Zondag 25. Vraag en antwoord 65 - 66 - 67 - 68

                             VAN DE SACRAMENTEN

                                         ZONDAG 25

                         Vraag en antwoord 65, 66, 67 en 68

 

        Psalm     27 : 3

        Psalm     26 : 2

        Psalm     68 : 14,17

        Psalm   119 : 84

        Psalm     28 : 6

        Johannes 6 : 22-51

 

Onze tekstwoorden, grondslag voor ons catechis­muson­derwijs, vindt u in het voorgelezen Schriftgedeelte, Johannes 6 : 35

 

En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmer­meer dorsten.

 

Zondag 25, vraag en antwoord 65, 66, 67 en 68

 

65. Vr. Aangezien dan alleen het geloof ons Chri­stus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?

Antw. Van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des heiligen Evangelies, en het sterkt door het ge­bruik van de Sacramenten.

66. Vr. Wat zijn Sacramenten?

Antw. De Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtof­fer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

67. Vr. Zijn dan beide, het Woord en de Sacra­menten, daar­heen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den enigen grond onzer zaligheid wijzen?

Antw. Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evan­gelie en verzekert ons door de Sa­cramenten, dat onze volko­men zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.

68. Vr. Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet?

Antw. Twee, namelijk den Heiligen Doop en het Heilig Avond­maal.

 

Geliefde gemeente, vanavond gaat het in zondag 25 over de Sacra­men­ten. Straks volgen de zondagen 26 tot en met 30 die ook hande­len over de Sacramenten.

Het is een nogal belangrijke zaak. Dat was het ook zeker ten tijde van de Reformatie, toen er veel wanbe­grip was over de Sacramen­ten. Want zoals u weet zijn er veel dwalingen geweest ten aanzien van de Sacra­men­ten. Maar daarover vanavond niet.

Vanavond gaat het over het heerlijke feit dat God Sacramenten heeft ingesteld. Het is heel merk­waardig en het is een bijzondere genade van onze Heere, dat Hij Sacramenten heeft ingesteld. Want we lezen immers in het tweede gebod dat God ons alle beeldendienst ver­biedt. Tòch gaat God in Zijn genade en in Zijn barm­hartigheid, in de Sacramenten iets zichtbaar maken van Zijn werk.

Eens moesten kinderen een opstel schrijven over de vraag, waarom Israël zoveel afgoden had ge­maakt. Toen schreef er een kind in dat opstel: wat heb je nu aan een god die je niet ziet? Dat was diep nage­dacht. Dat kind had dit onderwerp goed uitgeput. Wat heb je nu aan een god die je niet ziet? In het tweede gebod wordt ons ten strengste verboden om beelden te heb­ben of te maken van God.

Wat is het dan juist een wonder, dat God in Zijn barm­hartigheid onder het Oude Testament toch twee teke­nen gegeven heeft: de besnijdenis en het pascha.

Wat een bijzonder voorrecht dat ook in het Nieuwe Testament de Heere Jezus Zèlf twee Sacramenten heeft ingezet, namelijk: de Heilige Doop en het Heilig Avond­maal. Daarin wordt niet zozeer een beeld ge­maakt van God, noch van Zijn Zoon de Heere Jezus Christus, maar daarin wordt voor het geloof tòch het werk van de Heere Jezus Christus zichtbaar gemaakt. Het bloed van Jezus Chris­tus Gods Zoon reinigt van alle zonden, dàt wordt door de doop zichtbaar gemaakt.

En het Heilig Avondmaal maakt zichtbaar dat het li­chaam van Jezus Christus verbroken is en dat Zijn bloed vergoten is. "En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geens­zins hon­geren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten".

In de Sacramenten daalt de Heere zeer diep af tot de mens, daarin maakt Hij iets zichtbaar van het werk van Christus.

