Mijn knecht die Ik uitverkoren heb. Dat betekent dat Israël als eerste is aangewezen en opgeroepen en verplicht als dienstknecht God te dienen. En dat wordt eigenlijk op een heel aangrijpende manier uitgewerkt in de joodse theologie van vandaag. Jesaja 53: de Lijdende Knecht, dat is het lijden van
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
3
het joodse volk, de Holocaust, 6 miljoen joden vermoord. Jesaja 53, zo zeggen de orthodoxe rabbijnen, ging toen en gaat nog in vervulling. Daar zijn wij het uiteraard niet mee eens. Wij zeggen: ook hier ligt een deksel, een sluier over jullie aangezicht! Want de Schriften maken het overduidelijk dat Israël de knecht een ongehoorzame knecht is geworden! Zij hebben niet naar Gods wetten geluisterd en niet gedaan wat Hij bevolen had! En daarom roept het hele Oude Testament met de ongehoorzamheid van Israël levensgroot in letters op de bladzijden van het Oude Testament neergeschreven, roept om de Ware Knecht.
En wie is de ware knecht, de trouwe knecht, de knecht die wel hoort naar de wet des Heeren en niet zoals Israël in grote delen van zijn geschiedenis de woorden van God in de wind geslagen heeft zoals dat nu in de dagen van Jesaja ook weer gebeurde? Wel allereerst de profeet zelf. Niet alleen wordt Israël een knecht genoemd maar in de tijd van de profeten riep God mannen die gehoorzaam waren, dienstknechten van God waren, predikers van het evangelie waren, die het zuivere Woord van God brachten te midden van een krom en verdraaid geslacht. En je kan in deze profetische woorden uit het tweede deel van Jesaja ook teksten vinden over de knecht van de Heere waarbij je onwillekeurig moet denken aan de profeet zelf. De kanttekeningen wijzen daar ook op. Hier spreekt de profeet bezield door de Geest van Christus, dat voegen ze er wel aan toe. Maar als hier staat: Hij wekt mij het oor dat ik hore, Hij heeft mij een toon van de geleerden gegeven, dan slaat dat in zekere zin ook op Jesaja, Jeremia en Micha die in dezelfde tijd leefde. De Heere had hun een tong der geleerden gegeven. Dan moet u niet denken aan een professor in de theologie hoor. De vertaling is een beetje open voor misverstand. Letterlijk staat er: de Heere heeft mij de tong van een leerling gegeven. Dat is de houding van een echte dienaar van Het Woord. Het Oude Testament: de profeten, het Nieuwe Testament: de herders en leraars. Ze mogen nooit meer worden en zijn dan leerlingen. De houding van Samuël: spreek Heere want Uw knecht hoort. Maar dat brengt lijden met zich mee. Jesaja heeft geleden, Jeremia misschien nog meer: gevangengezet, bespot, gehoond, voor oud vuil uitgemaakt door zijn tijdgenoten. Jesaja spreekt er ook over in dit hoofdstuk: de Heere heeft mij een tong der geleerden gegeven maar ik wordt niet te schande. Ik geef mijn rug aan degenen die mij slaan en mijn wangen aan degenen die mij het haar uitplukken. Mijn aangezicht verberg ik voor smaadheden en speeksel. Jesaja lijdt voor Het Woord van God want Het Woord, de prediking van het evangelie en van de wet, van de Raad van God zoals die in het Oude Testament beschreven staat was bij zijn tijdgenoten niet in trek. Jesaja de knecht, prediker maar hij moet ook lijden.
En dan de derde betekenis, de diepste betekenis zeker als het hier ook gaat over het lijden van de Knecht des Heeren. Dan heeft Jesaja wel geleden vanwege de prediking omdat hij de voetstappen van de Heere Jezus als Oud-Testamentisch profeet drukte. Maar de Grote Knecht des Heeren Die volmaakt gehoorzaamd heeft naar de stem van Zijn God en Vader, Die heeft het zwaarste geleden. En het diepste heiligdom van het lijden van de Knecht des Heeren: Jesaja 53, legt daar overvloedig getuigenis van af: Jezus Christus, het Lam van God Dat de zonde van de wereld wegneemt.