Het is niet toevallig dat op deze plaats in de catechis­mus gehandeld wordt over de Sacramen­ten. Er is een heel gedeelte afgesloten met zondag 25. Van zondag 7 tot en met zondag 24 is het zaligma­kend geloof behan­deld. En nu geeft zondag 25 niet alleen een vooruit­blik naar de Sacramenten, maar ook een terug­blik op het­geen er zoal behan­deld is tussen zondag 7 en zon­dag 24, over het zalig­makend geloof.

Als ook wij dan terugzien op dat gedeelte van de catechis­mus, dan zou ik u willen vragen: wie heeft er niet iets geproefd van de koste­lijkheid, die God ge­werkt heeft in Jezus Christus, Die een verzoe­ning geworden is voor de zonde? Zondag 23 heeft ons ge­bracht bij de toepassing: door het geloof aanne­men en toeëige­nen, wat God in Zijn genade schenkt en toere­kent.

Nu volgt nog weer eens de vraag: Aange­zien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof? Van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten.

Zo is in zondag 7 het geloof verkondigd door de Heili­ge Geest en nu in zondag 25 nogmaals. Dat is niet zomaar een herhaling, gelief­de gemeente. Misschien dat we het zo mogen zeggen: het is een op­scherping.

Vanwaar komt dan zulk een geloof? Het zou het ant­woord kunnen zijn op de zielevraag: hoe kom ìk aan zulk een geloof? Het zou misschien de vraag van uw hart kunnen zijn: o God, hoe kom ìk aan zulk een geloof?

Wanneer er misschien enige hoop in ons hart zou zijn, dat we een kruimel geloof mogen hebben, dan zit in deze catechismusvraag eigenlijk ver­woord: "Heere, ver­meerder ons het geloof" (Luk.17:5). "Ik geloof, HEERE! kom mijn ongelovig­heid te hulp" (Mark.9:24). Daarom gaat vraag 65 weer over het geloof.

Vanwaar komt zulk geloof? Het is in zondag 20 al aan de orde geweest en nu nog een keer. Het is alsof het iets van Gods barmhar­tigheid uitstraalt dat dit nog een keer aan de orde mag komen.

Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof? Dan worden er in dat antwoord twee zaken gezegd: Van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramen­ten. Dat is dus een onderscheiding, hoe het geloof gewerkt wordt en hoe het geloof gesterkt wordt.

We zouden het zo kunnen zeggen: het geloof wordt gewerkt door Woord en Geest en het geloof wordt versterkt door Sacra­ment en Geest. Dat wil zeggen dat we het geloof niet ontvangen door het gebruik van de Sacra­menten. Ik zeg het in alle eerbied: een bete broods en een slok wijn zal ons niet zalig maken.

De Woordbediening is on­derscheiden van de  Sacra­ment­sbediening. De Sacra­men­ten, zegt de Nederland­se ge­loofsbelijdenis, met name het Heilig Avond­maal is voor diege­nen die Hij alrede wedergeboren heeft en in Zijn Kerk heeft ingelijfd. Het is een grote vergissing te menen dat ­de Sacra­menten het geloof wer­ken in onze har­ten en in onze levens. De Sacramen­ten zijn er tot verster­king van wat God wer­kt door Woord en Geest.

Vanwaar komt dan zulk geloof? Van den Heiligen Geest. ­Het bijzon­dere werk van de Vader bestaat uit het verkiezen van zonda­ren. En het is het bijzondere werk van de Heere Christus om door Zijn dadelijke en Zijn lijdelijke ge­hoorzaamheid de zonde te boeten, verzoe­ning door voldoening aan te brengen. Maar het behoort tot de bijzon­dere be­diening van de Heili­ge Geest, om deze zaken toe te passen in onze harten. Hiermee wordt ons de richting gewe­zen in onze worstelin­gen.

Het zou onze hartekreet, het zou onze worsteling moe­ten zijn: Vanwaar komt zulk geloof? Van den Heili­gen Geest, zoals wij dat ook in de geloofsbelijde­nis van Nicéa beleden hebben: Die Heere is en le­vend maakt. Wat is dat dan ook een heerlijke aan­wijzing, geliefde ge­meente. Dan mag niet alleen Jo­hannes de Doper het Woord aanwijzen: "Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" (Joh.1:29). Maar zo wordt òns de Heilige Geest aange­wezen, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondi­ging van het heilig Evangelie.

Dan moeten we daar ook op letten, dat de Heilige Geest werkt door de verkondi­ging van het heilig Evangelie. De Heili­ge Geest werkt met het Woord. In de hele cate­chismus zult u nergens het inwendige licht ver­heerlijkt vinden, maar altijd Gods Woord. De toepassing van Christus in onze levens is te vinden in het Woord. De Heere Jezus Zelf heeft gezegd: "Indien gijlieden in Mijn Woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen. En zult de waarheid verstaan, en de waar­heid zal u vrij­maken" (Joh.8:31-32). En "wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden" (Joh.16:13).

Hier wordt ons niet alleen de Heilige Geest aangewezen als de Auteur van het geloof, maar ook Zijn wijze van werken: door het Woord, het naakte Woord van God. Waarvan David ook zingt: "Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis, door zijnen smaak, èn hart èn zinnen stre­len" (Ps.119:84 ber.).

O dat Woord, geliefde gemeente, het kan slechts zijn met zeer veel schade aan onze zielen, wanneer wij dat Woord zouden verwaarlo­zen. Wanneer de catechismus spreekt over de verkondiging van het heilig Evangelie, dan gaat het om deze zaak, dat God het zo gewild heeft, dat door de dwaas­heid der prediking, zielen behouden zouden worden (1 Kor.1:21).

Zo zit er de klem in antwoord 65, die we straks ook tegen zullen komen bij het sabbats­gebod. Dat er naar­stigheid van ons ge­vraagd wordt, ten aanzien van het Woord en de ver­kondiging van het Woord. Ten aanzien van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt.

Nee gemeente, God is niet aan de middelen gebonden, maar de mens wel. Als wij dan één plaats aan zou­den moeten wijzen, waar de Heilige Geest pleegt te werken, dan is dit in de Schrift. Als wij ook één plaats aan zouden moe­ten wijzen, waar de Geest pleegt te werken, dan staat de Schrift gevuld met belof­ten over de sa­men­komst. Ik noem er maar een: "Ik zal hen verheugen in Mijn bede­huis" (Jes.56:7).

Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof? Dan krijgen we dus een dubbel antwoord: Van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondi­ging des heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten.

Het kan u duidelijk zijn, niet alleen uit deze catechis­mus, dat er een opwassen en een toenemen moet zijn in de ken­nis en in de genade van onze Heere Jezus Chri­stus. Want ook toen we zondag 23 voor ons hadden over de recht­vaardiging, toen stond er immers in dat antwoord: zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aan­neem.

Zo heeft zondag 25 een geweldig pastorale inhoud om ons, als we zoekers zijn, te wijzen wáár we zullen zoe­ken. Ik heb eens gelezen van Augustinus dat hij ging ziften, in de Schriften, of hij iets van Jezus vond.

"Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligma­ker Jezus Christus" (2 Petr.3:18), zegt de apostel. Opwassen en toenemen in de gena­de staat niet los van het opwassen en toene­men in de kennis, gelief­de gemeente.

Nu gaat het er over hoe dat geloof, wanneer het ge­werkt is in onze harten, ver­sterkt zal wor­den. Dan zegt de catechismus: door het gebruik van de Sacra­menten. Het is maar niet een sch­ou­wspel ge­meente.

Ik mag daar gerust een enigszins vermanende klank inleggen, het is maar niet een scho­uwspel. Ik weet het, als God wil zegenen, dat Hij ons ook zegenen kan in de bank. Maar toch, als God het geloof gewerkt heeft in ons leven, dan is het Gods gewone wijze van doen, dat Hij dat sterkt door het gebruik van de Sacramen­ten. Opdat wij proeven en smaken zouden, dat God goed is. Dat God goed is, in Christus Jezus.