Nou als zo de achtergrond van onze tekst een beetje duidelijk is dan zeggen we: waar gaat het dan over in dit vers? Want hier spreekt wie? De profeet. De uitleggers zijn daarvan overtuigd. En de profeet zegt: wie is er onder ulieden die de Heere
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
4
vreest? Ik heb gesproken, ik heb jullie opgeroepen: vertrek uit Babel, keer terug en de Heere zal u de weg banen! Als u door het vuur moet gaan, het zal u niet verbranden, als u door het water zal gaan, het zal u niet overstromen! God baant een weg waar nu nog geen weg te zien is! Maar luisteren jullie nog wel? Er waren daar in Babel in de tijd van de ballingschap ook jongeren en ouderen die het in Babel allemaal nog niet zo erg vonden. Die in de financiële wereld gingen want joden waren handelaars en mensen van de financiën. Maar als je dan in de financiële markt opereerde dan moet je natuurlijk wel contacten zoeken met grootheden op handelsgebied en op politiek gebied in Babel of misschien Ninevé. En dat betekende ook dat je mee moest doen met de Babylonische cultuur. Je moest de taal leren en je moest ook weleens deelnemen aan religieuze plechtigheden. Nou ja je boog daar dan misschien niet voor maar als Mardoek in processie door de stad Babel gedragen werd en al je grote klanten daar langs de kant van de weg stonden en eerbiedig bogen voor het beeld dan boog je ook maar een klein beetje mee. En zo zag je de grenzen vervagen. De wereld drong Israël binnen. Het was maar een klein groepje dat nog de Heere vreesde. En dan roept de profeet Israël van zijn dagen maar ook over de tientallen jaren verder weg, iedereen op: wie is er nu onder u die de Heere vrezen? En wat is nu het kenmerkende van de vreze des Heeren? Vreze des Heeren dat mag u nooit vertalen met angst. Vreze des Heeren dat is allereerst ontzag. Wie zou Die Hoge Majesteit dan niet vol eerbied prijzen? Gemeente ik vrees weleens dat we dat in brede kringen ook in kerkelijke kringen aan het kwijtraken zijn! De verplatting van het taalgebruik over de Heere, over de Heere Jezus, over de Heilige Geest neemt hand over hand toe! Dat moet kunnen, zeggen we dan tegenwoordig. Maar als ik mijn Bijbel lees, als ik lees over de God Die ik vanuit de Bijbel heb leren kennen dan wordt je hart vervult met diep ontzag. Jesaja heeft daar zelf getuigenis van afgelegd. Hoe is Jesaja tot profeet geroepen? In hoofdstuk 6 kunt u het vinden. Dan komt hij in de tempel want hij is waarschijnlijk van Koninklijke bloede en dan ziet hij een visioen en hij ziet dat de tempel gevuld is met een grote troon. En God zit op die troon en hij ziet God Zelf niet want niemand kan God zien en leven! Maar de zomen van het kleed van de Heere God die vervullen de tempel. En om Hem heen zweven engelen en die engelen zingen: heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen, de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vervult! En hoe reageert deze profeet dan? Wee mij want ik verga! Het klinkt in het Hebreeuws als een dodenklacht: ik ben ten dode opgeschreven! Hij vreest dat hij sterven moet. Waarom? Want mijn ogen hebben de Heere der heirscharen gezien! Wie zou Die hoge Majesteit dan niet vol eerbied prijzen? Vreze des Heeren is heilig ontzag.