Nu zal er straks nader gehandeld worden over de Doop en er zal ook uitgebreid gehandeld worden over het Heilig Avondmaal. De cate­chismus zal nader ingaan op de kern, waar beide Sacramenten op gericht zijn.

 

Zijn dan beide, het Woord en de Sacramenten, daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den enigen grond onzer zaligheid wijzen? Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evan­gelie en verze­kert ons door de Sacra­menten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offe­rande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.

Het gaat om de wezenlijke een­heid van de verkon­diging van het heilig Evangelie en de bediening van de Sa­cramenten. Jezus Chris­tus en Dien gekrui­sigd, dat is het cen­trale thema in de prediking. Jezus Christus en Dien gekruisigd, is ook het centrale thema van beide Sacramenten.

Maar wat is dan het bijzondere van de Sacramenten? Antwoord 66 zegt dat het heilige tekenen zijn en dat het zichtbare tekenen zijn. Waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daar­van de belofte des Evan­gelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slacht­of­fer van Chris­tus, aan het kruis vol­bracht, vergeving der zon­den en het eeuwige leven uit genade schenkt.

In de eerste plaats dus, wat de Sacramenten ver­zege­len. Dat is niet in de eerste plaats het eigen aan­deel, het subjectieve aandeel van de gelovige. Maar in de eerste plaats wordt verzegeld waar de hoop, waar de grond van de zaligheid ligt: in Jezus Christus, en Dien gekruisigd.

Het Sacrament verzegelt, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Chris­tus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt. Het gaat dus om de zaak van Christus, die de Heilige Geest ons beter te verstaan geeft door de Sa­cra­menten.

Maar voor wie zijn de Sacramenten dan? De Nederland­se geloofs­be­lijdenis zegt: Wij geloven en belijden, dat onze Zaligmaker Jezus Christus het Sacrament des Heiligen Avondmaals verordend en ingesteld heeft, om te voeden en te onderhouden degenen, die Hij alrede wedergeboren, en in Zijn huisgezin, hetwelk is Zijn Kerk, ingelijfd heeft (NGB art.35).

Maar is er dan ook nog een bepaalde stand nodig in het geestelijke leven? Nee! Het gaat om het geloof en dat is de zaak van zijn of niet te zijn. ­Het geloof, al is het nog zo zwak, ja laat ik het zo mogen zeggen ge­meente, juìst als het zwak is, moet versterkt wor­den door de Heili­ge Geest, door de Sacra­menten.

Het is een heerlijk Godsgeschenk voor de Kerk, dat God Sacramen­ten gegeven heeft. En dat Hij het geloof versterken wil, op die wijze, door die aangename teke­nen: water, brood en wijn. Wij zullen de Sacramenten nooit kun­nen verachten of kleinachten zonder schade. Er is ons Eén voorgegaan in het gebruik van de Sa­cramen­ten, daar wil ik u ook op wijzen.

De Heere Jezus heeft niet alleen twee Sacra­menten ingesteld, maar de Heere Jezus is Zelf ook gedoopt, Hij heeft ook Zelf het A­vond­maal gevierd met Zijn discipelen. Wanneer de Heere Jezus dan zo getrouw is geweest wat betreft de Sacra­menten, o zou dan een mens niet getrouw willen zijn, zou dan een discipel van Jezus niet ge­trouw willen zijn? Er ligt zo'n koste­lijke lering in, ook aangaande de ver­sterking door de Sa­cramen­ten, bij de Heere Jezus Christus Zelf gemeen­te!