Maar het is ook kinderlijke aanhankelijkheid. Er staat zo prachtig in die oude Psalm waarvan we de meeste coupletten toch nog wel kennen: wie heeft lust de Heere te vrezen, het Allerhoogst en eeuwig goed, God zal Zelf zijn Leidsman wezen. Dan zegt die dichter: het vrezen van de Heere dat heeft alles te maken met Goddelijke leiding, Vaderlijk meedogen. En dat is de mengeling in de vreze Gods. Ontzag voor God, voor Zijn geboden, voor Zijn heiligheid, voor Zijn Majesteit. Maar ook aanhankelijkheid, afhankelijkheid. Heere wijst U mij de weg, maak mij Uw weg door Uw Woord en Geest bekend. Kent u daar iets van? Ken jij daar iets van? Want dat vers: wie heeft lust de Heere te vrezen, bijna 40 jaar geleden was ik in de gemeente waar ik toen consulent van was. De gemeente was vacant en daar hielden ze nog iedere week een Bijbellezing en ik heb verschillende van die Bijbellezingen mogen houden. En ooit eindigde ik een preek met die regels uit Psalm 25, met grote klem denk ik. Maar wie onder ons, zoals het hier staat, wie onder u, wie onder jullie heeft
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
5
lust de Heere te vrezen, het Allerhoogst en eeuwig goed? God zal Zelf zijn Leidsman wezen. We kwamen de kerkenraadskamer binnen en een ouderling ging zitten en begon te huilen: dominee zo is het begonnen 40 jaar geleden! En hij noemde de naam van één van onze oudere predikanten. Hij zei: die preekte hier en hij kwam aan het eind van zijn preek zo dicht bij ons, ook bij ons jonge mensen: wie van jullie heeft er nou zin in om God te vrezen? Het kan. Daar zit ook iets van een nodiging in de woorden van onze tekst! Wie is er onder u die de Heere vreest? En dan staat er nog iets achter: die naar de stem van Zijn Knecht hoort, de stem van de profeet, de profeet die de woorden Gods mag spreken. Maar ik ga dan gelijk toch maar een stap verder in het licht van het Nieuwe Testament. Als je nou de Heere vreest dan ben je geen vreemdeling van de stem van de Goede Herder. De stem waarvan Johannes zegt: Mijn schapen horen Mijn stem en ze kennen Mijn stem. Weet u hoe wij de Heere alleen kunnen leren kennen? Door de weg van Zijn Woord. Jezus Christus wil door Zijn Woord en door Zijn Geest Zich openbaren aan zondaarsharten. En weet je wat er dan gebeurt? Dan ga je luisteren. Dan krijg je een luisterhouding. Het staat zo prachtig beschreven in het Boek Handelingen, op allerlei manieren komt het terug, dat als de prediking van Petrus of van Paulus vrucht gaat dragen, dan staat er: en ze hoorden! Eén voorbeeld: Lydia, de zakenvrouw uit Tiatira die toevallig in Filippi was in het noorden van Griekenland. Ze komt onder het gehoor van Paulus die tot de joodse mensen preekte in de open lucht. En Lydia was een jodengenote, in ieder geval had ze belangstelling voor het joodse volk en daar hoort ze Paulus preken. En wat gebeurt er? Haar hart werd door de Heere, de Curios, de Opgestane Paaskoning geopend. Zoals Koning Jezus het gesloten graf geopend heeft zo opent Hij door Zijn opstandingskracht haar hart en ze nam acht op hetgeen van Paulus gesproken werd. En met alle respect voor de Statenvertaling, hier is de Statenvertaling te zwak. Letterlijk staat er een uitdrukking in het Grieks die betekent: ze werd één en al oor, ze dronk de woorden van Paulus, de woorden van God met heel haar ziel in! En dat gebeurt nou als je de Heere vreest en je hart wordt geopend voor het eerst of opnieuw. Want ja dat hart wat geopend is door genade dat kan soms wel weer een beetje dichtslibben door zonde en afdwalingen. En dan moet de Heere het dichtslibsel weer weghalen en je hart wat misschien een beetje ongevoelig geworden is weer breken! Dat is een doorgaand iets hoor! Naar de stem Mijns Knechts horen. En weet je wat die luisterhouding dan eigenlijk is? Dat je voortdurend vraagt: spreek Gij Heere, onderwijs mij, leer mij Uw wegen. Spreek Gij tot mijn ziel: Ik ben uw heil. Want de Kerk van Oude en Nieuwe Testament moet het van een sprekende Koning hebben.
De weg naar het licht aangewezen:
Maar dan dat wonderlijke waar ik in de inleiding al even op wees: wie is er onder ulieden die de Heere vreest en die naar de stem van Zijn Knecht hoort als hij in duisternissen wandelt en geen licht heeft? Kan dat dan? Er staat toch in de Bijbel dat die mensen in Efeze die uit de duisternis van het heidendom getrokken waren kinderen van het licht zijn en dat zij in het licht hebben te wandelen? Ja dat is de ene kant van de zaak die Paulus preekt. Ze zijn kinderen van het licht geworden. Uit de duisternis van hun onbekeerlijkheid en van het heidendom overgebracht in het Koninkrijk van het licht. Maar dat betekent niet dat vanaf het moment dat ze uit de duisternis getrokken zijn dat het iedere dag licht is! Er kunnen duisternissen komen! Let u op het meervoud! In het Hebreeuws betekent dat meestal: dikke duisternis, zware duisternis, strijd! En geen licht heeft! Dat betekent niet dat ze helemaal vreemd zijn van de genade want dat kan niet. Maar dat betekent wel: de lichtglans ontbreekt,
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
6
de glans is eraf, het is dof geworden! Hoe kan dat? Duisternissen, zware duisternis, de glans weg uit het geestelijke leven! Het zou mij niet verbazen gemeente als er onder ons mensen zijn die oprecht de Heere vrezen en naar de stem van Zijn Knecht, van Die Grote Zaligmaker horen en die zeggen: toen vroeger was het beter dan nu! Heere weet U nog wel van mij af? Ik heb het mogen ervaren: met mijn zuchten en mijn zorgen, niet verborgen, daar U alles weet en ziet. Maar het is allemaal zo opgedroogd, zo ver weg. Hoe komt dat? Wel laten we dicht bij de tekst blijven. Eén van de belangrijkste oorzaken waarom geestelijke duisternissen in het leven van een kind van God kunnen komen is zonde. Bijvoorbeeld het aan de hand houden van een bepaalde zonde. Aan het begin van het hoofdstuk als het gaat over die scheidbrief dan staat het er ook: uw zonden maken scheiding! En we doen er goed aan als er in ons leven sprake is van glans die eraf is, van duisternis die komt, van aanvechtingen die komen om onszelf te onderzoeken om te zeggen: Heere is er ook reden in mijn leven? Wij kunnen soms ook te gemakkelijk toegeven aan dingen die in ons eigen hart naar boven komen. Paulus spreekt daarover uit eigen ervaring in Romeinen 7 en dan zegt hij: als ik het goede doe ligt het kwade mij bij. En de taal is buitengewoon heftig. Hij heeft er verschrikkelijke strijd mee. Hij zou zó graag het goede doen maar door eigen schuld is hij ook in duisternissen terecht gekomen. Er kunnen ook andere reden zijn en dan kom ik nog iets dichter bij de tekst. Ze zaten daar in Babel, de tempel was weg, de stad verweost, dreiging van de invloed van de Babylonische wereld van die dagen voor hun kinderen en kleinkinderen. Er werd aan de fundamenten van hun leven geschud, onbegrepen wegen! Ja ze wisten natuurlijk wel wat de oorzaak was dat ze in de ballingschap zaten maar ze gingen er wel onder gebukt. Heere moet het nu zo? En soms gaat de Heere in het leven van Zijn kinderen onbegrepen wegen, althans die ze niet onmiddellijk begrijpen. En het kan zelfs wel gebeuren dat ze het nooit zullen begrijpen. Want God legt lang niet altijd rekenschap af van de weg die Hij met ons gaat. Paulus had ook zoiets. Niet een bepaalde zonde was het die hem in het donker bracht maar een doorn in zijn vlees. Een engel de satans die hem met vuisten slaat! Wat het geweest is weten we niet. De één zegt: het was een kwaal. De ander zegt: het was een psychische aandoening. De derde zegt: Paulus had het er moeilijk mee dat hij niet getrouwd was. En zo kun je nog wel een poosje doorgaan. Wat het was? Spurgeon heeft zoals gewoonlijk de beste oplossing. Hij zegt: gelukkig staat het er niet in want nu weten we het niet en nu kan een ieder zijn eigen doorn invullen. Want