Is het u eigenlijk weleens opgevallen, toen de Heere Jezus gedoopt was, toen Hij dat Sacra­ment ontvangen had, dat toen de Vader gesproken heeft: "Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!" (Matt.3:17). Dat toen de Geest is neder­gedaald, als een duif en op de Heere Jezus Christus is gekomen. Toen de Heere Jezus gedoopt was, werd Hij dus ook ge­sterkt door de Geest. Let eens goed op: "Toen werd Jezus van den Geest weggeleid in de woestijn, om ver­zocht te worden van den duivel" (Matt.4:1).

Ge­sterkt door het heilige Sacrament, gemeente. Daar zit een verba­zende gedachte in, dat de Heere Jezus Zèlf gesterkt door het Sacra­ment, terstond door de Geest werd geleid in de woestijn om ver­zocht te worden, veertig dagen en veertig nachten.

Zo wil de Heere Zijn Sacramenten ook weleens in Zijn Kerk toepas­sen. Dat we gesterkt mogen worden om de woes­tijn weer in te gaan, veertig dagen en veertig nachten, om ook verzocht te worden van de duivel.

Is het u immers niet opgevallen, geliefde gemeente, dat dit ook het moment geweest is, toen dat bittere lijden voor de Heere Jezus aan ging breken, dat Hij aangeze­ten heeft met Zijn discipelen? Hij heeft het Avondmaal niet alleen ingesteld, maar Zelf ook ge­bruikt. "Ik heb gro­telijks be­geerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde" (Luk.­22:15).

De avond voordat het ontzaglijke lijden een aanvang nam, toèn heeft Jezus Christus Zelf het brood genomen en gebroken, de beker genomen en gedankt. Toen hebben zij de lofzang gezongen en daarna is Jezus uitge­gaan om Zijn Borgwerk te volbrengen. O, wat moet ons dat een liefde ingeven voor de Sacramenten.

Als de Heere Jezus ze Zelf heeft ge­b­ruikt en als het dan nog zo heerlijk naklinkt van dat Avond­maal: "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten".

O inderdaad, wie dan staat naar versterking van het geloof, waar moet hij het anders zoeken, dan waar God het gelegd heeft. Wan­neer er werkelijk een be­geerte is in onze harten, om op te wassen in de kennis en in de genade van onze Heere Jezus Christus, waar zullen we het anders zoeken, dan waar God het gelegd heeft. Name­lijk in de Sacramenten, in die zichtbare waarteke­nen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het ge­bruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Chris­tus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

De Sacramenten zijn tot versterking van het geloof. Ik weet het gemeente, dat ook het geloof versterkt kan worden door de verkon­di­ging van dat Woord. Ik weet dat er een verborgen bediening is waardoor we mogen zeggen: "in het verborgene maakt Gij mij wijs­heid bekend" (Ps.51:8). Ik heb er echt wel weet van: "zelfs bij nac­ht onderwijzen mij mijn nie­ren" (Ps.16:7).

Maar er is iets in het leven van de ware Christen die bij zijn hart leeft en dat is: dat er niet alleen een openbare godsdienst is, maar ook een verborgen gods­dienst. Toch kan een verborgen godsdienst niet be­staan zonder openbare godsdienst. Dan bedoel ik dit: wanneer we iets kennen van een binnen­kamerleven, heeft Jezus dan Zelf niet be­loofd: "En uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergel­den" (Matt.6:6).

Laat ons dan niet wijzer zijn dan Jezus Zelf was, Die de Sacramen­ten Zelf ook heeft gebruikt, Die de Sacra­menten Zelf heeft ingesteld als een kostelijke gave voor de Kerk om het geloof te versterken.

Een Christen heeft twee levens: een verborgen leven en een open­baar leven. Waarom is dan juist dat open­bare zo kostelijk, die versterking door het Sacra­ment? Waarom is die dan kostelijker, dan de verster­king in de binnenkamer? Hierom gemeente, omdat daarin ook nog een stukje beoefening ligt van de gemeenschap der heili­gen.

Over de Sacramenten kunnen we alleen met liefde praten, gemeente. Wat een zalig voor­recht dat God Sacramenten gegeven heeft. Heel eenvou­dige tekenen: in de doop het water, in het Heilig Avondmaal brood en wijn.