het kan ook zo zijn dat wij eenzaam zijn, dat wij grote nood meedragen, dat wij psychisch onder druk zijn komen te staan, dat wij als een blinde tasten langs de wand en de weg niet kennen: Heere moet het zo? Duisternissen ten gevolge van onbegrepen wegen van God. En misschein bent u mij in gedachten al voor: er kunnen veel meer redenen zijn waarom er duisternis in het leven komt. Bijvoorbeeld: God gebruikt soms duisternissen, soms zelfs bepaalde zonden in het leven van Zijn kinderen, om Zijn Kerk te oefenen en dichter naar Hem toe te trekken en meer aan Hem te binden, om te beproeven of ze oprecht Hem vrezen. Want zó gemakkelijk zijn wij weg gedwaald als een schaap in het rond dat onbedacht de Herder heeft verloren. Indien iemand in duisternissen wandelt. Ik noem nog één voorbeeld. Dat is het gevaar van het klein geloof. Wat is klein geloof? Een Bijbels voorbeeld is de geschiedenis van Petrus. Weet u wel? Als Petrus in één van de geschiedenissen op het meer van Genesareth, als hij dan de Heere Jezus ziet lopend over de golven, dan kan hij ook over de golven gaan lopen. En dat mag, hij krijgt toestemming. En zo lang hij op de Heere Jezus ziet gaat het goed. Maar dan gaat hij naar de golven kijken, kolkend water en hij weet als ervaren visser wat dat betekent. Hij ziet zichzelf nog in de golven verzinken en het gebeurt
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
7
ook nog! Red mij want ik verga! Wat is klein geloof? Klein geloof is dat je klein denkt van de Heere Jezus en stormen in je leven uitvergroot, ziet op de golven en je denkt: o hoe zou dat moeten? En dan breng je soms zelf de duisternis over je eigen leven heen! Waarom hebt gij gewankeld? Klein geloof wordt bestraft hoor! Waarom hebt gij gewankeld gij kleingelovige? En we zongen het uit die prachtige pastorale Psalm 42 dat de dichter David zichzelf bestraft: wat buigt gij u neder o mijn ziel? Wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God! Geestelijke wijsheid betekent soms ook dat je jezelf onder handen moet nemen. Wij kunnen de zorgen en de gebreken zó uitvergroten dat we de Heere uit het oog verliezen. En dat is precies de boodschap van onze tekst die Jesaja aan het hart van die ballingen in duisternis wil leggen. Wat is de weg dan Jesaja? Wel hij zegt: indien iemand in duisternissen wandelt en geen licht heeft, geen glans heeft, dat hij betrouwe op de Naam des Heeren en dat hij steune op zijn God. Er is een beroemde preek van Philpot en die preek gaat over dit vers en over het volgende vers. Die heeft de aangrijpende titel: een erfgenaam van de hemel wandelende in duisternis en een erfgenaam van de hel wandelde in het licht. En in die preek zegt Philpot iets heel treffends. Het is ook een scherpe preek. Hij zegt dit: dat hij steune op zijn God. Zegt iemand die in duisternis wandelt dat zelf zo makkelijk? Nee, zegt Philpot, dit is de boodschap van Godswege aan struikelende, in duisternis zittende tobbende mensen die toch de Heere vrezen. Je bent tóch Mijn zoon. Ik noem je Mijn kind! Als ilustratie gebruik ik Thomas, Thomas na Pasen. Thomas kon het niet meer geloven. Ik moet echt mijn hand leggen in Zijn hand en Zijn zijden anders kan ik het niet geloven! En de Heere Jezus heeft door de verborgen werking van de Heilige Geest zijn hart zacht gemaakt zodat hij 8 dagen later toch bij de discipelen was. En toen heeft Hij Thomas opgezocht. Bestraft vanwege zijn klein geloof en ongeloof! Maar ook die belijdenis uitgelokt dat Thomas het zegt: mijn Heere en mijn God! Waarom zei Thomas dat? Was dat geen brutaliteit? Was dat geen vrijpostigheid? Nee helemaal niet. Hij had het in de houding en de woorden van de Heere Jezus geproefd. Hij weet tóch van mij af. Ik ben met mijn zuchten en met mijn strijd niet verborgen! Mijn Heere en mijn God! Steune op zijn God en betrouwen op de Naam van de Heere.