Maar ook wat de tekenen betreft, wat een zalige Sacra­menten. Wat een heerlijkheid straalt er vanuit brood en wijn. Om dan door die tekenen heen te mogen zien, geliefde gemeente. Die Sacramentsver­ster­king... Och, had ik maar meer geloof! Om dan waarlijk het lichaam van Jezus Christus en Zijn vergoten bloed te onder­gaan. Dat wordt in de eerste plaats verzegeld in de tekenen.

Maar als de Heilige Geest dan ook werkzaam is in ons hart, dan bewerkt die Geest de objectieve verzekering, de verze­geling van de enige offerande van Jezus Chris­tus aan het kruis geschied. Daarom juist, omdat de Sacra­menten zich niet in de eerste plaats richten op mijn ziel, maar omdat de Sacramenten zich in de eerste plaats richten op het hart van het Evangelie, op de ziel van de Heere Jezus Chris­tus, als ik het zo met eerbied mag zeggen gemeente.

Daarom juist kan er zo'n zalige weerslag zijn in het hart, wanneer het de Heilige Geest be­haagt om die Sacramenten te gebruiken aan mijn hart, zoals Hij ook beloofd heeft in Zijn Woord. De binnenka­mer kan goed zijn, kan zoet zijn. Maar wat is het goed en wat is het zoet, om geoefend te worden in het Woord, maar ook om geoefend te worden in de Sacra­menten en in de verze­ke­ring uit het gebruik van de Sacra­menten. Wat kan dat goed zijn.

Dan kan er een verzekering zijn vanuit het Woord, zodat we het soms uitjubelen in de binnenkamer: "Ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar woord; Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord" (Ps.56:5 ber.).­ Kostelijke verzekeringen en verzegelingen geeft God aan Zijn kinderen in de binnenkamer, zodat er momen­ten zijn, dat je het wel uit zou willen roepen: ik heb God ont­moet, ik heb God gezien. Dat zijn bij­zonde­re ver­troos­tingen in de binnenkamer.

Maar om nu op de rechte wijze de Sacramenten te be­trachten. Weet u waarom de Sacramentsverzekering dan zoveel hoger staat? Omdat de eer van God ermee ge­moeid is. Omdat Jezus heeft gezegd: "Ik heb grote­lijks begeerd, dit pascha met u te eten". Laat het dan zalig zijn in de binnenkamer, maar dan is het Sacra­ment toch proe­ven en smaken, dat is iets onder­gaan van wat Jezus gezegd heeft: "Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hon­geren, en die in Mij gelooft, zal nim­mer­meer dorsten".

O gemeente, wat een voortreffelijkheid is er in de Sacramentsverze­kering. Wanneer het hart uit mag gaan naar de ordeningen Gods in Christus Jezus, Die Zelf heeft gezegd: "Ik heb begeerd", om dan juist aan díe plaats te ervaren: "En Ik zal hen verheugen in Mijn bede­huis".

O gemeente, wat een kostelijke zaak dat de Heere Sacramenten gegeven heeft om te gebruiken. Dan is de Kerk van nu, geen aan­schouwer geweest van Jezus Christus naar het vlees. Naar het vlees hebben wij niet bij het kruis gestaan. Maar hoe heerlijk zijn die heili­ge Sacramenten, wanneer Hij b­rood en wijn geeft, voor dat begerige hart, dat zo graag Jezus wilde zien. Voor dat hart, dat hongert en dorst naar de levende ge­meen­schap met Jezus Christus.

Maar wanneer er geen geloof is, dan heb ik u reeds ge­zegd dat een bete broods en een slok wijn u niet zal zalig maken. Wanneer er geen geloof is, dan zal het ons oordeel des de zwaarder maken. Maar indien er een kruimel geloof mag zijn, gewerkt door Woord en Geest, dan gaat diezelf­de Geest dat ver­sterken door de heili­ge Sacra­menten.