Wat is de Naam van de Heere? En dan moet ik even terug naar het boek Exodus, de geschiedenis van het gouden kalf. Dan is Mozes in de bres gaan staan voor het volk en hij heeft gesmeekt en gepleit of de Heere het volk niet wilde verstoten en tóch met het volk verder wilde gaan. En dan zegt de Heere: goed Ik zal meegaan, ook al is het een hardnekkig volk. En dan komt Mozes ineens met een heel vreemd verzoek: Heere toon mij nu Uw heerlijkheid. Dan wil Mozes de glans van Gods Majesteit zien. En dan weigert de Heere. Althans, Mozes mag met deze ogen de glans van Gods Majesteit niet zien! Hij moet in een kloof van een rots gaan staan, met zijn rug naar de opening toe en dan gaat de Heere voorbij. En hij ziet de vage glans van de heilige Majesteit van God. Maar ook al ziet hij heel weinig, hij hoort des te meer want dan roept God Zijn Naam uit! God Zelf! En wat is die Naam van de Heere? Als de Heere nu voor zijn aangezicht voorbijging zo riep Hij: Heere, Heere, God, barmhartig, lankmoedig en genadig, groot van weldadigheid en waarheid, Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, die de ongerechtigheid en de overtreding en de zonde vergeeft, Die de schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid van de vaderen aan de kinderen en aan de kindskinderen, aan het derde en aan het vierde lid. Wat is de kern? Heere, Heere, barmhartig, genadig! En die belijdenis, belijdenis van God Zelf die komt telkens weer in het Oude testament terug. Heel bekend in Psalm 103: barmhartig is de Heere en zeer genadig,
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
8
lankmoedig, schoon zwaar getergd, de Heere is groot van goedertierenheid. En dan zegt de profeet hier: op Die Naam mag je bouwen. Dat God Zelf gezegd heeft: Ik ben barmhartig en genadig, Ik kan en wil en zal de zonde vergeven. En wanneer heeft God Zijn grote Naam het meest neerbuigend en diep uitgespeld? Dat leest u op de eerste bladzijde van het Nieuwe testament als aan Jozef en aan Maria gezegd wordt hoe ze het Kind moeten noemen wat geboren zal worden. En Dat Kind draagt de Naam van Zijn Vader: Jehova, Jahweh. Want Jezus betekent: Jehova redt. In Christus is God barmhartig en genadig! Jezus, Zaligmaker! Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonde! De pit, de oorzaak van alle duisternissen, van alle verdofte glanzen in het leven van Zijn kinderen, Hij kan die wegnemen, Hij wil die wegnemen. Heeft u Die Naam al leren spellen? Jezus, Zaligmaker. Hebt u zonde? U hebt ze, ik heb ze ook. Wilt u er vanaf komen? Wilt u dat ze weggenomen worden? Hij is machtig en bereidt om het te doen. Want Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was! En als je daar iets van gaat zien dan ga je op Die Naam vertrouwen. Dat betekent dat je de Toevlucht neemt tot Hem Die Zichzelf in het evangelie aanbiedt als Zaligmaker, Die alle zonde van heel Zijn Kerk op Zich genomen heeft en Wiens lijden en sterven overvloedig genoeg is voor de zonde van de hele wereld! En dan kan ik het begrijpen dat die Engelse dichter, predikant, voormalig slavenhandelaar John Newton over de Naam van de Heere Jezus heeft gedicht. Ik noem het begin in het Nederlands: hoe liefelijk klinkt Jezus Naam in het oor van wie gelooft. Die tranen droogt en wonden heelt en het angstig vrezen dooft. Die het gebroken hart geneest en de verdrukte troost. Die hongerigen voedsel geeft en aan vermoeiden rust. Die Naam, de Rots waarop ik bouw, het Schild waarin ik schuil, de volle Voorraadschuur van trouw, van liefde, gunst en heil. Kent u Zijn Naam? Zo weet dat Zijn Naam Jezus is! En wat is het erg als je aan Die Naam Jezus Die voor velen van u en ook aan mij al zoveel jaren verkondigd is voorbij leeft! En als je die boodschap misschien wel mooi vindt maar toch ook voor kennisgeving aanneemt! Want onze profeet zegt het niet zonder reden: wie is er nu onder ulieden die de Heere vreest en die naar de stem van Zijn Knecht hoort? Zoek deze Naam, betrouw op Hem! En als u geen betrouwen hebt en niet steunen en leunen kunt, dan mag u toch naar Hem toe vluchten om te vragen: Heere geef dan wat U vraagt! Zoals de vroege puriteinen vaak zeggen: als je niet tot de Heere Jezus kan komen met een gebroken hart omdat je vreest dat je hart zo hard is! Ga dan naar Hem toe en vraag Hem om een gebroken hart! Maar zoek de Heere terwijl Hij te vinden is en roep Hem aan terwijl Hij nabij is!