O, wat een zalige zaak, dat God in Christus Zich te proeven en te smaken geeft. Zodat wij kunnen zeggen: proeft en smaakt dat de Heere goed is en dat Hij zoet is.

Jezus Christus niet gezien te hebben, maar om dan Zijn werk door te zien schemeren in de tekenen. In het brood dat wordt verbroken en in de wijn die wordt vergoten als een heerlijke gedachtenis. Zoals het A­vond­maals­formulier het zo schoon uitdrukt dat wij in het Avond­maal oefenen de heerlijke ge­dachtenis van de bittere dood van de Heere Jezus Chris­tus. Dat is liefde proe­ven, dat is liefde smaken! Dan zegt mijn ziel: o God, nu zie ik het weer een keer; o God, nu proef en smaak ik weer Uw liefde tot in de dood.

O gemeente, daar zit iets in van ster­ven aan jezelf, sterven aan jezelf in een rechte Avond­maalsgang! Maar daar zit ook iets in van het eeuwige leven, zo­als de catechismus het ook zegt. Dan mogen dat wel­eens de plaatsen en de tijden zijn, dat wij uitgetild worden door de Onvergan­kelijke tot het onvergankelijke, tot het eeuwi­ge leven.

Dan mag je het weleens proeven en smaken. Dan gaat het niet meer om de tekenen, maar dan gaat het om Chris­tus Jezus Zelf. Want "die tot Hem komt, zal geens­zins hongeren, en die in Hem gelooft, zal nimmermeer dorsten". Het gaat niet om een tijdelijke zaak, maar het gaat om een eeuwige zaak, in Christus Jezus en Dien gekrui­sigd.

Dan kunnen het weleens tijden zijn, dat onze beslagen ven­sters naar de hemel weer schoon gemaakt worden, dat er weer eens een nieuw uitzicht is. Waar­naar? Naar Christus Zelf, om Hem eenmaal te ont­moeten, Die ons zo onuit­sprekelijk heeft liefgehad.

O, die Sacramentsverzekering in het openbaar. De binnenkamer is kostelijk, maar ook dàt is kostelijk voor het geloof. In de binnenka­mer zingt men weleens: "Ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar woord, Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord". Maar in de Sacra­mentsverzegeling spreken we de apostel weleens na: "Hetgeen wij gehoord heb­ben, hetgeen wij ge­zien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd heb­ben, en onze handen getast heb­ben, van het Woord des levens" (1 Joh.1:1).

Och die blijdschap, wanneer onze mond geproefd heeft, wanneer onze tong gesmaakt heeft van het Woord des le­vens.

God heeft het ingesteld voor het geloof. Niet voor het grote geloof in de eerste plaats, gemeente. Niet voor bepaalde trappen en stan­den, maar voor het geloof. Calvijn heeft gezegd: De Sacramenten zijn de krukken, waarop een kreupele Kerk moet gaan. Dat zal het meest zijn voor het geloof dat zo zwak is, het geloof dat zo aange­vochten is. Het geloof, zoals die man dat onder woorden bracht, toen Jezus had gezegd: "Zo gij kunt geloven. Ik geloof, Heere! kom mijn ongelo­vigheid te hulp" (Mark.9:23-24).

In de Sacramenten komt God ons te hulp, daarin ver­sterkt Hij wat Hij heeft gewrocht. Daarin bewijst Hij, dat Hij de Getrouwe is, Die nooit laat varen het werk Zijner handen. In de Sacramenten ervaren we het, dat wie gegrepen is door God Zelf, nooit meer losgelaten zal worden. Wie is geborgen in Christus, is geborgen voor eeuwig. Die is verborgen en geborgen in de liefde van Chri­stus. "En nie­mand zal dezelve uit Mijn hand ruk­ken" (Joh.10:28).

De Heilige Geest moge ons daar maar veel in oefenen, om Jezus' wil. AMEN.