Want de keerzijde is de tekst die Philpot in zijn preek uitvoerig behandelt en heel scherp behandelt. Ik stip hem maar aan. Het staat er zo: zie gij allen die een vuur aansteekt, die u met spranken, met fakkels omgord. Wandelt in de vlam van uw eigen vuur en in de fakkels die gij aangestoken hebt. Dat geschied u van Mijn hand. In smart zult gij nederliggen. De profeet zegt: je kan ook zelf vuur maken, zelf licht maken. Het licht van dode orthodoxie en daar genoegen mee nemen! Het licht van een opgeklopte religie die helemaal past bij de grillen van deze posmoderne tijd! Heel veel gevoel, heel veel opwinding maar geen gebroken hart en geen verslagen geest! En daar kan de Heere niet bij wonen! Wat is het erg als je met eigen vlammen en vuurtjes en sintels jezelf op de been houdt! En je geweldige gedachten van jezelf hebt. En je misschien ook wel denkt dat de reis naar de eeuwige heerlijkheid is!
Ik denk aan het ontzettende slot vlak voor het einde van de Christenreis dat christen en hoop in gesprek zijn met een meneer die Onkunde heet. En die Onkunde pocht op zijn eigen werken, dat is een echte Farizeeër. Hij zegt: ik kom in de hemel omdat
Predikatie Prof. Dr. A. Baars over Jesaja 50 vers 10 Thema: Geloven tussen donker en licht
9
ik dit gedaan heb, omdat ik trouw de kerkdiensten bezocht heb! En dan blijkt ineens dat hij meegenomen wordt en een deur binnengaat waarin het vuur van de eeuwige duisternis brand. En toen, zegt Bunyan, zag ik dat er een weg is aan de rand van de hemel naar de hel! Bijna in het nieuwe Jeruzalem, aan de oevers van de Jordaan en tóch verloren! Dan zegt Paulus: wat ik u bidden mag! Wij dan wetende de schrik des Heeren, en als het goed is weet iedere prediker van het evangelie daar wat van af. Jesaja wist er ook wat vanaf. Wee mij want ik verga! Wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof. En mag ik het dan nog één keer zeggen? Wie heeft dan lust de Heere te vrezen? De Heere is het zo waard om gezocht en gediend te worden jonge mensen. Je staat aan het begin van je leven! Misschien al mooie gedachten hebt over je toekomst! Het mag allemaal. Maar de diepste vraag van je leven moet tóch worden: wie heeft lust de Heere te vrezen? En heb dan maar hoge gedachten van God en grote verwachtingen van de genade van de Heere Jezus Christus en diepe gedachten van de krachtige werking van de Heilige Geest Die onweerstaanbaar kan werken en dat ook wil doen op het gebed! Want Jesaja zegt het ergens anders: Ik heb nog nooit gezegd, spreekt de Heere, tot het huis van Jakob: zoek Mij tevergeefs! Zoek Mijn aangezicht! En als je dan, al is het met een bevende hand, je hand op Dat Offerlam mag leggen Dat Jezus Christus heet en op Zijn Naam mag betrouwen, al is het met heel veel vragen, die worden ook meestal niet in één dag opgelost, dan zeg je toch: ja Heere ik verwacht het van Uw Naam! Zoals MacCheyne het ooit zei: laat mijn naam maar ten gronde gaan, als de Naam van Jezus Christus in mijn leven maar verheerlijkt wordt! Die Naam zó heilig, groot en goed! We staan aan de vooravond van de Hemelvaartsdag, de dag van de kroning van Koning Jezus. De dag waarop Hij een Naam ontvangen heeft in de hemelen boven alle naam en Die Naam draagt hij met ere: Koning der koningen en Heere der heren! En Hij nodigt jonge zondaren, oude zondaren, tobbende zondaren, mensen die in het donker vastzitten en Hij zegt: betrouw maar op Mij! Kohlbrugge zei het zo: als je op de levenszee denkt te verdrinken en te verzinken grijp je maar vast aan de reddingsboei van de Naam van de Heere Jezus en van Zijn Woord! Want het kan kolken en stormen, en Kohlbrugge wist daarvan in zijn leven, hij zegt: maar die boei blijft wel drijven hoor! Klamp je daar maar aan vast: dat hij betrouwe op de Naam van Zijn God! En dan zeg je het mee met de dichter van die oude Psalm: laat ons alom Zijn lof ontvouwen, in Hem verblijd zich ons gemoed, omdat wij op die Naam vertrouwen, Die Naam zo heilig, groot en goed.
AMEN
Zingen Psalm 33 vers 11
Dankgebed
Zingen Psalm 72 vers 9 en 11
Zegen des Heeren